Traditioneel luidt 1 september het eind van de zomervakantie in voor duizenden Vlaamse kinderen, leerkrachten en anderen die hun brood in het onderwijs verdienen. Maar niet voor Mieke Van Hecke. Niet dit jaar. Maandag gaf ze de leiding van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) door aan theoloog Lieven Boeve. Heel zwaar vond ze dat niet, want Van Hecke is geen vrouw die vaak en graag achterom kijkt. Integendeel. 'In elke fase van je leven neem je keuzes op basis van hoe de kaarten op dat moment liggen', zegt ze. 'Als je ergens voor kiest, sluit je iets anders uit. Dat is logisch. Het heeft geen enkele zin om je blind te staren op het verleden. Zo zit ik toch niet in elkaar. Ik kijk liever vooruit en als er zich een kans aandient, heb ik de neiging ze te grijpen.'
...

Traditioneel luidt 1 september het eind van de zomervakantie in voor duizenden Vlaamse kinderen, leerkrachten en anderen die hun brood in het onderwijs verdienen. Maar niet voor Mieke Van Hecke. Niet dit jaar. Maandag gaf ze de leiding van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) door aan theoloog Lieven Boeve. Heel zwaar vond ze dat niet, want Van Hecke is geen vrouw die vaak en graag achterom kijkt. Integendeel. 'In elke fase van je leven neem je keuzes op basis van hoe de kaarten op dat moment liggen', zegt ze. 'Als je ergens voor kiest, sluit je iets anders uit. Dat is logisch. Het heeft geen enkele zin om je blind te staren op het verleden. Zo zit ik toch niet in elkaar. Ik kijk liever vooruit en als er zich een kans aandient, heb ik de neiging ze te grijpen.' Dat was ook wat ze tien jaar geleden deed toen de Bisschoppenconferentie van België haar vroeg om directeur-generaal van het katholiek onderwijs te worden. Als eerste vrouw, en ook als eerste leek. 'Al mijn voorgangers waren priesters of kanunniken', zegt ze. 'Ik was de eerste directeur-generaal met wie de bisschoppen een arbeidscontract moesten afsluiten. In de loop der jaren is het vaak een voordeel geweest dat ik geen geestelijke was, want daardoor hadden mensen de neiging meer naar me te luisteren. Dat een priester het voor de kerk of het katholiek onderwijs opneemt, vindt men heel normaal: dat is gewoon zijn taak. Als ik dat doe, komt dat soms authentieker over omdat ik het niet hóéf te doen. Zeker als ik als moeder van vier kinderen en oma van zes kleinkinderen iets over het kindermisbruik in de kerk zeg, word ik niet zo wantrouwig bekeken als een priester of bisschop. Dat is begrijpelijk, maar ik vind het toch jammer dat alle priesters op een bepaald moment over dezelfde kam werden geschoren. Velen onder hen hebben daar erg veel verdriet om gehad.' Gemakkelijk waren de voorbije jaren niet voor Mieke Van Hecke. Onderwijs ligt altijd gevoelig, en ook de usances binnen de katholieke kerk werden haar geregeld voor de voeten geworpen. Bovendien was het hard werken. Tien jaar lang stond ze elke werkdag om kwart voor vijf op en vertrok ze vijftien minuten later naar haar kantoor aan de Brusselse Guimardstraat. Ook 's avonds was ze weinig thuis, want vier dagen per week ging ze wel ergens in Vlaanderen een lezing geven. 'Ik zou het zo opnieuw doen', lacht ze. 'Spijt heb ik allerminst.' Toch zijn er dingen die Mieke Van Hecke nooit (meer) zou doen. Negen dingen zelfs. 'Toen ik in augustus met vakantie vertrok, heb ik mijn kantoor leeggemaakt zodat mijn opvolger er zijn intrek kon nemen. Dat is een les die ik van mijn vader heb geleerd. Anderhalf jaar voor zijn pensioen werd hij zwaar ziek en hij moest zes maanden thuisblijven. Ondertussen werd hij op zijn werk vervangen door de man die hem ook na zijn pensioen zou opvolgen. Toen mijn vader uiteindelijk terugkeerde met de bedoeling om nog een jaar verder te werken, zorgde dat voor grote verwarring: de medewerkers wisten niet of ze hun vragen aan hem of aan zijn opvolger moesten voorleggen. Zoiets wilde ik vermijden, en dus heb ik de voorbije weken geen vergaderingen meer voorgezeten of standpunten ingenomen. Alles