De ware Master Musicians of Joujouka : een magisch Marokkaans ritueel dat de rockers blijft inspireren en al hun wonden heelt.
...

De ware Master Musicians of Joujouka : een magisch Marokkaans ritueel dat de rockers blijft inspireren en al hun wonden heelt. HET LOURDES van de moderne muziek ligt niet in Graceland of Liverpool. Voor de ware Heilige Graal moet men naar een onherbergzame plek in het Marokkaanse Rifgebergte. Hoewel ze zich voor de wereld nog moeilijk verder hadden kunnen verbergen, zijn The Master Musicians of Joujouka een magneet en inspiratiebron voor nogal wat hipsters uit de muziek en de kunsten. Het is geen permanente uitstraling maar een soort van wonderbaarlijke bron die op geregelde tijdstippen opnieuw wordt ontdekt. Dat proces is ondertussen even voorspelbaar als een schrikkeljaar. Maar de invalshoek is telkens weer onverwacht. Zelf moeten de Master Musicians niets anders doen dan hun eeuwenoude rituelen voortzetten. Op hun trommels en fluiten spelen de schaapherders een soort van trancemuziek die als een sirene werkt op de oren die ze kan bereiken. Het is een geluid dat zo krachtig en sterk is dat het duivels kan uitdrijven, waanzin genezen en de energie van de aardbol in een andere richting sturen. Vergelijk het met de strafste blazerssectie ter wereld die in een jamsessie verwikkeld raakt met een ziekenwagen. Hoe groot hun inspirerende kracht nu exact is, valt moeilijk te bepalen. Maar elke westerling die bij hen in de buurt kwam, werd een icoon van zijn tijd. Op die manier zijn ze dan ook indirect verbonden met een interessant stuk van de undergroundcultuur uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Als anekdote en directe bron duiken ze op in een lijn die zich uitstrekt van de beatgeneratie tot de huidige technogemeenschap. Op het recente verzamelalbum ?10 %. File under Burroughs? staan de Master Musicians in het ogenschijnlijk ongewone gezelschap van William Burroughs, Marianne Faithfull en Bomb The Bass. Opnieuw probeerden twee jonge adepten een hommage te brengen aan het grote beatavontuur en opnieuw zijn ze in Marokko beland. In het kunstengetto van Dublin pakten Joe Ambrose en Frank Rynne in 1992 uit met The Here To Go Show, een manifestatie rond de revolutionaire experimenten van William Burroughs en Brion Gysin. In de jaren vijftig en zestig ontpopten die heren zich tot de onbetwiste supersterren van een tegencultuur die een sterke indruk zou nalaten op latere muzikantengeneraties. Zelf waren ze niet echt muzikaal, maar hun denken en doen bevatte het soort van rebellie waarvoor jonge dwarsliggers vallen. KLANKLANDSCHAPPEN.Zelfs vandaag nog wordt Burroughs ondertussen 82 regelmatig het huis uitgesleurd om zich te laten bedanken voor de geleverde inspiratie. Zo maakte wijlen Kurt Cobain de begeleidende muziek bij zijn voordracht ?The priest they called him? (1992), en kreeg hij op ?Spare ass Annie and other tales? (1993) de nodige ruggensteun van Michael Franti, nu bij Spearhead en toen actief bij Disposable Heroes of Hiphoprisy. Onlangs nog liet R.E.M. hem de tekst van ?Star me kitten? declameren voor een album dat als een soort van soundtrack fungeert bij de televisieserie ?The X-files?. Ook Gysin was bij leven een charismatische figuur voor nogal wat aparte figuren uit de muziek. ?In het begin van de jaren zeventig voelde ik me alleen en uitgesloten,? getuigt Marianne Faithfull, ?ik kwam naar Londen en ontmoette er Brion regelmatig bij de thee. Hij was mijn enige vriend. Ik hield van hem en hij van mij.? Ook Iggy Pop herinnert zich nog inspirerende koffietafelgesprekken met de man. Burroughs en Gysin bundelden hun ongewone samenwerking als The Third Mind. Het belangrijkste wat de tand des tijds heeft doorstaan, is hun cut-up techniek. Gysin vond die uit, Burroughs bracht hem naar het volk. De basisidee was om bestaande informatie te verknippen en opnieuw tot een verhaalstructuur samen te brengen. Zeer terecht vinden Ambrose en Rynne dat erfgoed terug bij de actuele elektronicawerkers. Zij