Aarschot bouwt nu sociale woningen in het beschermde begijnhof, dat een aantal jaren geleden zelfs nog in aanmerking kwam als wereldmonument van de Verenigde Naties.
...

Aarschot bouwt nu sociale woningen in het beschermde begijnhof, dat een aantal jaren geleden zelfs nog in aanmerking kwam als wereldmonument van de Verenigde Naties. GEEN TWEE JAAR geleden, in juni 1994, kreeg Dirk Vansintjan van een bevriend architect een merkwaardig plan toegespeeld. Vansintjan geldt in Aarschot als de drijvende kracht achter Tsap, een vzw die oude molens wil herwaarderen. De bewuste plattegrond bevatte een nauwkeurige weergave van het begijnhof van Aarschot. Maar het plan verschilde op één plaats fundamenteel van de bestaande situatie : in het midden was een groot huizenblok getekend. De architect zelf had de plattegrond door een onwaarschijnlijk toeval in handen gekregen. Op zoek naar een groot tekenblad, had hij het opgevist uit de vuilnisbak van een lokaal copiecenter. Pas thuis ontdekte hij het bouwplan op de achterzijde. Zodra Vansintjan begreep wat er gaande was, liet hij de Provinciale Commissie voor Monumenten en Landschappen in spoedvergadering bijeenroepen. Deze commissie adviseert de Brabantse ambtenaar voor Monumenten en Landschappen, onder meer in verband met bouwprojecten in de nabijheid van beschermde monumenten. De bewuste ambtenaar, Karel Robijns, bleek overigens al op de hoogte van de bouwplannen in het begijnhof. Hij was door de bouwheer, de stedelijke Bouwmaatschappij voor Goedkope Woningen (BGW), uitgenodigd op een vergadering waar de plannen werden voorgesteld. Het gaat om sociale woningbouw, in totaal dertig flats, verspreid over vier verdiepingen. Wat nieuwkomer Robijns niet werd gezegd, was dat de nieuwbouw in een beschermd gebied zou neergeplant worden. Robijns toonde zich hoe dan ook niet erg opgetogen over het project : ?Waarom werd er geen bebouwing opgetrokken met kleine elementen, zoals in het gerestaureerde begijnhof van Leuven, in plaats van deze mastodont,? zo wierp hij op. De architect van het sociale woningblok, Roland Abels, repliceerde dat er boven de terrassen kapellen waren voorzien die aan de omgeving refereerden. De architect, die later elk protest van buurtbewoners afdeed als een vorm van ?kortzichtige nostalgie?, polste meteen of de overblijvende huisjes van het begijnhof ook niet gesloopt konden worden en vervangen door nieuwbouw. Robijns was niet overtuigd. Het ultieme argument om de ambtenaar over de brug te halen, was dat het project er omwille van de subsidies snel moest komen. Het aantal bouwlagen en het aantal woningen was nodig om in aanmerking te komen voor een betoelaging van 43 miljoen frank (op een totale kostprijs van 72 miljoen). Met andere woorden, de architectuur van het gebouw werd ondergeschikt gemaakt aan de subsidies. De historische omgeving was helemaal van geen tel. ALGEMEEN BELANG.Maar daar dacht de commissie anders over. Haar advies van 9 augustus 1994 aan Robijns liet weinig ruimte voor interpretatie : ?Het project vormt geen enkel aanknopingspunt met de onmiddellijke omgeving, evenmin is hier sprake van een kwaliteitsvolle architectuur. Wat voorgesteld wordt, is fundamenteel slecht.? De commissie vraagt zich voorts af ?waarom dit project niet het voorwerp uitmaakte van een architectuurwedstrijd, zoals recent wel gebeurde voor sociale woningbouw in een minder gevoelige context.? Robijns kon na dit advies niet anders dan zijn collega van Stedenbouw, gemachtigd ambtenaar Guy Brouckmans (Arohm Vlaams Brabant), negatief adviseren over de lopende bouwaanvraag. Intussen waren ook de buurtbewoners gealarmeerd over de bouwplannen. Er kwam een petitie. Agalev probeerde de gemeenteraad te overtuigen. Buurtbewoonster Annie Geyskens : ?In Aarschot doen ze voor de kleinste prutsen openbare hoorzittingen. Voor een nieuwe bedekking van de Stationsstraat worden de buurtbewoners uitgenodigd. Maar over deze bouwplannen is met geen woord gesproken. De aanvraag werd ook niet aangeplakt. Er was duidelijk iets niet pluis.? Er werd niet alleen gezwegen over de sociale flats in de woonblokken. Dat de