Die film. Schindler's List, over de Duitse industrieel die meer dan duizend joden van de dood heeft gered. Krakau en vooral dan de historische joodse wijk Kazimierz zijn Steven Spielberg dankbaar. Hij bracht de toeristen en verdreef de laatste restjes schaamte. Tot voor enkele jaren was Kazimierz een wat vergeten wijk van de stad. Een schandvlek. In 1939 woonden hier 65.000 joden, eenvierde van de bevolking van Krakau. Sindsdien is de bevolking verdrievoudigd. In Kazimierz sijpelden sinds 1989 opnieuw joden binnen, zo'n honderd vijftig.
...

Die film. Schindler's List, over de Duitse industrieel die meer dan duizend joden van de dood heeft gered. Krakau en vooral dan de historische joodse wijk Kazimierz zijn Steven Spielberg dankbaar. Hij bracht de toeristen en verdreef de laatste restjes schaamte. Tot voor enkele jaren was Kazimierz een wat vergeten wijk van de stad. Een schandvlek. In 1939 woonden hier 65.000 joden, eenvierde van de bevolking van Krakau. Sindsdien is de bevolking verdrievoudigd. In Kazimierz sijpelden sinds 1989 opnieuw joden binnen, zo'n honderd vijftig. Vandaag pas nadert de restauratie van de synagogen in de wijk zijn voltooiing. Er zijn er een zevental op nauwelijks één vierkante kilometer. Ook elders in Polen wordt het joodse erfgoed opgeknapt. Tenminste, wat er nog van rest. Krakau is de enige stad in Polen die de oorlog bijna ongeschonden is doorgekomen. Vanuit Israël en elders komen de jongste jaren ook steeds meer schadeclaims. En dat lijkt eenvoudiger dan het is, zoals zoveel in Polen.'Je kunt alleen teruggeven wat er is', zegt Joachim S. Russek, directeur van de Judaica Foundation, gehuisvest in het Centrum voor Joodse Cultuur in Krakau. 'In Krakau staat het joodse patrimonium nog grotendeels overeind, elders niet. En er zijn nog veel andere mensen die tijdens en na de oorlog hun have en goed hebben verloren op Poolse bodem. Als je geen gebouwen kunt teruggeven, moet je dat financieel vergoeden. En om iedereen te compenseren, is Polen te armlastig.'In de periode 1936-1956 hebben in Polen 25 miljoen mensen hun huis moeten verlaten. Drie miljoen vertrokken door de schoorsteen naar nergens. Anderen naar Siberië en Kazachstan, sommigen naar Duitsland, nog anderen van Litouwen naar het centrum van Polen, velen van het platteland naar de steden. Bijzonder veel Polen wonen vandaag nog altijd op plaatsen waar zij, of hun ouders, niet geboren zijn. In huizen die anderen hebben toebehoord.'Etnische zuiveringen vonden niet alleen in Bosnië-Herzegovina plaats', vertelt historicus Jacek Purchla, directeur van het Internationaal Cultureel Centrum in Krakau. 'Dezelfde tragedies hebben zich op een veel grotere schaal in heel Centraal-Europa voorgedaan tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog. Maar toen was er nog geen televisie.'TE MOEILIJK VOOR HOLLYWOODIn Kazimierz kun je je inschrijven voor een begeleide trip, Schindler's Tour. Henk Hofland schreef ooit dat Spielberg er zelfs voor kon zorgen dat het sneeuwde als je de bioscoop verliet. Weer snuift Amelia. 'Als het over de joden gaat, moeten wij Polen altijd opletten dat we niet verkeerd begrepen worden. Want voor de buitenwereld zijn wij toch anti-semieten, niet? Oskar Schindler verdient zijn heiligheid, zeker. Maar Spielberg rept met geen woord van de Polen die joden hebben geholpen. En dat knaagt. Het Poolse verzet had een afzonderlijke tak die joden hielp. Maar dat zou het verhaal wellicht een beetje te moeilijk hebben gemaakt voor Hollywood.''Het is zo comfortabel voor vele Europeanen om de Polen met de vinger te wijzen. Hitler was nochtans niet de eerste die aan Madagaskar