De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.
...

De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.Mijnheer Eyskens, er heerst eens temeer opschudding in de PS. Deze keer door de zaak Dassault. Op het moment van dit gesprek zijn de consequenties nog onduidelijk, maar het ziet er naar uit dat Merry Hermanus een paar partijbonzen in zijn val meesleurt. MARK EYSKENS : Dat is begrijpelijk. In zo een belangrijke zaak, met bedragen die in de tientallen miljoenen lopen, is het wel heel erg moeilijk om het publiek en zeker de magistraten te doen geloven dat de hoge leiding hiervan niet op de hoogte was. Alain Van der Biest verklaart deze week dat de PS-top een systeem had uitgewerkt waarbij elke aannemer van een openbaar werk verplicht was om een bijdrage in de partijkas te storten, of hij kreeg de bestelling niet. Dit heeft niets meer te maken met partijfinanciering, dit is pure maffiapraktijk en corruptie. Het is de hoogste tijd dat deze zaken aan het licht komen en dat daar de nodige strafrechtelijke gevolgen aan gegeven worden. Hermanus, Pirot en anderen komen uit de ministeriële kabinetten. Zijn die te machtig ? EYSKENS : Ze zijn te machtig, moeien zich met veel te veel, en vormen een nefast scherm tussen de minister en zijn departement. De problemen ontstaan wanneer in de kabinetten mensen worden geparachuteerd die met de administratie geen uitstaans hebben. Die werken gedurende vier jaar door onkunde of onwil meer tegen dan met de administratie, en er moet nadien ook nog ergens een job voor hen gezocht worden of ze zijn werkloos. Het is een kwalijk aspect van de Belgische politiek, dat demotiverend werkt voor de ambtenaren en soms totaal ontspoort, zoals bij Van der Biest. De kabinetten moeten worden afgebouwd en op termijn verdwijnen. In Nederland heeft een minister een miniem eigen secretariaat, één of twee personen, en voor het overige werkt hij samen met zijn administrateur- en directeur-generaal. De huiszoeking van de gerechtelijke politie van Luik bij de BOB in Brussel is weer een nieuw voorbeeld van de politieoorlog. EYSKENS : De publicatie van in beslag genomen privé-foto's van mevrouw Doutrèwe in Le Soir Illustré is een smerige streek. Ik begrijp dat zij dat niet zonder reactie wil laten. Sommige media doen dingen die onoirbaar zijn. Ook de perswereld heeft een interne gedragscode nodig. Maar om in te gaan op de politieoorlog : ik ben nooit voorstander geweest van het demilitariseren van de rijkswacht. Mijn eigen diensttijd ligt al vele jaren achter mij, helaas, maar ik kijk er positief op terug. Ik ben altijd contacten blijven houden met een paar officieren, en meestal was ik gesticht door de mentaliteit en de inzet van de militairen, en door de discipline die zij aan de dag legden. Nadat de rijkswacht van het leger was losgemaakt, is men zeer snel overgegaan tot een reeks topbenoemingen met een uitgesproken politieke inslag. Dat heeft ertoe bijgedragen dat dat korps een eigen bestaan is gaan leiden en zich soms gedraagt als een staat in de staat. De Commissie-Dutroux toont aan dat de belangrijkste oorzaak van het falende onderzoek naar de verdwenen kinderen, de wrijving tussen rijkswacht en gerechtelijke politie is. EYSKENS : Een ernstig probleem, dat onder meer te maken heeft met politieke rivaliteiten tussen Justitie en Binnenlandse Zaken. Misschien moet een volgende regering nadenken over een overkoepelend superministerie dat voor een betere coördinatie zorgt. Minister Vande Lanotte heeft een tuchtonderzoek binnen de rijkswacht aangekondigd. Een paar maanden geleden sprong hij nog nadrukkelijk voor ?zijn? rijkswacht in de bres. EYSKENS : In de Commissie-Dutroux hebben sommige rijkswachters een belabberde indruk gemaakt. Ze geraakten pijnlijk