Mijnheer Vermeersch, heel wat onderwerpen uit de binnenlandse actualiteit van de voorbije week, verdienen bijkomend commentaar.
...

Mijnheer Vermeersch, heel wat onderwerpen uit de binnenlandse actualiteit van de voorbije week, verdienen bijkomend commentaar.ETIENNE VERMEERSCH: Wat mij het meest geschokt heeft, is het verhaal van de Nederlandse schrijfster Karen Spaink, die samen met haar vriend getuige was van een onnodig en brutaal optreden van Antwerpse rijkswachters tegen twee Marokkaanse jongeren. Nadat ze daartegen protesteerden, werden ze zelf gebrutaliseerd. Als de feiten inderdaad zo gebeurd zijn, en ik heb momenteel geen reden om aan het getuigenis van mevrouw Spaink te twijfelen, gaat het hier over zware vormen van racisme en machtsmisbruik. Men kan niet genoeg onderstrepen hoe erg dat is. Rijkswachters die zich daaraan schuldig maken, zijn hun beroep onwaardig en horen thuis in de gevangenis. Ik hoop dat we over enkele maanden niet hetzelfde moeten zeggen over degenen die hen eventueel de hand boven het hoofd zouden houden. Het Antwerpse politiekorps is door het Comité-P omschreven als het onbeschoftste van het land. Maar de politieagenten klagen over de beledigingen en provocaties die ze zelf moeten ondergaan.VERMEERSCH: Dat wil ik best geloven. Bij vele mensen, vaak jongeren, werkt de politie als een rode lap op een stier. Die mentaliteit moet bestreden worden, maar aan de andere kant moet de politie daartegen bestand zijn. Het is hun taak het hoofd koel te houden en crisissituaties te beheersen. Daartoe is zelfdiscipline nodig, en vooral een gedegen opleiding en voorbereiding. Ordetroepen bewijzen vaak dat ze wel op een goede manier kunnen optreden. Ik heb dat in Gent van zeer nabij kunnen vaststellen. Reden te meer om geen rotte appelen toe te laten. Bij het begin van het Agusta-proces haalde de verbijsterende scène van een vluchtende Eliane Liekendael het wereldnieuws.VERMEERSCH: Een symbolisch beeld: de staande magistratuur slaat op hol bij het begin van het politieke proces van de eeuw. Dat tafereel heeft treffend geïllustreerd dat hoge magistraten ook maar mensen zijn, met beperkingen. Hopelijk beseffen ze dat zelf. Cassatie had zich voordien al bizar gedragen met het protest tegen de benoeming van raadsheer Didier Batselé, iemand die uit het kabinet van Laurette Onkelinx komt. Zijn kandidatuur was niet de gelukkigste, maar daarover moet worden gediscussieerd in het parlement, en het is de Raad van State die oordeelt over bezwaren of klachten. Cassatie zou dat moeten weten, dat had hen een pijnlijke terechtwijzing door de minister van Justitie bespaard. De verdediging heeft al een paar interessante opmerkingen gemaakt. Onder meer over het voorwoord van toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck, in een boek waarin Willy Claes op de korrel wordt genomen.VERMEERSCH: Ik denk niet dat dit juridisch zwaar weegt. Het Hof van Cassatie is geen assisenjury en zal zich wel niet laten beïnvloeden door het voorwoord van een minister. Maar het verwondert mij dat Stefaan De Clerck, voor wie ik respect heb, zo onvoorzichtig is geweest een voorwoord te schrijven voor een boek dat hij niet gelezen heeft. De negen niet-ministers onder de beschuldigden klagen aan dat hen de normale rechtsgang wordt onthouden. Ze kunnen niet in beroep gaan, omdat hun zaak gekoppeld is aan die van drie ministers.VERMEERSCH: Een onvermijdelijk dilemma, in een zaak waarin verschillende rechtsprincipes met elkaar in botsing komen. De berechting van ministers vergt een speciale procedure, waardoor anderen normale rechten verliezen. Maar het zou even onlogisch zijn, mochten voor hetzelfde proces die negen in eerste aanleg verschijnen, en de drie ministers in Cassatie. Dat het parlement als raadkamer is opgetreden voor de ministers, en voor de anderen niet, is een zekere vorm van discriminatie, maar misschien geen fout tegen de procedure. Dat