bouwheer BGW in hetzelfde complex kantoor wil gaan houden, werd evenmin aan de grote klok gehangen. De maatschappij wil zich op de vierde verdieping installeren, met langs weerszijden een fraai uitzicht over de Demer en over het oude stadscentrum. Een klein probleem was dat het Bijzonder Plan van Aanleg (BPA nr. 11 van '82) slechts in maximaal drie bouwlagen voorzag, precies om het historisch karakter van de site te respecteren. De BGW en het schepencollege (destijds VLD-SP, vanaf 1995 CVP-SP) vonden echter een uitweg. Volgens artikel 43 van de wet op de Stedenbouw kan een bestaand BPA door de gemeenteraad in herziening worden gesteld, met het oog op werken van algemeen belang. Daarvoor is wel een goedkeuring van de Vlaamse regering vereist, die trouwens ook kan toestaan dat er al wordt gebouwd, nog voor het nieuwe BPA rechtskracht heeft. Helaas voor de initiatiefnemers vallen sociale woningbouw en zeker kantoorruimte niet onder werken van algemeen belang. Daaronder ressorteren wél dringende infrastructuurwerken zoals water- of elektriciteitsleidingen. Toch vroeg de gemeenteraad bijna twee jaar geleden een herziening van het BPA. Gesteund op artikel 43. De minister van Ruimtelijke Ordening (destijds Theo Kelchtermans, CVP) zag hier geen graten in. Hij keurde in juli 1994 de herziening goed. Tegen de verwachtingen in leverde gemachtigd ambtenaar Brouckmans vervolgens, op 22 september 1994, de bouwvergunning af. Brouckmans legde het bindend advies van Robijns naast zich neer omdat ?door de ligging van het terrein in een BPA, het advies van Monumenten en Landschappen niet bindend is.? Vreemd, want het al dan niet bindend zijn van het advies heeft niets te maken met het bestaan van een BPA, wel alles met de vraag of het perceel beschermd is. Robijns vroeg daarop aan Brouckmans waarom die, ondanks het bindend advies, toch een bouwvergunning had afgeleverd. Er volgde een nijdige briefwisseling tussen de twee. Dat kwam ook ter ore van de hoogste ambtenaar van Stedenbouw, (toen nog) administrateur generaal Armand Vermeulen (VLD). Vermeulen vroeg Brouckmans om uitleg. Brouckmans verantwoordde zijn beslissing door te zeggen dat ?het betrokken perceel inderdaad beschermd is, maar dat het gebouw grotendeels buiten die betrokken percelen wordt opgericht.? Vermeulen is met deze uitleg tevreden. Robijns staat voor schut. Hij kan moeilijk bij zijn minister terecht, want dat is de Vlaamse minister van Cultuur, Luc Martens (CVP). Brouckmans ressorteert onder de huidige minister van Ruimtelijke Ordening, Eddy Baldewijns (SP). De administratie Huisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu telt niet minder dan vier voogdijministers. Hoe dan ook was de vergunning er, en in oktober 1995 begonnen de werken. De buurtbewoners stapten naar de rechter. SNELLE AFBRAAK.Op 16 februari jongstleden kwam de zaak voor bij de rechter in kortgeding bij de rechtbank van eerste aanleg in Leuven. Het proces van twee Leuvense toondichters in verband met mogelijk plagiaat door megaster Michael Jackson, diezelfde dag in datzelfde gerechtshof, kreeg toen heel wat meer aandacht dan het begijnhof van Aarschot. Opvallend was wel dat jeugdrechter Huysmans zich over het begijnhof boog. Huysmans doet normaal nooit uitspraken in zaken van ruimtelijke ordening. De rechter volgde het betoog van de buurtbewoners tot op zekere hoogte ?in casu was het advies van die gevolmachtigde van de minister (Robijns) negatief? , maar de belangen van de verweerder, de BGW, worden afgewogen tegen die van de eiser. Immers : ?Er werd reeds voor 14 miljoen frank aan studiekosten, erelonen en werken uitgevoerd.? Volgens de rechter zou het stilleggen van de werken ?nadelige gevolgen ressorteren voor tientallen gezinnen.? Vanzelfsprekend. De buurtbewoners vingen dus bot. Ten einde raad schreven ze enkele politici aan. Zonder resultaat. Volgens minister Baldewijns (SP) ?is er niets mis met het BPA en werd er overleg gepleegd tussen de Ahrom-administratie en de ambtenaar van Monumenten en Landschappen.? Het schepencollege en de BGW rechtvaardigden de nieuwbouw door de grote nood aan sociale huisvesting