Een halve eeuw (1285-1328) waarin vier vorsten - vader en drie zonen - de troon bekleden. Het zijn de laatsten van de Capets. Onder Filips de Schone heeft hét enige wapenfeit van onze militaire geschiedenis plaats. Waaruit de Franse adellijke heren dronken, welke Maria's, engelen en zondaressen zij in hun gotische kerken hadden aanschouwd, welke prenten ze bij het bidden hadden bekeken, die Franse ridders, net voor hun fatale veldslag, kunnen we...

Een halve eeuw (1285-1328) waarin vier vorsten - vader en drie zonen - de troon bekleden. Het zijn de laatsten van de Capets. Onder Filips de Schone heeft hét enige wapenfeit van onze militaire geschiedenis plaats. Waaruit de Franse adellijke heren dronken, welke Maria's, engelen en zondaressen zij in hun gotische kerken hadden aanschouwd, welke prenten ze bij het bidden hadden bekeken, die Franse ridders, net voor hun fatale veldslag, kunnen we nu bekijken in een groots opgezette tentoonstelling. Het is een periode waarin geschiedenis en cultuur even balanceren tussen oud en nieuw. Zowel de Honderdjarige Oorlog als de culturele triomf van Bourgondië staan voor de deur, dat wil zeggen de herfsttij. Religieuze onrust is er reeds volop: de Franse vorst "gijzelt" het kerkelijk gezag in Avignon. Tempeliers worden vervolgd, de inquisitie werkt reeds volop. De eerste grote twijfels over de kerk als instituut waartegen het christendom beschermd moet, dateren van de veertiende eeuw; ze worden de regel van het verdere millennium. Na de kruistochten in verre landen, volgen kruistochten in eigen land die steeds uitmonden in verwarrende kruistochten in het eigen innerlijk. Maar hier is het zelfbesef dus nog anders ontwikkeld: in de gebeeldhouwde heiligen en koningen zien we geen portretten, maar een serene optelsom. Inderdaad, een portret voor ons is een levendige, onstabiele, voorlopige conclusie van een leven. In een portret zien we - zo zegt ons gevoel - een wezen nog volop in interactie met zichzelf, met de buitenwereld. Niet zo in de middeleeuwse sculptuur waar mensen en heiligen reeds deelhebben aan een engelachtige sereniteit: hier zit de mens niet meer gevat in labiele tegenstellingen, maar kent hij het onveranderlijke, definitieve bestaan. Het prachtige is nochtans dat de Middeleeuwen die stabiliteit niet weergeven als verstarring, maar als een muzikale rimpeling van het gelaat: de glimlach. Fundamenteelste kenmerk van de glimlach is het ontbreken van dwang: geen dwang die men ondergaat, geen dwang die men uitoefent. De glimlach is de figuur bij uitstek van een onthechting die niet doods en streng, maar integendeel uitnodigend en toekomstgericht is. Een merkwaardige sensualiteit - zeker geen onthechting - is de familietrek van deze beelden."L'art au temps des rois maudits", in Grand Palais, Parijs, tot 29 juni 1998.Dirk Lauwaert