In 1950 telde het Staatsblad 'maar' 9193 bladzijden, in 1980 was dat 14.693 bladzijden. 'Over die dertig jaar steeg het volume dus met 60 procent', zegt professor Herman Matthijs (VUB en UGent). 'Maar die toename is te verwaarlozen als je ziet wat daarna volgde. In 1990 was het Staatsblad al 24.732 bladzijden dik. In 2000 telde het 43.680 bladzijden. Nog eens tien jaar later waren er 83.678 bladzijden, bijna een verdubbeling over dezelfde periode. En vorig jaar kwam men voor het eerst boven 100.000 bladzijden uit. Dat alles illu...

In 1950 telde het Staatsblad 'maar' 9193 bladzijden, in 1980 was dat 14.693 bladzijden. 'Over die dertig jaar steeg het volume dus met 60 procent', zegt professor Herman Matthijs (VUB en UGent). 'Maar die toename is te verwaarlozen als je ziet wat daarna volgde. In 1990 was het Staatsblad al 24.732 bladzijden dik. In 2000 telde het 43.680 bladzijden. Nog eens tien jaar later waren er 83.678 bladzijden, bijna een verdubbeling over dezelfde periode. En vorig jaar kwam men voor het eerst boven 100.000 bladzijden uit. Dat alles illustreert de explosie aan regelgeving.' Het Belgisch Staatsblad mag dan het minst gelezen blad van het land zijn, toch is het belangrijk. Artikel 190 van de Belgische grondwet stelt dat geen wet, geen besluit en geen verordening van algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur verbindend zijn als ze niet bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad. De wetten op de staatshervorming doen die regel ook gelden voor de decreten van de deelstaten. In het Staatsblad staan dan ook de teksten van verdragen, wetten, decreten, ordonnanties, verordeningen, omzendbrieven, wettelijke bekendmakingen, gerechtelijke akten, uittreksels uit arresten, enzovoort. Wat in de telling van het volume nog niet werd meegenomen, zijn de bijlage over de vzw's en het bulletin der aanbestedingen. Daarnaast zijn er de publicatiebladen van de Europese Unie, maar die nummert de bladzijden niet door en 'dat maakt het wat onduidelijker om te zien hoe omvangrijk in bladzijden de EU-regeldrift is', aldus Matthijs. 'In België wordt iedereen geacht het Staatsblad te lezen, de inhoud ervan te onthouden en na te leven', zegt Matthijs. 'Je kunt nooit ter verontschuldiging inroepen dat je de zowat 50.000 wetteksten niet kent, want om de rechtszekerheid te waarborgen geldt het principe 'nemo censetur ignorare legem': iedereen wordt geacht de wet te kennen.' Dat is natuurlijk niet mogelijk met de wildgroei van het aantal pagina's. Om het Staatsblad in 2013 te lezen, moest je per dag gemiddeld meer dan 280 bladzijden doorworstelen. Kan het anders? 'Je kunt een dunner Staatsblad maken met duidelijker en eenvoudiger wetgeving', zegt Matthijs. 'Maar de regeldrift van alle overheden is tilt geslagen. De voorbeelden zijn bekend: een te complexe fiscale wetgeving, idem dito voor de sociale zekerheid, een te ingewikkelde bijzondere financieringswet, enzovoort. Bovendien verandert men de bestaande wetgeving om de haverklap, via onder andere programmawetten en programmadecreten.' Dat is niet goed, vindt Matthijs, die graag de Chinese denker Confucius citeert. Rond 500 voor Christus zei die al: 'In een land met vele wetten moet de wanorde groot zijn.'