Misschien moet Centraal-Afrika het maar eens uitzweten. Europa voerde ook twee wereldoorlogen over machtsherverdeling. Filip Reyntjens over de crisis in Oost-Zaïre.
...

Misschien moet Centraal-Afrika het maar eens uitzweten. Europa voerde ook twee wereldoorlogen over machtsherverdeling. Filip Reyntjens over de crisis in Oost-Zaïre.EEN OPLOSSING VOOR het vluchtelingenprobleem en machtsdeling. Dat zijn de twee sleutels om de crisis in Rwanda en Burundi te bezweren. In beide landen regeert de Tutsi-minderheid. De Hutu-meerderheid kan niet deelnemen aan de politieke en economische macht. Een niet-onbelangrijk deel van de Hutu is het land uitgevlucht, vooral naar Kivu, in Oost-Zaïre. Vandaar blijven zij op korte of lange termijn een dreiging voor de regimes in Bujumbura en, vooral, Kigali. In Oost-Zaïre braken gevechten uit, terwijl president Mobutu Sese Seko ziek in Zwitserland verblijft. Centraal in de gevechten staan de tot voor kort ook bij experts nauwelijks bekende Banyamulenge. Dat is een kleine groep Tutsi die meer dan een eeuw geleden uit Rwanda richting Zaïre trok. Zij werden de voorbije weken geviseerd door het Zaïrese leger en konden op de steun rekenen van Tutsi-infiltranten uit Rwanda en Burundi. Volgens sommigen zetten de regimes van Rwanda en Burundi via de Banyamulenge de aanval in tegen de Hutu-vluchtelingen in Zaïre. Kwestie van een Hutu-aanval tegen Bujumbura en vooral Kigali voor te zijn. Het Zaïrese leger rekent dan weer op de Hutu-milities en het voormalige leger van het verslagen Rwandese regime van president Juvénal Habyarimana. Wat aanvankelijk beperkt bleef tot ongezien gruwelijk bloedvergieten binnen de kleine landen Rwanda en Burundi, kan nu uitlopen op een grote oorlog, die zich mogelijk uitbreidt van de regio van de Grote Meren tot Sudan. Professor Filip Reyntjens (UIA), een autoriteit inzake Midden-Afrika, legt uit wie voordeel heeft bij de gevechten in Oost-Zaïre. FILIP REYNTJENS : Burundi kan door de gebeurtenissen in Kivu wat stoom van de ketel halen. Voor Rwanda is de inzet groter. Het Rwandees Patriottisch Leger (APR, regeringsleger) is dan ook manifest op het terrein in Zaïre aanwezig. Niet in eigen uniform, maar als leverancier van troepen, wapens en logistiek aan de zogenaamde Banyamulenge-rebellen. Kigali wil te allen prijze vermijden dat Noord-Noordwest-Burundi, meer nog dan vandaag, wordt gecontroleerd door de Hutu-rebellen die samenwerken met het voormalig regeringsleger en de milities die in 1994 uit Rwanda gevlucht zijn. De betrokkendheid van het huidige Rwandese leger in de acties in Zaïre is duidelijk ? REYNTJENS : Ja, er zijn daarover verschillende onafhankelijke getuigenissen. Op 21 september trokken tussen 30 en 34 legervrachtwagens met Ugandese en Rwandese nummerplaten vanuit Rwanda, via Burundi, de Zaïrese grens over ter hoogte van Bujumbura. Die vrachtwagens zijn tussen twee en drie uur 's nachts leeg teruggekeerd. Hun aantal stemt overeen met de cijfers over de infiltratie van acht- à negenhonderd man. Tegelijkertijd zijn er operaties aan de gang ten noorden van Goma, in Noord-Kivu. De Zaïrese regering zegt dat het om milities uit Rwanda gaat. Aan de andere kant eiste het Zaïrese leger vliegtuigen op om troepenversterkingen aan te voeren. Voorlopig is dat leger evenwel niet in staat om deze zogeheten rebellie het hoofd te bieden. Maar het kan steun krijgen. Een maand of drie geleden zei een Zaïrese kolonel mij nog dat het Zaïrese leger weliswaar niet bereid is om met het voormalig Rwandees regeringsleger (FAR) mee te werken aan een offensief tegen het nieuwe bewind in Rwanda. Maar, zo zei de kolonel, het Zaïrese leger zou wel een beroep doen op de FAR in een defensieve oorlog. Die is nu bezig. Dat alles levert een ingewikkelde en vooral een gevaarlijke situatie op. REYNTJENS : Drie regeringslegers zijn bij de zaak betrokken : het Zaïrees, het Rwandees en minder het Burundees. Daarnaast is er een aantal niet-statelijke gewapende