Het appartement van Milton en Rose Friedman ligt helemaal aan het einde van Taylor Street in San Francisco. Het past helemaal bij de status die de vader van het monetarisme in de wereld van economen geniet: peperduur en vol klasse. Vanuit een groot raam kijken de bezoekers neer op de Bay Bridge en de Golden Gate, met de beruchte gevangenis van Alcatraz daartussenin. Het prijskaartje van zulke appartementen maakt ze de natte droom van elke vastgoedmakelaar van Noord-Californië. Geologen voorspellen al jaren dat ook San Francisco vroeg of laat zijn moordende tsunami krijgt. Sindsdien neemt de marktwaarde van woningen recht evenredig met hun hoogte toe. Milton Friedman woont... op de negentiende verdieping.
...

Het appartement van Milton en Rose Friedman ligt helemaal aan het einde van Taylor Street in San Francisco. Het past helemaal bij de status die de vader van het monetarisme in de wereld van economen geniet: peperduur en vol klasse. Vanuit een groot raam kijken de bezoekers neer op de Bay Bridge en de Golden Gate, met de beruchte gevangenis van Alcatraz daartussenin. Het prijskaartje van zulke appartementen maakt ze de natte droom van elke vastgoedmakelaar van Noord-Californië. Geologen voorspellen al jaren dat ook San Francisco vroeg of laat zijn moordende tsunami krijgt. Sindsdien neemt de marktwaarde van woningen recht evenredig met hun hoogte toe. Milton Friedman woont... op de negentiende verdieping. De vader van het monetarisme is intussen 93. Maar ook op die gezegende leeftijd blijft hij verbazen. Hij volgt de actualiteit met de bezieling van een twintiger, en zijn mening klinkt nog altijd even energiek en ongezouten. Knack sprak met Friedman over zijn appartement, maar vooral over de euro, de Amerikaanse economie, de dollar, de Europese teloorgang, de overgang van Greenspan naar Bernanke bij de Federal Reserve, de nationale bank van de Verenigde Staten, en over de opkomst van China. Een verslag van drie uur discussies met de man op wie alle centrale bankiers beginnen te gelijken. MILTON FRIEDMAN: Dat veel centrale bankiers mijn stokpaardjes volgen. De prijzen stabiliseren, heb ik altijd gezegd, is de belangrijkste, zo niet de enige taak van een centrale bankier. Sinds enkele jaren zijn de meeste centrale bankiers daar ook van overtuigd. Misschien wel door mijn onderzoeken en studies (lacht). Prijsstabiliteit stimuleert de economie, want ze vermindert de onzekerheid en wakkert daardoor het ondernemen, het investeren en het innoveren aan. FRIEDMAN: Vindt u? Wel, ik zie dat toch anders. Er is namelijk een verschil tussen de retoriek van de centrale bankiers en wat ze in werkelijkheid doén. U moet daarvoor de gegevens van de grote centrale banken van de wereld maar eens bekijken: de jongste twee decennia hebben ze allemaal een beleid gevoerd om de aangroei van de geldhoeveelheid te stabiliseren. Of toch veel meer dan vóór de jaren tachtig. Dat verklaart de veel stabielere inflatie en de gestage economische groei. Alleen zullen centrale bankiers dat nooit openlijk toegeven. FRIEDMAN: (Staat recht uit zijn stoel en kijkt ons strak in de ogen) Welke boodschap geeft een centrale bankier, als hij vertelt dat zijn beleid vooral gericht is op het stabiliseren van de geldhoeveelheid? Dan zegt hij eigenlijk dat hij zichzelf heeft herleid tot een mechanisme, of in het beste geval tot een cijfergestuurd comité. Gelooft u echt dat er één centrale bankier zo nederig is, dat hij zoiets in het openbaar zou toegeven? Centrale bankiers zijn mensen zoals u en ik: zij willen ook belangrijk zijn, en daarom trachten ze stil te houden wat het grote geheim achter hun metier is. Ik pleit zelf ook niet meer in het openbaar voor strikte normen om de groei van de geldhoeveelheid in bedwang te houden. Ik