'Wat is de waarheid?' vroeg Pilatus. Die vraag stelde hij nog in de achttiende eeuw, en nu in de eenentwintigste eeuw bij monde van Paul Claes' nieuwe roman De Kameleon. Na Het laatste boek, De Sater, De Zoon van de Panter en De Phoenix kan een prozatekst van deze auteur alleen maar hoge verwachtingen wekken: geleidelijk onthult zich hier een doordacht en coherent oeuvre, opgebouwd op een solide basis van kennis, met perfecte kunde uitgevoerd.
...

'Wat is de waarheid?' vroeg Pilatus. Die vraag stelde hij nog in de achttiende eeuw, en nu in de eenentwintigste eeuw bij monde van Paul Claes' nieuwe roman De Kameleon. Na Het laatste boek, De Sater, De Zoon van de Panter en De Phoenix kan een prozatekst van deze auteur alleen maar hoge verwachtingen wekken: geleidelijk onthult zich hier een doordacht en coherent oeuvre, opgebouwd op een solide basis van kennis, met perfecte kunde uitgevoerd. Op een eerste vlak, voor de vluchtige lezer, is dit het adembenemende levensverhaal van Charles d'Eon, de kameleontische figuur die in de tijd van Lodewijk XV zoveel opzien baarde omdat door zijn travesties niemand te weten kon komen of hij man of vrouw was. Hij of zij was diplomaat en spion in Rusland en Engeland, speelde een geheime politieke rol, was in velerlei avonturen, intriges en complotten verwikkeld. De bijzonder knappe ver- en ontknoping van alle evenementen laten nauwelijks een trage lectuur toe: de lezer wordt zonder pardon meegesleept. De details zijn pikant genoeg om ieders kinderhand te vullen. Maar we weten dat het de auteur niet in de eerste plaats om het vertellen van spannende avonturen te doen is. Zijn werk is een continue studie van stijlen, en omdat elke stijl een ideologie is, van een wereld. In Het laatste boek werden vier grote stijlmeesters van de twintigste eeuw gereïncarneerd in de stijl van een recreator. In De Sater werd een hellenistische initiatieroman herschreven door een meester van nu. De Zoon van de Panter tekende de persoon van Christus zoals hij door elk van zijn apostelen beleefd werd: telkens een andere visie, een ander idee, een andere stijl. De Phoenix leidde de lezer binnen in de filosofisch-religieuze denkwereld van de Italiaanse Renaissance, met de figuur van Pico della Mirandola. Het was een boeiend speurdersverhaal, maar ook een mooie melancholische meditatie in de stijl van die tijd, nu herschapen. GESCHIEDENIS REVISITEDZo is ook De Kameleon (de kleurenwisselaar) de studie en de weergave van de achttiende-eeuwse stijl, en zoals steeds is die stijl een denkwereld, het geheel van een cultuur. Zo wordt Claes' oeuvre langzamerhand een geschiedenis van de topoi, de figuren die samen een ideologie vormen. Die topoi zijn niet alleen citaten en beelden, maar ook situaties, karakters, levenswijzen, manieren om de wereld en zichzelf te zien. Flaubert ( Bouvard et Pécuchet) en Joyce ( Ulysses) waren grootmeesters in de studie van die clichés die het denken van een tijd beheersen. Een goed lezer, die het boek meermaals met aandacht leest, zal opmerken dat in dit analogon van de achttiende-eeuwse stijl geen beeldspraak voorkomt, geen adjectief, geen beschrijving die niet naar een wereld van uiterlijkheid verwijst. Alles is juwelen, stoffen, pailletten, strikjes, masker, spiegel, toneel, komedie, decorum. Wie die schijn kan doorzien, vindt het eigenlijke thema: wat is schijn en wat is zijn? Chevalier Charles d'Eon, die zijn eigen verhaal vertelt, begrijpt zichzelf allerminst. Hij weet niet wie hij echt is en welk leven hij moet leiden. Moet hij als psychische man of vrouw door het leven gaan? Is hij iets anders dan zijn vermomming? Leeft hij of wordt hij geleefd? Seksualiteit begrijpt hij al evenmin als economie of politiek. Alles in dit bestaan (alles in die achttiende-eeuwse maatschappij?) lijkt ijdel, onecht, dubbelzinnig. D'Eon zelf is van twijfelachtige adel, hij is een oneerlijke censor en een plagiator, hij is spion en dubbelspion, hij heeft geen principe. Trouw is hij alleen aan de koning, maar als die sterft, verdwijnt de zin van zijn leven. Er blijkt geen diepere grond, geen betrouwbaar teken, geen waarheid te bestaan. Zo wordt dit avonturenverhaal een tragisch boek. In zijn hoge ouderdom kan de Chevalier alleen aanvaarden dat