'W aarvoor moeten we de komende 50 jaar strijden?' De vraag die redacteur Joël De Ceulaer aan een twaalftal wetenschappers, filosofen en andere intellectuelen voorlegde, klinkt wat uit de tijd. Want wie is er in het verwende Westen nu nog bereid te strijden voor een idee, laat staan ervoor te sterven - tenzij, zoals Georges Brassens, ' de mort lente'.
...

'W aarvoor moeten we de komende 50 jaar strijden?' De vraag die redacteur Joël De Ceulaer aan een twaalftal wetenschappers, filosofen en andere intellectuelen voorlegde, klinkt wat uit de tijd. Want wie is er in het verwende Westen nu nog bereid te strijden voor een idee, laat staan ervoor te sterven - tenzij, zoals Georges Brassens, ' de mort lente'. Een jaar geleden boog een aantal wetenschappers zich in dit blad over de vraag: ' Wat zien we over het hoofd?' En daar kwamen evenveel boeiende antwoorden op als dat er ondervraagden waren. Dit keer echter levert de vraag van Knack een opmerkelijk, vrij eensluidend antwoord op. De inzet van de komende vijftig jaar is, aldus de ondervraagden, het samenlevingsmodel zoals dat is ontstaan en organisch gegroeid in het gebied tussen de kusten van de Middellandse Zee en de Noordzee. Uit de antwoorden spreekt geen moreel superioriteitsgevoel, wél een grote bezorgdheid. Ieder van de ondervraagde intellectuelen vestigt de aandacht op wat haar of hem na aan het hart ligt. Voor de een is dat het onderwijs, voor de ander de verzorgingsstaat, voor nog anderen de politiek en de democratische instellingen of de gang van de wetenschap. Maar allemaal pleiten ze uiteindelijk voor de instandhouding van ons samenlevingsmodel. Het is dan ook een ongemeen veerkrachtige samenleving die via haar onderwijs, dat tot de wereldtop behoort, goedgeïnformeerde burgers voortbrengt die snel en efficiënt kunnen communiceren. Een samenleving die de medische wetenschap in staat stelt om een baby, die na 27 weken wordt geboren, alle levenskansen te bieden en in de beste omstandigheden te laten opgroeien. Het is een model dat ervoor zorgt dat een oud moedertje liefdevol toegesproken en omringd door nachtverplegers van een spoedafdeling naar de operatiezaal wordt gebracht waar haar, ongeacht de kostprijs, de best denkbare verzorging wacht. Socioloog Mark Elchardus wil zelfs ijveren voor een globalisering van de verzorgingsstaat die door deze Europese samenleving tot stand is gebracht. Enkele jaren geleden eiste Guy Verhofstadt, toen nog onbezonnen, voor het individu het recht op om uit de staat, en dus eigenlijk ook uit de samenleving, te stappen. Vandaag, na alles wat de jongste jaren over ons heen is gerold, wordt van dat soort eisen nog weinig vernomen. Iedereen geeft er zich rekenschap van dat ons sociaal model, dat de menselijke waardigheid in stand helpt te houden en eenieder gelijkwaardige ontplooiingskansen biedt, onder zware druk komt. En het gaat hier niet alleen om de druk van de markt of van de Europese Unie die stilaan naar Angelsaksische modellen neigt. Het systeem, waaraan ongetwijfeld zal worden gesleuteld, kwam ook in de verdrukking omdat de beheerders ervan - de bonzen van vakbonden en ziekenfondsen, werkgevers, artsen, politici en topambtenaren van het rijk - het onvoldoende hebben gekoesterd, en zelfs (zeker in het geval van het toenemende aantal sociale fraudeurs) hebben uitgehold. Die nonchalance geldt evenzeer voor de manier waarop de jongste decennia met de democratische instellingen werd omgesprongen. Het gaat nochtans om een politiek systeem dat zowel extreem-rechtse als extreem-linkse aanvallen heeft doorstaan. Een systeem ook dat de belangen en rechten niet alleen van de meerderheid maar ook van de minderheid en zelfs van de extravagante einzelgänger garandeert. Het is een systeem waarbij de interpretatie van wetten niet afhangt van de toevallige meerderheid of van de heersende, al dan niet goddelijk geïnspireerde ideologie. En toch rolt er geen golf van verontwaardiging over het land wanneer een vertegenwoordiger van Vlaams Belang een magistraat publiekelijk bedreigt. Of winden we ons niet meer op omdat de partijen de verschillende parlementen schaamteloos gebruiken voor de financiering en instandhouding van de eigen organisaties. Het gevoel groeit dat de vertegenwoordigers van het volk nog wel besturen, maar niet langer vertegenwoordigen. Het is een gevoel dat voor groot onbehagen zorgt en al ruim een miljoen Belgen naar extreem-rechts heeft gedreven. Hopelijk komen die ideologische congressen die verschillende grote partijen aankondigen, toch nog bijtijds. Rik Van CauwelaertDe beheerders hebben het systeem te weinig gekoesterd.