Het duurde bijna een week vooraleer de diplomatieke machine gesmeerd liep. Eerst moest iedereen bekomen van de verrassing over het plotseling oplaaiende geweld. Vervolgens moest de propagandaslag worden gewonnen. Het was vooral voor de Georgische president Mikhail Saakasjvili van levensbelang dat de indruk ingang vond dat hij niet zo dom was geweest om een oorlog te beginnen die hij nooit kon winnen.
...

Het duurde bijna een week vooraleer de diplomatieke machine gesmeerd liep. Eerst moest iedereen bekomen van de verrassing over het plotseling oplaaiende geweld. Vervolgens moest de propagandaslag worden gewonnen. Het was vooral voor de Georgische president Mikhail Saakasjvili van levensbelang dat de indruk ingang vond dat hij niet zo dom was geweest om een oorlog te beginnen die hij nooit kon winnen. België is deze maand toevallig voorzitter van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, maar uit die hoek werd weinig vernomen. Terug in Washington na zijn bezoek aan de Olympische Spelen in Peking wist de Amerikaanse president George W. Bush dat het gebruik van zoveel geweld niet meer van deze tijd is. Hij bedoelde het als een sneer naar Moskou. Maar uit zijn mond klonk het verwijt zeer misplaatst. Zelfs de voormalige Sovjetbaas en Nobelprijswinnaar Mikhail Gorbatsjov vond het een beetje overdreven dat de Amerikanen het verre Georgië uitriepen tot een land dat voor hen van vitaal belang is. Hij herinnerde er trouwens ook fijntjes aan dat hij begin jaren negentig een soort confederale structuur voor Georgië had voorgesteld, die door de Georgische nationalisten hooghartig werd afgewezen. Vandaag zouden ze er met twee handen tegelijk voor tekenen. Wie nu nog niet weet waar Zuid-Ossetië ligt, moet dringend bijscholen. In de korte maar bitsige strijd om dat stukje zuidflank van de Kaukasus is een stap gezet die de relaties tussen de machtscentra in de wereld heeft veranderd. Die stap kan niet worden teruggedraaid. Het maakt dan weinig uit of er een paar dozijn doden zijn gevallen of enkele duizenden. De Georgiër Jozef Stalin wist in zijn tijd al cynisch dat één dode een drama is, maar een miljoen doden een statistisch cijfer. Volgens Pjotr Kaczynski van het Center for European Policy Studies in Brussel kwam er een einde aan de illusie dat conflicten in Europa niet meer met de wapens worden uitgevochten. 'Rusland heeft militaire macht gebruikt om politieke doeleinden te bereiken, en dat is nieuw.' Kaczynski vergat daarbij Joegoslavië en de bombardementen van de NAVO op Servië. Het was misschien ook naïef om te twijfelen aan de bereidheid van Rusland om in zijn nabije buitenland militair op te treden. Per slot van rekening maakt Moskou zich al van in de tsarentijd zorgen om zijn kwetsbare zuidelijke grens. De Belgische diplomatie herinnert zich zeker hoe weinig plooibaar Rusland zich opstelde toen Karel De Gucht als voorzitter van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in 2006 probeerde om beweging te krijgen in dossiers zoals dat van Zuid-Ossetië en Abchazië. Moskou liet bij herhaling weten dat het de politiek van de NAVO niet op prijs stelt om steeds verder naar het oosten op te schuiven. De lijst met Russische ergernissen is lang. De opvallende steun van Amerikaanse stichtingen en denktanks aan westersgezinde revoluties in Oekraïne en Georgië. Het idee dat die twee landen straks lid worden van de NAVO. Het nieuwe raketschild in Polen en Tsjechië, dat als een bedreiging wordt ervaren. De erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo, waarbij de Russische bezwaren en argumenten van tafel werden geveegd. Blijkbaar luisterde het Westen niet goed naar de stilaan dreigende toon uit Moskou. Volgens Andrew Wilson van de European Council on Foreign Relations zag Vladimir Poetin Georgië steeds meer als zijn eigen Cuba: een buitenpost van een vreemde mogendheid in zijn achtertuin. Washington leek overigens niet echt in de gaten te hebben dat er in Moskou met het aantreden van Poetin iets was veranderd. Rusland is niet meer vatbaar voor de internationale druk waarvoor het in de jaren negentig zo gevoelig was. Het kan zichzelf economisch bedruipen, het heeft een enorme reserve aan buitenlandse valuta, en zijn grondstoffen zorgen voor een gigantisch overschot op de handelsbalans. 'Het leek alsof het Westen het prettig vond om de beer in zijn hol te treiteren met een stok', schreef sterreporter Michael Hirsch van het weekblad Newsweek. 'Poetin bluft, dacht Washington. Maar als je tegenover een grootmacht staat, houd je daar altijd rekening mee. We hebben altijd verhinderd dat Taiwan de Chinese Volksrepubliek te veel zou provoceren. Dat is niet fraai, maar het is wel efficiënt. Die politiek heeft het mogelijk gemaakt dat Taiwan nu een bloeiende democratie is. Rusland voelde zich in de jaren negentig zwak en vernederd. Poetin weet dat zijn politiek van revanchisme aan de basis ligt van zijn populariteit. De vraag die nu moet worden gesteld, is of de poging om Georgië snel bij de NAVO te laten aansluiten dan toch een brug te ver was.' Dat is ook de vraag die altijd terugkomt. Wat hebben we in de alliantie aan een bondgenoot die onbezonnen de strijd aanbindt met een kernmacht? Rusland heeft per slot van rekening nog altijd een arsenaal van meer dan 7000 kernkoppen. Boris Jeltsin was een operettetsaar, maar Vladimir Poetin is dat niet. Omdat Washington de waarschuwingen uit Moskou duidelijk verkeerd interpreteerde, schrijft Hirsch de oorlog in Georgië bij op het conto van een rampzalige Amerikaanse buitenlandse politiek onder George W. Bush. Hij is niet alleen. Ook Dimitri Trenin van het Carnegie Moscow Center, een Amerikaanse denktank, noemt de houding van het Westen tegenover Rusland behoorlijk lichtzinnig. 