de schijn is wat hij is: een berustend slot op een rusteloos levenslot. Alle combinatiemogelijkheden van man-vrouw (man, vrouw, manvrouw, vrouwman, noch man noch vrouw), alle bestaanswijzen (hoog-laag, edel-onedel, rijk-arm) komen voor: de evolutie van die tegenstellingen laat het verhaal verlopen. De titels van de hoofdstukken vormen al een waaier van dubbelzinnigheden, aarzelingen, schijnmanoeuvres: De weegschaal (welk van beide schalen slaat op of neer?), De zuster (broer of zuster?), De tweeling (wie ben ik, wie is de ander?), Het masker (de maskerades van de pruikentijd), De bastaard (hoe natuurlijk is een natuurlijk kind?), De spion, De spionne (de per definitie onbekende), Het geheimschrift (de tekst als raadsel), De hermafrodiet (man en vrouw), De tweelingbroer (dezelfde anders), De chanteur (de oplichter van de waarheid), De tweesprong (de keuze), De metamorfose (de kameleon), De ledenpop (wie doet wie handelen?), De spiegel (wie ziet wat?), De schaduw (een schaduw van schaduwen). De inhoudstafel heet niet toevallig Repertoire: een aanwijzing dat alle situaties in het boek slechts taferelen in een toneelstuk zijn en alle personages slechts rollen, geen mensen, maar types. De protagonist reist wekenlang in koetsen van velerlei slag door allerhande landschappen, met allerlei gezelschappen, in velerlei vermommingen en rollen, met geheime missies, tot in de slaapkamer van de tsarina toe, en dan weer in een mistig Engeland bij puissante ministers, of zelfs in de loge van de vrijmetselaar koning Georges III. Intussen manipuleren markiezinnen en baronessen hem, wijzen meisjes hem af in de waan dat hij een vrouw is, geselen vrouwen hem omdat hij zich voor een vrouw uitgeeft, doet hij zich voor als de broer van de vrouw die hij als spion speelt. Ten slotte, in al die labyrinten, met al die dubbele bodems en plafonds en verborgen luiken, is er ook onze queeste: naar hem/haar, naar de ware Charles/Charlotte - die er niet is, die er maar kan zijn door onze interpretatie van de letters van een tekst.LES IN LEZENDit vuurwerk van quipropo's, persoonsverwisselingen en gedaanteveranderingen, die duizeling van draaiingen en fantasmagorieën is in feite een ijzingwekkend schouwspel: een evocatie van een ijdel, nutteloos en onwezenlijk schijnbestaan. Maar zo is de toon van het boek, bedrieglijk alweer, niet. De toon is opgewekt, vrolijk en florissant. Onze arme Chevalier d'Eon blijft altijd zo vol optimisme. Hij weet zelf niet hoe ongelukkig hij is. Alleen wij, zijn lezers, doorzien hem. Als elk boek van Claes is ook dit een les in lezen: geloof de ik-persoon niet, let op elk woord en elke zin (het staat er maar één keer), wees niet verstrooid, denk goed na, onderzoek, vraag je af waarom dat er staat en waarom het er zo staat. Het boek is een vernuftige constructie van kennis en gedachten, en wil bij de lezer kennis en gedachten oproepen. Door alle verkledingen, spiegelingen, verdubbelingen, dromen en decoratie heen is één streven authentiek: de onbewuste zoektocht van d'Eon naar zijn ziel. Hij verschijnt niet toevallig op de drempel van de Romantiek, hij staat op het punt een ziel te krijgen, een persoon te worden in de plaats van een type, zijn tragiek te verinnerlijken en op zich te nemen. Zijn queeste is die naar een volgende stijl, een volgende ideologie. Wie nog eens naar Tonnerre gaat - de geboorteplaats van d'Eon, een mooi gelegen stadje tussen de wijngaarden op de grens van Champagne en Bourgogne -, zal de aanwijzingen van Claes kunnen volgen: daar de bron, daar de kerk, daar het geboortehuis van de held. Hij of zij zal er kunnen mediteren over de doem die een tijdsbestel is voor een individu, dat alleen in die vorm, op dat ogenblik en op die plaats incarneerbaar is. Of kan het anders? Mijns inziens zijn er alternatieven: peut-être, vielleicht, zoals de geliefde van de held zegt. De Kameleon is een onmisbare bouwsteen in de architectuur die Paul Claes aan het scheppen is. Een nieuwe délice voor zijn lezers, een lokaas voor de nieuwkomers. Of zoals de auteur zelf (bij monde van een figurante) zegt: 'Ik kan u binnenvoeren in een wereld waar u anders nooit zult komen.' Paul Claes, 'De Kameleon', Bezige Bij, Amsterdam, 239 blz., 595 fr. (14,7 ?)Christine D'haen