INFO : Deze reportage kwam tot stand met hulp van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.
...

INFO : Deze reportage kwam tot stand met hulp van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.Ooit slepen vele tienduizenden arbeiders in Antwerpen en Amsterdam de ruwe steentjes tot hun begeerde, fonkelende vormen. Met hun vakmanschap creëerden zij de waarde en de exclusiviteit van de diamant, het luxeproduct bij uitstek. De Antwerpse diamantnijverheid genoot na verloop van tijd dan ook veel aanzien. De vakkennis van de diamantbewerkers maakte Antwerpen tot hét wereldcentrum voor diamant. Mede dankzij het economische belang van de diamant voor stad en land, kregen ook de vakbonden - vooral de Algemene Diamantbewerkersbond van België - in deze sector veel macht. Dat was nodig, gezien de belabberde arbeidsomstandigheden aan het begin van de vorige eeuw: lange werkdagen voor weinig loon, slecht verluchte werkplaatsen en het risico op longkanker door de stofdeeltjes die tijdens het slijpen vrijkwamen. Slechte voeding en hygiëne maakten tuberculose bovendien alomtegenwoordig. Een actieve en harde vakbondsstrijd leidde stap voor stap tot een verbetering van de arbeidsomstandigheden. Maar volgens Yamina De Laet van de internationale vakbond voor de chemie, de energiesector en de mijnbouw (ICEM) gebeurde dat vooral nadat ook enkele werkgevers aan longkanker waren gestorven. Intussen wordt in Antwerpen nog amper geslepen. In een globaliserende context is de bewerking van diamant er te arbeidsintensief en dus te duur geworden. Er zijn in het Antwerpse nog hooguit 150 bedrijfjes actief, waarvan de werknemers vaak economisch of technisch werkloos zijn en van den dop moeten leven. Vandaag worden in België nog nauwelijks diamantbewerkers opgeleid. Exact honderd jaar na de oprichting van de eerste internationale diamantvakbond - het Wereldverbond van Diamantbewerkers ontstond in mei 1905 uit de militante vakbonden in Amsterdam en Antwerpen - is een historische situatie ontstaan. België beschikt nog steeds over sterke vakbonden, maar de diamantbewerkers vormen hier een 'uitstervende soort'. Terwijl in landen zoals India, waar massa's arbeiders instaan voor het gros van mondiale diamantbewerking, de vakbonden nog bijzonder zwak zijn. Wat vandaag in de lagelonenlanden gebeurt, lijkt wel een déjà vu van de Antwerpse situatie een eeuw terug. Het epicentrum van de diamantbewerking is bijna volledig verschoven van Antwerpen en Amsterdam naar het Indiase Surat - en in mindere mate naar Thailand en China. Surat - een uitpuilende stad van 2,5 miljoen zielen ten noorden van Bombay - vormt een van de sterkst kloppende harten van de 'boomende' Indiase economie. Een stad die nooit slaapt. Vorig jaar kreeg Surat de prijs voor de schoonste stad van India. Een vrij ironisch nieuwtje voor wie de lelijke, lawaaierige, vieze groeipool al eens aandeed. Maar Surat geeft niet echt om schoonheid, esthetiek, duurzame ontwikkeling, gelijke rechten of meer van dat fraais. Net als in de rest van India telt in Surat maar één ding: economische groei. En dus draait alles er om textiel, en diamant. India ontvangt zijn ruwe diamant voornamelijk via Antwerpen. De duurste stenen worden nog steeds in het Westen verhandeld. Maar de diamantbeurzen van Surat en Bombay kennen een enorme activiteit. Daarbij vergeleken lijkt de honderdjarige Antwerpse Beurs voor Diamanthandel wel een kerkhof. De Indiase export van bewerkte diamant was vorig jaar goed voor ongeveer 7 miljard euro. Omdat de overheid het voor bedrijven erg voordelig maakt om zich in Surat te vestigen, explodeerde de werkgelegenheid er. Op het platteland van de staat Gujarat is het moeilijk overleven. De stedelijke bedrijvigheid werkt als een magneet. De Laet: 'De meeste arbeiders in de diamant komen uit de dorpen.' Veel diamantbewerkers laten hun vrouw en kinderen achter. En zoals wel vaker bij massale arbeidsmigratie steekt ook in Surat het aidsprobleem de kop op. In de diamantbusiness van Surat werken naar schatting driekwart tot een miljoen mensen. Het luxeproduct diamant wordt er in niet al te luxueuze omstandigheden 'gemaakt'. Het kloven, zagen en snijden, het kruisslijpen en het 'briljanderen' gebeurt in Surat meestal onder weinig 'koosjere' condities. Honderdduizenden mensen zitten tien tot elf uur per dag, zes dagen per week op de grond achter hun machines zo snel mogelijk te polijsten en te slijpen. Van de 'supervisor' achter het 'loket' krijgen ze een 'pakje ruw' mee. De steentjes die klaar zijn, worden teruggebracht, gecontroleerd en opgeschreven. Zo wordt ook de productie en dus het salaris van elke arbeider bijgehouden. Bijna