dacht, weet u? Nog andere landen zochten in de jaren dertig naar een oplossing. Ja, Frankrijk en Engeland wilden de joden een land schenken, maar zo waren ze meteen ook van hen af. Het is maar hoe je het bekijkt. Madagaskar bleek te duur voor de nazi's. En dus werd het Polen, zo dicht mogelijk bij de bron. Polen had nu eenmaal het grootste aantal joden in heel Europa. Dat zal dus wel niet geweest zijn omdat het anti-semitisme in onze genen zit. De joden kwamen in vroegere tijden naar deze regionen omdat ze elders in Europa vervolgd werden. In Polen waren ze welkom. In 1939 waren er drie miljoen. Hoe zou ú die allemaal verbergen? Ach...' Amelia heeft de vreemde gewoonte om na elke zin haar eigen woorden te willen wegwuiven. Veel oudere Polen doen dat, alsof ze willen zeggen: 'Mogen we? Voortdoen met ons leven?''Er is zoveel gebeurd in Polen. Zoveel onnoemelijks. Een halve eeuw is die ellendige oorlog nu al voorbij, en elke dag nog slaat hij wonden. Je wilt er niet meer over praten, je mag er niet over zwijgen. Maar laat dan ook álle verhalen eens verteld worden. Zelfs vandaag is dat nog altijd moeilijk in Polen.''In 1989 verdween de officiële censuur', zegt Russek. 'Vaak werd die vervangen door zelfcensuur. De jonge Polen hebben daar geen last van. Ze hebben, godzijdank, geen persoonlijke ervaring met die gruwelijke tijden. Maar voor de ouderen, voor de mensen die het allemaal hebben meegemaakt, is het psychologisch veel moeilijker om de geschiedenis te herzien. Het betekent vaak de totale ontkenning van hun leven dat ze na de oorlog hebben opgebouwd. Het haalt de zin die ze aan dat leven hebben gegeven en de identiteit die ze zich hebben gevormd onderuit.'SCHULD EN ONSCHULDOok in Polen ging het om Hitler of Stalin. Maar verder is wat zich in dat deel van Europa heeft afgespeeld in niets te vergelijken met wat in landen als België of Frankrijk is gebeurd. België heeft zijn Meensel-Kiezegem, Frankrijk zijn Oradour, maar in Polen heeft haast elk dorp 'iets' onnoemelijks meegemaakt. En minder dan in andere bezette gebieden liet dat 'iets' zich ooit vatten in de sjablonen van de naoorlogse geschiedschrijving, in het geconsacreerde beeld van de Tweede Wereldoorlog zoals het na 1945 van Normandië tot Moskou werd herdacht. Schuld en onschuld, zwart en wit lagen er te dicht bij elkaar, wisselden er voor, tijdens en direct na de oorlog van dag tot dag.In zijn epos over Polen, Heart of Europe, The Past in Poland's Present, schrijft historicus Norman Davies dat het land zich in 1939 op de slechtst denkbare plek van de wereldbol bevond, 'op een stoel tussen Hitler en Stalin'. Die ene oorlog bestond voor Polen uit meerdere, maar altijd even dodelijke oorlogen. Geen enkel land in Europa telde na afloop zoveel doden als Polen. Een op vijf, zes miljoen mensen. 'Eigenlijk zijn we de enige "winnaars" van de oorlog die achteraf gestraft werden', zegt Jacek Purchla. 'De oorlog eindigde in Polen met een totaal onverwachte wending. Tsjecho-Slovakije viel zonder noemenswaardig verzet. Polen was het eerste en enige Europese land dat besloot om zijn soevereiniteit tot het einde toe te verdedigen. De regering in ballingschap heeft nooit de capitulatie ondertekend. En op het einde van die oorlog kwamen we terecht in een nieuwe bezetting. Daarbij verloren we de helft van onze vooroorlogse gebieden en honderdduizenden inwoners.'Wie, zoals Amelia, in Polen de zeventig voorbij is, heeft vele splinters in het geheugen. De geschiedenis van de twintigste eeuw bestaat in dit land uit minstens drie lagen. Er is de 'officiële' geschiedenis die na de oorlog min of meer gedeeld werd aan weerszijden van