Wij reizen om te legifereren - de 512 Belgische parlementsleden rijden elke dag gratis met trein, tram en bus. Of zouden dat althans kunnen doen. Het is namelijk een van hun grondwettelijke rechten. De wetgever heeft er destijds in voorzien om de economische onafhankelijkheid van de verkozenen des volks te helpen waarborgen. Voor Kamerleden en Senatoren geldt dat recht al sinds 1893 voor alle middelen van openbaar vervoer. De leden van de gewest- en gemeenschapsraden daarentegen moesten tot voor kort wel nog een treinkaartje kopen. In tegenstelling tot de tram- en busmaatschappijen volgde de NMBS immers de letter van de grondwet, en die repte niet van dit soort privileges voor de recent in het leven geroepen categorie van deelstaatparlementsleden. Op 25 maart 1996 werd een einde gemaakt aan deze discriminatie: de bepalingen over het "vrij verkeer" in de grondwet werden aangepast aan de federale realiteit.
...

Wij reizen om te legifereren - de 512 Belgische parlementsleden rijden elke dag gratis met trein, tram en bus. Of zouden dat althans kunnen doen. Het is namelijk een van hun grondwettelijke rechten. De wetgever heeft er destijds in voorzien om de economische onafhankelijkheid van de verkozenen des volks te helpen waarborgen. Voor Kamerleden en Senatoren geldt dat recht al sinds 1893 voor alle middelen van openbaar vervoer. De leden van de gewest- en gemeenschapsraden daarentegen moesten tot voor kort wel nog een treinkaartje kopen. In tegenstelling tot de tram- en busmaatschappijen volgde de NMBS immers de letter van de grondwet, en die repte niet van dit soort privileges voor de recent in het leven geroepen categorie van deelstaatparlementsleden. Op 25 maart 1996 werd een einde gemaakt aan deze discriminatie: de bepalingen over het "vrij verkeer" in de grondwet werden aangepast aan de federale realiteit. Dat het nu juist daarvoor tot de eerste grondwetswijziging na de ingrijpende staatshervorming van 1993 moest komen, vonden velen niet zo'n gelukkige zet. Parlementsleden die eerst en vooral hun eigen privileges geregeld wensten te zien - was dat wel zo'n positief signaal naar de burger toe? Bovendien werden voor deze "trivialiteit" niet alleen twee bestaande artikelen (art. 66 en 71) herschreven, maar moest ook een artikel (118 bis) aan de grondwet worden toegevoegd. Terwijl de tekst na de herziening van 1993 - "een kat vond er haar jongen niet meer in terug", zegt grondwetspecialist Robert Senelle - nu net van zulke constitutionele constipatie was gezuiverd. Een nieuwe rangschikking van de artikelen groepeerde wat inhoudelijk bij elkaar hoorde en een nieuwe nummering (de eerste sinds 1831) schrapte de talrijke artikelen "bis", "ter" en "quater" die het geheel onleesbaar hadden gemaakt. Voorlopig is er nog altijd maar één nieuw "bis"-nummer in de "gecoördineerde grondwet", die op 17 februari 1994 van kracht werd. Maar sinds de kwestie van het "vrij verkeer" zijn toch alweer vier andere wijzigingen nodig gebleken. De "stadsdeelraden", die in grote steden zoals Antwerpen het gemeentebeleid dichter bij de burger moeten brengen, werden grondwettelijk bekrachtigd (art. 41). De Duitstalige gemeenschap kreeg, in navolging van de Vlaamse en de Franstalige, de bevoegdheid om het gebruik van de talen in het onderwijs te regelen (art. 130). En naar aanleiding van de recente politieke schandalen (Agusta, Dassault...) werden de procedures herzien voor de behandeling van parlementsleden en ministers die betrokken zijn in een strafzaak (art. 59, 103 en 125). De nieuwste versie van de grondwet is te vinden op de website van de Senaat. Maar lang zal het niet duren voor ook deze tekst gedateerd is. In de Kamer werd al een nieuwe grondwetswijziging goedgekeurd die de organisatie van consultatieve volksraadplegingen op gemeentelijk, provinciaal en gewestelijk niveau mogelijk maakt (art. 39 en 41); de Senaat buigt zich na de vakantie over het voorstel. En dan staan er nog twee cruciale wijzigingen op stapel. Om het gemeentelijk stemrecht voor EU-burgers (en later ook voor migranten) te kunnen invoeren, moet het basisprincipe worden verlaten dat uitsluitend wie "de staat van Belg" bezit, over politieke rechten kan beschikken (art. 8). Het "depolitiseren" van de benoemingsprocedures voor de magistratuur en de oprichting van een extern controleorgaan voor het gerecht - de Hoge Raad voor de Justitie - vereisen een grondige herschrijving van artikel 151.EEN MODEL VAN EEN GRONDWETVan