Al enkele maanden wordt het Orchestre Philharmonique de Liège (OPL) verlamd door een conflict in het directiecomité. Drie leden daarvan, aangevoerd door artistiek leider Pierre Bartholomée, wraken hun vierde collega, Paul-Émile Mottard. De drie verwijten Mottard, ook voorzitter van de PS-fractie in de Luikse provincieraad, een al te aanmatigend optreden, waardoor de politiek zich te veel zou mengen in het artistieke beleid van het orkest.
...

Al enkele maanden wordt het Orchestre Philharmonique de Liège (OPL) verlamd door een conflict in het directiecomité. Drie leden daarvan, aangevoerd door artistiek leider Pierre Bartholomée, wraken hun vierde collega, Paul-Émile Mottard. De drie verwijten Mottard, ook voorzitter van de PS-fractie in de Luikse provincieraad, een al te aanmatigend optreden, waardoor de politiek zich te veel zou mengen in het artistieke beleid van het orkest. Het culturele leven in Franstalig België is nog erg gepolitiseerd; zo bestaat de nieuwe algemene vergadering van het OPL uit niets dan politieke benoemingen. In een manifest, waarin ze hun steun aan Bartholomée uitspraken, riep een reeks culturele prominenten de politiek dan ook op tot terughoudendheid. Ze hielden de Franstalige politici het voorbeeld van de Vlaamse minister van Cultuur Luc Martens (CVP) voor, die het muziekbeleid inhoudelijk overlaat aan een "raad van wijzen". Daarmee wordt de Beoordelingscommissie bedoeld die concreet gestalte geeft aan het nieuwe muziekdecreet dat dit jaar van kracht wordt. (Overigens viel deze verwijzing naar Vlaanderen erg slecht bij een aantal - veelal politiek benoemde - cultuurbobo's aan wie het manifest ter ondertekening was voorgelegd.) Het nieuwe muziekdecreet volgt de trend van ontzuiling en depolitisering van de Vlaamse cultuur, waardoor het beleid veel meer dan vroeger berust op strikt artistieke criteria. Daarom ligt ook veel (volgens sommigen "dictatoriale") beslissingsmacht bij de commissie. Zij oordeelt over de concrete dossiers en bestaat uit "kenners" die op hun bekwaamheid (en niet op hun partijtrouw) zijn geselecteerd. Maar insiders zijn onvermijdelijk vaak ook betrokkenen. Dat maakt de adviezen van de commissie kwetsbaar; een verdachtmaking rond eigenbelang of favoritisme is snel gemaakt. Het overkwam ook commissievoorzitter Jerry Aerts, die zijn eerste adviezen onverkort bekrachtigd zag door minister Martens. De Beethoven Academie boert daar bijvoorbeeld wel bij, maar zij is ook het huisorkest van de Antwerpse kunsttempel deSingel, waarvan Aerts de directeur is. Wie meent dat de Beethoven Academie haar nieuwe subsidie (35 miljoen frank) niet waard is, heeft dan algauw een andere verklaring klaar. BRANIE, PRAATJES EN LOBBYINGDe meest opzienbarende verliezer in de jongste subsidieronde is I Fiamminghi van Rudolf Werthen. Het mangelt, zo vond de commissie, dit orkest met zijn "versnipperde en opportunistische" repertoire aan inhoudelijk profiel. De cultuuradministratie viel de commissie bij en maakte bezwaar tegen de topzware administratie en het gebrek aan financiële transparantie bij het orkest. En passant kwam ook de royale wedde ter sprake die Werthen zichzelf toekent, terwijl de lonen van zijn musici in het verleden wel eens "onethisch laag" werden genoemd. I Fiamminghi kreeg dus zero frank subsidie, hoewel dit tot voor kort het best gesubsidieerde orkest in zijn categorie was. Meer bepaald minister-president Luc Van den Brande (CVP) vond altijd wel een extra subsidiepotje voor I Fiamminghi. Dat hij indertijd de Culturele Ambassadeurs van Vlaanderen in het leven riep, diende louter om dit orkest te gerieven. Werthen en diens toenmalige zakelijke leider Dries Sel hadden zich zeer bedreven getoond in het promoveren vanI Fiamminghi als cultureel visitekaartje van Vlaanderen in het buitenland, een propaganda-argument waarvoor Van den Brande zeer gevoelig was. Deze bevoordeling schaadde de geloofwaardigheid van het Vlaamse muziekbeleid - en maakte Werthen weinig populair bij zijn collega's. Maar Van den Brande liet zich altijd weer inpakken door de branie, de peppraatjes, de bluf, de lobbying en de marketingredeneringen vanI Fiamminghi. Werthen en Sel runden hun orkest als een bedrijf, minder gericht op het voortbrengen van kunst dan op het verkopen ervan. De muziek werd instrumenteel en diende minder artistieke dan economische en propagandistische oogmerken. Het nieuwe muziekdecreet bemoeilijkt ondoorzichtige politieke bemoeienissen à la Van den Brande. Daarbij sneuvelde ook I Fiamminghi omdat het orkest niet beantwoordde aan de artistieke eisen van de muziekcommissie. Daarmee namen Aerts en de zijnen, honni soit qui mal y pense, duidelijk stelling in een zeer actueel debat over het doel van steun aan de cultuur: moet de overheid ambitieuze bedrijven helpen ofwel de voorwaardencreëren voor culturele dynamiek en vernieuwing? M.R.