wat nu gebeurt, is gericht op het nieuwe schooljaar en dus is het mijn opvolger die de lijnen moet uittekenen. Ik wil mijn opvolger ook de komende maanden niet voor de voeten lopen. Daarom heb ik alle aanbiedingen afgeslagen om in de raad van bestuur van een onderwijsinstelling te gaan zitten - ook al heb ik daar misschien een paar mensen mee gekwetst. Daarnaast ben ik ook niet van plan om nog commentaar te geven op de actualiteit. Wel ga ik nog voordrachten geven over onderwijs in het algemeen. Dat heb ik ook met mijn opvolger afgesproken, want hij heeft in eerste instantie tijd nodig om de organisatie en haar gevoeligheden goed te leren kennen.' 'Ik heb altijd de behoefte gevoeld om het materiële te overstijgen, en ik zie dat steeds meer mensen er niet langer genoeg aan hebben om materiële welvaart na te streven. Hoger klimmen op de maatschappelijke ladder met almaar meer loon, een dikkere auto en een grotere villa maakt hen niet gelukkig, en dus gaan ze op zoek naar zingeving. Dat vind ik onder meer terug in de uitspraken van mensen als Guillaume Van der Stighelen en Wouter Torfs. Er is dus wel degelijk een voedingsbodem om de grote verhalen weer bij de mensen te brengen, en dat vind ik heel hoopgevend. Al maak ik me niet de illusie dat alle mensen die zingeving zoeken ook voor het geloof openstaan. Daarvoor is het kerkelijke verhaal vandaag niet sexy genoeg. Toch geloof ik niet in een religie zonder kerk. Zonder gemeenschap van mensen die vanuit dezelfde basis vertrekken, kan iedereen zijn geloof naar eigen goeddunken boetseren en dat vind ik al te gemakkelijk.' 'De voorbije tien jaar heb ik ongelooflijk veel voordrachten gegeven. Ik merkte al snel dat de mensen die me vroegen het belangrijk vonden dat ik zelf kwam spreken en me niet door iemand anders liet vervangen. Daardoor stond ik voor een belangrijke keuze, want als ik op al die vragen inging, kon ik natuurlijk minder op kantoor zijn. Ik heb daar toen met mijn medewerkers over gepraat, en zij vonden het ook belangrijk dat ik naar buiten zou gaan om uit te leggen wat het katholiek onderwijs vandaag in Vlaanderen kan betekenen. Dat was ook nodig, want zeker tien jaar geleden zat de perceptie erg tegen. Aan de ene kant leefde het idee dat het katholiek onderwijs zich heel fundamentalistisch opstelde, de wijsheid in pacht dacht te hebben en eropuit was om zieltjes te winnen. Aan de andere kant vonden velen dat levensbeschouwing niets te zoeken had in de publieke ruimte. Ik had dus wel wat uit te leggen. Ik greep de kans om in pluralistische en zelfs vrijzinnige kringen te gaan toelichten waar wij voor staan. Gelukkig deed ik dat graag, anders had ik het waarschijnlijk niet volgehouden.' 'In het klooster gaan is voor mij nooit een optie geweest. Om te beginnen lijkt het me heel moeilijk om je te onderwerpen aan het gezag dat in zo'n gemeenschap aanwezig is. Daarnaast kan het niet gemakkelijk zijn om dag na dag in dezelfde groep te leven. Maar als het priesterambt voor vrouwen had opengestaan, had ik daar misschien wel over getwijfeld. Tot op vandaag heb ik het er moeilijk mee dat de kerk geen volwaardige plaats geeft aan vrouwen. Ik kan er nog inkomen dat het te moeilijk ligt om vrouwen priester te laten worden, en dus ga ik daar ook niet voor op de barricaden staan. Maar tegenwoordig worden veel taken, zoals het leiden van gebedsvieringen en bezinningsavonden, door leken overgenomen. Als dat mannen zijn, krijgen ze daar waardering voor en worden ze tot diaken gewijd. Vrouwen wordt zelfs dat niet gegund, ook al maken ze 80 procent uit van de mensen die zich voor hun parochie inzetten. Dat is toch hallucinant? In mijn ogen is dat onaanvaardbaar. Zeker nu er haast geen priesters meer zijn en leken hun taken dus wel moeten overnemen.' 