Achter een stabiele verkiezingsuitslag kun- nen grote verschuivingen schuilgaan. Een analyse van wat op 21 mei 1995 is gebeurd.
...

Achter een stabiele verkiezingsuitslag kun- nen grote verschuivingen schuilgaan. Een analyse van wat op 21 mei 1995 is gebeurd.DE JONGSTE TIEN jaar verdubbelde het aantal Vlamingen dat bij verkiezingen niet op dezelfde partij als de vorige keer stemde, van vijftien à zestien naar dertig en zelfs 33 procent. De parlementsverkiezingen van 21 mei 1995 bevestigden deze evolutie. Dat blijkt uit de analyse van de subjectieve motieven van partijkeuze van het Interuniversitair Steunpunt Politiek Opinieonderzoek (Ispo). In opdracht van de radio- en televisienieuwsdienst van de BRTN peilde het Ispo in een steekproef naar het stemgedrag van de Vlamingen. Dat bezorgde de BRTN nog tijdens de verkiezingsdag snelle prognoses over de uitslag, en bood de mogelijkheid om iets dieper te peilen naar de motivering van de kiezer. De mensen die aan de steekproef deelnamen, formuleerden zelf wat de doorslag gaf in hun beslissing. De resultaten van die bevraging zijn nu verwerkt en leveren interessant materiaal op. Zo weerhielden CVP-kiezers vrijwel nooit de sociale zekerheid als het eerste en dus doorslaggevende argument voor hun keuze. Uit het onderzoek blijkt dat de affaires van (vermeende) corruptie waaraan de SP vlak voor de verkiezingen ten prooi viel, het kiesgedrag vrijwel niet beïnvloedden. De enquêtes werden afgenomen voor de verkiezingsuitslag bekend werd. Later op de avond bleek inderdaad dat de SP geen afgang beleefde. Meer nog : de partij profiteerde zelfs van haar slachtofferrol, zoals veel waarnemers onmiddellijk opmerkten. Het was niet de enige verrassing van een stembusgang waarin de Vlaamse regeringspartijen CVP en SP onverwacht standhielden, en zelfs lichtjes vooruitgingen (zie kader). De VLD ging forser vooruit, maar brak niet door zoals voorzitter Guy Verhofstadt had gehoopt ; Agalev kreeg een tik ; de VU bleef in een afgeslankte versie overeind en het Blok stabiliseerde op hoog niveau. 21 mei was dus toch weer een zwarte zondag. Maar omdat de stemmen van Rossem over de verschillende partijen verspreid werden, viel het minder hard op. En dat het Blok hoge scores haalt, ook dat went op den duur. Toch verdoezelen de stabiele krachtsverhoudingen tussen de partijen een voorlopig alvast zeer beweeglijk kiezerskorps, zegt onderzoeksdirecteur Marc Swyngedouw van Ispo. MARC SWYNGEDOUW : De verkiezingen van 1995 bevestigden de machtsverhoudingen van 1991 en dus ook het hoge niveau van het Vlaams Blok. Op het eerste gezicht bleef alles dus bij het oude. Maar uit onze analyse blijkt dat er onderling enorme verschuivingen optraden. Liefst één derde van de kiezers veranderde namelijk van partij. Dat is ongeveer evenveel als in 1991. Het grote verschil tussen beide verkiezingen is dat de kiezer in 1991 naar twee partijen trok, het Vlaams Blok en Rossem, en dat de stemmen in 1995 naar alle richtingen uitwaaiden. Op die manier neutraliseerden de verschuivingen zichzelf grotendeels. Niets zegt dat de beweeglijkheid ook bij de volgende verkiezingen even groot is. Maar mocht dat wel het geval zijn en mocht die beweging één richting uitgaan, dan zouden de politieke machtsverhoudingen zeer snel en zeer grondig wijzigen. Is de kiezer goed geïnformeerd ? SWYNGEDOUW : De kiezer hoeft helemaal niet goed geïnformeerd te zijn. Een kleine elite is zeer goed geïnformeerd. Een groot deel van de bevolking is gematigd goed geïnformeerd, weet waarover het gaat. En een betrekkelijk grote groep kiezers weet niet goed waarover het concreet gaat. Maar elke kiezer heeft in zijn hoofd een aantal sleutels waarmee hij de zelfs schaarse informatie kan duiden. Mensen hebben rationele of emotionele bindingen met de verschillende politieke stromingen. Het is als met een wegenkaart. Iemand kan een wegenkaart van 1995 gebruiken, met daarop uitsluitend de autowegen. Maar mensen kunnen in de wereld van vandaag evengoed hun weg vinden met de