Blozend van politieke en economische welstand sprak de Amerikaanse president Bill Clinton z'n laatste State of the Union uit. De Amerikaanse koffers bulken van het geld. "Als we de huidige overschotten kunnen aanhouden, zijn we in staat onze 150 jaar oude schuld in dertien jaar tijd weg te werken", rekende Clinton het Congres voor. Waarna hij meteen een belastingverlaging en nieuwe uitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs ten bedrage van 350 miljard dollar aankondigde.
...

Blozend van politieke en economische welstand sprak de Amerikaanse president Bill Clinton z'n laatste State of the Union uit. De Amerikaanse koffers bulken van het geld. "Als we de huidige overschotten kunnen aanhouden, zijn we in staat onze 150 jaar oude schuld in dertien jaar tijd weg te werken", rekende Clinton het Congres voor. Waarna hij meteen een belastingverlaging en nieuwe uitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs ten bedrage van 350 miljard dollar aankondigde. Clintons boodschap miste haar effect niet. Op alle geldbeurzen ter wereld knalde de dollarkoers de hoogte in en dook de euro omlaag. Nadat afgelopen donderdag de euro op 0,98 dollar was gestrand, gooiden investeerders een dag later hun euro's massaal op de markt, waardoor de waarde naar 0,9768 dollar zakte - een absoluut dieptepunt. De daling van vrijdag werd grotendeels veroorzaakt door stop loss orders die op beurzen worden geactiveerd als een aandeel of een munt onder een bepaalde waarde zakt. Zoals vorige week donderdag, toen de euro onder de pariteit met de dollar dook. Voor deze week sluiten specialisten een verdere daling naar 0,95 dollar niet uit. Alleen al wegens het vooruitzicht van een eerste Amerikaanse renteverhoging. Op de 35ste verdieping van de Eurotoren in Frankfurt volgt Wim Duisenberg, als voorzitter van de Europese Centrale Bank, al die commotie op de internationale wisselbeurzen met de grootste aandacht. De Nederlander, die op 9 juli 65 wordt, heeft in het verleden al woeliger wateren gekend, als zeiler maar ook als bankier. In het begin van de jaren tachtig bijvoorbeeld, als voorzitter van de Nederlandsche Bank, toen de schuldenbommen onder Mexico, Brazilië, Argentinië en tal van 'golfplaatstaten' de hele internationale economie ondermijnden.MET DE STEUN VAN DE DUITSERSWim Duisenberg, met zijn haartooi als een helwitte helmbos, is het gezicht en de hoeder van de Europese munt, want de eerste voorzitter van de Europese Centrale Bank. Hij vangt daarvoor een maandsalaris van ruim 850.000 frank. De handtekening van deze heer prijkt binnenkort op alle eurobiljetten. De kettingrokende Fries werd in mei 1998, na een beslissing van de Europese staatshoofden en regeringsleiders, benoemd tot ECB-voorzitter, en dat voor een periode van acht jaar. Alleen de Franse president Jacques Chirac had liever de voorzitter van de Banque de France, Jean-Claude Trichet, in Frankfurt geïnstalleerd. "Het proces van de benoeming van de voorzitter, en daarmee de oprichting van de Europese Centrale Bank, had een feest moeten worden", zei Duisenberg naderhand tegen verslaggevers van de Volkskrant. "Maar het ontaardde in een spektakel dat een dag duurde." En dus kwam het tot een compromis. Duisenberg, zo werd het door de Fransen voorgesteld, zou midden 2002, na de invoering van de eurobiljetten en -munten, de plaats ruimen voor Trichet. Maar dat had de Nederlander zo niet begrepen. Volgens hem was de afspraak duidelijk, stelde hij in het interview met de Volkskrant. "Ik heb een verklaring voorgelezen waarin drie dingen stonden. Ten eerste: 'Dank je wel voor de benoeming'; ten tweede: 'Ik garandeer dat ik ten minste zal aanblijven tot nadat de nationale geldeenheden hun status van wettig betaalmiddel hebben verloren.' Dat betekent zeker tot 1 juli 2002. En ten derde: 'Ik garandeer niet dat ik de volle acht jaar zal uitzitten.' Dat is uiteindelijk de afspraak geworden. Er is dus geen sprake van een gedeelde ambtstermijn." Prompt sprak de Franse minister van Financiën Dominique Strauss-Kahn van woordbreuk. Zelfs oud-Commissievoorzitter Jacques Delors vond dat Duisenberg midden 2002 weg moest, omdat de regeringsleiders en staatshoofden dat nu eenmaal zo hadden bedisseld. Maar Wim Duisenberg bleef onder al dat krakeel olympisch kalm, want verzekerd van de stilzwijgende steun van de Duitsers. Hij besefte ook dat Franse sociaal-democraten zoals eerste minister Lionel Jospin, en zelfs Strauss-Kahn en Delors eigenlijk geen probleem met hem hadden. Tenslotte was hij, net als zij, van sociaal-democratische huize, het weze dan van een meer sociaal-liberale gezindte. Maar omwille van de huisvrede zat er voor de Franse socialisten niets anders op dan president Chirac te steunen.EEN TOEKOMSTIG PREMIERDuisenberg kent het politieke spel als geen ander. Hij is een van de weinige centrale bankiers die het zelf hebben gespeeld. Van 1977 tot 1978 had hij voor de Partij van de Arbeid (PvdA) zitting in het Nederlandse parlement. Enkele jaren eerder, van 1973 tot 1977, maakte hij als minister van Financiën