De jaren vijftig zetten de moderne geneeskunde voor het eerst courant in het zonnetje. Maar in 1959 werd voor het eerst waargenomen dat niet alles rozengeur en maneschijn was. Sommige stammen van de bacterie Staphylococcus aureus waren toen al resistent tegen penicilline. Het middel doodde de kiemen niet meer. Wetenschappers gingen aan de slag en ontwikkelden een half-synthetische penicilline: methicilline. Aanvankelijk liep alles goed, tot ook tegen dit middel weerstand opdook. Toen was er geen houden meer aan. Onlangs werd duidelijk dat de bacteriën zelfs de laatste horde namen: er zijn stammen die niet langer kwetsbaar zijn voor vancomyc...

De jaren vijftig zetten de moderne geneeskunde voor het eerst courant in het zonnetje. Maar in 1959 werd voor het eerst waargenomen dat niet alles rozengeur en maneschijn was. Sommige stammen van de bacterie Staphylococcus aureus waren toen al resistent tegen penicilline. Het middel doodde de kiemen niet meer. Wetenschappers gingen aan de slag en ontwikkelden een half-synthetische penicilline: methicilline. Aanvankelijk liep alles goed, tot ook tegen dit middel weerstand opdook. Toen was er geen houden meer aan. Onlangs werd duidelijk dat de bacteriën zelfs de laatste horde namen: er zijn stammen die niet langer kwetsbaar zijn voor vancomycine. Vooral de ziekenhuiswereld houdt zijn hart vast. Sommige bacteriën kunnen een ravage veroorzaken in zalen vol patiënten. In ons land was professor Herman Goossens van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen de eerste die de alarmklok luidde. Het Belgisch Instituut voor Gezondheidseconomie publiceerde vorig jaar cijfers uit 1995, toen ongeveer vijf procent van de ziekenhuispatiënten te maken kreeg met een infectie die ze in het ziekenhuis opliepen. Het prijskaartje daarvan zou tot meer dan 3,3 miljard frank opgelopen zijn, alleen aan extra ziekenhuiskosten. Weerstand is een gevolg van een eenvoudig biologisch gegeven: natuurlijke selectie. Bacteriën muteren, zodat antibiotica ze niet meer kunnen uitschakelen. Hoe meer bacteriën in aanraking komen met antibiotica, hoe sneller dat veranderingsproces succes kan hebben, want hoe hoger de kans dat een mutatie positief wordt uitgeselecteerd. En daar wringt het schoentje. De mens heeft zich op de euforie van de jaren vijftig miskeken. Toen kon er niks stuk. Antibiotica werden massaal gebruikt om zelfs de banaalste kwaaltjes aan te pakken. Nu schrijven veel artsen ze nog altijd voor om een zware verkoudheid of een griep te genezen. Patiënten eisen antibiotica, die hun reputatie als wondermiddel niet kwijtraken. In de landbouwsector worden antibiotica massaal ingezet, onder meer als groeistimulator - een effect dat, zoals zoveel in de wetenschap, per ongeluk ontdekt werd. Dat leidde tot de ontwikkeling van darmbacteriën met resistentie tegen vancomycine. De New England Journal of Medicine liet twee jaar geleden weten dat Nederlanders in de buurt van kalkoenkwekerijen te kampen kregen met bacteriën die weerstand hadden tegen vancomycine. Microbiologen schreven dat toe aan het gebruik van avoparcine in de kwekerijen: een groeistimulator die sterk op vancomycine gelijkt. De kalkoenen waren algemeen drager van resistente bacteriën. Tests wezen uit dat personeel en bezoekers van de kwekerijen ze gemakkelijk overnamen. Van de eigenaars bleek meer dan een derde bacteriën met weerstand in hun darmen te huizen. Voor buurtbewoners was dat 14 procent. Wetenschappers doen nu wat ze kunnen om resistentie te bestrijden. Het vakblad Nature meldde dat onlangs de volledige synthese van vancomycine ontrafeld werd - kennis die mogelijk in het ontwerp van nieuwe efficiënte antibiotica kan worden ingeschakeld. Bio-ingenieurs sleutelen verwoed aan de genetische samenstelling van antibiotica, in een poging om de verdedigingsmechanismen van de bacteriën te omzeilen. Alvast in laboratoriumomstandigheden lijkt dat af en toe te lukken. Maar voorlopig is de stap naar een grootschalige toepassing van de recente inzichten in de praktijk nog te groot. Dirk Draulans