in Aarschot. Vraag blijft waarom intussen de originele begijnhofvleugel doelbewust staat te verkrotten. Alsof daar geen kansarmen of bejaarden onderdak kunnen vinden. Het antwoord luidt : de stad Aarschot heeft weinig of geen voeling met haar cultureel erfgoed. Ze is het historisch begijnhof liever kwijt dan rijk. Willy Leers (SP) is voorzitter van het stedelijk Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Werk (OCMW), en eigenaar van de overblijvende huizen in het begijnhof. Hij heeft er geen moeite mee om te stellen dat zijn bestuur niets onderneemt om de dertiende-eeuwse gebouwen van de ondergang te redden. Maar dat is het gevolg van geldgebrek, beweert hij. In het verleden liet Aarschot vijftig miljoen frank subsidie van het Fonds voor Oorlogsschade aan zijn neus voorbijgaan (zie kader). Een kromme redenering, want de gemiste vijftig miljoen frank was bestemd voor de heropbouw van de vernielde vleugel op de plaats waar nu de nieuwbouw komt, en dus niet voor de vleugel die de stedelijke overheid bewust laat verkrotten. Leers weet dat hij als eigenaar verplicht is zijn beschermd monument te onderhouden. Maar : ?Die plichten kan de eigenaar alleen volbrengen als hij er het nodige geld voor heeft.? Ook weer merkwaardig, want een aanvraag bij de Vlaamse Gemeenschap om de restauratie te subsidiëren, werd nooit ingediend. Daardoor zou de bijdrage van het OCMW in de restauratiekosten tot amper tien procent herleid worden. Het zal het stadsbestuur van Aarschot worst wezen. Burgemeester Willy Schellens (SP) wil het begijnhof inderdaad liever vandaag dan morgen met de grond gelijk maken. Beschermd of niet : ?De restauratie van deze krot en compagnie kost ons zes à zeven miljoen frank per huis, de nieuwe appartementen maar twee tot drie miljoen.? De burgemeester denkt erover de bescherming ongedaan te laten maken. ?We gaan een dossier tot deklassering indienen, maar ik denk dat we weinig kans op slagen hebben. Als het begijnhof vandaag gedeklasseerd was, dan waren de huisjes al lang afgebroken.? VERKIEZINGSPROPAGANDA.Het gemeentebestuur en de BGW herleiden het protest tot platte verkiezingspropaganda van Agalev. De burgemeester benadrukt dat er onder de grote partijen (CVP, SP en VLD) een consensus bestaat over de nieuwbouw. Dat ook de buurtbewoners mistevreden zijn ? Daarvoor heeft de socialist zijn eigen verklaring : ?Zij zijn misnoegd omdat ze vrezen dat met de sociale woningbouw de basse classe in hun wijk komt wonen.? Volgens de sociale woningmaatschappij is er met het hele dossier niks aan de hand. Voor meer uitleg verwijst secretaris Louis Janssens naar de advocaat van BGW, de Leuvense professor Marc Boes (administratief recht, ruimtelijke ordening en milieu). Waarom er zoveel geheimhouding rond het project hangt ? ?Wij zijn niet verplicht daar publiciteit rond te maken,? houdt de secretaris vol. Straks ruilt hij zijn donker bureau in het gemeentehuis voor een riante verdieping in de nieuwbouw. Verdere commentaar weigert hij. De hele geschiedenis van het begijnhof legt niet alleen het gebrekkig functioneren van de ambtenarij bloot, maar laat zien wat er gebeurt als de bescherming van het nationaal cultuurpatrimonium wordt overgelaten aan een lokaal bestuur, dat elke verantwoordelijkheid kan afschuiven op een andere coalitie. Op 22 maart kwam alvast de Vlaamse minister van Huisvesting en Stedelijk Beleid Leo Peeters (SP) op de bouwwerf een gedenkplaat onthullen. Wellicht het laatste officiële eerbetoon aan de dertiende-eeuwse 's Hertogenmolens, die vijf jaar geleden nog in aanmerking kwamen als wereldmonument van de Verenigde Naties (Unesco). Straks verdwijnt het historische begijnhof achter een achttien meter hoog wanstaltig blok. Maar de sociale woningmaatschappij zal haar subsidies binnen hebben. En dan is alles natuurlijk dik in orde. Tom DieusaertHet begijnhof van Aarschot en de bouwwerken : straks verdwijnt het monument achter een achttien meter hoge huizenblok.Het begijnhof van Aarschot dateert van de dertiende eeuw. Rommel, zegt burgemeester Schellens. De kranen werken, het protest wordt afgedaan als kortzichtige nostalgie.