C aroline Gennez? Nooit van gehoord. Knut De Swert? Wie? Maar de naam Kristin De Winter zegt u misschien toch wel iets? Nee? Jo De Ro dan? Hè? Nou vooruit, Raf Vermeire kan u toch niet geheel onbekend zijn? (Doodse stilte.)
...

C aroline Gennez? Nooit van gehoord. Knut De Swert? Wie? Maar de naam Kristin De Winter zegt u misschien toch wel iets? Nee? Jo De Ro dan? Hè? Nou vooruit, Raf Vermeire kan u toch niet geheel onbekend zijn? (Doodse stilte.) Toch is het om zo te zeggen de leiding van de aanstormende nieuwe politieke generatie naar wie hier gevraagd wordt: de vijf genoemden zijn de voorzitters van respectievelijk de Jongsocialisten (JS), Jong Agalev, de Volksuniejongeren (VUJO), Jong VLD en de CVP-Jongeren. Het is ooit anders geweest. Politieke jongerenorganisaties hebben in het verleden vaak een ophefmakende rol gespeeld en hun voorzitters waren bekende figuren. De jongeren noemden zichzelf het levende geweten van hun moederpartijen en schrokken er niet voor terug standpunten in te nemen die regelrecht indruisten tegen het partijprogramma. Wilfried Martens, eind jaren zestig jongerenvoorzitter, zette destijds de CVP op stelten met zijn pleidooien voor federalisme (een taboewoord in die tijd), progressieve frontvorming en pluralistisch onderwijs. Eric Van Rompuy slaagde er in de jaren zeventig in het FDF uit de regering te werken en Johan Van Hecke omarmde aan het begin van de jaren tachtig het antirakettenprotest. En niet alleen bij de CVP schopten de jongeren tegen het zere been van de partijleiding. Als voorzitter van de Jongsocialisten ging Luc Van den Bossche dertig jaar geleden tekeer tegen Jos Van Eynde en bij (toen nog) de PVV wist Guy Verhofstadt tien jaar later zijn theorieën over het radicale liberalisme in het partijprogramma te doen opnemen. VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDENSteeds opnieuw worden Vermeire, Gennez en hun collega's vergeleken met hun illustere voorgangers. Waarom zijn zij zoveel minder bekend? Waarom schenken de "grote" partijen weinig aandacht aan hun jongerenafdelingen? Is het niet veelzeggend dat een vooraanstaand SP-Kamerlid niet eens blijkt te weten wie de Jongsocialisten voorzit en dat ook de woordvoerder van de partij "niet op de naam kan komen"? Er zijn verzachtende omstandigheden, dat is waar. Er heeft net een aflossing van de wacht plaatsgevonden: op Vermeire na zijn alle jongerenvoorzitters dit jaar nieuw verkozen of aangewezen. Jong Agalev heeft twee jaar lang geen nationale woordvoerders gehad. En de VLD-jongeren zijn nog aan het bekomen van de vaudeville die werd opgevoerd door de vorige voorzitter, Peter Reekmans, die zich liet verkiezen door mensen een gratis avondje in dancing Carré te bezorgen, in P-magazine Verhofstadt volledig onderuithaalde en Joyce De Troch een ideale vernieuwingskandidate vond. Toch verklaren niet alleen deze toevalligheden de afwezigheid van de jongerenorganisaties op het politieke toneel. Dat er andere, individualistischer en veel minder gepolitiseerde tijden zijn gekomen, waarin nogal wat jongeren zich bij het horen van het woord "programma" vermoedelijk afvragen hoe je het kunt downloaden, weten we onderhand wel; wijzen op de tijdgeest is niet meer dan een cirkelredenering. Maar dat de partijen, en met name hun jongerenorganisaties ooit florissanter tijden hebben beleefd, is een feit. Daar heeft om te beginnen de aard van het huidige politieke bedrijf mee te maken, menen de jongerenvoorzitters. "Alle partijen zijn naar