'Vorig jaar zag ik het leven niet meer zitten', zegt NY, een meisje van dertien dat zes maanden geleden in de gesloten K-eenheid van Gasthuisberg in Leuven werd opgenomen. Tot tweemaal toe had ze geprobeerd zich het leven te ontnemen. Over haar precieze motieven, wil ze niet veel kwijt, behalve dat het te maken had met problemen in de familie.
...

'Vorig jaar zag ik het leven niet meer zitten', zegt NY, een meisje van dertien dat zes maanden geleden in de gesloten K-eenheid van Gasthuisberg in Leuven werd opgenomen. Tot tweemaal toe had ze geprobeerd zich het leven te ontnemen. Over haar precieze motieven, wil ze niet veel kwijt, behalve dat het te maken had met problemen in de familie. 'Nu heb ik weer zin om te leven', vervolgt NY. 'Ik kijk veel meer naar de toekomst, minder naar het verleden. De dagen hebben opnieuw kleur. Het gaat met vallen en opstaan. Eén ding weet ik zeker: je kunt geholpen worden als je het moeilijk hebt.''Ik had mijn problemen zelf gecreëerd en moest ze bijgevolg zelf oplossen. Met dat idee heb ik vroeger maandenlang rondgelopen. Hulp vragen voor hartzeer is hoe dan ook niet gemakkelijk. Die dingen kleven aan je lijf. Soms lukt het niet alleen, en heb je echt medische hulp nodig.''Toen mijn moeder zag dat het niet goed met me ging, liet ze me in een Brussels ziekenhuis opnemen. Ik zat aan de weed. In Brussel kwam de behandeling niet echt op gang. Maar een paar maanden later kon ik bij een behandelgroep in Leuven aansluiten.''In de school van het ziekenhuis krijgen we elke dag één of twee uurtjes les. Daarnaast hebben we sportactiviteiten, kooklessen, socialevaardigheidstraining en vergaderingen met de groep. Ieder van ons heeft zijn eigen problemen en blinkt ook uit in eigen dingen. Daardoor kunnen we veel van elkaar leren. Ik bewonder jongeren die al een eind verder staan dan ik. Elke week werken we aan bepaalde punten en kunnen we pluimen verdienen. In de weekends mag ik al naar huis. Ik ga er zeker op vooruit, zonder daarom een braaf engeltje te willen worden.' (glundert)In elke school met duizend leerlingen lopen er vijftig rond die denken aan zelfdoding. Vooral meisjes koesteren suïcidale gedachten. Hoewel het hoofdzakelijk jongens zijn die in hun zelfmoordpoging slagen. Het aantal geslaagde zelfdodingen ligt uiteraard een stuk lager dan de pogingen. Bij 15- tot 19-jarige jongens is het aantal effectieve zelfdodingen de laatste tien jaar verdubbeld (tussen 1990 en 2000 van 11 naar 25 op 100.000 jongens). Bij meisjes en vrouwen blijven de cijfers ongeveer gelijk. Iedere jongere gaat wel eens door een periode waarin hij zich metafysische vragen stelt. Maar dat maakt je nog niet depressief, laat staan suïcidaal. Waarom voegen sommige jongeren de daad bij het woord en andere niet? 'Wat zeker meespeelt, zijn problemen op school, pesterijen, het niet-geaccepteerd worden door de vrienden. Die laatste groep speelt een enorm belangrijke rol, zegt kinder- en jeugdpsychiater Annik Lampo (VUB). 'Maar even belangrijk zijn de problemen thuis. In een enquête uit 1996 zegt de meerderheid van de depressieve jongeren problemen te hebben met vader, met moeder, of met beiden. Niet elke depressieve jongere maakt een einde aan zijn leven. Depressies vormen wél een belangrijke risicofactor voor zelfmoordgedachten. Volgens dokter Jean-Paul Matot (ULB) onderneemt een op de vijf depressieve jongeren een zelfmoordpoging.'Professor Kees van Heeringen doet met zijn team van de Eenheid voor Zelfmoordonderzoek aan de Universiteit Gent heel wat onderzoek naar depressie. 'Er is nooit één reden waarom iemand overgaat tot zelfdoding', zegt hij. 'Naast maatschappelijke en genetische achtergronden, spelen ook de biologie en psychologie van het individu een rol. Het is bijvoorbeeld aangetoond dat suïcidale hersenen minder goed functioneren. Hersenscans tonen een verminderde werking van serotoninereceptoren in het voorste deel van de hersenen. Dit hangt samen met het gevoel van hopeloosheid bij de depressieve mensen. Dat is een van de sterkste risicofactoren voor suïcide. Vandaag onderzoeken we of bestaande antidepressiva die biologische verstoring kunnen corrigeren, zodat we mensen minder kwetsbaar kunnen maken.''Ook mensen die uitgesproken gevoelig zijn voor verlieservaringen, lopen een verhoogd risico. Hetzelfde geldt voor andere psychologische factoren, zoals een no escape- en no rescue-gevoel. We onderzoeken nu de samenhang tussen die typische hopeloosheid, biologische factoren en serotonine.' Sinds 2002 doet Vlaanderen opvallend hard zijn best om de grote problemen van depressie en zelfmoord aan te pakken. Er gebeurt duidelijk méér onderzoek naar zowel voorkomen, preventie, als behandeling. Aanleiding is de Vlaamse Gezondheidsconferentie van 2002, waarop de overheid de preventie van depressie en zelfdoding als de op vijf na belangrijkste gezondheidsdoelstelling presenteerde. Als vervolg daarop lanceert welzijnsminister