verstrikt in hun eigen uitleg en waren volstrekt ongeloofwaardig. Ik kan begrijpen dat de voogdijminister zegt : het is welletjes geweest. Door zelf het initiatief te nemen, kan hij de zaak ook gemakkelijker onder controle houden. Een zekere handigheid kan je de heer Vande Lanotte niet ontzeggen. Minister De Clerck zal het moeilijker hebbben om hetzelfde te doen in de magistratuur, waar de disciplinaire regels en hiërarchie complexer zijn. Is de Commissie-Dutroux het voorbeeld voor de herwaardering van het parlement ? EYSKENS : Ikzelf ben zestien jaar lang als buitenbeentje in de regering geweest, en sinds vier jaar ben ik gewoon lid van het parlement. Ik kom daar graag, al ga ik met grote tegenzin naar de plenaire zittingen. Want ofwel moet men daar ellenlange stemmingen afhaspelen, ofwel worden er eindeloze toespraken gehouden waarin geen zinnig woord wordt verteld. Maar met des te meer plezier neem ik deel aan commissievergaderingen. Daar kan je echt zeggen wat je denkt, en kan je al eens iemand van de oppositie gelijk geven. Die commissies functioneren vrij goed, en via de tv-uitzending van de Commissie-Dutroux kan heel het land dat vaststellen. De mensen zien dat hun vertegenwoordigers de dossiers hebben ingestudeerd en pertinente vragen stellen. Dat is het echte parlementaire werk. De handelsrechtbank van Nijvel heeft de banken verplicht een kredietlijn van 650 miljoen open te houden voor Forges de Clabecq. EYSKENS : De rechter redeneert : aangezien de banken in het verleden te veel en te lang kredieten hebben toegekend, moeten ze dat nu maar verder doen. Dat is pure nonsens, en zeer gevaarlijk. Mocht die uitspraak ooit worden bevestigd, zal de financiële wereld steeds strenger en krenteriger zijn bij het toekennen van kredieten. Dat zal de financiering van alles wat niet meteen voldoende rendabiliteit en solvabiliteit vertoont, op de helling plaatsen. Die rechter heeft duidelijk geen kaas gegeten van economische mechanismen. Het 15-jarig contract van de Vlaamse overheid met Electrabel zorgde voor het wekelijkse dispuut met Karel Van Miert. EYSKENS : De markteconomie kan pas draaien als er voldoende concurrentie is, en ze moet dus dagelijks worden verdedigd. Ten eerste tegen het privé-initiatief, indien dat naar monopoliepraktijken streeft. En ten tweede tegen overheidsbetutteling en -subsidiëring. Van Miert tornt daar tegenop met veel dossierkennis en moed, want als gewezen voorzitter van de Socialistische Partij moet hij houdingen aannemen die uitermate liberaal zijn. Hij is de verdediger van de echte markteconomie, zoals die werd gepropageerd door Adam Smith. Ik vraag me wel af of hij even radicaal optreedt tegen Duitsers, Fransen en Britten. Met die Belgische dossiers komt hij bij ons om de haverklap in het nieuws, en dat is meegenomen als hij ooit zou terugkeren naar de nationale politiek. De macht van de Europese Commissie wordt steeds drukkender. En dus ook de vraag naar de democratische controle ervan. EYSKENS : In moeilijke omstandigheden is enige technocratische sturing niet enkel onvermijdelijk maar ook wenselijk. Indien de Europese commissarissen voor elke beslissing de goedkeuring van het parlement nodig hebben, komt Europa nooit van de grond. Ik ben niet tegen referenda, maar dan moeten de politieke leiders wel echte leiders zijn. Die lopen vóór en niet achter hun volgelingen. In het huidige Europa is Helmut Kohl één van de laatste echte leiders. Mocht men in 1950 aan de Franse bevolking hebben gevraagd wat ze ervan dacht om de Franse steenkool- en staalnijverheid te koppelen aan de Duitse, dan had die massaal gezegd : ?Quoi ? Les boches reviennent ? Pas question !? Later was Mendès-France minder moedig. Hij heeft het ontwerp van een Europese