Info : De auteur is hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel.
...

Info : De auteur is hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel.Het Generatiepact zorgt voor goede politiek. Regeringspartijen die op lange termijn denken, vakbonden die opkomen voor hun leden. Zo hoort het. Als ik dit schrijf, hangt er zelfs een compromis in de lucht, waarin duidelijk wordt waar links en rechts voor staan en voor wie elke partij partij kiest. Politiek van de klare lijn. De bevolking voelt zich daarbij betrokken. Nooit eerder hoorde ik zoveel praten over werk en pensioen. In de kranten dook meteen een nieuwe figuur op, een held van mythische proporties: de hard- maar kortstondig werkende Belg of Vlaming. Minister Renaat Landuyt (SP.A) zag hem aan de slag op het dak van zijn buren. Xavier Verboven ziet hem overal. Hij verscheen in de opinies van Tom Naegels en Yves Desmet. Aan zijn bestaan kan dus niet meer worden getwijfeld. Wij, Belgen, mogen dan al niet lang werken, maar gedurende de korte tijd dat wij aan de slag zijn, doen we het veel, intens en duizelingwekkend productief. Geen wonder dat velen van ons zich op hun veertigste voelen als een uitgeperste citroen die op een stille plek in het bedrijf wacht op de bevrijdende komst van het brugpensioen. De hardwerkende Belg kreeg meteen verschillende politieke opdrachten. In de standpunten van Verboven en de opinies van Naegels en Desmet is het een verzoenende figuur. Met zijn voorbeeld van hard en intens labeur vraagt hij begrip voor het verlangen naar brugpensioen. De VLD daarentegen keerde hem binnenstebuiten, maakte van hem een toonbeeld van vermoeide afgunst. De hardwerkende Belg wordt in haar verhaal de man die dubbel zo hard moet werken omdat de anderen leeglopers zijn. Het zou me niets verwonderen moest het in feite om een van die chagrijnige zelfstandigen gaan. De ene hardwerkende mens is duidelijk de andere niet. De ene vraagt begrip voor het standpunt van de vakbonden, de andere wil dat het Generatiepact onverkort en zonder compromissen wordt doorgevoerd. Kan de echte hardwerkende Belg opstaan? Volgens Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Commissie, werken de Franse mannen tussen 20 en 74 gemiddeld 4 uur per dag, de Zweedse en de Noorse 4 uur en 30 minuten, de Belgen 3 uur en 30 minuten. De hardwerkende Belg, onder wie de Vlaming, werkt minder dan de Fransman! Daar staan ze zelfs in la douce France van te kijken. Het is daarenboven weinig waarschijnlijk dat terwijl de Belg of de Vlaming zich op zijn werk afpeigert, de Noren en de Zweden op de werkvloer staan te lanterfanten. Houdt men enkel rekening met het (te kleine) aantal Vlamingen dat effectief voor een bezoldiging werkt, dan zien we dat die op een gemiddelde werkdag 7 uur en 15 minuten presteert. Op het einde van de jaren zestig was dat nog ruim 8 uur. Toen werd ook op zaterdag gemiddeld 3 uur gewerkt, vandaag nog 56 minuten. Hoe men het ook draait of keert. De Belgen en de Vlamingen in het algemeen kunnen in internationaal perspectief of vergeleken met hun ouders, bezwaarlijk hardwerkend worden genoemd. Wat opvalt als we hun werklast bekijken, is niet het gewicht van de uren, maar de verdeling ervan over de levensloop. De hardwerkende medemens is tussen de 30 en de 40. Mannen presteren dan gemiddelde werkweken van 43 uur, vrouwen van om en bij de 30 uur. In die periode vragen gezin en kinderen ook veel tijd. De ervaren drukte heeft vooral te maken met onze moderne gewoonte alles te willen en meteen: een carrière, kinderen, tijd om te sporten, een boeiende vrijetijdsbesteding, kinderen die actief bezig zijn en naar hun talrijke bezigheden worden gebracht door de drukke mamma's en papa's die de stad zijn ontvlucht. De hardwerkende Belg bijt gulzig en ongeduldig in het leven. Hij is druklevend, maar niet noodzakelijk hardwerkend. Hij zou, nu we toch debatteren over het einde van de loopbaan en dergelijke, even de tijd moeten nemen om na te denken over de zin en de onzin van zo'n samengeperst leven. MARK ELCHARDUS