kaarten van de jaren zestig, waarop de snelwegen niet voorkomen. We hebben niet te maken met een goed geïnformeerde of rationele kiezer, wel met een kiezer die zijn soms zeer beperkte informatie over politiek en politici in zijn landschap kan situeren om zo tot een onderlegde uitspraak te komen. De band tussen kiezer en partij wordt losser. Mensen blijven niet hun leven lang trouw aan één partij. SWYNGEDOUW : Vroeger genoten de traditionele partijen wat wij noemen diffuse steun. Mensen waren het eens met een grote ideologische stroming, en lieten de partijen vervolgens tamelijk veel beleidsruimte. De kiezer had vanuit zijn onuitgesproken, vage steun vertrouwen in de partijen. Nu zeggen kiezers partijen om zeer specifieke redenen hun steun toe. Ze stemmen VLD omdat ze de belastingen lager willen, of SP omdat die partij volgens hen het best de belangen van de kleine man verdedigt. Dat betekent niet dat die concrete thema's niet passen in een breder ideologisch kader, maar de identificatie met de partijen is kleiner. Partijen krijgen voor een kortere periode en voor afgelijnde thema's de steun van de kiezer. De Belgische politiek werd gedomineerd door drie grote tegenstellingen : communautair, sociaal-economisch en levensbeschouwelijk. Speelden die tegenstellingen in 1995 nog een rol ? SWYNGEDOUW : Van de levensbeschouwelijke tegenstelling profiteert nog één partij : de CVP. Negen procent van haar aanhang stemt CVP uit christelijk-katholieke overwegingen. VLD en SP krijgen nog amper stemmen omwille van de vermeende vrijzinnigheid van die partijen. Vrijzinnigen zullen wellicht niet voor de CVP stemmen, maar ze halen de vrijzinnigheid niet aan als een argument om voor socialisten of liberalen te stemmen. De sociaal-economische tegenstelling speelt meer. De SP staat nog altijd voor de kleine werknemer, de VLD voor de zelfstandige. Toch grijpen betrekkelijk weinig mensen naar de sociaal-economische tegenstelling om hun stem te verantwoorden. Wat de communautaire zaak betreft, is de tegenstelling meer Vlaanderen - meer België fel afgezwakt. Meer België komt amper naar voren als motivering. Andersom ent een kleine maar militante groep van twee procent van de kiezers zich op het communautaire thema en het volksnationalisme dat daarmee samenhangt. Hierrond leveren het Vlaams Blok en de Volksunie een gevecht. Maar de VU blijft de communautaire partij bij uitstek. Hoe ziet het profiel van de verschillende partijen eruit ? SWYNGEDOUW : De CVP wordt als een beleidspartij beschouwd. De kiezer identificeert zich nog in ruime mate met de CVP, profileert zich als CVP'er of als christelijk geïnspireerd. Een groot deel stemt uit traditie voor deze partij. Dat traditioneel stemmen geldt ook voor de SP. De SP wordt door haar kiezers beschouwd als de beste verdediger van de arbeidersbelangen. Nog andere zaken speelden een rol. De Agusta-affaire bezorgde de SP extra stemmen. Vijf procent van de SP-kiezers kwam om die reden over de brug. Dat scheelde de SP in de verkiezingsuitslag één procent. Een andere motivering om SP te stemmen, is het dienstbetoon. De VLD is de partij van de zelfstandigen, maar combineert de traditionele economische motieven over concurrentiekracht en belastingverlaging met een geloofwaardig profiel van vernieuwing. Zij koppelt dat alles, merkwaardig genoeg, ook aan een voor de VLD betrekkelijk onaangeroerd terrein, de sociale zekerheid. De VLD wordt beschouwd als de vernieuwer, de SP als de behoeder van de sociale zekerheid. De CVP-kiezer verbindt zijn stemgedrag niet aan de houding van de CVP inzake sociale zekerheid. Dat is hoogst merkwaardig. SWYNGEDOUW : Ja, maar wellicht doelt een deel kiezers ook op de sociale zekerheid als ze zeggen dat ze de CVP als een goede beleidspartij beschouwen. Maar wie de sociale zekerheid op 21 mei echt hoog op zijn lijstje had staan, koos VLD of SP. Wat drijft de Vlaams Blok-kiezer ? SWYNGEDOUW : Hij formuleert negatieve argumenten : tegen de migranten, tegen de criminaliteit, tegen de