het centrum opgeschoven, en hebben daarmee hun eigen gezicht verloren", zoals Caroline Gennez (23, JS) stelt. Raf Vermeire (31, CVP-Jongeren) sluit zich daarbij aan: "Er worden geen grote inhoudelijke debatten meer gevoerd, niet alleen omdat de traditionele partijen steeds meer op dezelfde golflengte zitten, maar ook omdat men bepaalde gevoelige discussies, zoals over de vermogensbelasting of over de toekomst van Europa, niet meer durft te voeren. Niet dat ik er sympathie voor heb, maar het Vlaams Blok is de enige partij die nog duidelijk dissidente standpunten inneemt, en het plukt daar de vruchten van."GEEN AANVAL OM DE AANVALMinder polarisatie, minder tolerantie, laat staan waardering, voor afwijkende standpunten. Dus minder kans voor de jongeren zich te profileren. En dus minder media-aandacht, terwijl je daar in de politiek steeds moeilijker buiten kunt - Vermeire: "Je telt pas mee op het moment dat je in de media komt." Overigens, de media. Dat die nieuwswaarde steeds meer koppelen aan het persoonlijke, en steeds minder belangstelling hebben voor het inhoudelijke debat, vinden alle jongerenvoorzitters een even evidente als betreurenswaardige ontwikkeling. Veel zin om dat spel mee te spelen beweren ze dan ook niet te hebben. "Gemakkelijk scoren à la Peter Reekmans", vindt Vermeire, "levert op langere termijn bovendien niets op." Kristin De Winter (30, VUJO): "Wanneer komen wij in de pers? Als we tegen de schenen van de partij schoppen. Logisch misschien, maar ik heb daar niet altijd zoveel zin in. Het lijkt me ook niet altijd even geloofwaardig. De andere mogelijkheid om de aandacht van de media op je te vestigen is blijkbaar op je gevoelreageren. Ik heb de laatste maanden twee keer de media gehaald, met twee uit de buik geschreven persmededelingen: na de IJzerbedevaart, toen ik liet weten geen Blok'ers op de weide te willen, en na de zaak- Sémira Adamu. Maar voor ideeën is er bitter weinig interesse. Dat ik een vrouw ben is kennelijk interessanter dan de inhoud van onze dossiers." Ook Jo De Ro (25, Jong VLD) heeft het niet zo op publiciteit ten koste van alles begrepen. "Verhofstadt moest het destijds wel harder spelen, de partijstructuren waren toen nog totaal ondoorzichtig. Maar er is heel wat veranderd. De jongeren moeten er wel op toezien dat de partij haar standpunten trouw blijft. En protesteren wanneer het nodig is. Maar ik wil daarbij liever eerst de wegen binnen de partij bewandelen. Op een spectaculaire manier rebelleren is misschien goed voor je naambekendheid, maar ik wil op een volwassen manier aan politiek doen." Daar kan Caroline Gennez het mee eens zijn. "De Jongsocialisten zoeken niet de aanval om de aanval. Onze eerste vijanden zitten tenslotte niet in de SP, maar in de andere partijen. Wij moeten ons in de eerste plaats profileren tegen de neoliberalen van de VLD. Al wil ik zeker niet ontkennen dat onze partij wat gescleroseerd is door het beleidsdenken. Het is dan de taak van de jongeren om, uitgaande van ons idealisme en onze maatschappijvisie, tegengas te geven en de partij op een progressieve koers te houden."ONZE INVLOED IS NIET ZICHTBAAROf beleefd protesteren en constructief kritiek geven ook helpen? Hoe effectief weten de jongeren hun stem in hun partijen te laten horen? De reacties zijn gemengd. Vermeire vindt het niet eenvoudig zich te doen gelden in de beleidspartij die de CVP bij uitstek is. "De democratische besluitvorming in de partij is afgebrokkeld. Tegenspraak wordt snel gesmoord, want