De Europese spaarrichtlijn (richtlijn 2003/48/CE) zag het daglicht in juni 2003. In principe zal zij op 1 juli 2005 in voege treden. Concreet zullen Belgische spaarders dan veel moeilijker kunnen ontsnappen aan de belasting op de inkomsten van spaargelden die in een andere lidstaat van de Europese Unie werden geparkeerd. Gedaan dus met de mogelijkheid om de inkomsten van spaargelden te innen in een ander Europees land dan het eigen land, waar ze niet werden belast - tenzij dan in Portugal en Griekenland. Exit dus het Belgische 'couponnetjesknippen' in Luxemburg.
...

De Europese spaarrichtlijn (richtlijn 2003/48/CE) zag het daglicht in juni 2003. In principe zal zij op 1 juli 2005 in voege treden. Concreet zullen Belgische spaarders dan veel moeilijker kunnen ontsnappen aan de belasting op de inkomsten van spaargelden die in een andere lidstaat van de Europese Unie werden geparkeerd. Gedaan dus met de mogelijkheid om de inkomsten van spaargelden te innen in een ander Europees land dan het eigen land, waar ze niet werden belast - tenzij dan in Portugal en Griekenland. Exit dus het Belgische 'couponnetjesknippen' in Luxemburg. Het principe achter die fameuze Europese richtlijn is erg eenvoudig: als het om de belasting van spaargelden gaat, zal elke lidstaat van de Europese Unie dezelfde fiscale regels toepassen als voor haar eigen inwoners. De minimalistische basis waarover de lidstaten van de EU een akkoord bereikten, betreft niet meer dan de uitwisseling van informatie tussen de belastingadministraties. Sommige landen houden vast aan hun heilige bankgeheim en drie landen, waaronder België, kregen van Europa de goedkeuring voor een (progressieve) afhouding aan de bron tijdens een overgangsperiode (minstens tot 2011). Voor Belgen die hun coupons of interesten elders dan in Luxemburg innen - waar ook met een afhouding aan de bron zal worden gewerkt - impliceert de spaarrichtlijn dat de administratie van het land waar ze een dividend ontvangen, de informatie over de gestorte interesten dadelijk overmaakt aan de Belgische administratie. Die kan dan belasten volgens het eigen fiscale regime, namelijk met een voorheffing van 15 procent. Voor Duitsers bijvoorbeeld, valt de rekening nog hoger uit, aangezien de voorheffing op inkomsten uit vastrentende spaargelden in Duitsland op 30 procent ligt. De spaarrichtlijn zal uiteindelijk niet leiden tot een echte harmonisering van het Europese spaargeld. Elke lidstaat blijft immers nationaal bevoegd voor de belasting op het roerende inkomen van zijn eigen inwoners. Enkel wanneer een inwoner de grens oversteekt en in een ander EU-land een roerend inkomen ontvangt, wordt de spaarrichtlijn van toepassing. Ofwel wordt er informatie over dat inkomen uitgewisseld, ofwel wordt een bronheffing toegepast. Doel is te vermijden dat belastingplichtigen zich aan hun fiscale verplichtingen proberen te onttrekken. De richtlijn heeft een retroactieve werking. Nu nog pogingen ondernemen om aan de richtlijn te ontsnappen, heeft dus geen zin. Voor landen met een automatische uitwisseling van informatie zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje is de terugwerkende kracht zelfs uitdrukkelijk in de spaarrichtlijn zelf ingeschreven. De richtlijn houdt geen rekening met een andere inwerkingtreding dan per kalenderjaar. De Belgische fiscus zal dus uiterlijk op de datum van inwerkingtreding worden ingelicht over alle rentebetalingen die in 2005 zijn gebeurd. Dat geldt dus ook als u bijvoorbeeld nu nog uw Nederlandse bankrekening zou afsluiten. De drie landen die de bronheffing toepassen - België, Oostenrijk en Luxemburg - zullen die heffing op rente inhouden vanaf de datum van inwerkingtreding. Maar in veel gevallen loopt die rente nu al en zal ze pas vervallen op of na de datum van inwerkingtreding. Anders gezegd: rentegevende producten die onder de spaarrichtlijn vallen, die vandaag bestaan, en op of na de datum van inwerkingtreding vervallen, vallen - behalve bij afkoop - onherroepelijk onder de bronheffing. Wie als Belgische inwoner de toepassing van de Europese spaarrichtlijn wil vermijden, heeft twee mogelijkheden. Ofwel blijf je met je spaargeld in België, ofwel beleg je over de grenzen heen in producten die niet door de spaarrichtlijn worden geviseerd. In het eerste geval wordt de roerende voorheffing in principe ingehouden. Die is bevrijdend zodat men het roerende inkomen niet meer moet opnemen in zijn Belgische belastingaangifte. Het ontvangen inkomen zal in principe niet aan de Bel- gische fiscus worden bekendgemaakt. Het Belgische bankgeheim blijft van toepassing, maar is - zoals hoger vermeld - niet waterdicht. Een uitweg over de grenzen heen blijft mogelijk. Kies je daarbij voor spaarproducten die niet door de richtlijn worden geviseerd, dan zal over de opbrengsten daarvan geen informatie worden uitgewisseld en zullen de opbrengsten ook niet onderworpen worden aan een bronheffing. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de dividenden van aandelen, de meerwaarden op aandelen, de coupon van een sicav (investeringsbank met variabel kapitaal) die bijvoorbeeld voor 95 % in aandelen belegt, de meerwaarde op een sicav die bijvoorbeeld voor 75 % in aandelen belegt, de verzekeringsproducten tak 21 en 23. De nieuwe regeling is ook niet van toepassing op aandelensicavs, beveks en euro-obligaties uitgegeven vóór 1 maart 2001. Mogelijkheden genoeg dus om aan de toepassing van de spaarrichtlijn te ontsnappen. François Mathieu