groepen, waaronder de door Rwanda gesponsorde Banyamulenge, de Bangilima in Noord-Kivu, het voormalig Rwandees regeringsleger en de Interahamwe, de militie die verantwoordelijk is voor de genocide in Rwanda. Ook aan Burundese zijde staan verscheidene milities tegen het regeringsleger. Wie zijn de Banyamulenge ? REYNTJENS : Banyamulenge is een term van het begin van de jaren zestig. Er zijn de echte Banyamulenge, de Tutsi die in de tweede helft van de negentiende eeuw (1860-1880) naar dit deel van Zaïre emigreerden. Zij vluchtten voor de misbruiken van het toenmalige koninklijke bestel. Deze mensen kwamen van het zuidwesten van Rwanda, uit de relatief onafhankelijke streek van Cyangugu. Het gaat om weinig volk. Rond 1900 waren er niet meer dan tienduizend van hen in Zaïre. In nota bene het dorp Mulenge, waaraan zij hun naam ontlenen, noteerde de Belgische administratie in 1950 veertien families Rwandese Tutsi. Nu circuleert een cijfer van 400.000 Banyamulenge. REYNTJENS : Dat kan niet worden verklaard door de hoge vruchtbaarheid. Het zijn er veel, veel minder. Deze migranten van het einde van de vorige eeuw noemden zich pas Banyamulenge toen in 1959, bij de Rwandese onafhankelijkheid, tienduizenden Tutsi Zaïre binnenkwamen. Wellicht om zich te distantiëren van die nieuwe Tutsi, die dezelfde taal spreken en die dicht bij hen staan, maar met wie zij een eeuw lang niks te maken hadden. De oudere migranten vreesden dat ze met de nieuwe golf Tutsi zelf problemen zouden krijgen. Dat is ook gebeurd, want er is een amalgaam gemaakt van al die vreemdelingen hier. Terwijl, zelfs in toepassing van de restrictievere Zaïrese nationaliteitenwetgeving van 1981, de meeste originele migranten de Zaïrese nationaliteit hebben omdat zij voor 1885 op het grondgebied woonden. Toen in 1994 het Rwandees Patriottisch Front (FPR, nu APR) de macht greep in Rwanda, keerden de Tutsi die in 1959 waren geëmigreerd, en de Zaïrese nationaliteit niet bezaten, terug naar Rwanda. Veel jongeren hadden zich al vroeger, vanaf 1990 toen de strijd tussen het regime van Habyarimana en het RPF begon , bij het FPR aangesloten. Alleen de authentieke Banyamulenge zijn in Zaïre gebleven ? REYNTJENS : Ja, en de terugkeer van de BanyaRwanda zette kwaad bloed bij de Zaïrezen. Tenslotte hadden die BanyaRwanda altijd beweerd dat ze Zaïrezen waren. Met hun terugkeer bewezen ze dat ze gelogen hadden. Dat gevoel keerde zich tegen alle Tutsi. Op dat moment nog niet tegen de Hutu. Maar eens de groep van Hutu enorm groot werd, vertaalde zich dat in een algemene haat tegen alles wat met Rwanda te maken had. Daarvan zijn de Banyamulenge in Zuid-Kivu het slachtoffer geworden zij waren weliswaar gebleven, maar de vlucht van de andere Tutsi, maakte ook de Banyamulenge onbetrouwbaar. Kortom, de Banyamulenge in Zuid-Kivu werden het slachtoffer van Zaïrees geweld. Later werden de Banyamulenge bevoorraad en geïnfiltreerd vanuit Rwanda, of ze riepen na de etnische zuivering in Zuid-Kivu, zelf Rwandese hulp in. Volgens uw stelling is dit een politiek conflict. Maar uw uitleg gaat over etnieën. REYNTJENS : Na al wat in 1994 gebeurde, groeide er een primair etnische reflex bij de mensen. Als ze je hoofd afslaan omdat je Hutu bent, is dat een kwestie van overleven. Maar zelfs dan nog is dit geen Zaïrese maar een Rwandese en Burundese strijd. Dit is geen regionaal probleem, dit zijn twee vergelijkbare nationale problemen met regionale gevolgen. De inzet is politiek. Het gaat over de controle van de staat, want de meerderheid van de Rwandezen is uitgesloten van de politieke en economische macht. Het FPR moet een dialoog beginnen, in de eerste plaats met de vluchtelingen, maar eigenlijk ook met de gefrustreerde mensen in Rwanda. Het doet dat niet. Als er geen politieke regeling komt, dan zullen er nog vele veldslagen volgen en uiteindelijk zal de hele regio gedestabiliseerd worden. Wat we tot nu meemaakten, zal daartegenover klein bier zijn. De strijd