Minister van Begroting Johan Vande Lanotte (SP.A) zal een zucht van verlichting hebben geslaakt toen hij vorige dinsdag eindelijk zijn rekenwerk voor de begroting kon afronden. Door de vrije val van de groeiprognoses voor de Belgische economie had hij zijn berekeningen verschillende keren moeten bijstellen: 1,3 procent groei in plaats van de voorziene 2,2 procent betekent voor een overheid al snel een bijkomend tekort van 1,2 miljard euro.
...

Minister van Begroting Johan Vande Lanotte (SP.A) zal een zucht van verlichting hebben geslaakt toen hij vorige dinsdag eindelijk zijn rekenwerk voor de begroting kon afronden. Door de vrije val van de groeiprognoses voor de Belgische economie had hij zijn berekeningen verschillende keren moeten bijstellen: 1,3 procent groei in plaats van de voorziene 2,2 procent betekent voor een overheid al snel een bijkomend tekort van 1,2 miljard euro. Maar nu heeft de federale overheid toch weer een begroting in evenwicht, dankzij enkele besparingsoefeningen in de sociale zekerheid, een aantal nieuwe inkomsten (onder meer enkele nieuwe accijnzen) en het feit dat de afbouw van de toondereffecten veel geld van de fiscale amnestie via schenkingen in de economie heeft gepompt. Helaas biedt de nieuwe begroting geen duurzame oplossing voor Belgiës budgettaire problemen. Wel integendeel: ze is de voorbode van onvermijdelijke tekorten in de toekomst, zeker als de vergrijzing zich volgens de verwachting voortzet. In feite is het elementaire wiskunde. Gebaseerd op zijn cijferwerk raamt Paars de reële groei van de economie op 1,5 procent (beduidend meer trouwens dan de raming van de meeste banken, die rond 1 procent zit). Een volwassen economie heeft echter 1,75 procent groei nodig om de stijgende productiviteit te compenseren en iedereen aan het werk te hóuden. Laat staan om een paar honderdduizend nieuwe jobs te creëren, zoals de regering beloofde. Conclusie: de lage groei zal in de komende jaren onvermijdelijk voor een stijging van de werkloosheid zorgen. Elk land met gezonde staatsfinanciën zou nu in de schatkist duiken en op keynesiaanse wijze de economie aanzwengelen. België kan dat niet, want de Maastrichtnorm en het Stabiliteitspact zullen ons land wellicht nog een jaar of tien tot een nulsaldo op zijn rijksmiddelenbegroting blijven dwingen, zodat eindelijk die huizenhoge staatsschuld - 94 procent van het bruto binnenlands product (bbp) - afgebouwd geraakt. Nu is België nooit de kampioen van de overheidsinvesteringen geweest: sinds 1990 investeren we minder dan 2 procent van het bbp in openbare werken, minder dan waar ook in de EU. En die investeringen gebeuren dan nog vooral via de gemeentebegrotingen. Vande Lanottes bindende afspraken hebben de opdracht van zijn opvolgers beduidend moeilijker gemaakt. De fetisj van het begrotingsevenwicht heeft de federale overheid voor de komende jaren opgezadeld met dalende inkomsten en met minder hefbomen om de sputterende economie te stimuleren, waardoor in de komende maanden of jaren onvermijdelijk de beloofde lastenverlagingen en de concurrentiepositie in het gedrang komen. Kennelijk heeft in de Wetstraat de fetisj het gehaald van het realisme, en begint het nieuwe begrotingsevenwicht verdacht veel te lijken op een duivels afscheidsgeschenk. Frank DemetsDe begroting is de voorbode van onvermijdelijke tekorten in de toekomst.