Inge Vervotte (CD&V) binnenkort een campagne met tien tips om op te werken. In 2002 telde Vlaanderen 1100 zelfmoorden. Bij Vlaamse jongeren vormt zelfdoding de tweede doodsoorzaak. De nood aan preventie is groot, maar dat geldt evenzeer voor andere leeftijdsgroepen. Het is weinig bekend dat depressie en suïcide toenemen met de leeftijd. Bij volwassen mannen tussen 30 en 45 jaar is zelfdoding zelfs de eerste doodsoorzaak, een absolute piek ligt bij hoogbejaarde mannelijke tachtigplussers (149 suïcides op 100.000, zie grafiek). Zo bekeken is de naderende vergrijzing zorgwekkend. In 2050 zal het aantal tachtigplussers gegroeid zijn van vier tot tien procent van de bevolking. Hoe is die piek bij oudere mannen te verklaren? Volgens de Gezondheidsenquête van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid hebben oudere mensen het vaakst last van depressies, slaapstoornissen en angsten. Bovendien zijn ze kampioenen pillenslikkers, vooral in de categorie medicijnen die psychische stoornissen behandelen. 'Oudere mensen zijn extra fragiel', zegt psychologe Gwendolyn Portzky, onderzoekscoördinator van de Eenheid voor Zelfmoordonderzoek aan de Universiteit Gent. 'Naast de al bekende factoren, zijn er voor ouderen nog een hoop bijkomende risico's. Ze worden veel vaker met verlies geconfronteerd. Ze gaan met pensioen, hun inkomen vermindert. Lichamelijk gaan ze erop achteruit, ze verliezen belangrijke levenspartners. Al te vaak wordt er aan depressies bij oudere mensen geen aandacht besteed. Iedereen lijkt ze normaal te vinden.'Dat mensen die over zelfdoding spreken, het 'wel niet zullen doen', is een van de vele nonsensverhalen die circuleren. Soms schenken mensen hun bezittingen weg, soms nemen ze subtiel of minder subtiel afscheid. Ongeveer de helft van de suïcidale mensen brengt in de maand die aan de poging voorafgaat een bezoek aan de huisarts. Daarom is het zo belangrijk dat huisartsen signalen van suïcidale gedachten en depressie leren te herkennen. De Vlaamse huisartsenvereniging Domus Medica ontwikkelde daartoe samen met het Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding (ICHO) vormingen en onlineleerprogramma's. Meer dan 1300 huisartsen volgden al de bijscholing die door experts van Domus Medica, ICHO en de Centra Geestelijke Gezondheidszorg (CGGZ) gegeven worden. De CGGZ leveren vooral belangrijke kennis over de preventie van zelfdoding. Zo organiseren ze de vorming en training van medewerkers van de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB's), die de jongeren op school begeleiden. 'Al heel wat scholen hebben een zogenaamde "groene leerkracht", die speciale aandacht heeft voor de emotionele begeleiding van leerlingen', zegt Walter De Keyzer, coördinator van het Zelfmoordpreventieproject van de Centra Geestelijke Gezondheidszorg. 'Aan die leerkrachten bieden we eveneens een cursus signaalherkenning aan.'Wat moet je doen als een leerling een poging tot zelfdoding onderneemt? Welke houding neemt de school aan? Wat gebeurt er met de klas? Welke expert roept de school erbij? Walter De Keyzer: 'Hiervoor hebben we een draaiboek opgesteld dat de scholen in hun beleid kunnen opnemen. In elke provincie werkt een tiental scholen al aan een dergelijk draaiboek. Veel andere scholen tonen een grote belangstelling.'Bij de CGGZ kunnen jaarlijks zowat 60.000 mensen terecht voor begeleiding door een multidisciplinair team van psychiaters, psychologen en maatschappelijk assistenten. De kwetsbare groep van zestigplussers, waarin het grootste aantal zelfmoorden voorkomt, valt echter grotendeels uit de boot. Slechts vijf procent van de mensen die bij de CGGZ aankloppen, is ouder dan zestig. 'Die mensen komen niet naar de centra', zegt Jos Lievens, directeur van de Federatie Diensten voor Geestelijke Gezondheidszorg (FDGG). 'Ze zijn niet mobiel genoeg, ze kennen onze centra niet, of zijn niet vertrouwd met hulpverlening door psychologen of psychiaters. Veel ouderen die in rusthuizen verblijven of alleen wonen zijn nochtans eenzaam en zouden de begeleiding van CGGZ-medewerkers goed kunnen gebruiken.''Met mobiele teams zijn oudere mensen ook perfect bereikbaar. Dat bewijzen we al geruime tijd in ons centrum Brussel-Oost. Om het project zoals het hoort uit te breiden naar de rest van Vlaanderen, beschikken we over onvoldoende personeel. We zouden er een honderdtal voltijdse werkkrachten bij moeten krijgen. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde hulpverlening aan kinderen. De politiek stelt vaak prioriteiten waarbij de CGGZ uit de boot vallen.''Lacunes in de ouderenzorg los je niet alleen op met extra mankracht', vindt Bernadette Vandenheuvel, directeur ouderenzorg bij de Groep Gasthuiszusters van Antwerpen. 'Er is ook een gebrek aan kennis om de geestelijke gezondheid van oudere mensen goed te begeleiden. Die kwestie wordt te weinig onderzocht en ontbreekt in de opleidingen.'MARLEEN TEUGELS