deel uit van de regering van Joop den Uyl, die hij - het weze gezegd - de guldens door deuren en ramen naar buiten liet gooien. In overzichten van de naoorlogse Nederlandse economie is nog altijd sprake van 'het gat van Duisenberg'. Wim Duisenberg werd geboren in Heerenveen, Friesland, als zoon van een ambtenaar. Na middelbare studies ging hij economie studeren aan de universiteit van Groningen. Wist de jonge Duisenberg veel dat honderd kilometer verderop, over de Duitse grens, in Münster een jongen studeerde, ene Hans Tietmeyer, die later hoofd van de Bundesbank en een van zijn medestanders zou worden in de Europese strijd voor de euro. Na zijn doctoraal trok Duisenberg in 1965 naar Washington, naar het Internationaal Muntfonds waar hij vier jaar zou blijven. Toen werd hij teruggehaald om adviseur te worden van de Nederlandsche Bank, de centrale bank van Nederland. Het duurde ook niet lang vooraleer hij raadgever werd van Joop den Uyl, tot wiens socialistische partij hij intussen was toegetreden. In 1973 al werd hij Nederlands minister van Financiën. Voor velen in Den Haag en daarbuiten gold Duisenberg als een toekomstig Nederlands premier. Zijn ministerschap viel evenwel samen met de eerste oliecrisis. De minister was er toen nog van overtuigd dat een verhoging van de uitgaven een middel was om uit dat economische dal te geraken. Ooit speelde hij zelfs met de gedachte om elke arbeider een cheque van tien gulden te sturen, kwestie van de economie aan te zwengelen. Maar in augustus 1975 kreeg minister Duisenberg de eerste verontrustende OESO-rapporten op zijn tafel die Nederland een fikse aanzwelling van de werkloosheid en een gevoelige terugloop van de economische groei voorspelden. Twee van zijn naaste medewerkers, Nout Wellink en Joannes Huijsman, de secretaris-generaal van Financiën, overtuigden Duisenberg van de noodzaak om het roer om te gooien. En zoals alle plotse bekeringen was ook die van Duisenberg ingrijpend. In die mate zelfs dat hij bij zijn eerstvolgende begroting door de linkervleugel van de PvdA voor een rechtse zak werd uitgekreten. Zegt Wellink in The Bank, het boek van Matt Marshall over het ontstaan van de ECB: "We waren allemaal keynesianen in die dagen. Duisenberg was evenwel de eerste die doorhad dat de tijd van Keynes voorbij was." EEN BELEID VAN ONACHTZAAMHEIDDie ommezwaai veroorzaakte uiteindelijk een breuk tussen de PvdA en Duisenberg die gaandeweg toenadering vond tot de latere christen-democratische premier Ruud Lubbers. In 1977 werd Duisenberg nog voor de PvdA tot parlementslid verkozen, maar een jaar later zou hij, tot woede van Joop den Uyl, zijn zetel opgeven om voorzitter te worden van de Rabobank. Een eerste aanloop tot zijn aanstelling als voorzitter van de Nederlandsche Bank, een functie die hij van 1982 tot 1997 zou waarnemen, tot zijn benoeming als ECB-voorzitter. Voor de Duitsers, en voor zijn vriend en collega van de Bundesbank Hans Tietmeyer, was Duisenbergs aanstelling als ECB-baas een geruststelling dat de orthodoxie overeind zou blijven en dat de strijd tegen de inflatie onverkort zou worden gevoerd. De koers van de euro tegenover de dollar is nooit een prioriteit geweest voor Duisenberg. In april 1999 al maakte de euro een eerste duik nadat de voorzitter zich liet ontvallen dat "het ECB-beleid er één is van onachtzaamheid". De financiële markt heeft geen gevoel voor humor, en tegen het einde van het jaar kampte de euro met een waardeverlies van meer dan tien procent. Dat had natuurlijk van doen met de sterke Amerikaanse economie die in 1999 beter presteerde dan de Europese en met de hogere rente in de States. Een bijkomend voordeel voor de Amerikanen: in de Verenigde Staten spreekt maar één man als het over rentebeleid gaat, dat is Alan Greenspan van de Federal Reserve. Bij de ECB moet een omzichtige voorzitter Duisenberg iedereen op een lijn zien te krijgen en voorkomen dat al te roekeloze verklaringen worden afgelegd. Toch bood het waardeverlies van de euro Europa een stevig concurrentievoordeel. In die mate zelfs dat de Britten, die hun pond samen met de dollar naar nieuwe hoogten zagen stijgen, stilaan bezwijken onder hun zware munt. Japanse investeerders dreigen er nu mee uit het Verenigd Koninkrijk weg te trekken en voordeliger continentale werkterreinen op te zoeken. Volgens Duisenberg moeten de Britten nu snel beslissen of ze in de euro stappen of niet. De zwakte van de euro vindt Duisenberg geen punt. In een recent gesprek met The Observer merkte hij op: "Wij hebben afgeleverd wat we beloofden: een grotere prijsstabiliteit. De euro heeft de Europese opleving in de hand gewerkt. Eind 1998, begin 1999 was de Europese economie vrij lusteloos. Kijk waar we nu staan." Hij had ook kunnen wijzen op de inflatie die onder de gevreesde grens van twee procent bleef. Want hoewel hij niet graag praat over keynesianen en monetaristen, geldt Duisenberg nog steeds als een orthodoxe monetarist. En zo iemand heeft volgens Edward Luttwak één oppergod, contant geld, en één duivel, inflatie.Rik van Cauwelaert