de regering moet hoe dan ook de hele rit uitrijden, dat is het grote streven. Ook de parlementaire fracties gaan veel gemakkelijker door de knieën. Dat is de logica van de legislatuurregeringen. Wat waren destijds de grote momenten van Van Rompuy? De halfjaarlijkse partijcongressen, waarop een deel van het regeringsprogramma werd geëvalueerd. Wij hebben twee jaar geleden geprobeerd zo'n evaluatie uit te lokken, maar dat is aan alle kanten tegengehouden. Nu gaan partijcongressen over thema's die de regering niet kunnen schaden. Op de directe politieke actualiteit hebben we dus veel minder invloed dan de CVP-Jongeren ooit hadden. Wij slagen er niet meer in een regering te doen vallen." "Maar", voegt Vermeire daaraan toe, "in de partij halen we inhoudelijk onze slag nog vaak thuis. Wij hebben bijvoorbeeld doorgedrukt dat in het partijstandpunt de zorgverzekering wordt uitgebreid tot alle zorgbehoevenden en dat er een apart juridisch statuut voor homoseksuelen moest komen, we spelen mee een bepalende rol in de debatten over euthanasie en embryo's. Op concrete dossiers hebben we wel invloed, al is die niet altijd zichtbaar." Gennez: "Mijn voorganger Dylan Casaer heeft ooit gezegd: 'We mogen contesteren, maar inspraak hebben we niet.' Dat klopt en dat klopt niet. We hebben bijvoorbeeld wel invloed op de partijteksten. Wij hebben intens, maar zonder ruchtbaarheid, meegewerkt aan de voorbereiding van het Toekomstcongres. Zo is het 'Mondiaal contract' voor de helft opgesteld door de Jongsocialisten - al weet de buitenwacht dat misschien niet." De Winter is optimistischer: "We hebben heel wat jongeren in de partijraad gekregen, een veertigtal op zo'n tweehonderd leden, dat heeft voortdurend effect. Op de congressen van 1995 en 1997 zijn heel wat van onze resoluties aangenomen. Dat van '97 was bijna het congres van de jongeren, met als klap op de vuurpijl het stemrecht voor migranten, dat was neig. Nee, er wordt echt wel naar ons geluisterd." Knut De Swert (20, Jong Agalev) noemt het partijstandpunt over stemrecht vanaf zestien jaar als belangrijkste verwezenlijking van Jong-Agalev, maar beklemtoont dat over de meeste onderwerpen er helemaal geen meningsverschillen bestaan met de moederpartij. Hetzelfde zegt ook De Ro. "Op het congres over onderwijs hebben de jongeren een aantal punten doorgedrukt, zoals de vrije toegang tot het hoger onderwijs en inspraak voor studenten. Maar over de partijstructuren en over mobiliteit bijvoorbeeld, twee andere congresthema's, zitten wij perfect op dezelfde golflengte als Guy Verhofstadt en de Gentse schepen Sas Van Rouveroy met zijn mobiliteitsplan." WIJ ZIJN GEEN CARRIEREJAGERSVernieuwing en verjonging van de politiek, alle partijen hebben er de mond van vol. Maar als er verkiezingen in aantocht zijn, begint de bikkelharde strijd voor de lijstvorming. Hoeveel ruimte maken de partijen vrij voor hun jongerenbeweging? De CVP-jongeren zijn volgens De Swert een "opleidingscentrum voor parlementsleden". "Wie de CVP-jongeren heeft voorgezeten, is zeker van een plaatsje in het parlement", zegt ook De Winter. Vermeire ontkent dat hij zijn schaapjes al op het droge heeft. "Men beweert altijd dat wij carrièrejagers zijn, maar het is ID21 dat al drie mandaten heeft afgedwongen in de alliantie met de VU. Wij doen zoiets niet." Maar hij geeft toe dat, zeker in arrondissementen waar de CVP-jongeren sterk staan, de rekrutering van nieuw politiek talent via hen gebeurt. Van de huidige bende van dertien