iedereen werkt hier met een stukloon: hoe meer steentjes je slijpt, hoe meer je verdient. Wie het heel goed doet, ontvangt gemiddeld honderd euro per maand. Diamant is hard. Afhankelijk van de steen kan het bewerkingsproces van één steentje vele uren in beslag nemen. Een ervaren diamantarbeider kan zo'n veertig tot vijftig steentjes - meestal kleiner dan een korrel kristalsuiker - per dag bewerken. Zenuwachtig bekijken ze voortdurend - onder het vuile licht van neonlampen - de vorderingen onder hun loep. Het werkritme ligt hoog. Perfectie is de norm, een slecht geslepen steen is niets waard. Het verhoogt alleen maar de stress. Hashmukhberi Desai (37) werkt al 15 jaar in de diamantindustrie. Hij zegt tevreden te zijn. 'Alles is beter dan op het platteland te moeten leven, waar ik vandaan kom.' Maakt hij zich geen zorgen over zijn gezondheid? 'Nee, de enige zorgen die ik heb, gaan over geld.' Maar even later zegt hij dat hij niet wil dat zijn 13-jarige zoon ook diamantbewerker zou worden: 'Hij is slim. Hij wil dokter worden.'In de grotere diamantfabrieken van Surat zijn de arbeidsomstandigheden duidelijk verbeterd. Daar zitten duizenden arbeiders op stoelen in grote, goed verluchte ruimten te polijsten en te slijpen. Als de werkgever ook nog zorgt voor schone toiletten en een ruimte om te lunchen, én hij bovendien het loon op tijd betaalt, hebben de arbeiders niet te klagen. De ontwikkelingen in de grote ondernemingen staan bovendien niet stil. Laxmi Diamonds is het op twee na grootste bedrijf in Surat met kantoren in Antwerpen, New York en Hongkong en honderden winkels. Men gebruikt er de state of the art-technologie en er wordt zelfs nieuwe (laser)technologie ontwikkeld: een bewijs dat India er alles aan doet om zijn leidende positie in de diamantindustrie te behouden. De nors kijkende managing director van Laxmi gelooft in schaalvergroting en gaat ervan uit dat een goede behandeling van de werknemer leidt tot een betere en efficiëntere productie. 'We voorzien in gratis scholing van ruim 7000 kinderen van onze arbeiders. We letten op de gezondheid van onze mensen en geven ze bijvoorbeeld preventief vitamine A, goed voor de ogen.' Maar wat de grote bedrijven niet graag vertellen, is dat sommigen het 'kleine grut' uitbesteden aan de onderaannemers met kleine ateliers, waar er in Surat ongeveer tienduizend van bestaan. En daar is het heel wat minder prettig werken. De arbeiders zitten er meestal op de grond, in slecht verlichte en benauwde ruimtes, in een monotone beweging 'suikerkorrels' te bewerken. Het ritme van het dagelijkse leven in Surat wordt bepaald door het werkschema in de duizenden fabrieken en werkplaatsen. 's Morgens voor 8.00 uur krioelen de arbeiders door de straten op weg naar hun werk. Rond lunchtijd zie je hetzelfde chaotische tafereel en twaalf uur later zit de dag erop. Veel arbeiders slapen ook in de werkplaatsen, tussen de slijpmachines. Vaak worden die 's nachts 'uit veiligheid' afgesloten. En als er dan bijvoorbeeld brand uitbreekt? ' Then they go to god', zegt een arbeider berustend. 'Bij de zware aardbeving in de staat Gujarat van 2001 lieten veel arbeiders het leven omdat ze niet weg konden uit hun afgesloten werkvertrekken', vertelt De Laet. Tot zo'n vijf jaar geleden was de situatie nog erger. In 1997 klaagde ICEM de kinderarbeid in de diamantsector aan. De beelden gingen de wereld rond. Uit angst voor een te slecht imago, weren de werkgevers sindsdien té jonge arbeiders. Dat er geen kinderhanden diamanten slijpen, betekent niet dat er geen uitbuiting is. Zo kent Surat het systeem van de 'leercontracten'. Tieners mogen voor een peulenschil of voor niets gedurende enkele maanden het vak leren - lees: werken - meestal van een familielid of vriend. Met het vooruitzicht op een betaalde baan nemen ze die gratis arbeid voor lief. De Laet legt uit waarom die 'leercontracten' een doorn in het oog zijn: 'Wij als vakbonden willen dat India ILO-conventie 182 over de ergste vormen van kinderarbeid ratificeert. Dan kunnen de vakbonden officieel ingrijpen in geval van misbruik. De Indiase overheid heeft de diamant- en edelstenensector erkend als gevaarlijke en risicovolle beroepscategorie, wat betekent dat er niemand onder achttien jaar mag werken. De werkgeversfederatie stelt dat er geen kinderarbeid meer is, maar dat is onjuist. Het probleem van kinderarbeid onder de 14 jaar is zo goed als verdwenen, maar de jongeren tussen de 15 en de 18 jaar zijn nog steeds aanwezig.' De contractarbeid en onderaanneming zijn volgens ICEM een soort Trojaans paard van het economische liberaliseringsproces. Omdat er geen officiële opdrachtgever is, is