ben tot het besef gekomen dat zulke normen in de realiteit niet haalbaar zijn. Maar ik blijf die normen de best mogelijke aanpak vinden voor een goed monetair beleid. FRIEDMAN: Nee, dat mag u niet. Voor mij is Alan Greenspan zonder discussie de beste centrale bankier die de wereld ooit gekend heeft. Hij speelde zijn spel op een weergaloze manier. Greenspan hield zich niet bezig met het finetunen van de economie. Hij was integendeel een grootmeester in het fine talken. Iedereen tobde zich suf over wat hij nu weer bedoelde. Ondertussen voerde hij een - euh, ik zal het maar zeggen zeker - friedmaniaans beleid, helemaal gericht op het stabiliseren van de hoeveelheid geld in omloop. Greenspan was bovendien een begenadigde voorspeller - lang voor hij aan het hoofd van de Fed kwam, trouwens. Hij had de grote gave om economische ontwikkelingen die zich vaag aftekenden, meteen al klaar en duidelijk te kunnen zien. En hij hield de inflatie laag, en zorgde dat de Amerikaanse economie zich tijdens zijn regeerperiode als nooit tevoren ontwikkelde. FRIEDMAN: (haalt de schouders op) Ik heb die argumentatie wel vaker gehoord. Volgens mij houdt ze geen steek. De prijzen van huizen of aandelen reflecteren wat de markt ervoor wil geven. Monetair beleid moet geen rekening houden met de vastgoedprijzen of beursevoluties. Althans niet zolang die de index van de consumptieprijzen niet wezenlijk beïnvloeden. Alan Greenspan had de juiste reactie op de evolutie van de huizenprijzen en de aandelenkoersen: hij wachtte af en waarschuwde voor irrationele weelde toen de bubbels de consumptieprijzen dreigden te beïnvloeden. Ik heb er vertrouwen in dat Ben Bernanke op dezelfde adequate manier zal reageren. FRIEDMAN: Een uitstekend beleid. De verantwoordelijken van de ECB staan voor de heroïsche taak om binnen die enorme diversiteit van de Europese Unie een zinvol monetair beleid uit te stippelen. Op haar inflatietraject valt tot op vandaag weinig aan te merken. Ik zou zelfs zeggen: felicitaties zijn op hun plaats. FRIEDMAN: Niet helemaal, want uw citaat is onvolledig. 'De euro zal er nooit komen,' zei ik, 'want de beleidsverantwoordelijken zullen uiteindelijk inzien dat de invoering van de euro op het geplande tijdstip sociaal, economisch en politiek een zeer onverstandige zet is'. Uiteindelijk zijn de beleidsvoerders toch doorgegaan met de euro. De Europese politici hebben daarmee een stommiteit begaan, daar blijf ik bij. Ik ben er ook van overtuigd dat de euro niet zal blijven bestaan. Misschien houdt de munt het nog tien jaar uit, misschien zelfs vijftien jaar. Maar vroeg of laat zullen de doodsklokken luiden voor de euro. FRIEDMAN: Omdat het niet werkt. De lidstaten van de monetaire unie hebben andere gewoontes, andere structuren, andere talen. Iedereen doet pogingen om die diversiteit bij te sturen, maar ik zie geen resultaten. Een voorbeeld: de euro heeft het mogelijk gemaakt om lage rentevoeten te hanteren in landen met een hoge overheidsschuld, zoals België of Italië. Zónder de euro zou die rentepolitiek onmogelijk zijn geweest. Jammer genoeg heeft Italië, en België in iets mindere mate, verzuimd om zijn interne beleid aan te passen. Vroeg of laat brengt dat het land onherroepelijk in de problemen. Ander voorbeeld: Duitsland. Dat zit al jaren in zware moeilijkheden, omdat het zijn mark tegen een veel te hoge koers in het euroregime heeft gebracht. Het vrij verkeer van mensen en een hoge mate van flexibiliteit in prijzen en lonen hadden dat kunnen verhelpen, maar uitgerekend die ontbreken op het Europese menu. En devalueren, die andere oplossing om stoom van de ketel te laten, is ook onmogelijk geworden in de Europese context. Europa wordt het slachtoffer van zijn eigen vaste wisselkoersen. De discussie is