het IJzeren Gordijn. Het is de geschiedenis van de geallieerde overwinning op het fascisme. En van de zowel door west als oost abject bevonden holocaust.De tweede laag is de 'fluistergeschiedenis', het verleden waarover de Polen, zeker tot aan de val van de Muur, niet hardop konden spreken. Het verhaal van de etnische zuiveringen, bovenop die van de joodse gemeenschap, en van de gedwongen volksverhuizingen. Het is het verhaal van de 2,5 miljoen Polen die tussen 1936 en 1941 door de Sovjets werden gedeporteerd; van de 1,5 miljoen Polen die tussen 1945 en 1947 uit Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne werden 'gerepatrieerd'; van de 3,5 miljoen etnisch Duitse inwoners van Polen die in diezelfde periode het land werden uitgezet; en van de 4,4 miljoen Polen die na 1945 binnen de eigen landsgrenzen moesten verhuizen in het raam van allerlei vijfjarenplannen. Miljoenen ontwortelden die hun mond moesten houden, want voor het communisme bestonden etnieën en regionalismen niet, dat waren uitvindingen van het kapitalisme om de arbeidersklasse te verdelen.Veel van deze 'fluistergeschiedenis' was decennialang brandstof voor de samizdat, de clandestiene publicaties. Net zoals de verhalen over Katyn, waar in 1940 enkele duizenden Poolse officieren geëxecuteerd werden door Russen. Niet door de nazi's, zoals het communistische regime Poolse scholieren tevergeefs trachtte in te lepelen. En dan is er de derde laag, de werkelijk ondraaglijke geschiedenis. Het zijn de verhalen over het bloed dat aan Poolse handen kleeft, niet aan de handen van de nazi's of de Sovjets op Pools grondgebied, maar aan die van de Polen zelf. Het zijn vooral die verhalen die na 1989 onderwerp werden van zelfcensuur.'Wie zijn geschiedenis niet meer kent, is gedoemd om ze opnieuw te beleven.' (t van George Santayana, te lezen bij de ingang van het Auschwitz-museum) Een bericht uit de Krakauer Zeitung van 23 maart 1941. Onder de titel 'Große Tage für die Panjewagen', gouden dagen voor de boerenwagen, volgt een 'verslag' van de 'verhuizing' van de joden uit Kazimierz naar het getto in de wijk Podgorze, aan de overkant van de rivier die Krakau doormidden snijdt. Op de foto zie je inderdaad veel handkarren, volgestouwd met huisraad. Veel gezichten ook, met twee lachende jonge meisjes op de voorgrond. De auteur wil de lezer laten geloven dat de joden met volle zin verhuizen. En dat vele joden zich ongetwijfeld zullen 'verbessern', 'vooral dan op hygiënisch gebied'. De schaamte over het lot van de joden werd na de oorlog door de Sovjets uitgebuit om de Polen in het gareel te krijgen. Want het was uiteindelijk toch hier, op Poolse bodem, dat de holocaust zich had voltrokken. Dat drie miljoen joden níét konden worden gered. En zat of zit het anti-semitisme de Polen zeker niet in de genen, het speelde in de jaren dertig wel een rol in het publieke debat over welke positie Polen moest innemen tussen twee dreigende buren. De ene meende dat het grootste gevaar van Rusland kwam, de andere van Duitsland. De ene volgde daarom Józef Pilsudski, de andere Roman Dmowski, twee toonaangevende politici die door Norman Davies de vaders van respectievelijk het Poolse onafhankelijkheidsdenken en het Poolse nationalisme worden genoemd. Pilsudski hield niet van Duitsers, maar nog minder van Sovjets. Hij hield wel van de joodse Polen en pleitte onophoudelijk voor nuchterheid en verzoening. Dmowski niet, die was even anti-semiet als Hitler in zijn manie voor 'het grote joodse complot'.Schaamte en schuld ook toen het stof boven Auschwitz optrok, omdat de in Polen zo machtige katholieke Kerk zo weinig had ondernomen om de haatgevoelens van de Polen jegens het volk dat Christus vermoordde, te temperen. Dat hing af van priester tot priester, van dorp tot dorp.'Ik zat op internaat bij de zusters ursulinen', zegt Amelia. 