'Net zoals Amerika wil Rusland regionale hegemonie. Oekraïne en Georgië, de NAVO, het raketschild, Kosovo. Het werd in Moskou allemaal aangevoeld als provocaties die niet zonder een antwoord konden blijven. Dat hebben de Russen ook bij herhaling gezegd. Het zit ze eigenlijk wel mee dat uitgerekend een uitgesproken bondgenoot van de VS de rekening betaalt, op een moment dat die zijn broodheer in Washington met zijn aanval voor een voldongen feit wou plaatsen.' De Nederlander Carel Hofstra, die lang aan de Nederlandse ambassade in Tbilisi verbonden was en nu in het buurland Armenië woont, vermoedde vorige week in de krant NRC Handelsblad dat Mikhail Saakasjvili geen lang politiek leven meer beschoren is. 'De propagandamachine moet de bevolking ervan overtuigen dat het anders is gegaan, maar zijn aanval was duidelijk een vlucht vooruit. De haat tegen alles wat Russisch is, zorgt nu nog voor een band. Maar als straks de economische gevolgen duidelijk worden van wat hij heeft gedaan, daalt zijn populariteit vanzelf.' Ze houdt zich nu gedeisd, maar achter de schermen staat de oppositie klaar. Ze vormde vorig jaar een breed front omdat Saakasjvili te veel macht naar zich toetrok, en omdat de slechte relaties van het land met Rusland de economie ondermijnden. Toen Poetin in 2005 besloot om Georgische producten te boycotten, verloor het land zijn enige grote markt. Bovendien werden bijlange niet alle Georgiërs in dezelfde mate beter van de revolutie die Saakasjvili aan de macht bracht. Het Westen breekt zich ondertussen het hoofd over een manier om Rusland duidelijk te maken dat het in zijn reactie op de Georgische aanval een grens overschreed. Voor een reus zoals Rusland was dit militair gesproken een kleine operatie, zegt Dimitri Trenin. Maar op politiek vlak was het een grote sprong. Anders dan met Hongarije in 1956 of Tsjecho-Slowakije in 1968 trad Moskou nu met geweld op tegen het regime van een president die door Amerikaanse instructeurs is omringd. Dat signaal klinkt zeker ook luid in andere voormalige Sovjetrepublieken met een belangrijke Russische minderheid, zoals Oekraïne en Kazachstan. Op een snelle oplossing van het conflict in Moldavië hoeven we nu bijvoorbeeld niet meer te rekenen. Dat wil niet zeggen dat Rusland ongeschonden uit het avontuur komt. Om te beginnen wacht er nu veel werk om de betrekkingen met de VS en enkele belangrijke Europese landen weer bij te spijkeren. Daarnaast kan president Dimitri Medvedev zijn eigen prestigieuze plan voor een nieuw veiligheidspact in Europa opbergen. Maar veel meer dan dreigen dat Moskou uit de club van rijke landen zal worden gegooid, of dat Rusland toch niet tot de Wereldhandelsorganisatie zal worden toegelaten, kunnen de VS op dit moment niet doen. Omdat Rusland zo rijk is aan olie en gas hebben economische sancties weinig zin. Tegen politieke sancties heeft het land zich allang ingedekt, door de banden met onder meer China en Venezuela nauwer aan te halen. Wat in de jaren negentig kon, is vandaag niet meer mogelijk. Zoals Amerika China niet kan dwingen om lief te zijn voor Tibet, is het ook zijn greep op Rusland kwijt. Rusland droeg er de voorbije tien dagen overigens wel zorg voor dat de belangrijke BTC-pijpleiding ongeschonden uit de schermutselingen kwam. Ze verbindt de Azerische hoofdstad Bakoe met Tbilisi in Georgië en de Turkse havenstad Ceyhan aan de Middellandse Zee, en vervoert elke dag 850.000 vaten olie van de Kaspische regio naar Europese en Amerikaanse markten. De aanleg van die pijpleiding was een succes voor de energiepolitiek van de Amerikaanse president Bill Clinton. Om niet te veel afhankelijk te zijn van olie uit het Midden-Oosten, wilden de Amerikanen een pijplijn die de Kaspische Zee met de westerse markten verbond, en die niet over het grondgebied van Iran of van Rusland liep. Er waren en zijn plannen om meer olievelden rond de Kaspische Zee aan te sluiten op de pijplijn die door Georgië loopt. Of dat er nu nog van komt, is hoogst onzeker. Het is op zichzelf al een investering die veel risico's inhoudt. De pijpleiding is namelijk ook geregeld het doelwit van Koerdische separatisten, die in het oosten van Turkije actief zijn. De pijplijn betekent veel voor Georgië, maar ze was de Russen om begrijpelijke redenen van bij het begin een doorn in het oog. Dat ze ongemoeid bleef, wil zeggen dat Moskou toch aandacht heeft voor wat hierna komt. Zoals de zaken er nu voorstaan, zijn zowel Rusland als de Verenigde Staten en Europa verplicht om aan een nieuwe, solide onderlinge relatie te bouwen. Dat heeft met energie en handel te maken. Maar ook met de simpele vaststelling dat niemand zich kan voorstellen dat een ruzie om Zuid-Ossetië nog meer uit de hand loopt dan nu al het geval was. DOOR HUBERT VAN HUMBEECK