vergelijkbaar met die voor of tegen de invoering van het zomeruur. Er zijn veel manieren om de positieve gevolgen van het zomeruur te bereiken - bijvoorbeeld door te vragen dat iedereen een uurtje later opstaat en gaat slapen. Maar het is makkelijker om de klok vooruit te zetten dan om in te grijpen in al die individuele gedragspatronen. Vrije of vlottende wisselkoersen doen hetzelfde als de klok: ze zorgen dat de economie zich aan de veranderde omstandigheden aanpast zonder dat alle prijzen en lonen expliciet gewijzigd moeten worden. FRIEDMAN: De Verenigde Staten staan er uitstekend voor. De jongste twintig jaar kenden we twee milde recessies, en verder alleen groei. Dat is een ongekende luxe. Ondanks de gestegen olieprijzen blijft de inflatie onder controle. En de economie groeit, en de werkloosheid blijft laag. FRIEDMAN: Ten eerste vertellen de blijvend lage rentevoeten op lange termijn me dat de markten geen been zien in de tekorten op de Amerikaanse begroting. Ten tweede vind ik dat u wel bijzonder hard van stapel loopt. Waarom hebben de toenemende tekorten op de betalingsbalans de dollar de jongste jaren niet verzwakt, maar eerder versterkt? Ik heb daar zelf óók geen sluitende verklaring voor, maar ik denk wel dat er iets fundamenteel verkeerd zit met de cijfers van de Amerikaanse betalingsbalans. Zo nemen de VS sinds enkele jaren een unieke positie inzake kapitaalrisico in. Geen enkel land in de wereld biedt dezelfde garanties voor rechtszekerheid of politieke stabiliteit als de VS. Daarom wil elke investeerder een belangrijk deel van zijn portefeuille in de VS aanhouden. En inwoners van de VS bezitten dan wel minder kapitaal in het buitenland dan dat buitenlanders Amerikaans kapitaal bezitten, maar de Amerikanen krijgen wel evenveel rente van buitenlandse banken uitgekeerd als buitenlanders van Amerikaanse financiële instellingen. Dat zou kunnen betekenen dat Amerikanen veel risicovoller beleggen in het buitenland dan buitenlanders in de VS, en dat ze daardoor hogere opbrengsten ontvangen. Maar het zou ook kunnen betekenen dat de economische waarde van de Amerikaanse investeringen in het buitenland beduidend groter is dan hun boekwaarde. Daar zou trouwens een fiscale verklaring voor kunnen bestaan: het Amerikaanse belastingregime zet Amerikaanse bedrijven namelijk aan tot onderwaardering van buitenlandse activa in hun boeken. Neem al deze elementen samen, en de situatie wordt plots veel minder kritiek dan sommige analisten ons vandaag willen doen geloven. FRIEDMAN: Ik vraag me zelf ook af waarom de Chinezen zo fanatiek blijven beleggen in Amerikaanse schatkistpapieren. Wellicht komt dat gedeeltelijk omdat ze een omvangrijke buitenlandse portefeuille nodig hebben. We vergeten wel eens dat China relatief jong is als industrieland. Veel leveranciers vragen zich nog altijd af of de Chinezen hun rekeningen wel zullen kunnen betalen. Buitenlandse activa verhogen de kredietwaardigheid van het land. Er moet echter méér zijn dat die gigantische Amerikaanse schuld aan China verklaart. Alleen weet ik zelf ook niet wat. FRIEDMAN: Helemaal niet. De schuldgraad is niet uitzonderlijk, als u hem bekijkt tegenover het nettovermogen (het financieel en onroerend vermogen min de schulden, nvdr.) van de gezinnen. FRIEDMAN: Als dat gebeurt, krijgen we een forse groeivertraging of zelfs een recessie. En dan? Maar ik geloof zelfs niet dat er zo'n uitgesproken daling van de prijzen zal komen. De stijging van de huizenprijzen in de VS schijnt namelijk vooral het gevolg te zijn van demografische factoren, en die zie ik in de komende jaren niet al te sterk wijzigen. FRIEDMAN: Ach, dat is niet zo moeilijk, zelfs niet op mijn leeftijd. Weet je iets niet? Just ask Google! JOHAN VAN OVERTVELDT EN FRANK DEMETS