'De zusters hielden er joodse meisjes verborgen.' Ook Amelia had de joden wellicht graag liever gezien, in de jaren voor 'het' begon. 'Soms vraagt men mij om te gidsen in Auschwitz, maar ik doe het liever niet.'Cello kan ze nog altijd niet horen. Dat kermt te veel, pijnigt haar oren. En vodka drinkt ze niet. Dat brandt. Dat schroeit zoals de zon in de zomer van 1943 in de heuvels en velden rond Krakau.Ze was toen zestien, Amelia, en ze woonde in een dorp op het platteland bij Krakau. Toen kwamen de treinen. 'We zagen geen gezichten, alleen handen die klauwden naar ons daarbuiten. De mensen zaten op elkaar gepakt, ze werden geroosterd door de hitte. De trein stond stil, een tussenstop op weg naar... Nee, dat wisten we toen niet. We hadden er thuis nooit over horen vertellen. En stél nu dat we het wel hadden geweten, wat konden we doen? Mijn moeder vulde een melkbus met water. Met een vriendin sleepte ik die naar de trein, en we duwden bekertjes in die handen zonder gezichten. De bewakers keken de andere kant op. Ze hadden hun vodka. Er belandde meer water op de grond dan in de trein.''Mijn moeder wilde later geen woord meer horen, over die oorlog.'Oshpitzin. Het is de Jiddische benaming van het Poolse provinciestadje Oswieçim. Over de hele wereld staat het onder zijn Duitse naam, Auschwitz, bekend als de plek waar zestig jaar geleden de genocide op de joden plaatsvond. Ook in Polen zelf weten ze dat natuurlijk, maar toch leverde een enquête onder de bevolking in 1995 verrassende resultaten op. Bijna de helft van de ondervraagde Polen dacht bij het horen van de naam Auschwitz in de eerste plaats aan het lijden van 'de Poolse natie' in de Tweede Wereldoorlog. Slechts acht procent associeerde de naam allereerst met 'de vernietiging van de joden'. 'Oswieçim for the Poles', titelde een vooraanstaande Poolse krant. De peiling werd afgenomen kort voor de vijftigste verjaardag van de bevrijding van het uitroeiingskamp. Enkele maanden na de herdenkingsplechtigheid kregen de Polen dezelfde vraag een tweede keer voorgelegd. Het aantal Polen dat voordien eerst aan Polen had gedacht, halveerde; het aantal Polen dat nu toch eerst aan de joden dacht, verdubbelde. Een andere krant titelde toen 'Oswieçim not only Polish'. Het is zo een van die rechtzettingen waar de Poolse geschiedschrijving bol van staat.'Geschiedenis is een hoop leugens over gebeurtenissen die nooit plaatsvonden, verteld door mensen die er niet bij waren.' (t van George Santayana, vanzelfsprekend niet te lezen bij de ingang van het Auschwitz-museum) Stel nooit te veel vragen in Polen. Er loert altijd pijn om de hoek. Of schuld.Amelia komt uit een familie van Poolse patriotten. Haar vader was actief in wellicht de enige verzetsgroep die na de oorlog niet op medailles hoefde te rekenen. Hun geschiedenis was, voor de Sovjets en hun handlangers, 'een hoop leugens'. Als ze na de 'bevrijding' snel genoeg waren, konden ze nog vluchten, westwaarts, naar Engeland vooral. De anderen werden later afgevoerd naar het oosten, naar de grote stilte van de goelag.Hun oorlog hield niet op. Opnieuw en opnieuw kregen ze slaag. Van 23 augustus 1939 tot 22 juni 1941 werden ze vermalen door Hitler en Stalin, die in een geheime clausule bij hun niet-aanvalspact Polen onder elkaar verdeelden. Naar schatting twee miljoen Poolse burgers werden in die jaren gedeporteerd naar Siberië en Kazachstan. Minstens de helft heeft het eerste jaar niet