'Ik was graag parlementslid en voelde me in het parlement ook gewaardeerd. In de media kreeg ik niet veel ruimte, maar de kranten gaven me aan het eind van de regeerperiode wel altijd een heel goede evaluatie. Als lid van de commissie cultuur had ik ook gezag in de sector, zowel bij de minister en bij mijn collega's als in het werkveld. Zelfs vanuit de oppositie had ik het gevoel dat ik echt invloed kon uitoefenen. Eind jaren negentig waarschuwde toenmalig Vlaams minister-president Luc Van den Brande me dan dat ik me klaar moest houden om minister te worden. Uiteindelijk kwam daar niets van in huis, want de dioxinecrisis barstte los en na de verkiezingen van 1999 belandde mijn partij in de oppositie. Maar ook als dat niet was gebeurd, had ik natuurlijk geen enkele garantie dat ze me daadwerkelijk minister hadden gemaakt. Zo gaat dat nu eenmaal in de politiek. Ik denk ook dat mijn job in het katholiek onderwijs me uiteindelijk beter lag dan het ministerschap. Bij het VSKO werkte ik binnen een team, kon ik veel delegeren ook. Ik hoefde ook niet meer verkozen te worden, en voelde dus ook de drang niet om me zo veel mogelijk te profileren.' 'De samenleving is heel hard geworden en daar heb ik het moeilijk mee. Daarom praat ik ook vaak over mededogen en vergiffenis. Zoals een paar jaar geleden nog tijdens een voordracht op een school in Westmalle. Ik had het over het belang van een geïnspireerde waardenopvoeding in het katholiek onderwijs en merkte op dat vergiffenis niet voorkomt op de lijst met algemeen gedeelde humane waarden. Het idee dat je iemand die je iets heeft misdaan een nieuwe kans geeft, is voor velen zelfs totaal tegennatuurlijk. Ik wees de zaal op het belang van vergevingsgezindheid, en zei dat zelfs Roger Vangheluwe een nieuwe kans verdient als je die redenering consequent doortrekt. Amper was ik thuis of ik kreeg al een telefoon van een journaliste van De Morgen, die me met mijn uitspraak confronteerde. Ik heb haar toen rustig uitgelegd wat ik had bedoeld, en ze heeft daar een correct en genuanceerd artikel over geschreven. Maar toch kreeg ik bergen kritiek over me heen. Zelfs bisschoppen vonden dat ik beter een ander voorbeeld dan dat van Roger Vangheluwe had gegeven. Vooral dan omdat hij nooit berouw had getoond of vergiffenis had gevraagd. Maar ik had er geen spijt van: net omdat het zo moeilijk is om die man te vergeven, vond ik dat een heel goed voorbeeld. Later heb ik nog een vergelijkbare uitspraak gedaan toen er heisa ontstond over de vrijlating van Michelle Martin, die haar intrek zou nemen in het klooster van Malonne. Ze had spijt betoond en had zelfs boetedoening gedaan, want ze had meer dan het wettelijk vereiste deel van haar straf uitgezeten. Zonder afbreuk te willen doen aan de zwaarte van de feiten zag ik niet in waarom zij geen tweede kans zou verdienen en iemand anders wel. De reacties waren toen anders dan bij Vangheluwe: ik kreeg meer steunbetuigingen dan haatmails. Zelfs ministers lieten me weten dat ze blij waren dat ik had gezegd wat zij niet konden zeggen.' 'Toen mijn kinderen klein waren, ben ik thuisgebleven om voor hen te zorgen. In zes jaar tijd kreeg ik vier kinderen en ik kan u verzekeren dat ik daar mijn handen mee vol had. We woonden naast de school, en dus zaten er in ons huis voor en na schooltijd vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen. Daarnaast had ik wel de luxe dat ik me ook met juridische zaken kon blijven bezighouden. Als hoogleraar rechten publiceerde mijn echtgenoot veel teksten, en daar hielp ik hem bij. Maar dan wel in het tempo van mijn kinderen. Duizenden pagina's drukproeven heb ik nagelezen, en ik organiseerde ook vaak zijn vergaderingen en afspraken. Nu de kinderen volwassen zijn, zeggen ze weleens dat ik altijd beweer dat ik voor hen thuisbleef terwijl ik eigenlijk de hele tijd in mijn bureau zat. Wat had ik dan moeten doen? De hele tijd hun handje vasthouden? Als ze gezond waren en zaten te spelen, hadden ze mij echt niet constant nodig. Maar tussen de middag konden ze wel thuis komen eten en ik was ook altijd bij hen als ze ziek waren. Dat heeft geduurd tot ze twaalf waren, want in het secundair onderwijs gingen ze op internaat. En in alle eerlijkheid: tegen die tijd was ik er ook echt aan toe om weer meer buitenshuis te werken. Ik ben toen meteen in de politiek gerold, ik werd gevraagd om een plaats in te vullen op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik was beschikbaar, ik was een vrouw én ik was juriste: een weinig voorkomende en gewilde combinatie in die tijd. Ik herinner me nog dat we toen met de hele familie campagne hebben gevoerd. Met een ezel! We hadden dat dier op een aanhangwagen gezet met de boodschap: "Alleen ik stem niet op Mieke." 