De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.
...

De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.Mijnheer Eyskens, de afloop van de ontvoering van Loubna Benaïssa zorgt voor de zoveelste golf van woede. MARK EYSKENS : Voor de meeste mensen is de maat nu echt vol. De zaak-Benaïssa is des te tragischer, omdat men er in geslaagd is ze op te lossen op basis van indicaties die al sinds '92 in het dossier zaten. Je ontsnapt niet aan de indruk dat de Brusselse instanties in dit dossier, zo niet bewust dan toch onbewust, een racistische reflex hebben gehad. Mocht Loubna geen Arabisch kind zijn geweest, was men wellicht wat sneller in actie geschoten. Zelfs tijdens de Witte Mars was het toch maar toevallig de naam van Loubna die vergeten was op een herdenkingsplaat. Dat zijn tekens van een latent racisme. Positief is dan weer de steun die aan de familie wordt betuigd door de hele gemeenschap. Bij de andere ontvoeringen maakten politie en gerecht bijna identieke fouten. EYSKENS : Dat wijst op een totale vermolming van de instellingen. Bij justitie is dat een gevolg van jarenlange verwaarlozing, waarbij niet de nodige middelen ter beschikking werden gesteld en benoemingen op totaal verkeerde basis gebeurden. Dat heeft tot veel onbekwaamheid geleid. Mijn vrees is dat dit ook zo is bij andere grote korpsen in deze staat. In België is een mentaliteit gegroeid van overpolitisering en machtsverkaveling tussen politieke partijen. Ik heb tien jaar geleden al in een boek gepleit voor de depolitisering van de politiek, de de-partijpolitisering dan. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar de vaststelling blijft valabel. Toont de zaak-Benaïssa niet alweer aan dat de wet niet streng genoeg is voor seksuele delinquenten ? EYSKENS : Zowel Patrick Derochette als Marc Dutroux zijn blijkbaar erg medelevend behandeld. Ik heb mijn mening daarover al gegeven : sinds '68 heerste de overtuiging dat de mens goed is en de maatschappij slecht. Criminaliteit is het gevolg van maatschappelijke structuren en de crimineel is veeleer een slachtoffer dan een dader. Je moet hem helpen zijn plaats in de maatschappij weer in te nemen. Ikzelf geloof meer in de bijbelse benadering, die zegt dat de mens zowel goed als slecht is. Er zit veel kwaad in de mens dat je continu moet bestrijden, dat kan iedereen dagelijks rondom zich vaststellen. Het is een zware opgave voor de opvoeders. Wat blijft er, bijvoorbeeld, in het onderwijs over van een cursus ethiek of moraal ? Sinds augustus vorig jaar krijgt de brave burger bijna elke week een nieuwe klap te verwerken. EYSKENS : De vraag is hoe ver het weerstandsvermogen van de bevolking nog reikt. Een tweede Witte Mars zal misschien niet meer zo vreedzaam verlopen. Wij beleven een bombardement van alle mogelijke uitwassen en schandalen. De mensen worden door de media met hun neus op de uitvergrote feiten gedrukt. Toch zijn gruwelijke kindermoorden geen Belgisch fenomeen. Eén van de oorzaken is dat allerlei psychopaten, die vroeger onder sociale controle stonden van hun familie of hun dorp, nu alleen worden losgelaten in een op zich al permissievere maatschappij. Elk schandaal wordt afgewenteld op de politici. EYSKENS : Psychologisch begrijpelijk omdat men altijd een zondebok zoekt, maar het tast de democratie in haar basis aan. Mochten er de komende maanden verkiezingen plaatsvinden, vrees ik een Italiaanse implosie van de grote partijen, zonder dat er een alternatief is. Dat zou ons in de chaos storten. De politieke partijen moeten absoluut ophouden met onderling te kibbelen. Ik heb enkele maanden geleden al gezegd dat verantwoordelijken uit de drie grote politieke families moeten streven naar een gouvernement du salut public. Met ook enkele extra-parlementairen, mensen die geen verleden hebben en technisch voldoende onderlegd zijn om delicate