overleefd.En op de Duitse helft verdwenen talloze Polen in Hitlers werkkampen. Hoeveel kampen er precies waren, is ook vandaag nog altijd niet bekend. Polen lag er in elk geval mee bezaaid. Een schatting van de Poolse historicus Józef Marszalek: 850 werkkampen, waarvan de helft exclusief voor joden, 200 exclusief voor Polen en nog eens 50 exclusief voor Oekraïners.Vanaf de zomer van '41, toen Hitler de aanval op de Sovjets inzette, hadden de nazi's vrij spel in Polen. Toen het Westen vier jaar later de bevrijding vierde, nam Stalin in Polen zijn draad weer op. 'Vriend of vijand,' zegt Amelia, 'dat hing vaker af van de persoon dan van de nationaliteit. In het dorp waar wij woonden, bezorgde de chef van de Gestapo papieren aan verzetslui. Toen in de kerstdagen van '44 Hitlers oostfront in elkaar klapte, bood een Duitser mijn vader een plaats aan in een van hun terugtrekkende vrachtwagens, wat mijn vader vanzelfsprekend weigerde. Om negen uur in de ochtend van 15 januari 1945 verliet de laatste Duitser ons dorp, om vijf over negen stapte de eerste Rus het dorp binnen. Mijn vader werd opgepakt door de KGB, de inlichtingendienst. Toen kregen we hulp van een oude dorpsgenoot die naar Polen was teruggekeerd als KGB'er. We vroegen hem om vader op te sporen. Dat deed hij, maar mijn vader mocht met niemand contact hebben. We hebben dan brieven geschreven, stapels brieven. En er kwam nooit iets terug. Ach...'Nog een rechtzetting _ ook vandaag nog de ondraaglijkste voor elke Pool. In Jedwabne, een dorpje in het oosten van Polen, stond tot voor enkele jaren een gedenksteen waarop men kon lezen hoe de nazi's in 1941 de 1600 joden van het dorp de dood injoegen. Na de val van het communisme verrees er een tweede steen, ter nagedachtenis van de '180 mensen onder wie 2 priesters' die in het dorp werden vermoord tussen 1936 en 1956 door de geheime politie van de Sovjets en de nazi's.Pas vorig jaar kwam er, na zestig jaar, een officiële erkenning van de waarheid. Een waarheid die de bewoners van Jedwabne al die tijd voor zichzelf hadden gehouden. De 1600 joden werden noch door de Sovjets noch door de nazi's op de meest gruwelijke wijze gelyncht en levend in brand gestoken, wel door hun Poolse buren. Die 'gewillige beulen' waren daar niet toe gedwongen geweest, niet door Hitler en niet door Stalin.De ironie wil zelfs dat een handvol joden de pogrom overleefde, omdat ze zich op dat moment 'gelukkig' op het terrein van de nazipost in Jedwabne bevonden. Nog een vijftal joden overleefde, dankzij een Poolse familie die hen verborg in een nabijgelegen dorp. Die familie moest na de oorlog de wijk nemen. Haar aanwezigheid was ondraaglijk voor de overblijvende Polen die wilden vergeten wat zijzelf of hun ouders hadden gedaan. Daarom verlieten na de oorlog ook 200.000 joden Polen. Uit vrees dat ze vervolgd zouden worden omdat ze vervolgd waren geweest. Zoals de joden in de naoorlogse vluchtelingenkampen op Duits grondgebied zeiden: 'De Duitsers zullen ons de holocaust nooit vergeven.' Het is een doordenkertje van een geschiedenis die de doorsnee-Pool tot 1989 niet wilde, mocht of kon kennen.Het is begrijpelijk waarom Polen in de oostelijke gebieden de nazi'sqsdf die de Sovjets in 1941 verjoegen, inhaalden als 'bevrijders'. Het nazisme was de pest, maar het stopte de cholera, zijnde de sovjetdeportaties naar het oosten. Het is begrijpelijk waarom de joden in die gebieden in 1941 níét juichten toen de nazi's hun intrede deden. Het communisme was de pest, maar het hield de cholera tegen, de etnische zuiveringen van de nazi's. Het is begrijpelijk dat de Polen toen wraak namen op diegenen die sinds 