lijkt mij wel het geval voor wat met Serge Dassault is gebeurd. Men heeft hem als getuige onder ede verklaringen laten afleggen, waarmee hij zichzelf beschuldigde. En dat is in strijd met de rechtsbeginselen. Hoe ziet u het proces verder verlopen?VERMEERSCH: Op basis van wat we er in dit vroege stadium over weten, heb ik de indruk dat men relatief makkelijk een paar 'uitvoerders' zal kunnen pakken. Maar de schuld van de ex-ministers bewijzen, wordt een zwaardere opdracht. Zolang de twijfel niet is weggenomen, moeten de rechters de verdachten het voordeel van die twijfel gunnen. Tot er zoveel elementen samenkomen, dat het vermoeden van schuld overdonderend wordt. Ondertussen denkt natuurlijk heel België dat de betrokken politici op de hoogte waren van de transacties. Ook als ze worden vrijgesproken, is hun terugkeer op de politieke scène zo goed als uitgesloten. Waardoor ze gestraft worden voor iets waarvoor de rechtbank hen mogelijk vrijspreekt. Ik weet niet of mensen als Mangé of Wallyn een slag om de arm houden, en tijdens het proces nog met revelaties komen, maar zoals het nu verloopt, vrees ik dat het onderzoek niet ver genoeg is geraakt. En ik vind het ook niet correct dat er maar één afgevaardigde van Dassault terechtstaat, en na de dood van Teti niemand van Agusta. Zou een vrijspraak een nederlaag zijn voor het Hof van Cassatie?VERMEERSCH: Neen. Het belangrijkste is dat het hoogste gerechtshof het onderzoek zo ernstig mogelijk voert, en daarover in eer en geweten oordeelt. Als de bewijslast niet zwaar genoeg weegt, is het geen nederlaag voor het hof als de verdachten worden vrijgesproken. Het zou pas een nederlaag zijn, indien een hogere Europese rechtsinstelling Cassatie op fouten zou betrappen. De mercuriales van de verschillende procureurs-generaal bevatten merkwaardige passages. Vooral de sneer van Eliane Liekendael naar vice-premier Di Rupo trok de aandacht.VERMEERSCH: Soms valt mevrouw Liekendael op met scherpe en intelligente juridische analyses, maar op andere momenten lijkt het alsof ze in de vorige eeuw leeft. Zoals met haar misplaatste verwijzing naar de Sade. Wat met wederzijdse instemming gebeurt tussen volwassen mensen, gaat haar niet aan. Buitenstaanders hoeven zich niet te moeien met wat bijvoorbeeld de Mechelse rechter Aurousseau in zijn privé-leven uitspookt, zolang hij de wet niet overtreedt. Mevrouw Liekendael mag als persoon het gedrag van anderen 'losbandig' of 'walgelijk' vinden, maar in haar functie van procureur-generaal heeft zij zich daarover niet uit te spreken. Zij moet waken over de correcte toepassing van de rechtsregels. Bij mijn weten komt de Sade niet voor in de strafwet. Hoe kan je als magistraat nu betreuren dat de strafwet je niet toelaat iemand te vervolgen voor privé-zaken? De procureurs-generaal gaan in de aanval tegen het Octopus-akkoord. Vooral de Antwerpse Christine Dekkers.VERMEERSCH: Het is vanzelfsprekend dat de magistratuur moet geraadpleegd worden bij de hervormingen van justitie. Dat kan veel vergissingen voorkomen. En net als mevrouw Dekkers, denk ik dat het gedeeltelijk opheffen van de scheiding tussen parket en parket-generaal een gevaarlijk spel is. Maar het is verkeerd dat men de mercuriales aangrijpt voor een georchestreerde aanval op de politiek. Daardoor is op zijn minst weer de indruk van een corporatistische reflex gewekt, en dat is contraproductief. In Antwerpen eist VLD'er Ward Beysen de intrekking van de subsidie aan Het Toneelhuis, uit onvrede met enkele erotische scènes in het openingsstuk.VERMEERSCH: Daarmee heeft mijnheer Beysen duidelijk gemaakt waar hij staat: hij is een tegenstander van de vrijheid van meningsuiting, nochtans een van de basisvereisten voor een democratie. Dat hij onmiddellijk de steun krijgt van Filip Dewinter situeert hem nog nauwkeuriger. De vrijheid van de kunstenaar is een belangrijk onderdeel van de vrije meningsuiting. Daarmee is niet gezegd