was tot nu beperkt al waren er gruwelijk veel slachtoffers. Maar de slagen bleven beperkt tot Rwanda en Burundi. Dat ligt vandaag anders. Nu werken het Rwandese en Burundese leger samen in Burundi én op het grondgebied van een derde staat, Zaïre. Dan zijn er geen grenzen meer. Dit kan leiden tot een regionale oorlog. REYNTJENS : Ja, de corridor van Zuid-Sudan tot Kivu is fragiel. Tussen Noord-Kivu en Zuid-Sudan ligt zeshonderd kilometer, dat is naar Afrikaanse normen weinig. Zo'n oorlog kan uitdeinen als een olievlek het woord is goed gekozen want de allianties rond Sudan ruiken olie. In Zuid-Sudan is er een reserve van vijf miljard vaten olie. Britten en Amerikanen aan de ene, de Fransen aan de andere kant, willen die olie exploiteren. Simpel gezegd : Frankrijk steunt Sudan, Zaïre en de Rwandese en Burundese Hutu. De rebellie in Zuid-Sudan wordt gesteund door Britten en Amerikanen. Hun lijn loopt verder, langs Yoweri Museveni (president van Uganda), het FPR in Rwanda en de Tutsi in Burundi. Voor de internationale machten ligt de focus niet op de Grote Meren, maar op de olie in Zuid-Sudan. Cruciaal daarin is de rol van Museveni : zonder hem bloedt de rebellie in Zuid-Sudan dood. Is er voldoende internationale interesse voor het gebied van de Grote Meren ? REYNTJENS : Het is een verdachte aandacht. De Amerikanen zijn zeer aanwezig in Rwanda. Dertig Amerikaanse instructeurs, blijkbaar van de para-eenheid van de invasie in Grenada, zijn actief op het terrein, samen met het FPR. Rwanda is dus belangrijk voor de Verenigde Staten. Stel dat het vroegere regime in Rwanda terugkeert wat niemand wil dan heeft Museveni ook nog een gevaarlijke zuidflank. Wat is het Zaïrese luik van het verhaal ? REYNTJENS : De Zaïrezen zijn de klos. Hun land wordt verder gedestabiliseerd in een zeer perifeer gebied. Al heeft het niet alleen met de afstand tot Kinshasa te maken. De Kasai is ook zo goed als onafhankelijk ; dit is gewoon de ineenstorting van de Zaïrese staat, een de facto confederalisering, als u wil. Maar Kivu is door de vluchtelingenstroom een economisch en ecologogisch rampgebied geworden. De economie is gedollariseerd en de gewone man heeft geen dollar. De prijzen zijn de hoogte in gejaagd. De enige die daarvan profiteerde, is president Mobutu. Die kwam uit de internationale frigo dankzij de Rwanda-crisis. Hij was weer onmisbaar, onder meer met de vluchtelingen op zijn grondgebied. Voorlopig stoorde deze situatie de veiligheid niet verschrikkelijk, maar nu wordt de Zaïrese bevolking meegesleept in een oorlog waarmee zij niks te maken heeft. Wat verandert er bij het wegvallen van Mobutu ? REYNTJENS : Niks. Absoluut niks. Over deze zaak zijn de Zaïrezen van alle slag en kleur het roerend eens. Het is voor hen een ondraaglijke gedachte om Noord-Kivu te verliezen aan de Rwandezen, zonder dat het leger daar tegenop kan. Daarom zal Zaïre troepen blijven sturen en terrein terugwinnen. Het FPR vergist zich als het denkt dat de Zaïrezen dit niet kunnen keren. Desnoods sturen ze heel hun leger. Het is verschrikkelijk vernederend dat die Lilliput Rwanda, waarmee Zaïre al zulke slechte relaties heeft, dat grote Zaïre grondgebied afpakt. Dat kan niet. Als Mobutu één verdienste heeft, dan wel dat hij de Zaïrezen een nationaal gevoel gaf. Een onbekende is de houding van Frankrijk. Dat land zwijgt in alle talen, maar ik weet niet of het een tweede keer een bondgenoot een oorlog wil zien verliezen tegen de agenten van la perfide Albion, die Angelsaksische imperialisten, dat onbetrouwbaar volk dat Napoleon naar Sint-Helena stuurde, die lelijke vrouwen hebben en de liefde niet kunnen bedrijven. Vergeet niet dat de aartsvijand van Frankrijk Engeland is, en niet Duitsland. En welk signaal geven de Fransen dan aan West-Afrika, waar hun echte belangen zitten ? Wat moet er gebeuren ? REYNTJENS : De grenzen moeten worden gestabiliseerd en de vreemde troepen moeten uit Zaïre weg. Daarvoor is internationale