'1000 dagen is veel in een mensenleven.' Zo begon de boodschap die de kinderen van Ingrid Betancourt op 19 november de wereld in stuurden. Maar Mélanie (19) en Lorenzo (15) Delloye treurden niet alleen om hun moeder die ze sinds 23 februari 2002 moeten missen. Ze vestigden ook de aandacht op de uitzichtloze situatie in de gewelddadige narcostaat Colombia. De 1000 dagen bestonden 'voornamelijk uit 32 maanden strijd voeren om te proberen het hart van enkele mensen te openen voor de dialoog, zodat zij een eind maken aan die absurde oorlog die Colombia teistert en waardoor jaarlijks 28.000 onschuldige mensen worden gedood en het leven van meer dan 3000 gijzelaars tot niets wordt gereduceerd.'
...

'1000 dagen is veel in een mensenleven.' Zo begon de boodschap die de kinderen van Ingrid Betancourt op 19 november de wereld in stuurden. Maar Mélanie (19) en Lorenzo (15) Delloye treurden niet alleen om hun moeder die ze sinds 23 februari 2002 moeten missen. Ze vestigden ook de aandacht op de uitzichtloze situatie in de gewelddadige narcostaat Colombia. De 1000 dagen bestonden 'voornamelijk uit 32 maanden strijd voeren om te proberen het hart van enkele mensen te openen voor de dialoog, zodat zij een eind maken aan die absurde oorlog die Colombia teistert en waardoor jaarlijks 28.000 onschuldige mensen worden gedood en het leven van meer dan 3000 gijzelaars tot niets wordt gereduceerd.'In de Colombiaanse hoofdstad Bogotá plantten actievoerders voor Ingrid Betancourt duizend bomen. In Parijs werd een fakkeltocht gehouden. Elders in de wereld vroegen verkozenen hun ministers van Buitenlandse Zaken om de internationale druk op te voeren. In België namen onder anderen Adelheid Byttebier (Groen!) en Luk Van Biesen (VLD) het voortouw. Van Biesen geeft toe dat het engagement voor Betancourt in ons land aan de Franstalige kant geconcentreerd is. 'Belangrijker is dat iedereen politieke druk blijft uitoefenen. Dat is de levensverzekering voor Betancourt. Zonder druk is haar leven niets meer waard. We willen geen positie kiezen in de patstelling tussen president Alvaro Uribe en de marxistische guerrillabeweging FARC, maar een militaire oplossing is niet het goede antwoord.'Hoewel beide partijen zich eerder bereid hebben verklaard om te onderhandelen, zit de situatie muurvast. Volgens de regering stellen de revolutionaire strijdkrachten van het FARC onmogelijke eisen, anderen zeggen dat het de president is die niet wil onderhandelen. Dat is ook de overtuiging van Astrid Betancourt, de zus van Ingrid. Afgelopen vrijdag zei ze in Brussel dat president Uribe een bemiddelingspoging van een VN-onderhandelaar persoonlijk heeft verhinderd. Internationale druk moet de Colombiaanse regering ertoe bewegen om een officiële onderhandelaar aan te stellen. Anders dreigt het fantastische traject dat Ingrid Betancourt in haar leven heeft afgelegd, vast te lopen in de Zuid-Colombiaanse jungle. Ingrid Betancourt (1961) is met de zilveren lepel in de mond geboren. Haar vader, Gabriel Betancourt, die minister van Onderwijs is geweest in Colombia, komt naar Parijs om voor de Unesco te werken. Haar moeder, Yolanda Pulecio, is een vroegere schoonheidskoningin die veel jonger is dan haar man. Haar faam dankt ze tevens aan haar project voor dakloze kinderen in Bogotá. Ingrid en haar één jaar oudere zus zien als kleine meisjes de culturele beau monde van Parijs over de vloer komen. Maar als haar vader in 1966 opnieuw de portefeuille van Onderwijs aanvaardt, verhuist het gezin weer naar Bogotá. Moeder duikt er in de politiek en wordt schepen van Sociale Zaken in de hoofdstad. De carrière van vader Betancourt zit in de lift, maar in 1968 valt hij in ongenade. President Lleras zet hem met een benoeming tot Unesco-ambassadeur in Parijs op een zijspoor. Yolanda Pulecio laat Bogotá met tegenzin achter zich. Het gezin neemt zijn intrek aan de Avenue Foch, in een flat van vijfhonderd vierkante meter, ingericht met achttiende-eeuwse meubels, schilderijen van oude meesters, snuisterijen uit China, en dikke tapijten. Af en toe brengt een bevriende Colombiaanse projectontwikkelaar de kinderen met de Rolls-Royce naar school. Terwijl haar ouders in de weer zijn met de wekelijkse ontvangsten voor ruim tweehonderd genodigden, leert Ingrid van de Portugese gouvernante dat daarbuiten ook nog een andere wereld is. Politici uit Colombia die op bezoek zijn, luistert Ingrid vaak af, verscholen onder de piano. 