1939 hadden 'gecollaboreerd' met de Sovjets. En dat ze daarom op hun beurt 'collaboreerden' met de nazi's.Het is begrijpelijk, maar het is geen glorieuze geschiedenis. Het is het verhaal van de duivel, en de grootste hoop.HET NATIONALE GEHEUGEN'Er ging een schok door de hele Poolse samenleving', vertelt Russek, 'toen twee jaar geleden de waarheid over Jedwabne aan het licht kwam door de publicatie van het boek Buren van Jan T.Gross. Voor het eerst sinds de oorlog opende dat een publiek debat over de Pools-joodse relaties. En over de noodzaak om het nationale geheugen te herzien. Jedwabne gooide de Poolse mythologie over de oorlog aan diggelen, het verstoorde de manier waarop die oorlog tot nu toe altijd herdacht werd. Polen waren in die voorstelling altijd slachtoffers _ wat ze ook waren natuurlijk _ en ze vochten tegen de nazi's.' 'Jedwabne is een symbool. Soortgelijke feiten deden zich in juli 1941 voor in andere gemeenten en stadjes waar de Duitsers de Sovjets verdreven. In de regio van Jedwabne zijn er minstens vier of vijf zulke incidenten bekend, weliswaar met minder doden, maar dat maakt moreel gezien natuurlijk geen verschil. Of het nu al dan niet gebeurde op instigatie van de nazi's en uit wraak, omdat de joden zogezegd voor 1941 met de Sovjets hadden samengespannen, feit is dat de joden van Jedwabne door Poolse handen werden vermoord.' 'De nationale discussie over Jedwabne is, hoe pijnlijk ook, in elk geval heilzaam geweest voor Polen. Het leerde ons dat we een halve eeuw lang door allerlei politieke en ideologische belemmeringen geen vrij debat kenden over historische kwesties. Vijftig jaar hebben we in een diepvriezer geleefd. Wij beginnen nog maar aan het soort discussies dat in het Westen al tegen het einde van de jaren veertig plaatsvond. Nu pas hebben we de kans om onszelf te confronteren met die pijnlijke en bittere hoofdstukken uit onze geschiedenis.''Wat zeer hoopvol is,' zegt Jacek Purchla, 'is dat ondanks al die kiemen voor nog meer conflicten die tijdens en na de oorlogsjaren werden gezaaid, Polen vandaag zeer stabiele grenzen heeft. Ondanks de kwakkelende economie en ondanks de meest ongewone toestand van onze geschiedenis, is de grootste verwezenlijking van Polen wel dat we erin geslaagd zijn om heel goede politieke relaties met onze buren op te bouwen. En dat lag niet voor de hand. Tien jaar geleden hadden we drie buren, nu hebben we er zeven.''Het is een beetje cynisch om te zeggen, maar eigenlijk is Polen vandaag een van de meest coherente landen in Centraal-Europa dankzij Hitler en Stalin. Voor de oorlog vormden etnische minderheden _ joden, Duitsers, Oekraïners, Litouwers... _ eenderde van de Poolse bevolking. Vandaag vormen de minderheden twee à drie procent van de bevolking. Dat heeft nadelen, maar politiek is het wel stabiel. De geschiedenis heeft nu eenmaal geen manieren.' In april 2000 werd in Polen het Institute of National Memory opgericht. Tegen het al dan niet gewild vergeten.In dezelfde maand van datzelfde jaar leerde ik Amelia kennen. Haar leven begon op zestig. 'Kijk rond je. Is Krakau niet prachtig in de lente? De zon geeft dit land eindelijk weer wat kleur.'Filip Rogiers'Neighbours' van Jan T.Gross verschijnt in Nederlandse vertaling in november bij De Bezige Bij.Europalia Polska loopt nog tot 6 januari 2002.Info 02 - 507 85 94 en www.europalia.be.Met dank aan Marta Rosner en Maciej.'Als het over joden gaat, moeten wij Polen altijd opletten dat we niet verkeerd begrepen worden.''Om negen uur in de ochtend van 15 januari 1945 verliet de laatste Duitser ons dorp, om vijf over negen stapte de eerste Rus het dorp binnen.'