politiek in het algemeen. De enige positieve motivering, als je dat zo wil noemen, is de keuze voor het eigenbelang. Een derde van de Blok-kiezers helt over naar autoritaire en separatistische opties van die partij. Op het communautaire vlak is het Blok een concurrent voor de Volksunie. De VU heeft geen unieke verkoopsargumenten meer. Alle redenen waarom Vlamingen voor de VU stemmen, deelt die partij met andere partijen. De cultureel-progressieve waarden deelt zij met Agalev. Inzake communautaire en volksnationalistische waarden staat de VU diametraal tegenover het Blok. Belangrijk voor de VU is het effect van voorzitter Bert Anciaux. Zelfs voor de Kamer, waar hij niet opkwam, zegt één VU-kiezer op twee omwille van Anciaux voor de VU te stemmen. Agalev tenslotte beheert het ecologische en milieuthema maar deelt met de VU de cultureel-progressieve waarden. U zei dat de kiezer niet geïnformeerd moet zijn, maar bijna tien procent van de Blok-kiezers verwacht politieke vernieuwing van die partij. SWYNGEDOUW : Een deel van de kiezers gelooft inderdaad dat het Blok een ernstige vernieuwing van het beleid kan realiseren. Dat is een groot gevaar. Veel Blok-kiezers trappen tegen concrete items aan, zonder echt kennis te hebben van het ideologisch profiel van die partij. Het Blok doet er ook alles aan om dat profiel bedekt te houden en zeker om geen verband te leggen met de historische voorgangers. De partij weet dat dit voor veel kiezers afstotend zou werken. Wellicht wijst zelfs de meerderheid van de Blok-kiezers de democratie niet af. Zeer veel mensen hebben wel zware vragen bij de huidige werking van de democratie, en terecht. Merkwaardig is dat de SP-kiezer, meer dan de andere, het dienstbetoon aanhaalt als stemmotivering. Dienstbetoon roept veeleer beelden op van CVP-burgemeesters of van de tienduizenden dossiers van Herman De Croo (VLD). SWYNGEDOUW : Tussen de achttien en de dertig procent van de kiezers maakt gebruik van het politiek dienstbetoon. Dat is enorm veel. Maar blijkbaar leidt dat niet meer automatisch tot een stem voor de bezochte politicus. De morele druk is weg. Een mogelijke verklaring voor de SP-kiezer, onder alle voorbehoud, is dat de lagere sociale klasse erkentelijker is voor wat de politicus voor haar deed. Maar ook voor de SP is de return klein aan het worden : slechts vier procent van de SP'ers verwijst naar het dienstbetoon. Voor de VLD is dat drie, voor de CVP twee procent. In totaal zeggen, omgerekend, geen 180.000 van de vier miljoen stemgerechtigde Vlamingen dat het dienstbetoon hun kiesgedrag bepaalt. Dat is ongelooflijk weinig. De affaires beïnvloedden de uitslag amper behalve, ogenschijnlijk paradoxaal, in het voordeel van de SP. Had de kiezer de indruk dat de SP te zwaar was aangepakt ? SWYNGEDOUW : Blijkbaar leefde er iets van iedereen heeft dit gedaan, maar de SP heeft de pech gepakt te worden. Zo'n affaire was een perfecte aanleiding om het ongenoegen te ventileren. Het gebeurde niet. Een jaar later stappen honderdduizenden op in de Witte Mars. SWYNGEDOUW : De gegevens van 1995 kunnen moeilijk worden geïnterpreteerd in het licht van wat anderhalf jaar later gebeurt. De Witte Mars groeide uit wat elk mens in het meest intieme van zijn leven raakt : kinderen. Maar het gaat om meer dan dat. Dit was een start om andere ongenoegens te ventileren. Voor de bevolking is het veel te ver gegaan. De gewestplannen, de obussen, Agusta en andere affaires waren in vergelijking met de zaak Dutroux de ver-van-mijn-bed-show. Mensen wisten dat er van alles misliep, maar het raakte hen niet in hun vezels. Kan dat ongenoegen tot grote verschuivingen leiden ? SWYNGEDOUW : Anders dan mijn collega Koen Pelleriaux (VUB) vind ik niet dat de mondige burgers van de Witte Mars bij het Blok aanleunen. Die Witte Mars heeft niks met het Blok te maken. Het is een zeer nuttige beweging met heel terechte eisen. Maar er bestaat wel eenreëel gevaar dat ze uitgroeit tot een antisysteembeweging, waarbij de antipolitiek de bovenhand