dossiers naar een oplossing te leiden. Ik weet wel dat in een democratie de positie van het parlement gevrijwaard moet worden, maar we moeten in het parlement beseffen dat we op de rand van echt rampspoedige toestanden staan. Wat blijft sluimeren is de mogelijke hoge bescherming die mensen als Nihoul en Dutroux genoten. EYSKENS : De parlementaire commissie moet dat zo ver mogelijk uitzoeken, maar we mogen ook geen feiten opblazen die er niet zijn. Wat er vandaag de dag ook gebeurt, onmiddellijk wordt er gesuggereerd dat er prominenten achter zitten. Derochette was nog niet goed ontmaskerd of men had het alweer over bescherming. Wat men hoge bescherming noemt, zal wel vaak neerkomen op grote slordigheden bij politionele en gerechtelijke diensten, en op het openen van de paraplu. De Brusselse gerechtelijke politie heeft wat dat betreft weinig concurrentie, zo bleek in de Commissie-Dutroux en in de Bendecommissie. EYSKENS : De afrekeningen en ruzies die we daar hebben moeten aanschouwen, zijn grof. De beschuldigingen van commissaris Georges Marnette tegen nationaal magistraat André Vandoren kan men niet zonder gevolg laten. Als ze niet kunnen worden hard gemaakt, moet die Marnette bovenaan de lijst van te sanctioneren personen worden gezet. Voor de sluiting van Renault-Vilvoorde wordt Europa als zondebok gebruikt. EYSKENS : Volledig ten onrechte. Het dossier Renault is tragisch : ?C'est pire qu'un crime, c'est une faute.? Een zware sociale en psychologische fout, mogelijk ook een juridische. De arrogantie van Louis Schweitzer is typisch voor de technocraten van de ENA, de Ecole Nationale de l'Administration. Toch wil ik er op wijzen dat Renault geen gewone onderneming is. De Franse staat blijft met 48 procent van de aandelen nog altijd de baas, de leiding is in handen van gewezen kabinetsleden. Het zou me dus ten zeerste verwonderen dat Schweitzer deze beslissing genomen heeft zonder de Franse regering daarover te consulteren. De crisis bij Renault is een uitloper van het staatskapitalisme. Men heeft te veel modellen ontwikkeld en te veel fabrieken opgericht. Ze hebben er twaalf, voor vergelijkbare productiecijfers zouden zes volstaan. Dat is een misgroeiing die men te lang heeft laten aanslepen. Bovendien zijn er allerlei voordelen toegekend die zwaar op de kosten wegen. Het management in dat bedrijf is verre van goed geweest. Karel Van Miert wijt het ontbreken van een Europese sociale wetgeving aan de nationale regeringen. EYSKENS : Ik heb altijd betreurd dat het sociaal protocol uit het Verdrag van Maastricht is gelicht om de Engelsen te paaien. Als Tony Blair aan de macht komt, moet dat er dringend weer in. Zo zouden werknemers in Europa beschermd zijn bij afslanking van bedrijven. Maar het is nonsens om nu te roepen : we moeten minder Europa hebben. Integendeel, we moeten meer Europa hebben om gevallen als Renault te vermijden. Alleen moet binnen de Europese Unie de verplichte eenparigheid worden afgevoerd. De meerderheid moet kunnen beslissen. In ons land zorgen de multinationals voor een aanzienlijke toegevoegde waarde aan onze economie. Ze zorgen ook voor een paar honderdduizend jobs. De belangrijkste reden waarom die multinationals naar België zijn gekomen, is precies de Europese eengemaakte markt. Dat moeten de mensen eindelijk eens beseffen. Om allerlei redenen is onze aantrekkingskracht verminderd, en daar ligt de grote opdracht voor onze regering. Ze moet een krachtig programma afkondigen om het vertrouwen in de Belgische economie te herstellen en buitenlandse investeerders aan te trekken. In de plaats van de fiscale voordelen af te bouwen, moet ze het tegenovergestelde doen. Ook op dat gebied is de toestand in België kritisch geworden. In de Rwandacommissie hebben Willy Claes en Leo Delcroix het Belgisch beleid uit '93 en '94 ten aanzien van Rwanda verdedigd. EYSKENS : Bij de eerste incidenten in 1990 heb ik samen met Wilfried Martens de coöperanten doen evacueren en heb ik ervoor gepleit om de Belgische troepen ter plaatse te laten. Minister van Defensie Guy Coëme heeft ze teruggetrokken en dat was voorbarig. Ik blijf erbij dat men nadien de akkoorden van Arusha heeft uitgewerkt met westerse concepten die in Afrika niet toepasbaar zijn. Men heeft de partij van Habyarimana een pluralistische regering opgedrongen met het Patriottisch Front, dat bestond uit Tutsi's die uit Oeganda kwamen. Claes en Delcroix hebben Habyarimana afgedreigd met het stopzetten van alle ontwikkelingshulp, als hij Arusha niet goedkeurde. De president heeft dat geslikt en zo zijn eigen doodvonnis getekend. De Belgische blauwhelmen hebben bovendien de troepen van het Patriottisch Front begeleid van aan de grens met Oeganda tot in Kigali. Dat was bijna een triomftocht, voor de ogen van de Hutu-bevolking die besloot dat de Belgen hen verraden hadden. Psychologisch en politiek is dat een vreselijke vergissing geweest. Waarvoor klaar en duidelijk gewaarschuwd was door Belgen ter plaatse. Maar het Rwandadossier was een element van binnenlandse partijpolitieke touwtrekkerij geworden. Dat heeft een objectieve benadering bemoeilijkt. Verwacht u concrete resultaten van die commissie ? EYSKENS : De resultaten kende men van tevoren. Men zal een verslag opstellen waarin allerlei meningen worden samengevat met als conclusie dat er geen aanwijzingen zijn van strafrechtelijke wanbedrijven of overtredingen, enkel van politieke verantwoordelijkheid. Maar aangezien de betrokken ministers niet meer in de regering zetelen, zijn ze ook niet meer sanctioneerbaar. Dat verslag gaat in de archieven en dat zal het zijn. We moeten het niet mooier voorstellen dan het is. De Senaat is een beetje gefrustreerd, zag met lede ogen hoe in de Kamer onder grote mediatieke belangstelling de ene commissie de andere opvolgde, en heeft een been gevonden om ook wat op te kluiven. Het is goed dat het Rwandadossier nog eens bekeken wordt, maar het heeft niet de draagwijdte van de Commissie-Dutroux en de Bendecommissie. In Zaïre hebben de rebellen van Laurent Kabila Kisangani in hun greep. Het Zaïrese regime lijkt verslagen. EYSKENS : Het lijkt op een totale ineenstorting. Mobutu is in Frankrijk en zijn gezondheidstoestand gaat zienderogen achteruit. Ik vrees dat Zaïre een Rwandisering in de n-de macht gaat meemaken. Kabila en zijn rebellen lijken op het Patriottisch Front. Hij krijgt ook buitenlandse steun en etnisch beschouwd, is er een duidelijke Tutsistempel. Ik vrees dat de lokale bevolking zijn heerschappij niet zal nemen. In een eerste fase misschien wel, omdat men verlost is van het Mobuturegime, maar dat zal niet lang duren. Voor België stelt zich een diplomatiek probleem, omdat wij ons altijd hebben gekant tegen minderheidsregeringen. Het enige dat wij kunnen doen, is in internationaal verband ijveren voor vrije verkiezingen, maar in een land dat verscheurd is door een burgeroorlog is dat geen sinecure. Een overwinning van Kabila is het definitieve einde van de Belgische rol in Zaïre ? EYSKENS : Ongetwijfeld. De afgang van de Belgische invloed in Centraal-Afrika de voorbije twee, drie jaar is spectaculair. Toen ik van '88 tot '92 minister van Buitenlandse Zaken was, zat ik in een clubje met de Amerikanen en de Fransen. Wij hadden voortdurend overleg, België werd erkend als expert in Afrikaanse aangelegenheden. Wij hadden in '90 zelfs een scenario klaar om Mobutu weg te halen, naar Frankrijk over te brengen, en te zorgen voor een alternatief in Zaïre. Dat plan was grondig uitgewerkt maar is te elfder ure spaak gelopen. Een paar jaar later ageren Fransen en vooral Amerikanen op eigen houtje. De Belgen worden niet meer bekeken. Men beseft hier te weinig wat een verlies dat is. Koen Meulenaere