De beruchte Amerikaanse bankrover Willie Sutton (1901-1980) wist het al. Slick Willie, zoals hij werd genoemd, roofde tijdens zijn veertigjarige carrière naar schatting twee miljoen dollar bij elkaar met bankovervallen. Toen hij gevraagd werd waarom hij het steeds gemunt had op banken, moet hij hebben geantwoord: 'That is where the money is', omdat daar het geld zit.
...

De beruchte Amerikaanse bankrover Willie Sutton (1901-1980) wist het al. Slick Willie, zoals hij werd genoemd, roofde tijdens zijn veertigjarige carrière naar schatting twee miljoen dollar bij elkaar met bankovervallen. Toen hij gevraagd werd waarom hij het steeds gemunt had op banken, moet hij hebben geantwoord: 'That is where the money is', omdat daar het geld zit. 'Het geld halen waar het zit', je hoort het steeds vaker. De laatste tijd is de aandacht voor vermogensongelijkheid toegenomen, zeker na het succesboek van de Franse econoom Thomas Piketty, Capital in the Twenty-First Century. Daarin beschrijft Piketty hoe het vermogen van de 1 procent superrijken sinds de jaren tachtig meer dan verdriedubbeld is, terwijl de andere 99 procent van de bevolking er amper op vooruit is gegaan. De kapitaalbezitter wordt sneller rijk dan de hardwerkende burger, luidt zijn boodschap. Het zweet van de rentenier die in de zon ligt, brengt meer op dan het zweet van de arbeider die zich afjakkert. Piketty maakt duidelijk dat een klein groepje mensen steeds meer rijkdom verzamelt omdat het vermogen ongelijk verdeeld is en wordt overgeërfd. In vele landen bezit de rijkste 10 procent van de bevolking 60 procent of meer van het totale vermogen. In België is die vermogensongelijkheid relatief laag: de rijkste 10 procent bezit 44 procent, de rijkste 1 procent 12 procent van het totale vermogen, dat in België 1590 miljard euro bedraagt. Sarah Kuypers en Ive Marx (Universiteit Antwerpen) berekenden wat dit concreet betekent: 'In België bezit het huishouden waar de rijkste 10 procent begint meer dan 687.000 euro, de rijkste 1 procent meer dan 3 miljoen euro (som van alle vastgoed, voertuigen, juwelen, kunstwerken, alle financiën en investeringen, min de schulden). Van de 4,7 miljoen huishoudens die ons land telt, zijn er 287.000 miljonair. De rijkste 1 procent bestaat uit iets minder dan 50.000 gezinnen.' Het vermogen van de Belg bestaat overwegend uit een eigen huis: 'Zowat 70 procent van de Belgische huishoudens bezit een eigen huis', aldus Kuypers en Marx. 'De financiële component, dus wat op zicht- en spaarrekeningen staat, obligaties, aandelen enzoverder, is veel meer geconcentreerd. Zowat elk gezin heeft wel financiële middelen, maar 10 procent heeft minder dan 700 euro, 25 procent minder dan 5000 euro. De rijkste 10 procent heeft meer dan 233.500 euro, de rijkste 1 procent begint bij 1.715.000 euro financiële middelen.' Vooral het bezit van obligaties en aandelen zit bij een kleine groep: 'Slechts 15 procent van de huishoudens bezit aandelen, dus ook de inkomsten daaruit komen bij een kleine groep terecht', zo nog Kuypers en Marx. Ook in België is er dus sprake van een steeds grotere concentratie van rijkdom bij een klein deel van de bevolking, niet zo erg als in de Angelsaksische landen, maar toch. Een vermogensbelasting moet die trend stoppen, zeggen pleitbezorgers. Daarbij komt dat de overheden meer schulden hebben dan ooit en dus driftig op zoek zijn naar geld. De 18 landen van de eurozone torsen samen meer dan 9000 miljard euro schulden, of bijna 100 procent van hun opgetelde bbp, België meer dan 400 miljard euro of 105 procent van het bbp (bruto binnenlands product, alles wat aan goederen en diensten wordt vervaardigd). Die overheidsschuld is de afgelopen jaren overal fel gestegen als gevolg van de financieel-economische crisis, die in 2008 uitbrak toen bleek dat enkele banken, zoals Fortis en Dexia, onverantwoorde risico's hadden genomen. De overheden moeten die hoge schuldenlast dringend verminderen. En dan borrelt al snel een oude slogan op: 'Doe de rijken de crisis betalen', een kreet waarmee de voorloper van