'Nu denk ik dat mijn politieke roeping onder die vleugel geboren is, in het begin van de jaren zeventig', schrijft Ingrid Betancourt later in haar autobiografie La rage au coeur. Weer in Bogotá vecht haar vader een bittere echtscheiding uit. In de kranten en voor de rechtbank wordt de naam van de ex-schoonheidskoningin besmeurd en uiteindelijk wordt Yolanda Pulecio uit haar ouderlijke macht ontzet. Ingrid Betancourt herinnert het zich als een afschuwelijke periode die haar relatie met haar vader vertroebelde. Haar moeder keert wat later alleen naar Parijs terug om op de Colombiaanse ambassade te werken. In Parijs zal Ingrid Betancourt een paar jaar later haar studie politieke wetenschappen aanvangen. Haar relatie met haar vader is intussen gelijmd en als studente leert ze haar latere man, Fabrice Delloye, kennen. In 1983 volgt ze de diplomaat met zijn zoontje naar Ecuador. Hun beider dochter zet haar eerste stapjes op de Seychellen en hun zoontje Lorenzo wordt in 1988 in Los Angeles geboren. Al die tijd blijft Betancourt de ontwikkelingen in Colombia volgen. Op een nacht dringt haar ware roeping zich aan haar op. Het is augustus 1989 en ze kan de slaap niet vatten. Ze belt haar moeder in Colombia die haar in tranen meedeelt dat Louis Carlos Galan is vermoord. De presidentskandidaat, die zijn populariteit dankt aan de strijd tegen de corruptie, is neergeschoten terwijl hij met Pulecio campagne voerde. Voor Betancourt staat het vast: ze moet de strijd van Galan voortzetten. Ze heeft niet langer recht op haar geprivilegieerde bestaan, vindt ze. Haar man probeert haar op andere gedachten te brengen. Uiteindelijk besluit het stel in 1990 uit elkaar te gaan. In Colombia helpt een vriend Betancourt aan een baan als adviseur van de minister van Financiën. Bij een ontwikkelingsplan voor het kustgebied aan de Stille Oceaan ziet ze hoe nepotisme, onbekwaamheid en corruptie vrij spel krijgen. Ze besluit haar goedbetaalde baan te laten staan om in de politieke arena de verlammende corruptie en de drugskartels te bekampen. Ze heeft op dat moment geen achterban en geen geld, ze is een tengere 32-jarige gescheiden vrouw met alleen veel lef. In het katholieke land slaat haar condoomcampagne aan. Aan de stoplichten tikt ze tegen autoraampjes, stelt zich voor en zegt: 'Ik denk dat corruptie het politieke equivalent is van aids. Alstublieft.' In 1994 zit ze met een riant stemmenaantal in het congres voor de Liberale partij. Ernesto Samper, presidentskandidaat voor de Liberale partij, vraagt Betancourt om een ethische code op te stellen. Als openbaar wordt dat zijn campagne voor de presidentsverkiezingen met drugsgeld is gefinancierd, zal de code Samper als een boemerang treffen. Maar voor de gigantische etterbuil openbarst, krijgt Betancourt het eerst zelf hard te verduren als ze een zwendel rond wapenhandel uitbrengt. Uiteindelijk krijgt ze gelijk, maar de actie-beschadiging tegen haar persoon zal niet meer ophouden. Tijdens het onderzoek naar de relaties tussen drugbaronnen en politici, vallen vele doden. Voor Betancourt is het duidelijk dat president Samper over lijken gaat om zijn vel te redden. Een tijd na haar veertiendaagse hongerstaking in het parlement en nadat ze op een indrukwekkende wijze de leugens van de president aangetoond heeft, komt ze zelf in het vizier. Een onbekende deelt haar in 1996 koudweg mee dat de sicario of huurmoordenaar voor haar en haar gezin al betaald is. Ze brengt haar kinderen in allerijl bij haar ex-man onder. Maar de angst weerhoudt haar er niet van om in het voorjaar van 1997 te trouwen met Juan Carlos Lecompte, de vriend met wie ze samenwoont. In 1998 richt ze haar eigen, groene partij op onder de naam 'Oxigeno' (Zuurstof). Met als slogan 'Ingrid is zuurstof' haalt ze de meeste stemmen als senator binnen. Ook de komende jaren blijft ze het principe huldigen dat je 'om een trap te vegen bovenaan moet beginnen'. De publicatie van La rage au coeur in 2001 kondigt meteen haar kandidaatstelling voor de presidentsverkiezingen aan. Maar zover komt het niet. Op 23 februari 2002 wordt ze in het rebellengebied samen met haar campagneleidster uit hun terreinwagen met witte vlag gehaald. De zitplaatsen die ze hebben gevraagd in een helikopter in de delegatie van president Andres Pastrana, die eveneens het gebied bezocht, waren hen geweigerd. Meer dan duizend dagen later weet Astrid Betancourt in Brussel te vertellen dat haar zus in goede gezondheid is. Dat besef sterkt het vertrouwen van de familie in een goede afloop. Eric Bracke'Om een trap te vegen, moet je bovenaan beginnen.'