versnijden beats met allerhande externe elementen en ontwerpen zo nieuwe klanklandschappen. Op ?10 %. File under Burroughs? leggen de samenstellers heden en verleden samen. Vooraanstaande kunstenmakers als Tim Simenon ( Bomb The Bass), Scanner en Bill Laswell erkennen dat ze sterk geïnspireerd werden door het gedachtengoed van Gysin en Burroughs over samenwerken en experimenteren. In het ene deel komt de dansgeneratie de beatniks eren, het andere laat de Marokkaanse trancemuziek horen die de beatgeneratie met verstomming had geslagen. Of hoe wereldvreemde boeren onrechtstreeks de modernste kunsten hebben vormgegeven. Tijdens hun bronnenonderzoek raakten Ambrose en Rynne dermate in de ban van de Master Musicians dat ze op avontuur naar Marokko trokken. Ze leefden maandenlang in het dorp Joujouka en maakten er verschillende opnames. Hun overlevingstocht werd hen door velen voorgedaan en is een traditie die ondertussen al een halve eeuw oud is. Tijdens de jaren veertig maakte de in Tanger residerende schrijver Paul Bowles veldopnames van Marokkaanse muziek voor de US Library of Congress. Zijn speurwerk voerde hem ook naar Joujouka. ?Van Bowles herinnert men zich in Joujouka nog nauwelijks iets,? weet Rynne, ?Hij beweerde dat de vliegen er zo groot als muizen waren en keerde er nooit meer terug.? Toch was hij zo onder de indruk dat hij zijn vrienden-bohémiens met zijn enthousiasme bedwelmde. Die was naar Marokko afgezakt om er de vrijheden van een vermeende nieuwe wereld te proeven. BEZWERING.Een centrale figuur in dat netwerk was Mohammed Hamri, een lokaal kunstenaar die later als The Painter of Morocco bekend zou worden. Van kindsbeen af leefde en werkte hij al met de Master Musicians. De man groeide op in het naburige Ksar El Kebir. Zijn oom was de toenmalige voorman van de muzikantengroep. Aan het einde van de jaren veertig deelde Hamri een appartement met Bowles. Op aandrang van de in Tanger gestrande Gysin begon hij te schilderen. Hun vriendschap leidde tot de opening van 1001 Nights, een restaurant dat zich richtte op het rijke buitenlandse cliënteel in de stad. Het was een zeer aparte plek met zwaardslikkers, vuurvreters en een grote open haard waardoor je kon wandelen. William Burroughs zat er vaak en liet het corps diplomatique model staan voor zijn boek ?Interzone?. De wilde muziek in het restaurant werd gebracht door de Master Musicians. Hamri haalde hen uit de bergen en drong hen avond na avond op aan het selecte publiek. Gysin raakte erg gefascineerd door zijn werknemers. Zeer behoedzaam probeerde hij een boek samen te stellen over hun magische krachten. Hij stelde geen vragen, maar trachtte een verhaal samen te krijgen op basis van wat hij overdag opving. Het zou hem slecht bekomen. De Master Musicians achterhaalden zijn bedoelingen en waren zeer verbolgen. Ze verstopten een bezwering aan zijn adres achter de ventilator in het restaurant. Die bestond uit zeven zaden, zeven stukjes gebroken glas en de boodschap ?Moge Brahim zijn bijnaam van deze plaats verdwijnen zoals vuur uit een schoorsteen.? Twee weken nadat Gysin de bezwering had gevonden, vroeg de vrouw die hem het geld geleend had voor de zaak alles terug. Toen bleek dat hij haar niet kon betalen, liet ze de plek verzegelen. Tussendoor had Gysin in Londen Brian Jones van The Rolling Stones over de Master Musicians verteld. Die kwam meteen naar Marokko en praatte in Tanger nachtenlang met Hamri over hun muziek. Jones bezocht Joujouka zesmaal en maakte er opnames die pas na zijn dood werden uitgebracht onder de titel ?Brian Jones presents the pipes of Pan at Joujouka? (1971). Ondanks de middelmatige geluidskwaliteit en de protserige psychedelische effecten die werden toegevoegd, was het album toen een revelatie op het niveau van ?Sgt. Pepper's? of Jimi Hendrix. Deels om de geest van Jones te eren en deels om nieuwe energie in hun wat uitgesleten oeuvre te krijgen, gebruikten de Stones de Master Musicians in het nummer ?Contintental drift? op ?Steel