de PVDA, Amada (Alle Macht Aan De Arbeiders), in de jaren 1980 uitpakte. In België wordt vandaag om nog andere redenen naar een of andere vorm van vermogensbelasting uitgekeken. Een commissie onder leiding van voormalig socialistisch politicus en nu hoogleraar (KU Leuven en Universiteit Antwerpen) Frank Vandenbroucke tekende een hervorming van ons pensioensysteem uit. Het rapport stelt dat we langer zullen moeten werken én dat we moeten zoeken naar bijkomende financieringsbronnen voor de pensioenen. Op bladzijde 184 lezen we het zinnetje: 'De commissie is van oordeel dat financiering op basis van vermogen daarin een rol moet spelen.' Vermogensbelastingen moeten dus mee de pensioenen redden. Een ander Belgisch probleem is dat onze lasten op arbeid veel te hoog liggen. Daar zijn ondertussen alle politieke partijen het over eens. De verwachting is dat de volgende regering werk maakt van een verlaging van die lasten. 'Dat betekent minder inkomsten voor de overheid, maar dat kan die zich niet permitteren', zegt fiscaal expert Michel Maus (Universiteit Antwerpen en VUB). 'De regering zal dus op zoek moeten naar andere inkomsten. Waar kan ze die vinden? Het ligt voor de hand dat ze uitkomt bij het heffen van belastingen op het vermogen of op de inkomsten die men uit dat vermogen verwerft. Dat lijkt me zelfs onvermijdelijk.' Vermogensbelastingen mogen dus ook mee zorgen voor een verlaging van de loonkosten. Vaak bestaat er begripsverwarring tussen een vermogensbelasting en een vermogenswinstbelasting, al zijn het twee heel verschillende fiscale systemen: een vermogensbelasting belast het vermogen, een vermogenswinstbelasting alleen de winsten die je met dat vermogen haalt. Beide hebben wel gemeen dat ze het geld zoeken bij de flink vermogenden, de rijkste 1 procent van Piketty. Dat doet denken aan Robin Hood, de Engelse volksheld die volgens de legende stal van de rijken om zijn buit vervolgens te verdelen onder de armen. Wordt de legende realiteit? De belangstelling voor een vermogensbelasting is zeker niet nieuw. Scheidend minister van Financiën Koen Geens schreef er in 1979 een artikel over in Jura Falconis, het studententijdschrift van de Leuvense Faculteit Rechtsgeleerdheid. De 21-jarige Geens sloot toen al niet uit dat de fiscus, 'ten einde raad bij zijn zoektocht naar nieuwe middelen', uit zou komen bij een vermogensbelasting, die vervolgens door de minister zou worden verantwoord als onderdeel van 'een streven naar grotere rechtvaardigheid'. Bij de laatste verkiezingen werd de invoering van een vermogensbelasting alleen verdedigd door het extreemlinkse PVDA. Dat is voorstander van een zuivere vermogensbelasting: de fiscus neemt jaarlijks een deel van het vermogen af. PVDA denkt daarbij aan 1 procent van het vermogen boven 1 miljoen euro, 2 procent op dat boven 2 miljoen euro en 3 procent op alles boven 3 miljoen euro - met een vrijstelling tot 500.000 euro voor de eigen woning. 'Dat moet 8 miljard opleveren,' aldus PVDA-voorzitter Peter Mertens, 'geld dat gebruikt moet worden om de meest dringende sociale noden te lenigen, voor het milieu, openbare huisvesting, onderwijs, openbaar onderzoek, gezondheidszorg, de herfinanciering van de pensioenen en om banen te creëren.' Is de politieke steun voor een vermogensbelasting uiterst gering, in het middenveld ligt dat anders: de vakbonden ABVV, ACLVB, ACV en LBC, bewegingen als Bond Beter Leefmilieu, KWB, Masereelfonds, Oxfam-Solidariteit en 11.11.11 pleiten er vurig voor. 'De inkomsten uit belastingen op arbeid liggen zevenmaal hoger dan die uit de belastingen op inkomsten uit vermogen', zegt ACV-propagandist Guido Deckers. 