'Het allerbelangrijkste is dat de uitbetaling van de kinderbijslagen op geen enkel moment onderbroken wordt. Neem een Vlaams werknemersgezin uit de middenklasse met twee gezonde kinderen. Naast een totaal netto-inkomen van 3000 tot 3500 euro, krijgt het een kinderbijslag van gemiddeld 300 euro. Zonder die tegemoetkoming moet dat gezin het met 10 procent minder stellen om zijn uitgaven te betalen. Dat is ondenkbaar voor mij.'
...

'Het allerbelangrijkste is dat de uitbetaling van de kinderbijslagen op geen enkel moment onderbroken wordt. Neem een Vlaams werknemersgezin uit de middenklasse met twee gezonde kinderen. Naast een totaal netto-inkomen van 3000 tot 3500 euro, krijgt het een kinderbijslag van gemiddeld 300 euro. Zonder die tegemoetkoming moet dat gezin het met 10 procent minder stellen om zijn uitgaven te betalen. Dat is ondenkbaar voor mij.' Aan het woord is Tania Dekens, sinds 1 november 2012 administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW). Bij dat RKW en in zijn beheerscomité, dat wordt voorgezeten door professor Bea Cantillon van de Universiteit Antwerpen, is het alle hens aan dek. Bij de zesde staatshervorming wordt met de kinderbijslag immers voor het eerst een tak van de federale sociale zekerheid losgepeuterd en volledig overgedragen. Dit jaar is die kinderbijslag goed voor 6,2 miljard euro en bestemd voor ruim 2,7 miljoen kinderen. Voor de kinderbijslag zijn er nu nog vier aparte regimes: voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren, plus een gewaarborgde bijslag voor gezinnen die anders uit de boot vallen omdat ze geen werkbewijs kunnen voorleggen en vaak met een leefloon of minder moeten rondkomen. Bea Cantillon: 'Door de staatshervorming kunnen we komaf maken met die vier regimes. Dat is een historische stap, die meteen ook de overheveling vergemakkelijkt. Zo maken we er een positief project van voor meer dan 1,5 miljoen gezinnen die kinderbijslag krijgen, én voor de 2500 personeelsleden die hiervoor instaan.' Om de overheveling zo rimpelloos mogelijk te laten verlopen, wordt volop een 'eenheidswet' voor de kinderbijslagen voorbereid. Die moet de vier regelingen vóór de overheveling samenbrengen in één systeem. De finale beslissing van de zes meerderheidspartijen van de regering- Di Rupo en de groenen om de zesde staatshervorming te laten ingaan vanaf 1 juli 2014, zet extra druk op de ketel. Vanaf die datum worden de vier deelgebieden bevoegd, ook voor de bijbehorende middelen. Ze kunnen dan bijvoorbeeld al beslissen over de hoogte van de bijslagbedragen en of die blijven stijgen met de gezinsgrootte (een eerste kind is nu goed voor afgerond 90 euro, een tweede voor 167 euro en een derde voor 250 euro). Vanaf 1 januari 2016 kunnen ze ook de uitbetaling zelf organiseren, maar daarvoor krijgen ze nog de tijd tot 1 januari 2020. Na die tweede stap bepalen ze volledig zelf hun kinderbijslagbeleid. Een overgangsperiode is volgens Cantillon en Dekens geen luxe. Het kinderbijslagsysteem, met momenteel nog 41 uitbetalingskassen, is bijzonder complex. In de werknemersregeling bijvoorbeeld zijn er nu 60 mogelijke combinaties van bijslagbedragen voor een gewoon kind en 700 combinaties voor een kind met een handicap. Dat komt ook door de verhoogde toeslag voor eenoudergezinnen en gezinnen van uitkeringstrekkers. De leeftijdstoeslagen in het regime van de zelfstandigen zijn dan weer anders. Bij de werknemers wordt de kinderbijslag toegekend aan de moeder, voor de zelfstandigen is dat de vader. Volgens Cantillon ligt het ook voor de hand dat de vier deelgebieden zich voor de bijslag niet langer baseren op de professionele status van de ouders (werknemer, zelfstandige, ambtenaar), maar op de woonplaats van het kind: de Vlaamse kinderbijslag gaat naar een kind dat in Vlaanderen woont. Dat lijkt een helder criterium, maar dat is het niet in de praktijk. Dekens: 'Wat betekent dit bijvoorbeeld voor de uitvoering van een bilateraal akkoord met Marokko om een aangepaste bijslag uit te keren aan kinderen van een Belgische Marokkaan die hier gewerkt heeft en met zijn gezin is teruggekeerd? Het woonplaatscriterium botst ook met het werkplaatsprincipe in de Europese regelgeving. Een Nederlander die in Vlaanderen werkt, heeft recht op bijslag voor zijn kinderen die in Nederland wonen.' De overheveling van het geld van de kinderbijslag wordt geregeld in een nieuwe financieringswet. De middelen worden eerst verdeeld volgens het aantal kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar met een domicilie in elk deelgebied. Daarna worden ze bepaald door een daling of toename van het aantal 0- tot 18-jarigen, de prijzenindex en een stukje van de economische groei. In theorie zouden de deelgebieden dat geld overigens ook voor iets anders kunnen gebruiken, ouderenzorg bijvoorbeeld, of een brug over de Schelde. 'Maar er zijn twee beveiligingsmechanismen', zegt Cantillon. 'Het recht op kinderbijslag komt in de grondwet en er is rechtspraak van Europa en het Grondwettelijk Hof. Daaruit is af te leiden dat een niveau van sociale bescherming niet zomaar kan worden afgebouwd als een andere overheid het voor het zeggen krijgt.' Cantillon ziet vooral een andere adder onder het gras. Een deelgebied dat door de nieuwe financieringswet financieel zou achteruitgaan, kan tot in 2025 rekenen op de andere regio's. Maar daarna wordt deze solidariteit tussen de regio's afgebouwd. Cantillon: 'Dat kan vooral de gezinnen in Wallonië en Brussel zuur opbreken. In vergelijking met Vlaanderen tellen deze twee regio's meer gezinnen met een verhoogde kinderbijslag en in Brussel zijn er ook aanzienlijk meer grote gezinnen (zie grafiek). Ofwel moeten ze daar dan besparen op de verhoogde bijslagen, ofwel moeten ze het geld daarvoor elders op hun begroting zoeken. Dat zal niet eenvoudig zijn.' In Brussel bijvoorbeeld gaan nu al stemmen op om de bijslag niet meer te laten oplopen met de gezinsgrootte, maar te verminderen vanaf het tweede kind. Wie droomt van een volledige splitsing van de sociale zekerheid, besluit Cantillon, moet in elk geval de overheveling van de kinderbijslagen goed in het oog houden. 'Die is al zo ingewikkeld dat er beter tien keer wordt nagedacht vooraleer dit ooit voor andere takken van de sociale zekerheid wordt overwogen.' Meer info: Bea Cantillon, Tania Dekens e.a., De communautarisering van de gezinsbijslagregeling, die Keure, 188 blz.DOOR PATRICK MARTENS