's Avonds werd het ziek omdat het van de ballonnen had gegeten en hield het de hele buurt wakker met zijn gebalk. (lacht luid) Ik behaalde veel stemmen, maar raakte niet verkozen. Ik werd wel voorzitster van de plaatselijke afdeling, en twee jaar later volgde ik een schepen op die was overleden. Dat was het begin van mijn politieke carrière.' 'Tijdens mijn sollicitatiegesprek voor de functie van directeur-generaal van het VSKO vroeg een van de bisschoppen me of mijn politieke kleur geen probleem zou zijn als ik met vertegenwoordigers van andere politieke partijen zou moeten onderhandelen. Ik heb toen geantwoord dat ik de job niet zou aanvaarden als ze me zouden vragen om mijn lidkaart terug te geven. Gelukkig hebben ze dat ook niet gedaan. In de Guimardstraat heb ik tien jaar lang het katholiek onderwijs vertegenwoordigd en niet mijn partij. Maar ik heb ook nooit verloochend dat CD&V de partij is die het meest bij mijn visie aanleunt. Ik ben altijd een christendemocraat in hart en nieren gebleven, en dat was ook niet veranderd als ik mijn lidkaart had teruggegeven. Het is toch niet omdat je een uiterlijk teken van je overtuiging aflegt dat je anders gaat denken? Dat geldt voor een partijkaart, maar bijvoorbeeld ook voor een hoofddoek. Dat is trouwens het enige domein waarin ik het gevoel heb dat ik niet ben geslaagd: in elk bisdom wou ik er minstens vijf scholen van kunnen overtuigen om hoofddoeken toe te laten. Tevergeefs.' 'Mijn start bij het katholiek onderwijs ging niet onopgemerkt voorbij. Een paar dagen voor ik officieel zou beginnen als directeur-generaal werd het televisieprogramma Nachtwacht opgenomen. Ik zat daar samen met Etienne Vermeersch, die van mij wou horen wat ik vond van de houding van de kerk tegenover echtscheidingen, euthanasie, abortus enzovoort. Een heel lijstje werkte hij af. Ik moest nog aan mijn job beginnen en wist ook nog niet goed hoeveel ruimte ik daarin zou krijgen. Toen Etienne over homo's begon, drukte ik me dan ook voorzichtig uit: "Als iemand zich provocerend als homo out, kan ik me voorstellen dat dat voor sommige schoolbesturen een probleem kan geven." Een technicus van het programma, die homoseksueel was, liet de geluidsband aan een journalist horen en de volgende ochtend stond in het hoofdartikel van De Morgen dat de nieuwe baas van het katholiek onderwijs homo's uit de scholen wilde weren. Ik was die dag op een trouwfeest en had de krant nog niet gezien toen mijn oudste dochter huilend op me afkwam. "Zijn dat nu de dingen die jij vanaf nu gaat zeggen, moeke?" vroeg ze. Ik wist niet wat ik hoorde. Toen het programma op zaterdagavond uiteindelijk werd uitgezonden, had iedereen er al een mening over en liep mijn mailbox vol. En ik was nog niet eens aan mijn nieuwe job begonnen! Die zondag heb ik me eerst thuis in mijn bureau opgesloten, maar toen heb ik mijn rug gerecht en heb ik er een gedacht van gemaakt: mijn nieuwe collega's zouden uit mijn daden moeten afleiden wat mijn overtuiging was. Toch ben ik door al die ophef niet méér op mijn woorden gaan letten. Wel heb ik moeten leren inzien dat de mensen echt luisteren naar wat de directeur-generaal van het VSKO zegt. Of dat nu op televisie is of op een schoolfeest.'DOOR ANN PEUTEMAN EN JOS GEYSELS, FOTO'S KAAT PUYPE'Het katholiek onderwijs had wel wat uit te leggen. Dus gaf ik voordrachten in pluralistische en zelfs vrijzinnige kringen.' 'Het gebrek aan erkenning voor vrouwen in de kerk: dat is toch hallucinant?'