Mark van den Wijngaert: Monarchie en democratie kunnen perfect samengaan, kijk maar naar Nederland. Daar worden democratie en royalisme niet als onverenigbaar gezien. Daar is het royalisme spontaan, emotioneel ook. Het Oranjegevoel bestaat. Wij kennen enkel een latent 'dynastiek gevoel', het is geen spontaan enthousiasme. De Coburgs worden niet als 'ons' vorstenhuis gezien. Daar speelt de geschiedenis in mee, er zijn altijd bepaalde groepen die zich benadeeld voelden. Al in de jaren dertig bestond in Wallonië een stroming die het Leopold III erg kwalijk nam dat hij een politiek voerde, los van Frankrijk. Bij Vlamingen bestond en bestaat er wrevel over de gebrekkige kennis van het Nederlands van onze vorsten.
...

Mark van den Wijngaert: Monarchie en democratie kunnen perfect samengaan, kijk maar naar Nederland. Daar worden democratie en royalisme niet als onverenigbaar gezien. Daar is het royalisme spontaan, emotioneel ook. Het Oranjegevoel bestaat. Wij kennen enkel een latent 'dynastiek gevoel', het is geen spontaan enthousiasme. De Coburgs worden niet als 'ons' vorstenhuis gezien. Daar speelt de geschiedenis in mee, er zijn altijd bepaalde groepen die zich benadeeld voelden. Al in de jaren dertig bestond in Wallonië een stroming die het Leopold III erg kwalijk nam dat hij een politiek voerde, los van Frankrijk. Bij Vlamingen bestond en bestaat er wrevel over de gebrekkige kennis van het Nederlands van onze vorsten. Van den Wijngaert: De grondwet geeft de koning weinig macht. Maar Leopold I heeft wel een aantal bevoegdheden naar zich toe getrokken. Er was in zijn tijd ook geen politieke klasse die een tegenwicht kon vormen. En dat wilde hij zo houden: geen politieke partijen, wel enkelingen die allemaal uit gegoede families kwamen en alleen tegenover de koning stonden. Iedereen was ook blij dat de koning militaire ervaring had en aan het hoofd van de troepen de strijd aanging. Tégen de grondwet in, want zijn rol als opperbevelhebber is symbolisch. Die trend werd later voortgezet. Albert I was werkelijk de bevelhebber van de troepen in de Eerste Wereldoorlog. Hij voelde zich niet verplicht tegenover de geallieerden, zijn troepen verdedigden enkel Belgisch grondgebied. In feite ging het dus om een koning die zijn eigen politiek boven die van de regering stelde. Dat deed Leopold III ook, maar in 1940 legde de politiek zich daar niet meer bij neer. Dat is de basis van de Koningskwestie: een botsing tussen de politieke wereld en de koning, die uitdraaide op een crisis over de figuur van de autoritaire koning, niet over de monarchie. In september 1944 wist men lang niet alles van Leopold. Zo liet hij een eigen grondwet schrijven die een zeer autoritair regime zou installeren waarin het parlement haast geen macht had. Was dat toen bekend geweest, zou de monarchie zelf in het gedrang gekomen zijn.Van den Wijngaert: Een meerderheid heeft voor Leopold gestemd, maar als je het vanuit hedendaags perspectief bekijkt, behaalde hij in twee van de drie gewesten geen meerderheid. Van den Wijngaert: Hij kon nog moeilijk fungeren als symbool van de eenheid. Hij was koning van één gewest, Vlaanderen, en van één partij, de CVP. Leopold was blind voor die realiteit. Zelfs toen de regering zat te wachten op de definitieve tekst van zijn troonsafstand, probeerde hij nog een regering samen te stellen die hem in het zadel zou houden. Tot in de jaren tachtig wanneer hij zijn memoires schrijft, houdt hij vol dat alles de schuld is van de politieke partijen en de vakbonden. Van den Wijngaert: Niet alleen door de crisis. De zeer jonge en onervaren Boudewijn werd in dat ingewikkelde België bijgestaan door in alle wateren gewassen politici als Gaston Eyskens en Achille Van Acker. Later, halfweg de jaren zeventig, staan jonge politici als Wilfried Martens, Willy Claes en Charles-Ferdinand Nothomb tegenover een koning die twintig jaar ervaring heeft. Maar dan is er al veel veranderd: de internationale organisaties _ NAVO, Europese Unie _ hebben de macht van de vorst uitgehold. Ook het land is veranderd. Door de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht is de macht verschoven naar de partijen. De particratie erodeert de macht van de koning.Het federalisatieproces heeft dat nog versterkt: de ministers van de deelstaten leggen de eed niet meer af in handen van de koning, maar voor hun parlement. En zo hoort het ook: alle macht komt uit de natie.Boudewijn zag in dat hij de politiek beter aan de politici overliet en groeide uit tot een morele leider. Tijdens de abortuskwestie, ook veeleer een moreel conflict, wilde hij de politieke besluitvorming niet beïnvloeden. Wel rekende hij erop dat de politici voor hem een oplossing zouden zoeken. Ze hebben toen een formule gebruikt die eigenlijk bedoeld was voor wanneer de koning zwaar ziek of zwakzinnig zou worden, niet voor morele bezwaren. Het was natuurlijk helemaal niet correct: grondwettelijk moet de koning de wetten die zijn goedgekeurd door het parlement bekrachtigen, niet beoordelen.Van den Wijngaert: Ongetwijfeld, en die evolutie is al enige tijd aan de gang. Boudewijn werd een gerespecteerd koning, zelfs vrijzinnigen hadden achting voor hem vanwege zijn beginselvastheid. Albert II zet dat voort. Kijk maar naar de rondetafelconferentie op het paleis over de verdwenen en vermoorde kinderen. Daardoor gaf de koning de indruk aan de kant van het volk te staan. Politiek gezien was dat gevaarlijk, omdat de mensen de regering als de schuldige zagen. Terwijl die regering natuurlijk ook een beter gerecht en een betere politie wilde. Ik twijfel niet aan de oprechtheid van Albert, maar grondwettelijk kon hij de minister van Justitie niet publiek ter verantwoording roepen. Van den Wijngaert: Het is dus nodig een goede grondwet te hebben, die de macht nauwkeurig en helder omschrijft. Het is de taak van de politici over de naleving ervan te waken. Grondwettelijk benoemt en ontslaat de koning zijn ministers, maar iedereen weet dat de voorzitters van de regeringspartijen dat doen. Dat is het verhaal van de kleren van de keizer: niemand zegt hardop dat de koning geen macht meer heeft. De grote partijen kiezen eerder voor een slijtageproces. Erg pragmatisch natuurlijk: het systeem werkt, dus blijven we er af. Misjoe Verleyen