Met drie stemmen tegen twee hebben de magistraten van het Britse Hogerhuis vorige woensdag 25 november beslist dat generaal Augusto Pinochet geen immuniteit kan genieten als ex-dictator of voormalig staatshoofd. Londen moet zich de negende december uitspreken over de Spaanse eis tot uitlevering van de Chileense dictator, wegens de misdaden, moorden en folteringen die zijn regime kenmerkten.
...

Met drie stemmen tegen twee hebben de magistraten van het Britse Hogerhuis vorige woensdag 25 november beslist dat generaal Augusto Pinochet geen immuniteit kan genieten als ex-dictator of voormalig staatshoofd. Londen moet zich de negende december uitspreken over de Spaanse eis tot uitlevering van de Chileense dictator, wegens de misdaden, moorden en folteringen die zijn regime kenmerkten. Ondertussen legt de affaire Pinochet wel een contradictie bloot. In Europa lijkt daar meer eensgezindheid over te bestaan dan in zijn eigen land. Vele Chilenen vinden dat Pinochets regime - ondanks de moord en foltering van minstens drieduizend opposanten - een zegen voor het land is geweest en Chili stabiliteit heeft bezorgd. Het geval Pinochet is geen geïsoleerd fenomeen. In Peru herkoos in 1995 een grote meerderheid een president die twee jaar tevoren met behulp van het leger het parlement ontbond, naar believen de rechterlijke macht manipuleert en een loopje neemt met de mensenrechten. De autoritaire Alberto Fujimori wil nu een derde termijn en wil daarvoor nog maar eens de grondwet aanpassen. Verder naar het noorden, in het naar chaos afglijdende Venezuela, liet een andere voormalige couppleger op negen november de traditionele partijen achter zich. De Polo Patriotico (Patriottistische Unie) van Hugo Chavez, die in 1992 een staatsgreep probeerde te plegen, is na de regionale verkiezingen de belangrijkste politieke formatie. De kans dat Chavez in december de presidentsverkiezingen wint, is meer dan reëel. In Bolivië is er met Hugo Banzer een oud dictator aan de macht die zijn stijl niet verleerd is. En in Paraguay, een arm en corrupt smokkellandje, komt president Raul Cubas er openlijk voor uit een stroman te zijn van putschist Lino Oviedo, een reactionaire generaal die in maart 1996 zijn kans waagde. Het autoritarisme lijkt de democratische verworvenheden van de jaren tachtig terug te draaien. Zelfs in een land als Argentinië komt de oude kwaal de kop opsteken. Geprezen voor het economisch herstelprogramma tijdens zijn eerste ambtstermijn, wordt Carlos Menem er nu van beschuldigd de beschermheer te zijn voor een piramide van corruptie en machtsmisbruik, die de laatste maanden een paar mysterieuze zelfmoorden heeft opgeleverd. Professor Gloria Abella (uit Mexico) en Eduardo Ruiz (uit Chili) - docenten van de faculteit Politieke Wetenschappen aan de Vrije Universiteit van Mexico (UNAM) - duiden de recente politieke ontwikkelingen op het continent. Eduardo Ruiz: Er is om te beginnen een gemeenschappelijk verleden. Zowel de taal als het trauma van de kolonisatie zijn daar het resultaat van. Ook zijn de meeste onafhankelijkheidsbewegingen in de regio gelijktijdig begonnen, namelijk in 1810, toen Napoleon het Iberisch schiereiland bezette en de Spaanse kroon daardoor tijdelijk de controle over haar kolonies verloor. Na de revoluties viel het gebied uiteen in verschillende delen maar de sociale structuur was overal nagenoeg hetzelfde: Spaanse inwijkelingen ( criollos) aan de top, mestiezen en indianen onderaan. Ook het "caudillismo", het fenomeen waarbij lokale machthebbers uit de provincie hun invloed hebben op de vorming van nationale staten, vertoont veel gelijkenissen. Wat is een caudillo?Ruiz: Een figuur die macht concentreert en die dan autoritair uitoefent, zonder zich in te laten met democratische onderhandelingen of compromisvorming maar erg persoonlijk, grillig, egocentrisch. De macht is gebaseerd op cliëntelisme voor de plattelandsbevolking en de arbeidersklasse. Meestal is er ook een stilzwijgende afspraak om daarna die groep te bevoordelen. Gloria Abella: Typerend voor de