'En het zijn niet de aandeelhouders en speculanten die de welvaartmakers zijn, maar de werknemers. Toch krijgen de werknemers steeds minder van die welvaart te zien. Die verdwijnt steeds meer in de zakken van de grote aandeelhouders en speculanten. Die onrechtvaardigheid moet ophouden. Daarom willen we een vermogensbelasting.' Het ACV denkt daarbij aan dezelfde tarieven als de PVDA en volgens Deckers zal dan 3 procent van de bevolking, zo'n 138.000 gezinnen, een vermogensbelasting moeten betalen. Hij rekent ook op 8 miljard aan opbrengst, 'waarmee je 150.000 jobs kunt creëren'. Onder economen vindt een vermogensbelasting niet gek veel verdedigers. De Franse econoom Piketty pleit voor een wereldwijde progressieve vermogensbelasting: hoe groter je vermogen, des te meer de fiscus daarvan opeist. Hij beseft wel dat dit voorstel een 'nuttige utopie' is: utopisch omdat het niet meteen zal lukken, nuttig omdat het inspirerend kan zijn. Bij ons is Paul De Grauwe (London School of Economics) een voorstander. In een opiniestuk in De Morgen schreef hij in navolging van Piketty dat de grote ongelijkheid 'drastisch moet worden verminderd' en dat dit 'alleen kan door een vermogensbelasting'. Heel wat specialisten wijzen op de moeilijke praktische uitvoering van een vermogensbelasting en aan de mogelijke kapitaalvlucht. Professor fiscaliteit Maus: 'Je moet dan eerst het vermogen in kaart brengen en een vermogenskadaster opstellen. Als dat is gebeurd, moet dat vermogen gewaardeerd worden. Wat is bijvoorbeeld de waarde van een niet-beursgenoteerde kmo? Ik voorzie eindeloze discussies. Komt daarbij dat die rijken makkelijk hun domicilie naar een fiscaal vriendelijker oord kunnen overbrengen.' 'Een vermogensbelasting is gewoon dom', zegt Anton van Zantbeek. Hij is professor aan de HUBrussel en partner van het in vermogensplanning gespecialiseerde advocatenkantoor Rivus. 'Ik maak steeds de vergelijking met een appelboom. Een inkomstenbelasting belast ieder jaar de appels. Als die belasting 50 procent bedraagt, ben je 50 procent van de oogst kwijt. Een vermogensbelasting hakt takken van de boom en in het slechtste geval de hele boom. Dat brengt dan meteen veel op, maar de volgende jaren levert de afgehakte tak geen appelen meer op. En dus daalt de opbrengst van de inkomstenbelasting.' 'Een vermogensbelasting lost niets op', zegt Laurens Wijtvliet, die aan het Fiscaal Instituut Tilburg werkt aan een doctoraat over belastingen en het maatschappelijk welzijn. 'Een vermogensbelasting laat de kernoorzaken van ongelijkheid ongemoeid. De ongelijkheid wordt aangejaagd door de globalisering en een gebrek aan adequaat en breed toegankelijk onderwijs. Daarnaast zien we dat inkomsten uit vermogen veelal onbelast blijven. Dat werkt belastingvrije vermogensvorming in de hand.' Als je de ongelijkheid wilt aanpakken, moet je er in de eerste plaats voor zorgen dat het vermogen niet zo makkelijk kan worden opgebouwd, zegt Wijtvliet: 'Een eerlijke inkomstenbelasting maakt een vermogensbelasting overbodig, want dan kan een grote ongelijkheid niet tot wasdom komen. Een vermogensbelasting is slechts symptoombestrijding en draagt niet bij aan een duurzame oplossing van het ongelijkheidsvraagstuk.' Wat ook gezegd moet worden: al bestaat er in ons land geen pure vermogensbelasting, op heel wat manieren wordt het vermogen al belast. Er is de onroerende voorheffing, de belasting die u jaarlijks betaalt op uw woning en grond. Er zijn registratierechten als u vastgoed koopt, successierechten als u erft, beurs- en verzekeringsheffingen en schenkingsrechten. Het is ook fout te denken dat een vermogensbelasting een typisch (extreem)links idee is. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF), toch geen gauchistisch clubje, vroeg zich vorig jaar af of een eenmalige vermogensbelasting niet zinvol zou zijn om de overheidsschuld terug te dringen. Het berekende dat in de eurozone een heffing van 10 procent op het nettovermogen van de gezinnen volstaat om de overheidsschuld te verminderen tot het niveau van eind 2007, dus voor het uitbreken van de financiële crisis. KBC-hoofdeconoom Edwin De Boeck berekende wat dat voor ons land zou betekenen: 'Een (eenmalige) belasting van 8 procent op het gezinsvermogen is voldoende om de Belgische overheidsschuld te verlagen tot 60 procent van het bbp.' Maar hij voegde er meteen aan toe dat hij niet gelooft dat de Belgische overheid daartoe zal overgaan. Een vermogenswinstbelasting