haalt. Als de andere politieke partijen niet adequaat reageren, gaat het politieke profijt volledig naar het Vlaams Blok. Uit de cijfers van 1995 blijkt namelijk dat er in Vlaanderen maar één partij garen spint van een antisysteemgevoelen. Agalev haalt nog proteststemmen binnen, maar niet meer dan haar gemiddelde. Het Blok gaat daar ver bovenuit. Ongeveer 27 procent van de antipolitiekstemmers kiest Vlaams Blok. De rest stemt blanco of ongeldig, op zes procent na. Wat is dan de boodschap voor de andere partijen ? SWYNGEDOUW : Politici die niet geloofwaardig zijn omdat zij, op onverschillig welk politiek niveau, in schandalen verwikkeld zijn, moeten van het toneel verdwijnen en plaats maken voor geloofwaardige partijgenoten. Zij kunnen pas terugkomen als er een duidelijke en voor hen positieve uitspraak valt in hun proces. Dat is één. Voorts moeten de democratische partijen snel werk maken van een geloofwaardige vernieuwing van het systeem. De gehele ambtenarij moet behoorlijk functioneren. Het gerecht is daar maar één element van. De burger moet er zeker van zijn dat hij een eerlijke rechtsbedeling krijgt. Hij moet waar voor zijn geld krijgen, dus goede dienstverlening in ruil voor zijn belastinggeld. Slagen de politici er niet in om onze grote ambtenarij eerlijk en efficiënt te laten werken, dan komt dat als een boemerang op hun hoofd terecht. Maar het heeft vanzelfsprekend evengoed te maken met de sociaal-economische politiek of met propere politiek. De VLD van Guy Verhofstadt slaagde er wél in om op korte termijn met politieke vernieuwing vooruitgang te boeken. SWYNGEDOUW : Het is niet onbelangrijk om erbij te vermelden dat het om de VLD van Verhofstadt en niet om die van De Croo gaat. Die VLD behield haar traditionele thema's, maar slaagde er ook in om op enkele jaren tijd de thema's sociale zekerheid en vernieuwing hoog op de agenda te plaatsen. Dat lukte geen andere partij. U pleit in uw studie voor de opkomstplicht bij verkiezingen. SWYNGEDOUW : Het is de enige manier om de apolitieke en antipolitieke conjunctuur te meten. Veertien à vijftien procent van de Vlamingen ziet het politiek niet meer zitten, en stemt niet, ongeldig of voor antidemocratische partijen. Uit studies blijkt dat mensen die blanco of ongeldig stemmen, afhaken zonder opkomstplicht. Zo kent de politiek de temperatuur niet in de samenleving en bestaat de neiging er ook geen rekening mee te houden. In Frankrijk haalt extreem-rechts evenveel stemmen als hier. SWYNGEDOUW : Klopt, maar het kan dat nog een veel groter deel van de Franse bevolking zijn geloof in het systeem hoe dan ook al opgegeven heeft. In dat geval is dat een echte tijdbom, omdat de politiek deze signalen niet ontvangt en er dus niet door verontrust wordt. Volgens mij wordt er in de Verenigde Staten zoveel op straat uitgevochten, omdat mensen geen stem meer hebben in de politiek. Ligt onder ons systeem dan geen tijdbom ? Is het niet mogelijk dat veel kiezers spectaculair gaan schuiven ? SWYNGEDOUW : Ik sluit geen versnippering van het politieke landschap uit. Indien de Witte Mars aanleiding geeft tot een antipolitieke beweging, dan kunnen wij in Italiaanse toestanden verzeilen. Ik zeg niet dat het zo is. Maar het kan. En dan gaan ook de democratische oppositiepartijen mee ten onder ? SWYNGEDOUW : Ten onder is veel gezegd. Ik weet niet of VU en Agalev noodzakelijk nog dieper zouden zakken. De regeringspartijen CVP en SP en vooral de CVP die het meest met het beleid wordt geïdentificeerd zouden wel eens de hardste klappen kunnen krijgen. Maar ook de andere partijen mogen er niet gerust in zijn. Want als Italië al één ding heeft bewezen, dan wel dat het sociologisch minimum voor partijaanhang nul is. Peter Renard Marc Swyngedouw : Als Italië al iets geleerd heeft, dan wel dat het sociologisch minimum voor partijaanhang nul is. Swyngedouw : Vijftien procent van de Vlamingen zag het politiek niet meer zitten. Zonder opkomstplicht kent de politiek de temperatuur niet in de samenleving.