Latijnse sterke man is dat hij steunt op een corporatieve structuur. Dat vond je terug bij Juan Peron en nu bij Menem in Argentinië, maar ook bij de Mexicaanse PRI-partij. Typisch is ook dat regionalisme en conservatisme. De grote leiders zijn zelden sterke modernisators, maar steunen veeleer op de oude waarden en het nationalisme. Ruiz: De caudillo's waren oorspronkelijk lokale potentaten die tegen de Spaanse kroon hun eigen boerenlegertje aanvoerden en die na de onafhankelijkheid in de politiek bleven. De constructie van een nationale centrale staat kon alleen als die caudillo's uitgeschakeld werden. Je kreeg dan de strijd tussen conservatieve federalisten en liberale centralisten, wat de krachtlijnen waren van de politiek in de negentiende eeuw. Op een bepaalde manier is het caudillisme echter nooit verdwenen. Abella: De centrale regeerders hebben nooit veel geloofwaardigheid of legitimiteit genoten op het platteland. Het waren de caudillo's die het land bevrijdden, maar de centrale regering aan tweederangsfiguren en bureaucraten overlieten. De caudillo wordt als echte leider aanzien. Je mag niet vergeten dat iemand als Simon Bolivar ook een autoritair iemand was die allerminst een democratie naar westers model voor ogen had. De jaren zeventig waren de tijd van de dictators. Bestond er daarvoor een vorm van democratie in bepaalde landen?Abella: Niet echt. Er bestonden hier en daar wel "verlichte" regimes, zoals die van Omar Torrijos in Panama of JuanJosé Torres in Bolivië, maar die gingen daarom niet gepaard met een grote participatie van het volk. De jaren tachtig hebben voor het eerst de formele democratie gebracht: algemene verkiezingen die niet gemanipuleerd werden. Dikwijls onder buitenlandse druk. Dat de bevolking vrij haar leiders kan kiezen, is een grote stap, maar om van echte consolidatie van de democratie te spreken, zijn er andere voorwaarden te vervullen: een zekere welvaart en degelijk onderwijs. Ruiz: De democratie is nooit helemaal toegestaan door de leidende klassen. De democratische ruimten zijn stapsgewijs veroverd na een intense strijd met een hoge sociale tol, die de bloedigste episoden uit de geschiedenis opleverden. Een goed voorbeeld is de Mexicaanse revolutie in het begin van de twintigste eeuw, maar ook de strijd voor algemeen stemrecht, algemeen onderwijs of de arbeidswetgeving. In Colombia leidde de moord op de hervormingsgezinde Jorge Gaitan tot een tienjarige periode van blind geweld. Waarom is dat precair democratisch proces van de jaren tachtig op de klippen gelopen?Abella: Het probleem is dat de democratische overgang samenviel met het zogenoemde "verloren decennium". Economisch waren de meeste regeringen niet succesvol. Tijdens de jaren tachtig kromp het bruto nationaal product per hoofd in Latijns-Amerika met 9,6 procent. Een protectionistische politiek moest de zware schuldenlast aflossen, die tijdens vorige regeringen was opgestapeld. Dat bleek achteraf een verkeerde gok. Beruchte voorbeelden waren de regering van Alan Garcia in Peru en de hyperinflatie in Argentinië. Ruiz: Ik heb zelf ooit meegemaakt dat ik in een supermarkt in Argentinië stond, toen er werd omgeroepen dat alle prijzen op de voedingswaren met tien procent omhoog gingen. De inflatie was een plaag voor de armsten, maar onder de gewone bevolking creëerde de economische onzekerheid ook een vorm van stress. Het succes van sterke figuren als Menem en Fujimori bestond er juist in dat de inflatie werd bedwongen. De mensen willen daarvoor veel slikken. De neoliberale politiek van de regeerders van de jaren negentig heeft echter het politiek debat versmacht. Het zijn de Wereldbank en de besparingsprogramma's van het IMF die de nationale politiek bepalen. De president presenteert zich als de enige garantie tegenover de chaos. De overwinning op de inflatie is daarvoor een ijzersterk argument. Abella: Typerend is ook dat links geen enkel alternatief heeft kunnen formuleren voor de neoliberale recepten, die nochtans veel sociale gevolgen meebrachten. In Latijns-Amerika