heeft in de politieke wereld meer supporters dan een pure vermogensbelasting: niet alleen minister Geens (in het CD&V-verkiezingsprogramma was er evenwel geen sprake van), maar ook SP.A en Groen zijn er voorstanders van. Professor overheidsfinanciën Herman Matthijs (VUB, UGent) heeft zijn bedenkingen: 'Zo'n meerwaardeheffing op aandelen bestaat al in meerdere landen, zoals de VS. Als je daar aandelen moet verkopen met verlies, mag je die minwaarden in rekening brengen. Heeft iemand al berekend wat dat onze schatkist zou hebben gekost toen de aandelen van Dexia en Fortis crashten? Je moet toch goed alle consequenties overzien voor je zo'n systeem invoert.' Een vermogenswinstbelasting gaat over meer dan alleen maar winsten op aandelen, het handelt over alle meerwaarden die je met je vermogen haalt. Bijvoorbeeld met de verkoop van je huis, je kunstcollectie, of de verhuur van je appartement aan zee. Maus ziet dezelfde problemen als bij een vermogensbelasting: 'Je moet de vermogens in kaart brengen en je moet weten welke winst er met die vermogens wordt gehaald. Dat beloven zeer ingewikkelde berekeningen te worden.' Om die ingewikkelde berekening te vermijden, heeft de fiscus in een aantal landen een oplossing verzonnen: ze gaat ervan uit dat je op je vermogen sowieso een bepaald rendement haalt, en daarop wordt een belasting geheven. De Nederlandse fiscus bijvoorbeeld gaat er vast van uit dat je 4 procent rendement haalt op je vermogen. Stel dat je een nettovermogen hebt van 100.000 euro, dan is je opbrengst volgens de fiscus 4000 euro. Daarop betaal je 30 procent belastingen, dus 1200 euro. Dit systeem heet een vermogensrendementsbelasting. In ons land toont ontslagnemend staatssecretaris John Crombez (SP.A) zich in zijn boekje Zwart en Wit enthousiast over dit systeem (het werd niet opgenomen in het SP.A-verkiezingsprogramma), maar vooral Groen is een voorstander. Michel Maus vindt dat een vermogensrendementsheffing zoals in Nederland discriminerend werkt. 'Wie minder dan 4 procent rendement haalt, wordt door de fiscus afgestraft, wie meer haalt wordt door de fiscus bevoordeeld. En de rijken, die een beroep kunnen doen op een vermogensbankier, zullen makkelijker meer rendement halen dan de minder gefortuneerden die het allemaal zelf moeten uitzoeken.' Een vermogensrendementsbelasting kan voorzichtige spaarders bovendien aanzetten om risicovoller te beleggen, in de hoop minimaal 4 procent rendement te halen. Bij dit alles mag niet vergeten worden dat er in België al heel wat belastingen op inkomsten uit vermogens bestaan. Zo betaal je 15 procent belasting op de interesten van spaarboekjes (er is een vrijstelling tot 1900 euro) en op de rente van de volkslening. Op kasbons, termijnrekeningen, obligaties, interesten uit levensverzekeringen en dividenden eist de fiscus 25 procent. Vanaf oktober roomt de fiscus ook 25 procent af van de winst die nog in een vennootschap zit als je die stopzet, de zogenaamde liquidatiebonus. De belastingen die de fiscus al heft op het vermogen en op de winsten daarvan leverden in 2013 17,3 miljard euro op. Volgens de OESO heeft België de op twee na hoogste belastingen op vermogens van de geïndustrialiseerde wereld. Het totaal van de bestaande vermogensbelastingen ligt in ons land dubbel zo hoog als het gemiddelde van alle geïndustrialiseerde landen. Toch zijn de eerste voorzichtige stappen in de richting van een vermogenskadaster al gezet. Bij de Nationale Bank werd een Centraal Aanspreekpunt opgezet, een databank waarin gegevens over zicht-, spaar- en termijnrekeningen worden bewaard. Nu mag die databank alleen maar worden gebruikt om fraude op te sporen, maar sommigen zien er een voorloper van een vermogenskadaster in. Als dat er zou komen, is een vermogensrendementsheffing zoals in Nederland maar een kleine stap. Ander probleem is dat er in Europa vrij verkeer van kapitaal bestaat en dat er grote verschillen zijn tussen de belastingsystemen in de lidstaten. Daarvan kunnen vooral de rijken profiteren. Dat beseft ook de ongelijkheidseconoom