Stel dat je uur geslagen heeft en je nog in staat bent om je laatste dag te organiseren zoals je het zelf wil. Wat doe je dan? Wanhopen? Orde op zaken stellen? Nog een ultieme daad stellen die het bestaan alsnog zin moet geven? Of je gewoon laten meeslepen door wat het leven brengt, alsof dit een dag als een ander is?
...

Stel dat je uur geslagen heeft en je nog in staat bent om je laatste dag te organiseren zoals je het zelf wil. Wat doe je dan? Wanhopen? Orde op zaken stellen? Nog een ultieme daad stellen die het bestaan alsnog zin moet geven? Of je gewoon laten meeslepen door wat het leven brengt, alsof dit een dag als een ander is? De protagonist van de nieuwe film van Theo Angelopoulos doet van dat alles een beetje. "Eternity and a Day" toont de laatste vierentwintig uur in het leven van Alexander, een zieke Griekse dichter, die zich de volgende dag moet laten opnemen in het ziekenhuis en er waarschijnlijk zal blijven. Angelopolous schreef het scenario oorspronkelijk voor Marcello Mastroianni, met wie hij al "Le Pas Suspendu de la Cigogne" maakte. Maar de inmiddels overleden Italiaanse acteur was toen al te ziek, zodat Bruno Ganz mocht invallen. Zoals bijna altijd bij Angelopoulos is ook zijn elfde film een ontdekkingsreis, al hoeven we daar niet eens de stad voor te verlaten. Alexander probeert nog een en ander te regelen, bezoekt zijn dochter met wie hij weinig contact heeft. Hij reist ook terug in zijn verleden, voelt dat hij tekort is geschoten in zijn huwelijk. Hij keert terug naar zijn vakantieverblijf, herinnert zich vooral een zomerse dag aan zee met zijn vrouw Anna, precies dertig jaar geleden. Natuurlijk wordt het geen conventionele flashbackvertelling, maar een ingewikkeld relaas, vervoegd in diverse tijden, met naast de mijmeringen ook flashforwards van Alexanders angsten en verwachtingen. Dit alles prachtig verstrengeld in allerlei gebeurtenissen van één dag, waarin de cineast een heel leven projecteert. Soms laat Alexander bijna de moed zakken, maar meestal laat hij zich meeslepen, wordt hij een toevallige figurant in andere levens, zoals van dat jonge paar dat hem opneemt in haar bruidsstoet. De man wiens leven bijna voorbij is, gaat zich ook het lot aantrekken van een kind voor wie het leven weinig goeds voorspelt. Terwijl hij voor een stoplicht staat, ziet Alexander hoe de politie een groepje ruitenwassende kinderen uit elkaar drijft. Hij opent zijn deur, laat een kleine Albanese vluchteling instappen en besluit de knaap terug te brengen naar zijn grootmoeder in Albanië.MENSEN ALS GEKRUISIGDE VOGELS"Eternity and a Day" is al de derde achtereenvolgende film van Angelopoulos over het afbakenen en overschrijden van allerlei grenzen, geografisch maar ook mentaal. Ook hier weer verkent de regisseur het motief van de ballingschap in al zijn mogelijke betekenissen: als een individuele situatie, als een sociaal statuut, maar ook als een metafysische kwestie. Hij raakt allerlei actuele thema's aan: het asielzoeken, het grensbeleid, de mensenhandel, de etnische spanningen en conflicten. Die worden dan nog eens gekoppeld aan de klassieke thema's uit het bestaan: liefde, dood, opoffering. Het knappe is dat hij bijzonder sterke visuele metaforen vindt voor zijn obsessies en preoccupaties, dat hij zijn humanisme weet te vertalen in weergaloze cinematografische ceremonies. Zo is er de mensenhandel op een akelig braakliggend terrein, waar de kinderen op een clandestiene manier aan hun adoptiefouders worden toegewezen. Angelopoulos zet deze onthutsende trafiek in scène als een raadselachtige choreografie, die bij elke beweging van de camera en verplaatsing van de betrokken groepen, dreigender en hallucinanter wordt. In een andere gedenkwaardige scène rijdt Alexander met de jongen door een bergpas en wordt het begrip "grens" op een verbazende manier geënsceneerd, totaal irreëel, maar tegelijk ook vol tekens van herkenning: hekkens die geluidloos openzwaaien, wanhopige mensen die als gekruisigde vogels aan de omheining hangen. Voor de kleine vluchteling is er niet echt een uitweg. In de stad wordt hij geëxploiteerd, buiten de stad probeert men hem te verkopen, naar zijn geboorteland kan hij niet terugkeren. De film stevent dan ook onvermijdelijk af op een open einde - niets nieuws trouwens voor de cineast van "Reis van de komedianten" en "Landschap in de mist". In een interview in The Herald Tribune zei