Honderdduizenden betoogden de voorbije weken in Europa tegen een oorlog met Irak. 'Geen oorlog tegen onze economie', hadden ze kunnen scanderen. Want de strijd van George W. Bush en de zijnen tegen Iraaks dictator Saddam Hoessein en diens mogelijke schurkenstreken - of, zo u wilt, voor de invoering van de democratie en de uitvoer van de olie (na Saudi-Arabië beschikt Irak over de grootste reserves ter wereld) - treft nu al de hele wereldeconomie.
...

Honderdduizenden betoogden de voorbije weken in Europa tegen een oorlog met Irak. 'Geen oorlog tegen onze economie', hadden ze kunnen scanderen. Want de strijd van George W. Bush en de zijnen tegen Iraaks dictator Saddam Hoessein en diens mogelijke schurkenstreken - of, zo u wilt, voor de invoering van de democratie en de uitvoer van de olie (na Saudi-Arabië beschikt Irak over de grootste reserves ter wereld) - treft nu al de hele wereldeconomie. De al maandenlang aanslepende oorlogsdreiging nekt de economie. Ondernemingen investeren niet, gezinnen stellen hun aankopen uit. De verwachte economische opleving, na de technologieklap en de bedrijfsschandalen, komt er niet. Wat ertoe leidt dat vredelievende economisten en bedrijfsleiders op een snelle oorlog hopen om uit de verlammende onzekerheid te raken. Zodra de Verenigde Staten in Bagdad orde op zaken hebben gesteld, zal de wereldeconomie herademen, menen zij. Maar ze vergissen zich, wat de laatste jaren de analisten al vaker is overkomen. De Europese Commissie berekende dat de Irakoorlog welvaart en werkgelegenheid kost. De precieze factuur van een oorlog valt niet te berekenen. Kleinigheden, zoals de verhoogde inzet van de politie te lande om de Amerikaanse wapendoorvoer te beschermen, brengen de politiebegroting al uit evenwicht. De stijging van de olieprijs zal tot een half procentpunt economische groei kosten. Dat lijkt niet veel, maar met een economie die er amper anderhalf procent op vooruitgaat, tikt die energiefactuur zwaar aan. Bovendien stuwt de ingevoerde olie de prijzen omhoog. Die opstoot van inflatie tast de koopkracht van de gezinnen aan. Nu al vertonen de begrotingen van de Europese lidstaten grotere tekorten dan toegestaan. Zelfs de Commissie raakt in paniek, want bij de meeste leden gaan de zaken er alleen maar op achteruit. Ook de paars-groene ploeg van Guy Verhofstadt ziet zijn begrotingsevenwicht sneuvelen. Terwijl de economie sputtert, stijgen de sociale uitgaven. Het sukkelende Duitsland (dat nog altijd niet de kosten van zijn hereniging heeft verteerd) moet noodgedwongen in zijn sociaal Rijnlandmodel gaan snoeien. Andere landen zullen volgen. Grote sociale problemen kondigen zich aan. Na de vorige Golfcrisis herstelde de economie zich razendsnel. Niets wijst erop dat dit nu opnieuw het geval zal zijn. De economische basis is vandaag bijzonder zwak. Niets valt te voorspellen over een eventuele politieke chaos in het Golfgebied of over de fall-out van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Alvast de betogers in Europa zullen het niet begrijpen, laat staan aanvaarden: een oorlog eerst als oorzaak en daarna als oplossing van de economische crisis. Guido Despiegelaere