Op 1 juni kunnen de Nederlanders zich in een referendum uitspreken over de Europese grondwet. De kans dat ze 'nee' zeggen, wordt met de dag groter. In Den Haag worden alle hens aan dek geroepen: minister van Justitie Piet Hein Donner hield zijn landgenoten het horrorscenario van de oorlog in de Balkan voor, de liberale regeringspartij VVD liet een televisiespotje maken met beelden van de holocaust en van de terreuraanslagen in Madrid om de tegenstemmers op andere gedachten te brengen. Het spotje werd op het laatste moment wijselijk teruggetrokken.
...

Op 1 juni kunnen de Nederlanders zich in een referendum uitspreken over de Europese grondwet. De kans dat ze 'nee' zeggen, wordt met de dag groter. In Den Haag worden alle hens aan dek geroepen: minister van Justitie Piet Hein Donner hield zijn landgenoten het horrorscenario van de oorlog in de Balkan voor, de liberale regeringspartij VVD liet een televisiespotje maken met beelden van de holocaust en van de terreuraanslagen in Madrid om de tegenstemmers op andere gedachten te brengen. Het spotje werd op het laatste moment wijselijk teruggetrokken. De campagne is, na een lauwe start, de voorbije dagen bijzonder emotioneel geworden. 'Wij blijven onszelf, ook met de nieuwe grondwet' laat het ministerie van Buitenlandse Zaken weten in een voorlichtingsbrochure. 'Niemand kan ons Oranjegevoel afnemen. Wij houden onze vlag, ons volkslied, onze leeuw. Ook onze taal, ons koningshuis en onze feestdagen zijn van ons.' Het lijkt weinig indruk te maken: op het moment dat dit stuk geschreven werd, stond het 'nee'-kamp in de peilingen op 64 procent. Bizar. Tot het 'ja'-kamp behoren immers, behalve de drie regeringspartijen (het christen-democratische CDA, de liberale VVD en het links-liberale D66), ook de sociaal-democratische oppositiepartij PvdA en GroenLinks: samen 85 procent van de volksvertegenwoordiging. Ook werkgevers en vakbonden zijn vóór. Als Nederland straks 'nee' zegt, kan de conclusie alleen luiden dat de kloof tussen de politiek-maatschappelijke elite en de burger de afmetingen van een ravijn heeft aangenomen. 'Nederland is een beetje in de war', constateerde de voormalige minister-president Dries van Agt na de moord op Theo van Gogh, met het hem kenmerkende gevoel voor understatement. En Jean-Luc Dehaene (CD&V) zei onlangs in een interview met NRC Handelsblad dat de Nederlandse publieke opinie 'de malaise' van het tijdperk-Pim Fortuyn nog altijd niet te boven is. Het gaat in deze campagne over alles, behalve over de tekst van de grondwet. Het gaat over buikgevoelens. 'Nederland moet blijven', is de slogan waarmee het onafhankelijke Kamerlid Geert Wilders ten strijde trekt. Wilders, die zichzelf graag als de opvolger van Fortuyn ziet maar dat alleen al vanwege zijn foute kapsel nooit zal worden, reist stad en land af met zijn bustourNEE om te waarschuwen tegen de komst van de Turkse horden. En het was niet toevallig het weekblad Elsevier - destijds de megafoon van Pim Fortuyn - dat de campagne op scherp stelde met een omslagartikel 'Waarom NEE beter is dan JA'. Goedkeuring van de grondwet, zo betoogde Elsevier, betekent dat de bevoegdheid over immigratie wordt overgeheveld naar Brussel en zal bovendien de Nederlandse verzorgingsstaat verplichten kansloze migranten uit de - uitgebreide - Europese Unie kost en inwoning te verschaffen. Angst voor de mogelijke toetreding van Turkije speelt een rol, maar ook onvrede over de kosten van levensonderhoud en de prijzen in de horeca - allemaal de schuld van de dure euro. Het hielp daarbij niet echt dat een directielid van de Nederlandsche Bank voorrekende dat in 1999 de Nederlandse gulden (die toen overigens stevig vastgeklonken zat aan de Duitse mark) 5 tot 10 procent beneden zijn reële waarde is 'verkwanseld' aan Europa. Als Nederland straks 'nee' zegt, blijft de vraag: waar heeft het nee tegen gezegd? Het afwijzingsfront strekt zich uit van de conservatieve Edmund Burke Stichting tot de anarchistische actiegroep Eurodusnie. Ook ter linkerzijde wordt een potpourri van argumenten uit de kast gehaald: als de Europese grondwet wordt goedgekeurd, is het straks afgelopen met de teelt van nederwiet in onze schuurtjes en moeten de Nederlandse abortusklinieken op last van de Ieren en de Polen worden gesloten! De schrijver Rudy Kousbroek adviseert een 'nee'-stem in naam van het kistkalf. In de grondwet wordt immers met geen woord gerept over dierenwelzijn en de verschrikkingen van de bio-industrie. De voorman van de SP (Socialistische Partij) Jan Marijnissen roept het spookbeeld op van 'de neoliberale superstaat'. Zijn partij voert campagne met een poster, waarop de Europese Unie zich als een grote vlek uitstrekt tot aan de Russische grens en Nederland letterlijk van de kaart is geveegd. 'Schijnheiligheid speelt een onuitgesproken rol in de linkse afwijzing van de grondwet', constateert de Amsterdamse hoogleraar politicologie Jos de Beus. 'Wel Geert Maks In Europa in de kast zetten, een tweede huisje in Frankrijk kopen, een illegale Pool inhuren voor de verbouwing en oeverloos schande spreken van de Amerikaanse alleenheerschappij. Maar de bedrukte Nederlanders na de moorden op Fortuyn en Van Gogh meenemen in een Europese droom samen met de aanhangers van een vrijzinnige euro-islam, ho maar!' Een vrijwel kamerbrede meerderheid van politici probeert intussen in de laatste week van de campagne het tij te keren. Er zijn miljoenen euro's uitgetrokken om de Nederlanders alsnog tot een 'ja' te bewegen. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer sprak de Nederlandse televisiekijkers vermanend toe en ook oud-premier Wim Kok werpt zich volop in de strijd. 'We houden nu een referendum over een zaak waar de bevolking niets over weet', klaagt minister van Economische Zaken Laurens Jan Brinkhorst. 'Europa gaat de burger vergaand boven de pet.' Dat mag zo zijn, maar het zijn wel de Nederlandse politici zelf die - onder impuls van de VVD - hun verantwoordelijkheid hebben afgeschoven op 'de burger'. De waarschuwing van de liberale éminence grise Henk Vonhoff, die een referendum 'de doodskist van de democratie' noemde, werd in de wind geslagen. Natuurlijk, het referendum is in Nederland niet bindend. Uiteindelijk beslist het parlement. Maar de grote partijen hebben intussen al laten weten zich bij de uitslag van de volksraadpleging te zullen neerleggen, als de opkomst minimaal 30 procent bedraagt. Daar ziet het intussen wel naar uit. En het probleem is dat niemand 'tsja' kan stemmen. n Piet Piryns