bemiddeling nodig. België heeft zeer goede relaties met de Zaïrese regering. En de Amerikanen moeten Kigali overtuigen. Een andere zaak, is de politieke oplossing. In Burundi moet er eerst een staakt-het-vuren komen met de guerrilla. President majoor Pierre Buyoya zou misschien wel willen, maar wordt agressief teruggefloten door zijn achterban. Toch is de situatie in Burundi hoopvoller : daar is nog geen winnaar en verliezer. Dat vergemakkelijkt mogelijk de gesprekken. In Rwanda onderneemt de internationale gemeenschap geen enkele poging om de mensen aan tafel te brengen. Voor velen zijn die van het FPR de goeden, en de anderen de slechten. Vooral de Amerikanen houden van zo'n zwart-wit-portret. Toch zijn er bij de vluchtelingen en de mensen die in Rwanda worden uitgesloten van macht en geld, veel die niks met de genocide te maken hebben. Maar het FPR kan zich geen onderhandelingen veroorloven. Politiek verliezen zij, als minderheid, in een competitief systeem. Economisch steunt het FPR op de smalle basis van hen die in de steden huizen, bedrijven en grond kwamen bezetten. Elke onderhandeling die tot de terugkeer van de rechtmatige eigenaar zou leiden, is verloren. Als Paul Kagame (vice-president en sterke man van het regime) dat doet, wordt hij door zijn eigen mensen vermoord. De internationale gemeenschap kan dus waarschijnlijk niet veel meer dan voorwaarden opleggen aan Kigali. Maar de internationale gemeenschap spreekt niet uit één mond. De Amerikanen en de Nederlanders met hun protestants schuld-en-boete-gevoel zijn zeer pro-FPR. De Duitsers denken ook wel zo, maar ze kennen Rwanda van voor de ontdekking door de Nederlanders, in 1994. De Nederlanders wisten Rwanda amper liggen, maar zijn vandaag de grootste bilaterale donoren. Nederland koppelt daar geen voorwaarden aan. Op de rondetafel in Zwitserland gaven alleen België en Zwitserland geen blanco checks. Beide landen kennen de situatie goed. Rwanda krijgt 18 miljard frank, een gigantisch bedrag dat het regime niet eens kan verbrassen, zonder dat er maar de minste rekenschap moet worden afgelegd. Niemand vraagt aan Kigali een politieke oplossing te zoeken. Natuurlijk doet het regime dan ongemoeid voort. Met andere woorden : dat ziet er slecht uit. REYNTJENS : Mijn ingewanden-gevoel dat mij in deze regio zelden in de steek laat, zegt mij dat het nog erger wordt en dat wij er niet veel aan kunnen doen. Ik zeg het niet graag, maar misschien moet dat daar maar eens worden uitgezweet, zoals wij dat altijd in Europa hebben gedaan. Door de ontnuchtering in Centraal-Afrika stel ik mij almaar meer vragen. Geweld is een middel van de politieke actie. Wij zijn mekaar in Europa eeuwen te lijf gegaan. Deze eeuw alleen al lieten zestig miljoen mensen het leven in twee grote burgeroorlogen die ook over machtsherverdeling gingen. En niemand stond met zijn vingertje te wijzen, van : jongens, regel dat nu eens op een beschaafde manier. Die Afrikanen hebben daar belangen die weinig van doen hebben met goed bestuur, democratisering, mensenrechten of vrede. Maar kunnen wij met strenge voorwaarden het regime van Rwanda grondig wijzigen ? Een volgende stap is : zet een prikkeldraad rond Afrika en ga over enkele decennia nog eens kijken. REYNTJENS : Ja, er zijn ook Afrikanen die dat vragen. Ik ben daar nog niet aan toe. Maar het zijn ideeën die ik de laatste jaren al toelaat tot mijn geest. Vroeger wilde ik dat zelfs niet horen, nu speel ik geregeld met deze gedachte. Maar deze idee zit nog maar in het reservegeheugen van mijn computer. Uiteindelijk zijn die honderdduizenden weer met hun bundel op het hoofd op stap, met voor vijf dagen eten. Die mensen die met de machtsstrijd niks te maken hebben, zijn weer de dupe. Dan denk je, ach, laten we het nog maar eens proberen. Zonder grote illusies. Peter Renard De vluchtelingen zijn weer op stap, met hun bundel op hun hoofd en voor vijf dagen eten. Ach, laten we het nog maar eens proberen. Filip Reyntjens.