Piketty, die in een interview met Knack zei: 'Het grote probleem is dat zowel mensen als vermogens vrij over de wereld kunnen reizen, waardoor landen en hun belastingsystemen concurrenten geworden zijn voor elkaar. Je kunt daar alleen een eind aan maken door naar een bredere fiscale en politieke unificatie toe te werken, zeker wat de EU betreft. Belastingen op arbeid, vermogen en vennootschappen zouden in alle landen gelijk moeten zijn en vastgelegd worden op Europees niveau.' Mooi idee, maar het zal niet voor morgen zijn. Blijft het nuchtere feit dat onze overheid op zoek is naar geld, om de schuld te verlichten, de loonkosten te verlagen en de pensioenen te kunnen betalen. En het is evenzeer een feit dat in onze samenleving de wrevel groeit omdat arbeid zwaarder belast wordt dan kapitaal en rentenieren meer opbrengt dan werken. Zelfs gefortuneerde ondernemers als Désiré Collen, Willy Naessens en André Duval vinden dat onrechtvaardig en willen meer belastingen betalen, als dat geld maar goed wordt besteed (zie getuigenissen). Wat kan er dan in de nabije toekomst? Maus vindt wel dat 'ter compensatie van een lagere belasting op arbeid bepaalde inkomsten uit vermogen zwaarder belast moeten worden'. Hij denkt dan aan een meerwaardebelasting op aandelen. Of het belasten van huizen en appartementen op basis van de werkelijke huurinkomsten, in plaats van op het kadastraal inkomen dat al sinds de jaren 1970 niet meer is aangepast. Of om de roerende voorheffing op kasbons, termijnrekeningen, obligaties, interesten uit levensverzekeringen en dividenden progressief te verhogen naargelang er meer inkomsten worden uit gehaald. Maus koppelt er een waarschuwing aan: 'Het verhogen van tarieven moet kaderen in een globale hervorming van onze fiscaliteit en in onze pensioenproblematiek. Want veel mensen bouwen vandaag een vermogen op, juist omdat ze denken dat ze later met hun pensioentje hun levensstandaard niet zullen kunnen aanhouden. Elke maatregel moet dus passen in een groter verhaal, zodat mensen ervan overtuigd raken dat die belastingverhoging ook zinvol is.' 'Niets doen is inderdaad geen optie', vindt ook Van Zantbeek. 'Het gigantische aantal vrijstellingen en verminderingen op belastingen kan rustig worden verminderd. Je moet daarbij oog hebben voor de globale belastingdruk. Vandaag ligt die voor arbeid, vermogen en consumptie in België heel hoog. Je kunt de belastingdruk wel verschuiven, maar zonder dat de globale belastingdruk stijgt. Het zal dus ook zaak zijn de uitgaven te verminderen.' Goed, maar zullen vooral de puissant rijken met al die maatregelen getroffen worden? 'Ach,' zegt Matthijs, 'je moet daar niet te veel van verwachten. De echt rijken, de één procent van Piketty, kunnen makkelijk ontsnappen aan de fiscus. Die zitten in Monaco, Londen of op exotische plekken waar de belastingen laag zijn. En de armen hebben niets, dus daar moet de fiscus niet aankloppen. Nee, het zal altijd de middenklasse zijn die vooral wordt aangesproken: die kan het land niet ontvluchten, heeft wat spaargeld en bestaat uit heel veel gezinnen. Bij hen kan de fiscus het makkelijkst veel geld rapen.' Als binnenkort een aantal nieuwe vermogens(winst)belastingen worden ingevoerd of de tarieven van de bestaande heffingen worden verhoogd, zal de bevoegde minister dat zeker verantwoorden door te zeggen dat dit past in 'een streven naar grotere rechtvaardigheid', zoals Geens 35 jaar geleden al voorspelde. De zeer gefortuneerden zullen er niet echt door getroffen worden, iedereen met een beetje geld zal wat meer aan de fiscus geven. Of hoe de fiscus zich wel kan verkleden als Robin Hood, die het geld afpakt van de rijken om het aan de armen te geven, maar eigenlijk meer weg heeft van bankrover Willie Sutton. Hoe luidde zijn bijnaam ook alweer? Juist: Slick, de Sluwe. DOOR EWALD PIRONET'Een eerlijke inkomstenbelasting maakt een vermogensbelasting overbodig, want dan kan een grote ongelijkheid niet tot wasdom komen.' 'De echt rijken, de één procent van Piketty, kunnen makkelijk ontsnappen aan de fiscus.'