DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYENER IS IETS VREEMDS AAN DE GANG in het Belgisch parlement. Daar kan weldra en opvallend eensgezind een voorstel ?ter bescherming tegen discriminatie op grond van geslacht en seksuele of relationele voorkeur? tot wet worden verheven. Gangmakers ervan zijn de Kamerleden Renaat Landuyt (SP) en Luc Willems (CVP). Maar ook de andere regeringspartijen, versterkt door Agalev en de Volksunie, steunen het project dat met grote spoed tot stand komt. De bedoeling ervan is ongetwijfeld genereus : het voorkomen van ?discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een gemeenschap of leden ervan? terwille van hun geslacht of mogelijke afwijkende ?geaardheid?. Zware geldboetes en tot een jaar gevangenisstraf zullen worden opgelegd aan burgers (of verenigingen van) die enige vorm van ?onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur? laten blijken bij het aanbieden van een dienst zoals het verhuren van een woning , het aanwerven/afdanken van werknemers of de uitoefening van ambtelijk gezag. Ook als iemand ruchtbaarheid geeft aan zijn of haar afwijzing van (verder niet nader omschreven) seksuele en relationele belevingsvormen, gelden dezelfde straffen. Het initiatief wil een uitloper zijn van de bestaande wet tegen racisme en xenofobie uit 1981. Daarom krijgt het Centrum voor Gelijkheid van Kansen de opdracht te waken over de naleving van de nieuwe wet. Ook vakbonden, werkgevers en humanitaire VZW's die al vijf jaar bestaan, mogen klacht neerleggen en ?in rechte optreden? wanneer zij inbreuken menen vast te stellen. Er wordt dus een brede maatschappelijke controle opgebouwd, ter bescherming van mannelijke en vrouwelijke homo's of aanverwante minderheden die worden beschreven als ?een antropologische variant van de heteroseksuele aanleg?, variant die op zijn beurt een ?ethisch neutraal gegeven? heet te zijn. Te veel wetgeving leidt vaak tot nieuw onrecht, is een oude politieke wijsheid. Zij is hier aan de orde. De ingebouwde gevolgen van de nu voorliggende tekst dragen immers ver. Ze hinderen vooral de verdedigers van traditionele waarden of van godsdienstige en ethische maatstaven die, bijvoorbeeld, in het onderwijs van belang kunnen zijn. Zij vallen voortaan onder het verbod om in het openbaar bezwaren te opperen (de fameuze ruchtbaarheid) tegen alternatieve ?seksuele en relationele belevingen? waaronder men ook polygamie, pedofilie, sadomasochisme, incest en andere uitingen van een voorkeur mag verstaan. Terecht heeft een Senator opgemerkt dat kardinaal Danneels strafbaar zal zijn wanneer hij het kerkelijke standpunt inzake homofilie verkondigt. Strikt genomen staan alle leden van een religieuze of ideologische groepering die een standpunt inneemt tegen ?anders geaarden? al was het maar terwille van het er mogelijk mee verbonden aids-gevaar bloot aan rechtspleging. Ook schooldirecties die het niet goed vinden dat minderjarige kinderen getuige zijn van uitbundige gedragsvormen bij hun opvoeders, kunnen juridische moeilijkheden krijgen. Op meer prozaïsche terreinen zoals de huurmarkt gaat het ongetwijfeld klachten regenen. Een eigenaar die ontdekt dat zijn pand gebruikt wordt als sadomasochistische oefenzaal of centrum voor partnerruil zal zijn eventuele gewetensnood niet mogen uiten. Het valt te verwachten dat de rechtbanken de wet ongaarne of met schroom zullen toepassen. Wellicht zal ze niet zo warm worden gegeten als ze wordt opgediend. Toch is dat geen antwoord op haar opvallende sociaal-wijsgerige gebreken. Er wordt hier immers nonchalant omgesprongen met kostbare beginselen als de vrijheid van mening en het vrij aangaan of weigeren van overeenkomsten. Ook het voorziene vervolgingsbeleid via VZW's roept het beeld van een gedachtenpolitie op. Tenslotte is het zeer delicaat dat een Belgische wetgever spreekt, overigens zonder toelichting of verantwoording, over de ethische neutraliteit van elke denkbare relatievorm die zich buiten het klassieke gezin afspeelt. Menselijke bestaanservaringen met culturele en morele wortels tot diep in de beschavingsgeschiedenis worden op die manier al te overmoedig gerelativeerd. Voor om het even welke staatsmacht ligt daar uiterst glad terrein. Eigenlijk zou dit geen onderwerp voor aparte regelgeving mogen zijn. De grondwetsartikelen 10 en 11, naast tal van internationale rechtsregels, verbieden discriminatie in het algemeen. Specifieke vormen van willekeur in de omgang tussen burgers kunnen ook nu reeds perfect worden bestreden. Het wetsvoorstel Landuyt-Willems leidt tot overbescherming van een bepaalde doelgroep, in feite de homobeweging maar volgens de ingediende tekst een veel bredere waaier van ?antropologische varianten? die in één moeite door genormaliseerd worden. En nogmaals : wie die opgelegde normaliteit uit een of andere overtuiging niet kan aanvaarden, moet daarover zwijgen. Vooral die strafbaarheid van openlijke discussie kan leiden tot onuitvoerbaarheid van de wet, omdat ze strijdig lijkt met hogere rechten en verdragen in verband met ieders filosofische vrijheid. Ook kunnen rare situaties ontstaan wanneer andere niet-conforme groepen in de samenleving zich gaan verenigen, op zoek naar gelijkaardige voorrechten. Zij kunnen dan het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel inroepen om een juridisch voordeel te verkrijgen dat dan, bij nader toezien, weer tegen die gelijkheid-voor-allen ingaat. De warrigheid kan heel groot worden. NU JOHAN VAN HECKE ER NIET MEER IS om de CVP als ?gezinspartij? te leiden, raakt het initiatief van onder andere Kamerlid Luc Willems misschien toch nog op een zijspoor en hoeft de Raad van State zich aan de zaak niet moe te maken. Zo komt misschien tijd en ruimte vrij voor simpeler maar beter doordacht wetgevend werk dat geen opinies hoeft te beteugelen : het opruimen van hinderlijke toestanden inzake eigendom, nalatenschap en belastingen voor allerlei soorten mensen die solidair samenleven maar niet willen of kunnen trouwen. Maar niet àlle menselijke gedragingen, morele opvattingen zeker niet, zijn door wet en overheidsmacht afdwingbaar. Soms is het verkieslijk de vrijheid gewoon aan het werk te laten, dus zowel altruïsme en mededogen als slechtheid en conflict. Daarvoor is slechts een weinig vertrouwen in de mens en desnoods de rechtbanken nodig. Ontbreekt dat in de Kamer ?