Hoe heeft ons land op de coronapandemie gereageerd?
...

Hoe heeft ons land op de coronapandemie gereageerd? Patricia Popelier: Het is opvallend dat er in het begin van de coronacrisis een heel grote bereidheid bestond om te centraliseren. De bevoegdheden in België zijn op een exclusieve manier verdeeld zodat de gewesten, de gemeenschappen en de federale overheid zich niet met elkaars verantwoordelijkheden kunnen bemoeien. Maar in maart zijn de gewesten en de gemeenschappen er plots mee akkoord gegaan dat het federale niveau beslissingen neemt op hun beleidsdomeinen: de sluiting van de scholen, de manier waarop het openbaar vervoer moet functioneren, de regels voor de cultuur- en de sportsector. Normaal hebben we een federaal model dat gebaseerd is op wantrouwen, nu was iedereen plots bereid om samen te werken. Dat gaat in tegen de richting die sinds de eerste staatshervorming is ingeslagen. Met de N-VA als grootste partij in de Vlaamse regering is dat een opmerkelijke vaststelling. Dave Sinardet: Inderdaad. Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) heeft via de Nationale Veiligheidsraad en het Overlegcomité wel mee alle beslissingen genomen, maar hij speelde altijd het nationale spel mee. Na de eerste golf benadrukte hij bijvoorbeeld dat aparte regels voor de cultuursector in Antwerpen, Brussel en Namen geen steek houden. Terecht, maar het zijn straffe woorden voor een Vlaams-nationalist, die vanuit ideologisch standpunt dat net wél zou moeten verdedigen. Zeker als je ziet dat de deelstaten in Duitsland of de regio's in het Verenigd Koninkrijk wel een eigen koers varen. Popelier: Het is bizar om te pleiten voor een confederaal bestel en tezelfdertijd zo'n unieke kans te laten liggen. Ik was enorm verbaasd toen Jambon zei dat preventieve gezondheidszorg de federale overheid toekomt, terwijl ook Vlaanderen op sommige vlakken bevoegd is. Als je meer bevoegdheden wilt, moet je toch eerst weten wat je al hebt. Sinardet: Feit is ook dat de Vlaamse regering ondanks alle kritiek op de regering-Wilmès geen geloofwaardig alternatief heeft kunnen aanbieden. Jambon is ook niet de juiste man op de juiste plaats. Na de aanslagen in Zaventem en Brussel in 2016 kon de N-VA wel uitblinken op het vlak van terrorismebestrijding, omdat ze daar een duidelijke ideologische lijn heeft. In deze gezondheidscrisis is dat een ander verhaal. Zitten de mensen erop te wachten dat er overal verschillende maatregelen genomen worden? Sinardet: Nee, integendeel. En in crisistijd beseffen ook politici plots dat sterke verschillen in het regionale beleid niet werken in ons kleine, dichtbevolkte land. Dat bleek ook enkele weken geleden, toen de Vlaamse regering voor het eerst echt op haar strepen stond en een aantal verstrengingen in het Overlegcomité tegenhield. Om ze vier dagen later alsnog zelf in te voeren! Intussen hadden ook Wallonië en Brussel bijkomende maatregelen genomen, waardoor het een kakofonie was geworden. De regering-De Croo moest uiteindelijk alles harmoniseren. Ik heb niet de indruk dat Jambon en de N-VA de analyse maken dat ze goed uit die episode zijn gekomen. Jambon kwam ook veel te laat met die poging. Uit peilingen blijkt dat de regering-De Croo veel steun geniet bij de bevolking. Daar ga je niet zo gemakkelijk tegenin. Onder de regering-Wilmès had zo'n initiatief beter kunnen uitpakken. Het kan ook goede wil zijn: eenheid van commando in crisistijd kan veel problemen voorkomen. Popelier: Daar ben ik ook van overtuigd. Maar strikt genomen volgt dat niet de logica van onze bevoegdheidsverdeling. Het federale niveau heeft geen juridische grondslag om in crisistijd het laken naar zich toe te trekken en in te grijpen in de bevoegdheden van de gewesten en gemeenschappen. De Raad van State heeft daar al op gewezen, maar tot op heden is er met dat advies niets gebeurd. We moeten daar de nodige lessen uit trekken en een crisisbepaling in de grondwet schrijven. Dan vermijd je tijdverlies wanneer niet duidelijk is wie precies bevoegd is, bijvoorbeeld voor contactopsporing. Door de gezondheidszorg helemaal naar de gemeenschappen over te hevelen, zoals in het regeerakkoord staat? Popelier: Daar los je niets mee op. Een gezondheidscrisis grijpt in alle domeinen van de samenleving in. Wat zijn we met een duidelijke afbakening van de gezondheidszorg als alle andere bevoegdheden verspreid blijven? We moeten in crisistijd kunnen afstappen van de exclusieve bevoegdheidsverdeling. Bijna alle federale systemen hebben die mogelijkheid. Wij niet. Ik wil geen politieke keuzes maken, maar exclusiviteit mag niet heilig zijn. Bij belastingen is het trouwens zo dat de gewesten niet kunnen optreden wanneer de federale overheid dat doet. Het principe bestaat dus al. U noemt het een taboe. Sluit u een aanpassing tegen 2024 uit? Popelier: (overtuigd) Dat gaat niet gebeuren. Sinardet: Ik vrees er ook voor, maar ik vind eveneens dat het nodig is. Niemand lijkt tevreden met de huidige bevoegdheidsverdeling. Het is een perpetuum mobile in ons land: ze zien dat iets niet werkt en stellen dan een staatshervorming voor. Alsof we dan plots in een bestuurlijk walhalla terechtkomen. Terwijl we telkens opnieuw vaststellen dat de zaken daarna nog ingewikkelder zijn geworden. Het regeerakkoord is ook tegenstrijdig wat een nieuwe staatshervorming betreft. Enerzijds wil de regering academici en burgers betrekken bij een open debat zonder taboes. Anderzijds heeft ze al beslist om de gezondheidszorg verder op te splitsen. Dat valt toch niet met elkaar te rijmen? Is de afkeer voor dat debat meteen een verklaring waarom de meerderheid niet inging op het voorstel van een coronawet? Sinardet:Ongetwijfeld. Popelier: Na onze oproep kregen we het verwijt dat we het verkeerde moment hadden gekozen. (lachje) Ik denk dat het momentum er deze zomer was. Het ging toen beter met de coronacijfers, maar men wist al dat het in de herfst weer slechter zou gaan. Waarom zijn de partijen toen niet aan de slag gegaan met het wetgevende werk? Zolang de coronawet er niet is, creëert men juridische onzekerheid. Ik kan u verzekeren: hier zullen rechtszaken van komen. 'Die wet moet er komen', zeggen magistraten me. Zij vrezen terecht een kakofonie aan rechterlijke beslissingen.