een gewichtig instrument als de grondwet, een van de fundamenten van onze rechtsstaat, verwacht je een grote duurzaamheid, een zekere onwrikbaarheid zelfs. De Belgische grondwet blijkt echter in vrijwel voortdurende ontwikkeling. Van de huidige 198 artikelen zijn er slechts 83 die sinds 1831 onveranderd bleven. Ter vergelijking: aan de Amerikaanse grondwet is sinds 1787 geen jota meer gewijzigd, wel zijn er een kleine dertig artikelen aan toegevoegd. Ondergraaft de Belgische wetgever door zijn voortdurend ingrijpen het absolute karakter van deze wet der wetten niet? De grondwet is geen vodje papier, riep voormalig premier Leo Tindemans de Kamerleden ooit verontwaardigd toe. De Belgische grondwet werd op 7 februari 1831 aangenomen door het Nationaal Congres, het eerste Belgische parlement, dat drie maanden eerder tot stand was gekomen. Democratisch gelegitimeerd kon je dat eerste parlement niet echt noemen: het was verkozen volgens het cijnskiesrecht, door 46.099 ingeschreven kiezers - uitsluitend rijke mannen - op een bevolking van toen 4.076.513 inwoners. Toch was de Belgische grondwet voor haar tijd buitengewoon vooruitstrevend. Volgens Robert Senelle was vooral de beknotting van de macht van het staatshoofd, een reactie op het al te persoonlijke bewind van de verjaagde Nederlandse koning Willem, revolutionair: de soevereiniteit werd in handen van de Natie gelegd, niet in die van de vorst, en de koning werd "onverantwoordelijk" gemaakt - zijn daden hebben alleen gevolg wanneer ze gedekt zijn door een minister. De Belgische grondwet zou model staan voor de constituties van onder meer Pruisen, Spanje, Griekenland en Luxemburg. In haar oorspronkelijke vorm telde onze grondwet 139 artikelen. De afgelopen 167 jaar kwamen er daar 59 bij en werden 56 artikelen herzien. Sinds 1831 vonden er zes grote grondwetswijzigingen plaats. De eerste twee hervormden het kiessysteem. In 1893 werd de kiesplicht ingevoerd en werd het cijnskiesrecht vervangen door een algemeen meervoudig stemrecht voor mannen, met een maximum van drie stemmen voor de rijksten, die de hoogste functies bekleedden. In 1921 werd het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen, in 1919 bij gewone wet ingevoerd, in de grondwet opgenomen. (Het vrouwenstemrecht kwam er pas in 1948, via een uitvoeringswet.) De vier andere grondwetswijzigingen (1970, 1980, 1988, 1993) hielden allemaal verband met de geleidelijke omvorming van het unitaire België tot een federale staat met drie gewesten en drie gemeenschappen. Maar democratisering en federalisering zijn niet de enige staatkundige ontwikkelingen die hun neerslag vonden in de grondwet. Er is ook de verandering van het taalregime. Van eentalig Frans werd België een staat met vier taalgebieden: een Nederlands, een Frans, een Duits en een tweetalig (art.4). In 1898 werd het Nederlands erkend als officiële tweede landstaal, maar bizar genoeg duurde het nog tot 3 mei 1967 voor de belangrijkste tekst van het land, de grondwet, een officiële Nederlandse vertaling kreeg. Onze Duitstalige landgenoten moesten voor hun versie zelfs tot 31 oktober 1991 geduld oefenen. De grondwet werd ook aangepast aan de veranderde Europese en internationale context. De uitoefening van bepaalde bevoegdheden kan sinds 1970 worden overgedragen aan internationale instellingen zoals de Europese Unie en de Navo (art. 34). Ook de sporen van de verbeten strijd tussen de verschillende zuilen zijn terug te vinden in onze constitutie: de rechten en vrijheden van deideologische en filosofische minderheden en de vrije schoolkeuze werden expliciet beschermd (art. 11 en 24).NIEUWE RECHTEN VOOR DE BURGERSinds 1993 heeft de Belgische burger drie nieuwe grondrechten: het recht op het respecteren van het privé-leven, het recht op een menswaardig leven, en het recht om bestuursdocumenten te raadplegen (art. 22, 23 en 32). Grondrechten - klassiek zijn onder meer de vrijheid van meningsuiting, de godsdienst- en de persvrijheid - regelen de (machts)verhouding tussen individu en overheid. De Belgische grondrechten zijn, op een artikel over naturalisatie (art. 9) en de eerder genoemde "verzuilingsartikelen" na, 167 jaar onveranderd gebleven. Ook de opname van de nieuwe grondrechten moet worden gezien als een aanpassing van de grondwet aan maatschappelijke veranderingen. Het recht op een menswaardig leven is niets anders dan een verzamelnaam voor de sociale, economische en ook culturele verworvenheden