Defensiegemeenschap laten kelderen door zijn eigen Assemblée. In Algerije duren de wrede moordpartijen voort. Kan de wereld daarop blijven toekijken ? EYSKENS : Wat in Algerije gebeurt, is gruwelijk en bewijst tot welke onmenselijke excessen fundamentalisme kan leiden. Maar het is meer dan een godsdienstoorlog, het is een pure strijd om de macht. Ik denk dat de Algerijnse regering ondanks alles voet bij stuk moet houden, en moet proberen om dat fundamentalisme met alle middelen te kraken. Indien die kerels aan de macht zouden komen, dreigen Marokko en Tunesië overstag te gaan en krijg je in Noord-Afrika een olievlek die niet meer te beheersen is. De regering heeft het moeilijk. Algerije is een immens en onherbergzaam land, waar je weinig vermag tegen een goed georganiseerde guerrilla. Het Franse leger is er indertijd evenmin in geslaagd om de orde te herstellen. Het buitenland moet zich voorlopig buiten dat conflict houden. Het Algerijnse probleem is vanuit politiek standpunt delicaat : men was volop in een proces van vrije verkiezingen, en toen het Fis dreigde te winnen heeft de regering de zaak afgeblazen. Dat is één van de paradoxen van de democratie : ze kan mensen aan de macht brengen die zelf de democratie willen vernietigen. De vraag in zo een geval is : laat je dat gebeuren ? In Washington is Bill Clinton aan zijn tweede ambtsperiode begonnen. Krijgen we daarin een agressievere buitenlandse politiek ? EYSKENS : Het hangt ervan af welke ruimte hij geeft aan Madeleine Albright, die erg strijdlustig is en als een vrouwelijke havik wordt beschouwd. Het eerste belangrijke punt is de uitbreiding van de Navo, waar ik persoonlijk een tegenstander van ben. Men wil landen als Polen, Hongarije en Tsjechië securiseren, maar daardoor zal men heel Europa desecuriseren. Als de Russen op stang worden gejaagd, blijft het CFE-akkoord over de conventionele wapens dode letter en krijgt Jeltsin Salt II nooit door de Doema. De Russen zullen zich bedreigd voelen, en de wankele positie van Jeltsin zal voort verzwakt worden. Dat zijn gedroomde argumenten voor de oorlogszuchtige generaals die rond het Kremlin klaar staan en het volk met nationalistische retoriek voor hun kar spannen. Ik zie niet in wat landen als Polen, Hongarije en Tsjechië kunnen bijdragen tot de militaire geloofwaardigheid van de Navo. De Amerikanen zeggen op voorhand dat ze nooit atoomwapens zullen opstellen op het grondgebied van de nieuwe lidstaten. Met andere woorden : ze zijn maar halflid. Dat lijkt op kunst- en vliegwerk, een gevolg van kiesbeloften die Clinton gedaan heeft aan allerlei Amerikaanse minderheden met Oost-Europese voorouders. Onder wie mevrouw Albright zelf. Een tweede lastige opdracht wordt het Midden-Oosten. Netanyahu herhaalt dat hij niet wil weten van een Palestijnse staat. EYSKENS : Het akkoord over Hebron was een gunstige stap, maar daarmee is het dossier lang niet klaar. De giftigste angeltjes blijven het statuut van Jeruzalem en de kwestie Golan. En hoe autonomer de Palestijnen worden, des te meer dringt de vraag zich op naar de economische leefbaarheid van die autonomie. Wat is de leefbaarheid van een gebied als Gaza, zolang de Palestijnen niet vrij kunnen gaan werken in Israël ? Maar ik wil toch even teruggaan in de geschiedenis. Men verwijt Israël altijd dat het gekant is tegen een Palestijnse staat, maar tussen 1948 en 1967 stond de hele Westbank onder Arabisch gezag. De Arabische landen hebben twintig jaar lang alle tijd en mogelijkheden gehad om aan de Palestijnen een staat en een thuis te geven. Dat hebben ze nooit gedaan. En waarom niet ? Omdat zij tenminste even erg tegen de Palestijnen gekant zijn als de Israëliërs, nietwaar. Laten we dat ook maar eens durven zeggen. Koen Meulenaere