de regisseur daarover: "Ik probeer te tonen dat er toch nog wat hoop is, dat het leven zich niet beperkt tot wat je in de kranten leest - je kan een kind toch niet vertellen dat het gedoemd is?" Die hoop zit vervat in de verwijzingen naar de poëzie. De stervende schrijver vertelt de jongen het verhaal van een beroemde Griekse dichter aan het begin van de vorige eeuw, die als kind naar Italië kwam. Als de oorlog tussen Griekenland en Turkije uitbreekt, keert hij terug naar zijn geboorteland. Omdat hij zijn moedertaal grotendeels vergeten is en hij gedichten wil schrijven, begint hij in Griekenland woorden te kopen. Om de wat droevige Alexander op te monteren, verkoopt ook de jongen hem woorden die hij toevallig heeft opgepikt. Op het einde van de film blijft Alexander achter met drie woorden die zijn leven samenvatten: het eerste woord slaat op moederliefde, het tweede op het gevoel een banneling te zijn en het derde op het verglijden van de tijd. De film eindigt met een magische busreis die zowel thematisch als stilistisch een schitterende samenvatting is van het werk van Angelopoulos. Tijdens de lange rit stappen allerlei personages op de bus: een revolutionair met rode vlag (die prompt in slaap valt), een verliefd stel, een dichter, muzikanten. Het lijkt alsof de bus niet meer verder rijdt maar in de tijd is vastgelopen. Tijdens die laatste reis wordt de jongen geconfronteerd met alles wat hij waarschijnlijk in zijn leven zal moeten missen. Het is ook een magnifiek staaltje van hoe Angelopoulos de filmische ruimte als een scènische ruimte gebruikt en middels een ongeëvenaarde wisselwerking tussen menselijke beweging en cameravoering, een esthetische spanning verwekt die uniek te noemen is in de huidige filmerij.WINTER, WATER, ZEE EN MISTMet "Eternity and a Day" won Angelopoulos (63) dit jaar in Cannes dan eindelijk zijn zuurverdiende Gouden Palm. Velen waren het erover eens dat hij die erkenning al veel vroeger had moeten krijgen. Niet in het minst Angelopoulos zelf. Toen Emir Kusturica in 1995 de grote prijs won met "Underground" en Angelopoulos zich voor zijn "Le Regard d'Ulysse" moest tevredenstellen met de tweede prijs, gaf hij openlijk lucht aan zijn rancune. Gebrek aan bescheidenheid, niet door iedereen in dank afgenomen. Maar waarom zou hij zich nederig moeten opstellen terwijl zoveel dubieuze talenten (Kusturica, maar ook Bille August of Roland Joffé) de grootste honneurs krijgen toegezwaaid? Hij is tenslotte de laatste grote Europese filmauteur, die een consequent volgehouden eigen stijl heeft uitgewerkt die best de vergelijking kan doorstaan met de groten van de moderne cinema: Antonioni, Alain Resnais, Fassbinder en heel even ook Miklos Jancso. Die stijl is grotendeels gebouwd op de sequentie-opname: lang aangehouden instellingen die het resultaat kunnen zijn van een gecompliceerde choreografie van rijers of camerazwenkingen, maar ook vervat kunnen zitten in één statisch totaalbeeld. Het is een stijl zonder ornamenten, waarin een betoverend evenwicht wordt geschapen tussen tijd en ruimte, beweging en stilstand, dialoog en stilte, muziek en geluidseffecten. Je zou "Eternity and a Day" ook een symfonie over het afscheid kunnen noemen, ware het niet dat de symfonische vorm op een te grote bezetting wijst, vergeleken met de delicate muzikaliteit van het werk van Angelopoulos. De emoties zijn even krachtig als verstild. Het aangrijpende schuilt in de afwezigheid van pathos, het is puur dankzij de rituelemise-en-scène dat je diep geraakt wordt door wat Angelopoulos voor de camera tovert en vooral ook door wat hij daarbij bewust niet laat zien. Af en toe wordt een moment van broze melancholie onderstreept door een droefgeestig muzikaal motief van vaste componiste Eleni Karaindrou. Behalve de zomerse flashbacks aan zee, draaide Angelopoulos eens te meer zijn film in een Griekenland zonder zon; alles speelt zich af in een regenachtig Thessalonika. Winter, water, zee en mist: het zijn de terugkerende visuele en atmosferische leidmotieven in desolate landschappen overheerst door een grijs-blauwe tonaliteit. De beelden van vaste cameravorst Yorgos Arvanitis lijken meer op aquarellen dan op olieverf, bezitten een transparante kwaliteit, zijn nu eens onwaarschijnlijk scherp, dan weer in de nevelen van de geschiedenis gehuld. Jawel, het bestaat nog: filmkunst waar je eventjes stil van wordt. Patrick Duynslaegher