die de ontwikkeling van de verzorgingsstaat na de Tweede Wereldoorlog met zich heeft gebracht: het behelst onder meer het recht op arbeid, op sociale zekerheid, op behoorlijke huisvesting, op een gezond leefmilieu en op maatschappelijke ontplooiing. En de bezorgdheid voor de privacy van de burger en voor meer openbaarheid van bestuur past in een tijdgeest van toenemende individualisering. Standvastig zijn de grondwettelijke bepalingen over het gerecht, het leger en de koning. In het hoofdstuk over de rechterlijke macht kwamen er clausules bij over het pensioen van de magistraten en over de arbeidsrechtbanken en werden de vijf hoven van beroep vastgelegd. De titel over de "gewapende macht" bleef ongewijzigd, op de schrapping na van twee artikelen over de "garde civique". Voor de persoon van de koning is er in 167 jaar formeel niets veranderd. Wel voor zijn nageslacht: de "lex Salica", die alleen de mannelijke erfgenamen in aanmerking neemt voor de troonopvolging, werd afgeschaft. Voortaan kunnen natuurlijke en wettige nakomelingen van beider kunne de vorst opvolgen - Astrid in het paleis van Laken is dus geen onmogelijkheid meer (art. 85). Dat een geadopteerd kind van de koning de troon bestijgt, blijft overigens uitgesloten. Maar zou het geslacht Saksen-Coburg-Gotha uitsterven, dan kan de koning - afhankelijk weliswaar van de goedkeuring van het Parlement - overgaan tot een "politieke adoptie": de aanwijzing van een opvolger, die dan weer geen deel uitmaakt van de koninklijke familie. De koning is recent wel één uitzonderingspositie kwijtgeraakt: meer dan 150 jaar lang was hij als enige Belg al op zijn achttiende meerderjarig (art. 91). De vele herzieningen en de grondige schoonmaakbeurt van 1994 ten spijt, bevat de Belgische grondwet nog altijd enkele aandoenlijke anachronismen. Wat is de actualiteitswaarde van een artikel dat de herinvoering verbiedt van de burgerlijke dood, een negentiende-eeuwse straf die inhield dat de veroordeelde voor de wet als persoon niet langer bestond? Kamerleden hebben volgens de huidige grondwet recht op een vergoeding van 12.000 frank, Senatoren op een van 4000 frank. En volgens onze constitutie gebeurt het stemmen in het parlementair halfrond nog altijd bij zitten en opstaan of bij naamafroeping, in plaats van per elektronische stemmachine.HET VOORBEELD VAN NEDERLANDEr komen vast nog gelegenheden genoeg om deze kleine schoonheidsfoutjes weg te werken. Met de nieuwe ronde in de staatshervorming, die voor na de verkiezingen van 1999 is gepland, komt er natuurlijk ook een nieuwe grondwetsherziening. Trouwens, niet alleen aan de federale staatsstructuur willen de politici nog verder sleutelen. De nieuwe verklaring tot herziening van de grondwet, die net voor de ontbinding van de Kamers moet worden aangenomen, neemt waarschijnlijk gewoontegetrouw de bepalingen over van de vorige verklaring, op 12 april 1995. Die stelde dat drie van de negen grondwetstitels en 39 van de 198 artikelen in aanmerking kwamen voor gehele of gedeeltelijke herziening. De vrijheid van drukpers moet uitgebreid worden tot de audiovisuele media, het briefgeheim afgestemd op het bestaan van nieuwe communicatiemiddelen. De verklaring heeft het ook over het recht van de burger op een minimale dienstverlening inzake post, communicatie en mobiliteit, de grondwettelijke verankering van de openbare omroep en de vaststelling van een absoluut maximum van fiscale en parafiscale druk. Volgens voormalig vice-premier en hoogleraar Staatsrecht Johan Vande Lanotte (SP) moet zo'n "brede" verklaring tot herziening van de grondwet vooral dienen om het sluiten van politieke akkoorden - met de voor een grondwetswijziging vereiste tweederde meerderheid - te vergemakkelijken. Dus lang niet àlle voorgestelde wijzigingen zullen er ook echt ooit komen. Af zal onze grondwet wel nooit raken. Maar dat is niet alleen in dit land zo. Neem Nederland - toch vaak ons grote voorbeeld inzake behoorlijk bestuur. Onze noorderburen werken, zonder federaliseringsproces, ondertussen aan hun vijftiende grondwetsherziening sinds 1848. De Nederlandse grondwet werd enkele jaren geleden zelfs speciaal aangepast om de tijdelijke vervanging van zwangere volksvertegenwoordigers mogelijk te maken. Dat laatste moet sommige jonge vrouwen in de Vlaamse politiek als muziek in de oren klinken. Een regeling, constitutioneel of anderszins, voor dat "probleem" is er bij ons immers nog altijd niet.Christine Albers