Vanuit het geroezemoes rond al die verschillende formatietafels in Brussel en elders, klinkt almaar luider de roep dat de kwaliteit van het leven van de Belgen beter moet worden. De staat werd in de voorbije, harde jaren van besparen en saneren een boze man die de beduusde burger alleen nog streng en bestraffend toesprak. Hij moet nu weer een vriendelijk gezicht krijgen.
...

Vanuit het geroezemoes rond al die verschillende formatietafels in Brussel en elders, klinkt almaar luider de roep dat de kwaliteit van het leven van de Belgen beter moet worden. De staat werd in de voorbije, harde jaren van besparen en saneren een boze man die de beduusde burger alleen nog streng en bestraffend toesprak. Hij moet nu weer een vriendelijk gezicht krijgen.Het is toeval dat dit nieuwe taalgebruik uitgerekend opwelde op het moment dat de dioxineramp het land overviel. Kan de Belg harder worden getroffen dan door hem op een rantsoen van buitenlands voedsel te zetten? Het begrip - de kwaliteit van het leven, zo bitter tijdens die dagen van onzekerheid over zelfs maar een eenvoudig kippenboutje - zocht al eerder zijn weg in de politieke spraak. Met name de CVP, die nu ironisch genoeg op de reservebank zit, bracht het zachtjes als een onderdeel van haar positieve campagne: nu de cijfertjes bedwongen zijn, is het weer tijd voor de mens. Het klonk bijna als een variant op de historische slogan, waarmee Leo Tindemans in de jaren zeventig furore maakte: omdat mensen belangrijk zijn. De hele idee om de nadruk te leggen op het welzijn en het welbehagen in de brede betekenis van die woorden, staat niet los van ontwikkelingen elders in de samenleving en in onze omgeving. In zijn pleidooi voor een groot, nieuw muziekcentrum in Gent gebruikte Gerard Mortier vorige week het argument dat zo'n investering ook nodig is voor de leefbaarheid van de stad. In Nederland ondervinden werkgevers en politici al langer dat mensen hoe langer hoe meer belang hechten aan de uren buiten het werk. Ze willen meer tijd voor hun gezin, hun vrienden, hun sociale leven - en ze doen het daarvoor desnoods graag met iets minder. Het hoge percentage aan mensen dat in Nederland genoegen neemt met een halftijdse baan heeft ook daarmee iets te maken. Wij zijn bij ons niet zover. Een en ander moet nog worden uitgeklaard. Om te beginnen, is het niet duidelijk wat er precies wordt bedoeld met begrippen als "goed bestuur" en "kwaliteit van het leven" - die blijkbaar geregeld als synoniemen voor elkaar worden gebruikt. Het eerste is zonder meer normaal: de overheid hoort goed te besturen, daar dient ze voor. Het tweede voegt daaraan een dimensie toe. Een subjectief gevoel. Omdat het voor iedereen verschillend kan zijn, is het, op zichzelf, niet bijster geschikt voor politiek gebruik. Tien jaar na de val van de Muur en de Duitse eenmaking vinden veel mensen in de voormalige DDR dat de kwaliteit van hun leven er sterk op achteruitgegaan is. De zekerheden van vroeger zijn er niet meer: toch brood op de plank, een propere woonst, kinderopvang, goedkope gezondheidszorg, hoe dan ook een Trabantje voor de deur. Er moet nu verantwoordelijkheid genomen worden, er is doorzettingsvermogen nodig, er moet hard gewerkt worden - als er al jobs zijn. Dat geeft een soort stress die ze vroeger niet kenden, en waartegen ze vaak ook niet opgewassen zijn. Maar dat wil daarom niet zeggen dat de Bondsrepubliek slecht wordt bestuurd.De algemene indruk is dat er bij ons wel een probleem is met dat bestuur. Het wordt door de bevolking zelfs als de oorzaak van alle kwaad gezien. Formateur Guy Verhofstadt wil streven naar een zorgzame en bezorgde overheid. Het doet denken aan het oude rechtsbeginsel van de goede huisvader: als iemand de hoede over iets krijgt, moet hij daarvoor zorgen als was het van hemzelf. Enkele maanden geleden schreef een vrouw deze redactie een brief. Een alleenstaande moeder met de zorg over een zwaar zieke zoon. Onder meer beklaagde ze zich erover dat ze in haar situatie recht had op een aantal tegemoetkomingen, waarop ze geen beroep had gedaan omdat ze gewoon niet op de hoogte was. Een goede huisvader laat dat niet gebeuren. Als de overheid van Verhofstadt erop toeziet dat mensen zoals deze vrouw alvast krijgen wat hen toekomt, is hij op weg naar een beter bestuur. Het is een discussie die zich nu nog afspeelt boven de hoofden van de meesten voor wie het echt een verschil zal maken. Dat kan op dit moment ook moeilijk anders. De onderhandelaars zullen het ons daarom ook niet ten kwade duiden dat er met lof wordt gewacht tot blijkt wat al die fraaie begrippen in de realiteit precies willen zeggen.Hubert van Humbeeck