Na de verkiezingsresultaten in Frankrijk en Nederland moesten de centrum-linkse partijen zich afvragen wat er was misgegaan. Was het de versplintering en het verval van links die de weg hadden vrijgemaakt voor de opkomst van extreem-rechts? Hoe het ook zij, om een verdere erosie van de democratie in Europa tegen te gaan, moesten de centrumpartijen dringend ingrijpen. Schröder, die voor een ' haiderisering' gewaarschuwd had, moest nu ook maar eens krachtdadig optreden. Daar was iedereen ter linkerzijde in Duitsland het over eens.
...

Na de verkiezingsresultaten in Frankrijk en Nederland moesten de centrum-linkse partijen zich afvragen wat er was misgegaan. Was het de versplintering en het verval van links die de weg hadden vrijgemaakt voor de opkomst van extreem-rechts? Hoe het ook zij, om een verdere erosie van de democratie in Europa tegen te gaan, moesten de centrumpartijen dringend ingrijpen. Schröder, die voor een ' haiderisering' gewaarschuwd had, moest nu ook maar eens krachtdadig optreden. Daar was iedereen ter linkerzijde in Duitsland het over eens. Maar ook in de aanloop naar de Duitse parlementsverkiezingen ging de kanselier veel te laat van start. De smeergeldaffaire in Keulen had de verkiezingskoorts afgeremd. In juni nog werden leden van Schröders socialistische partij (SPD) aangehouden op verdenking van fiscale fraude en corruptie. In maart kwam de zaak aan het licht toen bleek dat lokale SPD'ers steekpenningen ontvangen hadden in ruil voor een vergunning voor de bouw van een afvalverbrandingsinstallatie.Toch bleef de affaire beperkt tot het regionale niveau. Het was een zaak van Noordrijn-Westfalen, zonder landelijke uitlopers. Maar in de opiniepeilingen was het vertrouwen aangetast. Langer dan verwacht bleef de regeringspartij op een laag peil hangen. Bovendien was ook de eigen basis van de partij gedemoraliseerd. Precies in Noordrijn-Westfalen, het grootste bondsland en de uitvalsbasis van de SPD, kwam de mobilisering van de militanten bijzonder traag op gang. Gelukkig voor de socialisten zitten ook de christen-democraten nog met hun eigen schandaal: de CDU heeft nog altijd af te rekenen met de uitlopers van de affaire-Kohl. Het ene schandaal neutraliseert het andere en electoraal valt daar dus voor geen van beide partijen echt een slaatje uit te slaan. Meer dan welk thema ook beheerst de economie deze verkiezingen. De situatie op de arbeidsmarkt is schrijnend. Duitsland telt 4 miljoen werklozen - goed voor 40 miljoen euro aan werkloosheidsuitkeringen per jaar, of 2 procent van het bbp. Tegelijk raken één miljoen banen niet ingevuld. Zijn hele regeerperiode lang is Schröder er niet in geslaagd de werkloosheid af te remmen. Vandaag, tien weken voor de verkiezingen, pakt hij uit met een revolutionair hervormingsplan.De commissie die het hervormingsplan voor de arbeidsmarkt heeft uitgewerkt, stond onder leiding van de niet erg bekende Peter Hartz. De personeelsdirecteur van Volkswagen, een van de meest vooruitstrevende bedrijven van het land, wil de werkloosheid in twee jaar tijd met de helft verminderen. De uitkeringen zullen drastisch worden teruggeschroefd. Zelfs voor het zwartwerk heeft Hartz panklare oplossingen. Het moet gezegd: het plan komt vrij laat. Schröder had het probleem wel wat eerder kunnen aanpakken. Maar in de verkiezingsstrijd komt het nog net bijtijds. Met dit rapport onder de arm kan Schröder misschien nog zegevieren. Toen hij vorige week het parlement toesprak over de Duitse economie, kon hij zich handhaven als de hervormingskanselier. Als de regeringsleider van de heropleving. De man die noodzakelijke hervormingen doorvoert, zonder vrees. PARLEMENT NIET ZO BELANGRIJKMaar de 'operatie-strohalm' was ook Edmund Stoiber niet ontgaan. Enerzijds moest hij toegeven dat het een stevig plan was. Zijn economische goeroe, Lothar Späth (CDU), noemde het zelfs 'revolutionair'. Maar als rivaal van Schröder weigerde de Beierse kandidaat zich er positief over uit te laten. 