DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN DE VERLEIDING OM WEG TE KIJKEN, of alvast een rustpauze af te kondigen, wordt met de dag groter. Elke dag luisteren naar en lezen over de instorting van het Belgische bestuurlijke bestel, wordt een zelfkwelling. Vooral nu ook besmuikte berichten over rare seks in het politieke ontbladeringsproces opduiken, groeit zowel de weerzin tegen de actualiteit als het verlangen naar een gewoon, fatsoenlijk land om in te leven en te werken. Twijfel knaagt : is er inderdaad niet een heksenjacht bezig ? Oververzadigd van De Geruchten (nooit schoot een roman van Hugo Claus zo recht in de roos), wordt de kritische geest loom en vaandelvluchtig. Hij wil uitwijken naar verhalen over hulpeloze Hutu-karavanen, de neergestorte Mars-raket of die dertig in Engeland ontsnapte tropische vlinders. Maar als dan Louis Tobback verkondigt dat hij geen kranten meer wenst te lezen en de vraag stelt wat de media nu eigenlijk willen, een samenleving waarin fouten gemaakt worden of een kloosterorde, krabbelt de gegriefde burger dan toch maar overeind. Zo een dooddoener wekt hem weer tot leven. Tijdens het nog maar vijf jaar oude en toch eindeloos lijkende Dehaene-tijdperk hebben ongeveer dertig zeer onheldere zaken van zich doen spreken. Bijna iedereen kan nu een lange, politiek-gerechtelijke litanie van namen, feiten en toestanden meezingen : Agusta, verbrand geld, de moord op Cools en op Van Noppen, Super Club, Alain Van der Biest, de smeerpijp, KB Lux, de obussen, rijkswachter Van Mechelen, kolonel Luyten in Den Haag, inspecteur Zicot, de witte olifanten van het Abos, de drie Guy's, advocaat-generaal Schmitz, de milieubox, de spaghetti, de KS-miljarden, onderzoeksrechter Martine Doutrewé en haar man, Othello, Van Rossem, Raoul Stuyck, luchtfotografie boven Vlaanderen, de gebroeders Bleyen, Dutroux, Julie & Mélissa, Melchior Wathelet, Eliane Liekendael, het Hoog Comité met als apotheose : administrateur Willy Vermeulen en zijn gesaboteerde dossiers. Het lied kan nog veel langer, er is genoeg voor honderd strofen. Zoveel stof zou zelfs Shakespeare in zijn meest boosaardige stuk over hebzucht, diefstal, afgunst en eigenwaan niet verwerkt krijgen. België als bijna Colombiaans broeinest van sluwe slechtheid, van misdadige camaraderie, van de meest avontuurlijke fraudes : een prettig maar verdorven land dat de Monetaire Unie binnenglijdt met zijn zakken vol stinkende euro's. Waarop wachten de grote epische schrijvers, waar zit de nieuwe Cervantes om met dit postmoderne onderwerp de eenentwintigste eeuw grandioos te openen ? Welke regisseur geeft vorm aan het massaspel waarin duizenden politici, magistraten, officieren, ordehandhavers, ambtenaren en lakeien met elkaar telefoneren over hun verborgen en verdorven agenda's ? Maar omdat mensen belangrijk zijn, nietwaar, omdat tien miljoen moreel en budgettair geplunderde inwoners met literatuur alleen niets opschieten, moet er desnoods tegen beter weten in naar een uitweg gezocht worden. Drie wegen kunnen er naartoe leiden. De eerste is die van veel nadenken over de oorzaken, het uiteenrafelen van de vraag waarom en hoe het systeem zo vast kon lopen of ontsporen. De tweede vergt een grote herverzameling, uit alle partijen en middens met burgers die nog van waarde kunnen zijn in het samenlevingsverband dat niemand kan missen. De derde dient uit te lopen op een drastische verkleining van het politieke bedrijf zelf. Er zijn in de Belgische maatschappij krankzinig veel (vaak onzichtbare) bezitters van macht of invloed en te weinig gewone dienstverleners, helpers, probleemoplossers, rechtvaardigen. De grote oorzaak van het verval kennen we eigenlijk al lang : ze zit verscholen in die pap van termen zoals verzuiling, dienstbetoon, politieke klantenbinding, particratie en dies meer. Alle hebben ze met elkaar de onuitgesproken gedachte gemeen dat er buiten grondwet, wetten en administratieve regels nog een informele ruimte bestaat waarin publieke goederen (vergunningen, subsidies, jobs, kwijtscheldingen) gegeven of gekregen kunnen worden. Het arrangement, de achterpoort, het duwtje. In die buiten-rechtelijke ruimte hebben zich mettertijd een massa elkaar steunende beschermheren èn gunstelingen genesteld, zodat gevreesd kan worden dat een groot deel van het volk mentaal gecorrumpeerd is. Op de tweede weg stappen de deelnemers, met hun zielsverwanten thuis, aan de Witte Mars. Eind vorige maand bewezen ze dat hun aantal nog zeer groot is en dat ze niet alleen goedhartig maar ook intelligent zijn. Ze waren de uitvinders van de witte on-politiek als gangmaker van de meest waarachtige politiek. Geholpen door liefst alle geloofwaardig gebleven verkozenen van verschillende inspiraties en door vele andere in de maatschappij actieve mannen of vrouwen, zouden zij bij de volgende verkiezingen een totaal nieuw front moeten kunnen uitbouwen. Met veel vers bloed en vanzelfsprekende goede wil kan dan werk gemaakt worden van een zwaar gemoderniseerde grondwet die vooral aandacht besteedt aan een betere manier om verkiezingen te houden, kandidaten aan te wijzen, gezag over te dragen, recht te spreken. De ?andere? staatshervorming. DE BEDOELING ERVAN IS, tenslotte, een klaar overzicht te herstellen. Vandaag lijkt het politieke bedrijf zelf op een reusachtige spaghetti, een blinkend bord gevuld met in elkaar verstrengelde slierten onder de verzamelnaam : ambtelijke, financiële en mondaine cumul. De eetzaal zit vol binnensluipers of personages die uit tien borden tegelijk eten. In deftige taal heet dat ?de netwerken van de regering?. In gewoon Vlaams noemen we het verschijnsel liever parmantigheid, niemand-doet-ons-wat. Elke utopisch voorstel, hoe bescheiden ook, klinkt altijd wat opgewonden. Prototypes als Dehaene of Tobback wijzen daar onmiddellijk op. Zij geven de voorkeur aan de vertrouwde, gespannen kalmte waarmee zij elke crisis methodisch overwinnen, tegenstanders tot rede brengen. Zij hebben een hekel aan het spelen met nieuwe kaarten. Zij kunnen zwijgen en wachten. Desnoods lezen ze geen kranten meer. Maar in hun memoires, straks, zullen ze veel klagen over eenzaamheid.