heeft men de liberaliseringen veel verder doorgevoerd dan in het Westen, waar nog een zeker protectionisme bestaat. En de macro-economische groei in Latijns-Amerika heeft zich niet vertaald in een verhoogde welvaart. Enerzijds werd het geld dat werd ontvangen van geprivatiseerde staatsbedrijven, gebruikt om de monetaire politiek te ondersteunen, anderzijds steeg de werkloosheid door die privatiseringen verontrustend. Volgens de VN-organisatie Cepal trof die in 1996 zo'n 7,7 procent van de actieve bevolking. Volgens de UNDP leeft nu de helft van de Latijns-Amerikaanse bevolking in armoede, tegenover veertig procent in de jaren zestig. Opvallend is dat de oppositie dat electoraal niet kan uitbuiten, zoals Lula in Brazilië die in oktober nog maar eens de verkiezingen verloor. Dit staat in schril contrast met het huidig succes van de sociaal-democratie in Europa, die de nodige correcties aanbrengt op het kapitalisme. Ruiz: Stemrecht is een mooi woord, maar als je geen controle hebt op het economisch beleid, dan ben je daar niet veel mee. In 1989 koos een overweldigende meerderheid voor een nationalistisch programma van Menem, die prompt van discours veranderde en een neoliberale koers ging varen. Typisch voor de technocraten van de jaren negentig is dat ze zich ontdaan hebben van de autoritaire kleren, maar zich op een andere manier heel paternalistisch opstellen. Houdt de carte blanche aan de regering ook een inlevering van de democratische rechten in?Abella: Ongetwijfeld. In Peru worden journalisten bedreigd en hun telefoons afgeluisterd. Politieke tegenstanders worden gefolterd. Opposanten wordt het staatsburgerschap ontzegd. Vorige week ontving Fujimori een delegatie van de Interamerikaanse Commissie van de Mensenrechten (CIDH) over de situatie in de gevangenissen. Ondertussen ontsloeg Fujimori drie leden van het hooggerechtshof die zich tegen zijn herverkiezing verzetten. De regeerders gebruiken al de macht van de staat om hun programma uit te voeren, zonder rekening te houden met de grondwet. Anderzijds is er ook een medeplichtigheid van de bevolking die voor zekerheid kiest. De toenemende misdaad als gevolg van de crisis, de drugshandel en het terrorisme, doen hen naar autoritarisme neigen. Een man als Fujimori profiteert daarvan.Ruiz: Verscheidene regeringsleiders hebben de economische crisis gebruikt om de democratie, de persvrijheid en het parlement te kortwieken. Tegenstanders worden al snel afgeschilderd als saboteurs, ondermijners van de staat. De traditionele politieke partijen zijn ondertussen gedesintegreerd en kunnen daardoor geen weerwerk bieden. De Appra in Peru, de Peronisten in Argentinië, de Copei en AD in Venezuela...Abella: Er is een duidelijke verschuiving aan de gang. De oude schema's kloppen niet meer en de partijen zoeken hun plaats. Tegelijk zie je dat de bevolking een irrationeel stemgedrag ontwikkelt en dat de marketing begint mee te spelen. Is de democratie dan verder weg dan ooit in Latijns Amerika?Abella: Vreemd genoeg lijkt er onder de bevolking wel een grote consensus te bestaan over het democratisch systeem en zijn instituties. De bevolking is niet weerloos. De formele democratie lijkt ingeworteld, verkiezingsfraude komt haast niet meer voor en dat lijkt moeilijk terug te draaien. Alleen voelt men zich niet meer verbonden met een partij en wint de cultuur van de slogan veld. De belangrijkste uitdaging zal er evenwel in bestaan een economisch systeem te vinden dat voor stabiliteit kan zorgen. Ruiz: In Mexico zie ik bijvoorbeeld dat er sinds vorig jaar voor het eerst drie grote partijen zijn: centrum, links en rechts. Alleen hebben ze nog niet geleerd hoe ze compromissen kunnen sluiten. De oppositie beperkt zich tot het contesteren van de regeringspartij zonder zelf met voorstellen op de proppen te komen. Er valt nog een lange weg af te leggen, die ongetwijfeld nauw verbonden zal zijn met de economische conjunctuur. Met de huidige onzekerheid en het leger armen, is een autoritair of populistisch regime altijd een optie. Tom Dieusaert