'Het is allemaal grote bluf', was de zuinige commentaar.Stoiber is de man van de inhoud, van de dossierkennis - de zakelijke speler in de verkiezingsstrijd. Politiek bedrijven doet hij evenwel nauwelijks. De thema's waarop hij beloofd had zich te zullen profileren - migratie, de uitbreiding van de EU - gaat hij nu uit de weg. Stoibers stokpaardje is de economie. Maar precies op dat vlak haalt zijn opponent hem de wind uit de zeilen, en dus probeert hij maar z'n eigen koers te varen. Terwijl Schröder in het parlement het debat voerde over het plan-Hartz, hield Stoiber in een hotel enkele honderden meters verderop een congres over de markteconomie. 'Wie bondskanselier wil worden, moet zijn voostellen hier komen toelichten', zei SPD-fractiechef Peter Struck in de Bondsdag. 'En niet in een of ander hotel in de buurt.' 'Kom, kom', reageerde de Beierse kandidaat-kanselier, 'het parlement is toch niet zó belangrijk. Het belang ervan wordt door iedereen overschat.' Hoewel achter deze lapsus geen politieke principeverklaring moet worden gezocht, bevestigt Stoibers politieke levensloop deze overtuiging: hij is nooit parlementariër geweest, en als hij de verkiezingen verliest, wil hij niet naar het parlement. Een niet al te hoge inschatting van de instelling die hem bij een eventuele verkiezing als bondskanselier moet aanwijzen. Tussen de kandidaten loopt de spanning nu duidelijk op. De vraag of kanselier Schröder zich zal kunnen handhaven, brandt op ieders lippen. Zijn kansen lijken lichtjes toegenomen. En dat maakt uitdager Stoiber bijzonder nerveus. Totnogtoe kon hij zich focussen op de zwakke punten van de regering. Het komt trouwens vaker voor dat regeringspartijen worden weggestemd dan dat oppositiepartijen uitdrukkelijk worden gekozen. Daartoe ontbreekt bovendien zoiets als de zogenaamde Wechselstimmung van vier jaar terug. In 1998 had de regerende partij afgedaan. De bevolking had er genoeg van, en wilde hoe dan ook dat er gewisseld werd. Vandaag volgen de grote partijen grotendeels hetzelfde patroon. Ze reageren voorzichtig, afwachtend en zeker niet offensief. Hun thema's zijn vlak, vaag en op geen enkel punt extreem. Als 'supermarkten' richten ze zich tot de grote massa. Het model van de vrije markt hebben ze op de verkiezingen geënt: ze gaan op zoek naar een zo groot mogelijk bereik. Het zijn ware middenvelders.Ook Edmund Stoiber weet dat hij als lid van een volkspartij zowel naar links als naar rechts moet kijken. Toch deed de opname van een ongehuwde moeder in zijn verkiezingsteam zijn behoudsgezinde kiezers opschrikken. Maar geen nood: de verkiezingen zullen beslist worden in het middenveld. En dus moest Stoiber zo vlug mogelijk van zijn conservatieve vleugel weg. Het is druk in die neue Mitte. Als Schröder zegt dat hij zich om de 'gewone mensen' bekommert, vindt Stoiber dat hij zich richt op de 'nóg gewonere mensen'. En partijvoorzitster Gabi Zimmer van de PDS, de opvolger van de ex-communistische SED, focust zich in dat geval op de 'heel gewone mensen', aldus een Duitse krant. Van de burgerpartijen profileert alleen de liberale FDP zich aan de rechterzijde. De partij mikt wel bijzonder optimistisch op 18 procent en wil daarom de niet-kiezers naar de stembus lokken. Maar de anti-semitische uitspraken van FDP'er Jürgen Möllemann, die ten dele behoren tot de strategie van de rechtervleugel van de partij, deed de SPD al afhaken. Een coalitie van de regeringspartij met de liberalen zit er dus voorlopig niet meer in. Een verschuiving naar centrum-rechts met een zwart-gele coalitie (van CDU/CSU en FDP) behoort wel nog tot de mogelijkheden, en ligt volgens de huidige opiniepeilingen zelfs het meest voor de hand. Een doorbraak van extreem-rechts komt er niet, als we de politieke analisten mogen geloven. 'Kleine extreem-rechtse partijen maken geen kans bij de parlementsverkiezingen', zo luidt het. Enkel de partij van Ronald Schill zou nog enkele procenten uit de brand kunnen slepen. Maar dat zou uitzonderlijk zijn, denken ze. Doorgaans stoten extreem-rechtse partijen immers hoogstens door tot het niveau van de deelstaatparlementen. In een grote deelstaat als Noordrijn-Westfalen hebben dergelijke partijen zelfs nooit succes gehad.Het extreem-rechtse gedachtegoed vindt in Duitsland echter wel opnieuw ingang. De ondergrondse bewegingen bestaan en treden soms zelfs bijzonder gewelddadig op. Ook al zijn ze niet ingebed in een gestructureerde politieke partij, waar ze actief zijn, heerst de wet van de sterkste.Ingrid Van Daele Meer dan welk thema ook beheerst de economie deze verkiezingen.