wheels? (1989). ?Omdat het te moeilijk bleek om samen te jammen, maakten de Stones opnames in Tanger,? vertelt Rynne, ?Later volgde nog een sessie met Egyptische muzikanten die met de inbreng van de Master Musicians werd verweven.?KIF.De Stones gedroegen zich niet als grijpgrage kolonialen die voor een paar stuivers inspiratie kwamen kopen, maar speelden het spel uiterst correct. ?Ze betrokken de muzikanten zonder hen al te veel dingen op te leggen. Alles mocht en moest vanuit een spontaan gevoel komen. Bovendien vonden ze het geen probleem om muzikanten uit de Derde Wereld westerse gages toe te kennen en hen te laten delen in de royalties. Het is een belangrijk en duidelijk precedent gebleken.? Net als wijlen Jones zijn ze trouwens perfecte ambassadeurs voor de Master Musicians. In de nabije toekomst wordt immers verwacht dat via hun voorspraak ook The Chieftains en Marianne Faithfull met hen gaan opnemen. Het is aandacht die ze best kunnen gebruiken. De traditie wordt immers in zeer barre omstandigheden in leven gehouden. Het verhaal wil dat ze sinds vele eeuwen onder koninklijke bescherming leven. Die eer omvatte een jaarlijkse toelage die jammer genoeg nooit aan de inflatie werd aangepast die hen moest toelaten om ongestoord in de heuvels van Joujouka te musiceren en kif te roken. In ruil moesten ze geregeld aan het hof komen spelen. Ondertussen namen de vrouwen het werk op het veld voor hun rekening. De omstandigheden zijn dermate bar dat de mannen bij een tegenvallende oogst om broodredenen op huwelijken en festivals moeten gaan spelen. Ondertussen zijn hun rechten erkend en beschermd geraakt in de Jajouka Folklore Association, een door de overheid erkende organisatie die geleid wordt door Hamri. Hij houdt zorgvuldig de namenlijst van de Master Musicians bij en elke muzikant heeft een soort van lidmaatschap op zak. Ondanks die maatregelen bestaat er verwarring en onenigheid over de ware Master Musicians. Er zijn namelijk twee verschillende groepen die onder die naam door de wereld reizen. Het verschil is miniem, want het repertoire is in alle opzichten gelijklopend. Hun muziek is overigens niet neergeschreven maar wordt van meester op leerling doorgegeven. ?Muziek zit voor de Master Musicians ingebed in een dagelijkse traditie. Ze repeteren dan ook nooit zoals een rockgroep dat doet. Het vergt heel veel inlevingsvermogen om te begrijpen waar ze voor staan. Het gaat immers niet om een paar nummers, maar om een breed pakket dat terugvoert tot lang voor de islam en het christendom. Hun muziek heeft haar wortels in de vroegste menselijke muziek.?De muzikanten brengen drie soorten muziek die elk hun specifieke herkomst en doel hebben. De jibili zou men kunnen omschrijven als gebruiksmuziek voor elke dag. Het is een eerder volks repertoire met liederen over de bergen, het leven en de liefde. Een ander deel richt zich tot de soefi-heilige Sidi Achmed Sheich en is religieuze muziek die haar wortels vindt in de islam. Het meest tot de verbeelding sprekend is de rite van Boujeloud die Burroughs als ?panic music? omschreef. Het is een eredienst aan ?de vader van alle huiden? die honderden jaren geleden aan de Masters Musicians in een grot verscheen. Hij wordt uitgebeeld door een jonge danser die een ware uitputtingsslag aangaat met de muziek. Er zijn trouwens al doden gevallen onder de dansers, wat niet meteen de bedoeling is. Want bovenal is het muziek die wil helen. ?Net daarom vindt Hamri het zo belangrijk dat ze naar buiten komt. Het is muziek die volgens hem de wonden van de wereld kan genezen en het spirituele bankroet kan opheffen. Het is vreedzame en verheffende muziek, die een lange geschiedenis van vervoering en magie in zich draagt.?Jan DelvauxSelecte discografie : Various Artists ?10 %. File under Burroughs? (SR 93/Sub Rosa) / The Master Musicians Of Joujouka ?Joujouka black eyes? (SR 87/Sub Rosa) / Various Artists ?Sufi. Moroccan trance II? (SR 97/Sub Rosa).Hamri en enkele van The Master Musicians Of Joujouka : Heilige Graal.