Op donderdag 5 april 1990 kwamen Kamer en Senaat in congres bijeen omdat 's konings 'onmogelijkheid om te regeren', die twee dagen eerder door de regering was vastgesteld, een einde nam. Enkele dagen voordien was een meningsverschil gerezen tussen de rooms-rode regering van Wilfried Martens (CVP) en wijlen koning Boudewijn. Het staatshoofd weigerde immers de wet op de zwangerschapsonderbreking te ondertekenen.
...

Op donderdag 5 april 1990 kwamen Kamer en Senaat in congres bijeen omdat 's konings 'onmogelijkheid om te regeren', die twee dagen eerder door de regering was vastgesteld, een einde nam. Enkele dagen voordien was een meningsverschil gerezen tussen de rooms-rode regering van Wilfried Martens (CVP) en wijlen koning Boudewijn. Het staatshoofd weigerde immers de wet op de zwangerschapsonderbreking te ondertekenen. De zitting van het congres was het eindpunt van die abortuskwestie, die was uitgedraaid op een pijnlijke confrontatie - voorlopig de laatste - tussen de monarchie en het parlement. Tijdens de zitting van het congres maakte het nog jonge, vrij onbekende Luikse PS-kamerlid Laurette Onkelinx een scherpe interventie. Want, hoewel de PS deel uitmaakte van de rooms-rode regering van Wilfried Martens, wond Onkelinx er geen doekjes om: ' De koning heeft vanzelfsprekend het recht het niet eens te zijn met de opvatting van de meerderheid van zijn onderdanen. Het is echter niet de persoon van de koning, maar de koning als instelling die de wet bekrachtigt. De koning als publiek persoon diende zich te onderwerpen.' LAURETTE ONKELINX: Vóór die toespraak in het congres had ik koning Boudewijn nog nooit ontmoet. Naderhand wel. En zo'n ontmoeting was altijd een hele opgave. Koning Boudewijn, die een boeiende man was, kende zijn dossiers, hij stelde heel precieze vragen. Bij ons eerste gesprek begon hij meteen: 'Ik heb uw toespraak beluisterd via de tv.' Wij hebben over de abortuskwestie gepraat. Veel kan of mag ik daar niet over kwijt. Alleen dat hij zeker niet van mening was veranderd. ONKELINX: Incidenten als die in Grâce-Berleur hebben hun historisch belang. Toch hing de relatie van de socialistische partij met het koningshuis van bij haar oprichting op het einde van de 19e eeuw grotendeels af van de persoonlijkheid van de koning. Met Leopold II was die relatie nooit al te best, want hoewel die koning iets geniaals had, bleef hij toch een aartsconservatief. Met Albert I, die bovendien mee het algemeen enkelvoudig stemrecht zou invoeren, ging dat al stukken beter. Hier kan men zelfs spreken van een samenspannen van de koning met iemand als Emile Vandervelde. En het verhaal van Leopold III is voldoende bekend. Onder socialisten heb je verschillende stromingen. Neem de generatie van mijn vader. Die had niets tegen de persoon van de koning, hij heeft wel moeite met de erfbaarheid van macht. ONKELINX: Als die stroming al bestaat, dan is die wel erg discreet. Ik kan me ook geen congres herinneren waar het probleem van het voortbestaan van de monarchie werd gesteld. Eigenlijk wordt daar in Vlaanderen opener en vaker over gepraat. De meerderheid van de Waalse socialisten oordeelt dat de constitutionele monarchie het beste van alle democratische compromissen is. We leven in een klein, federaal land waar de verschillende bevolkingsgroepen op elk moment in aanvaring kunnen komen. Vandaar de behoefte aan een staatshoofd dat communautair geslachtloos is. Het compromis dat de Belgen hebben uitgewerkt laat toe dat de democratisch verkozen vertegenwoordigers van het volk de essentie van de macht in handen houden. Wat maakt dat de PS helemaal achter deze vorm van constitutionele monarchie kan staan. Dat gevoelen evolueert uiteraard met de persoonlijkheid en het temperament van de koning. In die zin heeft Albert II het haast idyllische profiel van een vorst. De man voelt zich duidelijk goed in zijn functie. Hij staat open voor de wereld, voor diversiteit. Hij zit goed in dat koninklijke pak. Zijn broer Boudewijn had een heel ander temperament. Die valse noot van april 1990 stelde voor ons een groot probleem. ONKELINX: Ik was een erg jong kamerlid en volgde de zaken vanaf een afstand. Toenmalig PS-voorzitter Guy Spitaels wilde in geen geval dat het probleem van de abortuswet zou worden vermengd met de vragen rond de monarchie. Dat waren volgens hem twee verschillende zaken. Daarom werd aan Roger Lallemand gevraagd om hier niet op te treden als woordvoerder van de partij, ook al was hij een van de gangmakers van de wet op de zwangerschapsonderbreking. Voor Spitaels draaide alles rond de vraag of de koning zich kon verzetten tegen de wil van de volksvertegenwoordiging. Daarom heb ik in mijn interventie weinig gesproken over de abortuswet, maar des te meer over de rol van de koning. Ik zei het al: de constitutionele monarchie beschouwen de socialisten als een uitstekend compromis, omdat de volksvertegenwoordiging het haalt op de kroon. Alleen, Boudewijn heeft getracht via een frontale aanrijding een deel van die macht naar zich toe te halen. Zo voelden wij dat aan. We wisten uiteraard dat Boudewijn, vanuit zijn christelijk geloof, tegen de wet op de zwangerschapsonderbreking was. Wij hadden er geen moeite mee dat de persoon van de koning daar zo over dacht. Dat de koning als instelling inging tegen de wil van de volksvertegenwoordiging, dat was wél een gigantisch probleem. ONKELINX: Tiens, ik heb altijd gedacht dat Jean-Luc Dehaene en Philippe Moureaux voor de vonk hadden gezorgd... ONKELINX: We kregen zelfs geen tijd om daarover te praten. We voelden die kanonbal rakelings langsscheren. Maar alle discussies draaiden meteen rond het optreden van de koning. Al voelde iedereen aan dat dit een erg explosieve situatie was. ONKELINX: Aanvankelijk werd gedacht dat zo'n herziening noodzakelijk was. Want met ethische problemen als euthanasie, proeven op embryo's en het drugsbeleid op de agenda was de herhaling van een dergelijk incident niet ondenkbaar. Gaandeweg echter werd aangevoeld dat die discussie nieuwe dreigingen met zich kon brengen. Als we nu eerst eens een consensus zouden bereiken over het principe van de constitutionele monarchie, dan kunnen we beginnen met de aanpassing van de grondwet aan de nieuwe situatie. Want als gevolg van de opeenvolgende staatshervormingen en het toenemende belang van Europa, beantwoordt die grondwet niet langer aan de realiteit. Ook de monarchie moet zich gaandeweg aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid. Rik Van Cauwelaert'De constitutionele monarchie beschouwen de socialisten als een uitstekend compromis.'