ook niemand verantwoordelijk voor de ongezonde arbeid die onder flexibele voorwaarden tegen een zeer laag loon wordt uitgevoerd. De Laet: 'Zo'n veertig families controleren de Indiase diamantindustrie. Dat is de top van de piramide en daaronder zitten de duizenden kleine bedrijven en onderaannemers. Bovendien schuiven de groten de verantwoordelijkheid meestal van zich af.'De zes lokale vakbonden ijveren wel voor betere arbeidsomstandigheden, maar ze hangen in grote mate af van de logistieke, financiële en morele steun van buitenlandse collega's. Hun onderdanigheid tegenover de grote diamantpatroons is soms bijna gênant, maar ook begrijpelijk. De vakbonden hebben relatief weinig leden en beschikken bijgevolg over weinig macht. Veel diamantarbeiders zijn analfabeet, kennen het vakbondswerk niet en zijn niet goed op de hoogte van de voordelen van eventueel lidmaatschap. Daarnaast hebben sommige Indiase vakbonden een slechte reputatie, mede door zwak leiderschap en onkunde. De Indian National Diamond and Ornament Federation (INDOWF) organiseert met buitenlandse steun cursussen voor lokale Indiase vakbondsmensen om zich beter te leren organiseren en hen te leren wat hun rechten zijn, zowel nationaal als internationaal. Volgens De Laet is het organiseren en verenigen van arbeiders hier ook lastig door het enorme verloop van werknemers. 'De werkgevers gebruiken dat dan weer als excuus om hun werknemers niet te registreren voor de sociale voorzieningen zoals pensioenen en hospitalisatieverzekering, zaken die nochtans bij wet zijn vastgelegd.'Maar de Indiase diamantbewerkers klagen niet en zijn vooral blij dat ze werk en een 'vast' inkomen hebben. Ook al worden ze letterlijk overgeleverd aan de grillen van de werkgevers. Wie zijn baan wil behouden, heeft best niet te veel op met de vakbond. De werkgevers in de diamantbusiness staan ronduit vijandig tegen de lokale vakverenigingen. Ze dreigen uit te wijken naar andere delen van India als de vakbonden te sterk worden en te veel eisen gaan stellen. 'De vakbonden willen juist een constructieve dialoog met de werkgevers aangaan. Daar zullen we hen eerst van moeten overtuigen', zegt de Indiase ICEM-ondervoorzitter Janagathan. 'Als je werkgever je plots minder betaalt, is het beter verenigd te zijn in een vakbond voor juridische steun. Maar veel arbeiders zijn bang om lid te worden. En de vakbonden zijn al blij als ons loon correct betaald wordt', zegt Hashmukhberi Desai (37), al 15 jaar in het vak. Pradip (24): 'Van de 200 arbeiders in ons bedrijf zijn er ongeveer 50 aangesloten bij een vakbond. Onze werkgever behandelt ons meestal goed, maar het zou toch nuttig zijn als meer mensen lid werden van een vakbond omdat die dan sterker staat en ons juridische bescherming kan bieden. We zijn trots dat Surat de diamanthoofdstad is en hopen dat de industrie nog groeit. Wel zouden we graag iets meer verdienen. We zullen nog iets efficiënter moeten werken en meer moeten produceren zeker?'De lokale vakbond begon vijf jaar geleden een kleine diamantcoöperatieve die nu 25 leden een inkomen bezorgt en break-even draait. De arbeidsomstandigheden zijn er vergeleken met de duizenden ateliers heel comfortabel. 'We betalen onze mensen correct, zorgen voor een woning als dat nodig is', vertelt Harish Rama van de South Gujarat Diamond Workers Association. 'Om toch wat winst te maken, gaan we ook beginnen met een juwelenlijn.' Dat doen ook steeds meer diamantbedrijven. Niet alleen zijn 9 van elke 10 diamanten die wereldwijd in juwelen worden gezet bewerkt in India, ook de juwelenproductie groeit enorm. Maar ook hier heeft de blinkende medaille een keerzijde. In een juwelenzaak in Surat staan de meest protserige gouden sieraden bedekt met edelstenen en met een prijskaartje tot vier jaarsalarissen van een diamantarbeider uitgestald. Als we vragen waar al dit fraais gemaakt wordt, troont men ons zonder enige gêne mee naar beneden. In een donkere, muffe en beklemmende kelder zitten jongemannen op de grond, in onwaarschijnlijk gore omstandigheden met bewonderenswaardig vakmanschap juwelen te maken. Niemand die daarvan opkijkt. Binnenkort krijgt het zelfbewustzijn van de diamantarbeider in Surat een nieuwe impuls. Ter ere van het 'eeuwfeest' van de eerste internationale diamantvakbond wil ICEM er samen met de lokale vakbonden op 1 mei een demonstratie voor betere arbeidsomstandigheden houden. Maar of er een grote opkomst zal zijn, valt nog te bezien. Veel arbeiders aarzelen om mee op te stappen uit angst hun baan te verliezen. De diamant verplaatste zich naar India, en nu ook de vakbondsstrijd. Door Hans van Scharen Illustratie : Dieter Telemans