jonge CVP-parlementsleden ( Luc Willems, Pieter De Crem, Ludwig Caluwé...) komt tweederde uit de jongerenbeweging. Bij de andere partijen is zo'n "doorstroming" allesbehalve vanzelfsprekend. Volgens Gennez ligt dat veeleer aan de SP-partijstructuren dan aan de kwaliteiten van de Jongsocialisten. Bij een kleine partij als de VU is het sowieso keihard knokken voor iedere plaats, zegt De Winter. "Een grotere partij kan al wat makkelijker een gebaar stellen tegenover vrouwen en jongeren. Lijstvorming heeft alles te maken met concrete machtssituaties in de kiesarrondissementen. Daarop wegen als jongeren is zeer moeilijk. Bij VUJO is men ook heel weinig, misschien wel te weinig bezig met de uitbouw van een politieke carrière. Maar voor de verkiezingen van 13 juni 1999 willen wij proberen Els Van Weert en Sigurd Vangermeersch op verkiesbare plaatsen te krijgen." "Agalev heeft zich geëngageerd minstens één persoon van onder de dertig op een verkiesbare plaats te zetten", meldt De Swert. De Jong-VLD'ers gaat het er niet om een bepaald aantal plaatsen voor zich te reserveren. De Ro: "Wij willen gewoon dat bekwame jongeren kansen krijgen. De partij heeft een werkgroep van zes mensen samengesteld om de ontwerplijsten op te stellen. Ook Jong VLD heeft daarin een vertegenwoordiger. Die zal dus niet alleen de verjonging kunnen bepleiten, maar ook de oudere kandidaten mee kunnen evalueren."POLITIEK IS ELITAIRSommige partijen gebruiken - met succes - andere kanalen dan hun jongerenorganisaties om jongeren meer en actiever bij de politiek te betrekken. De SP heeft de operatie RoSa, onder de bezielende leiding van Steve Stevaert, sinds kort Vlaams vice-premier. En de Volksunie ging met ID21 in zee. Voelen de Jongsocialisten en de VU-jongeren zich niet gepasseerd? "Voor de buitenwereld komt RoSa inderdaad over als een parallelle structuur", erkent Gennez. "Maar terwijl de Jongsocialisten een zweeporganisatie zijn binnen de partij, is RoSa een buitenboordoperatie die beperkt is in de tijd. Het wordt na de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 opgedoekt. RoSa slaat aan omdat het minder directe partijpolitieke connotaties heeft." Maar de Jongsocialisten kunnen de rol van RoSa perfect overnemen, meent Gennez. "Zeventig procent van wie bij RoSa is betrokken, is al Jongsocialist. Waarom RoSa dan is opgericht? Tja, dat was een beslissing van de partij." Ook De Winter geeft toe dat je ID21 als concurrentie voor VUJO kunt beschouwen. "Maar dan enkel als het op lijstvorming aankomt. In de geesten is er geen concurrentie. VUJO vindt ook dat partijstructuren bepaalde zaken onmogelijk maken. Op de hele bevolking is misschien vier procent betrokken bij een politieke partij. Politiek is elitair. ID21 is een poging om dat open te breken." Een specifieke jongerenorganisatie voor de VU, naast ID21, blijft volgens De Winter zinvol. "Ik heb geen vragen bij de basisideeën van de VU, in die zin blijft de partij waardevol. En het is belangrijk dat die partij een kanaal blijft hebben om jongeren aan te spreken. Het is de taak van een jongerenorganisatie om mensen warm te maken voor de partij en voor politiek in het algemeen, en om jongeren te vormen ook." Vorming is ook volgens De Ro een essentiële functie van de politieke jongerenorganisaties. "We moeten voor ogen houden dat een aantal onder ons de ambitie hebben om uit te groeien tot volwaardige politici. Wij moeten deze nieuwe generatie klaarstomen. Dat nemen we bijzonder ernstig."Christine Albers