dat een kunstenaar alles mag. Hij mag bijvoorbeeld op de scène geen mensen of dieren folteren, omdat dat zowel moreel als strafrechtelijk onduldbaar is. Maar hij mag dat wel uitbeelden. Met die maatstaf kun je een eerste onderscheid maken tussen wat kan en wat niet kan in een kunstwerk. Het valt op dat het Vlaams Blok in dit geval de vrijheid van meningsuiting wil beknotten, terwijl het zelf deze vrijheid inroept in verband met het voorstel tot het schrappen van subsidies aan politieke partijen die racistische uitspraken doen. De Raad van State heeft het Blok op dat punt gelijk gegeven, mijns inziens terecht. Er bestaat een wet tegen racistische uitspraken of gedragingen, de inbreuken daartegen worden door de normale rechtbanken behandeld. Het is niet een speciale commissie, ook al zetelen daarin magistraten, die daarover kan oordelen. Ik pleit in het algemeen voor de grootste voorzichtigheid bij het inperken van het recht op vrije meningsuiting, hoe verwerpelijk sommige meningen ook zijn.Het rapport van Dumeni Columberg over de Franstaligen rond Brussel, is in de bevoegde commissie van de Raad van Europa met een ruime meerderheid goedgekeurd. De kans is groot dat de plenaire vergadering op 24 september hetzelfde doet.VERMEERSCH: De Vlaamse regering of het Vlaamse parlement hebben nagelaten een grondig dossier voor te leggen aan de leden van de Raad van Europa. Het is daarvoor nu de hoogste tijd. Men moet die mensen doen begrijpen dat ze door het rapport-Columberg goed te keuren, keuzes met verstrekkende gevolgen maken. De taalwetgeving van België steunt op twee fundamentele opties die elkaar in evenwicht houden. De eerste is de eentaligheid van Wallonië, en dus ook van Vlaanderen, een constante eis van de Franstaligen. De tweede optie, een eis van de Vlamingen, is het territorialiteitsbeginsel: het grondgebied bepaalt de bestuurstaal. En aan de taalgrens wordt niet geraakt. Het rapport-Columberg tast deze beide uitgangspunten aan en zet dus decennia van uiterst ingewikkelde compromissen op de helling. Wie niet inziet dat onze taalgrens voor alles wat de taal betreft hetzelfde statuut heeft als de staatsgrenzen in Europa, heeft niets begrepen. Wie meent dat Franstaligen in de Brabantse faciliteitengemeenten via een referendum voor aanhechting bij Brussel mogen kiezen, moet beseffen dat dan ook een meerderheid van Spanjaarden in een Frans Pyreneeëndorp het recht heeft om voor aanhechting bij Spanje te kiezen. Ik ben benieuwd of men dan nog het rapport-Columberg zal goedkeuren. Overigens is de tweetaligheid van België wensen, even irreëel als wensen dat de Jang-tse niet meer overstroomt. Men mag er die Raad van Europa ook attent op maken dat weinig volkeren meer openstaan voor vreemde talen en culturen dan de Vlamingen. En ook dat het samenleven van twee culturen in België tot nu toe functioneert zonder dat er een druppel bloed is gevloeid. Wat niet alle landen uit de Raad van Europa kunnen zeggen. Het zou de afgevaardigden van Spanje, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en andere sieren, als ze bij de discussie over dit rapport enige bescheidenheid in acht zouden nemen.Premier Dehaene lijkt met de PRL een akkoord te hebben bereikt over het leveren van een tweederde meerderheid voor het eurostemrecht.VERMEERSCH: Men had het principe van het eurostemrecht al lang grondwettelijk moeten erkennen, maar voor de praktische uitvoering ervan een uitzondering maken voor Brussel en omgeving. Ook hier moet Europa rekening leren houden met speciale situaties. Behalve in enkele Spaanse dorpen waar veel Duitsers wonen, is Brussel het enige gebied in heel Europa waar het eurostemrecht ingrijpende politieke implicaties kan hebben, met name voor de gevoelige Belgische taalverhoudingen. Onze regering had dat van bij het begin van de discussies over dit voorstel, duidelijker onder het licht moeten brengen. ETIENNE VERMEERSCH:Koen Meulenaere