Copyright Knack/The Economist. Vertaling en bewerking Sarah Van Leuvenhaege
...

Copyright Knack/The Economist. Vertaling en bewerking Sarah Van LeuvenhaegeAls de eerste minister echt in de problemen komt, kan de rechterlijke macht nog altijd soelaas brengen. Dat moet premier Tony Blair hebben gedacht toen hij Lord Brian Hutton, een van de twaalf rechters van het hoogste gerechtshof, verzocht de dood van wapeninspecteur en ambtenaar bij het ministerie van Defensie David Kelly te onderzoeken. De onderzoeksresultaten geven de regering misschien wat ademruimte. Kelly pleegde zelfmoord nadat de regering zijn naam had gelekt . Hij was dus de geheime bron van de BBC. In een uitzending had de zender onthuld dat informatie van de geheime dienst over de Iraakse oorlogsdreiging was aangedikt. Maar de tragedie reikt verder dan het individuele lot van de Defensie-adviseur. De mediabattle tussen de BBC en de regering is nog niet beslecht. Na Kelly's dood boeten beide partijen aan geloofwaardigheid in. De Britse regering verliest meer en meer het vertrouwen van de publieke opinie en de journalistieke kwaliteit van The Beeb ligt zwaar onder vuur. De zaak Kelly gaat terug tot september 2002. Toen maakte premier Blair een 50 pagina's tellend dossier openbaar over Iraakse massavernietigingswapens. Het rapport was afkomstig van de Britse geheime dienst. Normaal gezien dus niet bestemd voor publicatie. Maar er stond veel op het spel. Blair moest de publieke opinie warm krijgen voor een oorlog tegen Irak. En hij hoopte dat het dossier hem daarbij kon helpen. Binnen de Britse geheime dienst was niet iedereen even gelukkig met de publicatie. Net voor het uitbreken van de oorlog kwam de regering-Blair met een tweede rapport naar buiten. De inhoudelijke kwaliteit van dit tweede dossier was zeer betwijfelbaar. Het ging om een combinatie van een studententhesis en wat algemene informatie van de geheime dienst. Ondertussen bekoelde de relatie tussen de BBC en Downing Street. The Beeb stond sceptisch tegenover het Britse optreden in Irak. BBC-journalist Andrew Gilligan verklaarde dat de meeste Irakezen zich onder de Angelsaksische aanwezigheid onveiliger voelden dan onder het regime van Saddam Hoessein. Downing Street was furieus. En Alastair Campbell, de communicatie-adviseur van de premier, beschuldigde de openbare omroep van anti-oorlogspropaganda. Op 29 maart pakte Gilligan uit met een controversiële reportage. Volgens het September-dossier beschikte Saddam Hoessein over massavernietigingswapens die hij binnen de 45 minuten in paraatheid kon brengen. Gilligan beweerde dat de Britse regering zich ervan bewust was dat die informatie onjuist moest zijn. Drie dagen later beschuldigde Gilligan Alastair Campbell in de Mail on Sunday. Campbell zou het 45 minuten-argument hebben toegevoegd aan het rapport. De eerste reactie van Downing Street was een absolute ontkenning. Het parlementaire comité van Buitenlandse Zaken onderzocht de zaak. Campbell noemde de aantijgingen van de BBC een flagrante leugen. Topfiguren binnen de Britse geheime dienst verdedigden de regering Blair. Tot grote opluchting van Downing Street werd Campbell vrijgesproken. Hij zou de dossiers niet 'sexy hebben gemaakt'. Zijn vrijspraak had hij te danken aan de Labour-leden in het comité. De stem van de Labour-voorzitter, Donald Anderson, gaf de doorslag. De jacht op de mol werd opgevoerd. Het ministerie van Defensie verklaarde dat een van haar functionarissen een gesprek met Gilligan had opgebiecht. Het zou niet gaan om iemand die voor de geheime dienst werkte. Evenmin zou de informatiebron betrokken zijn geweest bij de samenstelling van de dossiers. Minister van Defensie, Geoff Hoon, bracht BBC-voorzitter Gavyn Davies in alle discretie op de hoogte van de identiteit. Hoon drong bij de BBC aan op een bevestiging of ontkenning. Maar de omroep hield de lippen stijf op elkaar. De zender liet alleen los dat de informatie van Defensie op belangrijke punten afweek van de karakteristieken van hun informant. Volgens Downing Street was de zogenaamde bron geen insider bij de geheime dienst en had hij ook geen weet van de betrokken dossiers. Het ministerie van Defensie besloot ondertussen de identiteit van de bron te bevestigen als een journalist die op eigen houtje aan de weet zou komen. Zo speelden Downing Street en Defensie een spelletje Hints in de grote quiz om de naam van Gilligans tipgever. David Kelly had aan meerdere journalisten zijn bezorgdheid geuit. Daarom duurde het niet lang vooraleer de persdienst van het ministerie van Defensie de gokken van journalisten kon bevestigen. Op 17 juli ging de wapeninspecteur een wandeling maken in de buurt van zijn huis in Oxfordshire. De man keerde nooit terug. Wat later maakte de BBC officieel bekend dat Kelly toch de geheime informant was. Wat dreef Kelly tot zelfmoord? Het rapport van rechter Hutton moet duidelijkheid brengen over de precieze rol van de BBC, het onderzoekscomité en de regering in de hele affaire. Misbruikte de openbare zender een waarheidsgetrouwe informant? Waarom garandeerde Downing Street Kelly's anonimiteit niet? En was het onderzoekscomité in zijn hardhandige aanpak van de wapenexpert te intimiderend? De Britse tv-zender wordt bedolven onder tonnen kritiek. Waarom kwam de BBC na Kelly's zelfmoord op de proppen met de identiteit van de informatiebron? De bekentenis plaatste de BBC in een moeilijke positie. De Britse openbare zender hoeft immers geen tegenstand meer te vrezen van de informant die zijn woorden wil nuanceren. Kelly is dood. De man is bezweken onder de enorme druk die het Britse ministerie van Defensie en de media de laatste weken op hem uitoefenden. De Britse dagbladen waren niet mals voor hun audiovisuele collega. TheGuardian, The Sun en The Times namen de BBC op de korrel. Deze kritische geluiden zetten de onaantastbaar geachte positie van de BBC op de helling. De publieke financiering van de zender staat steeds meer ter discussie. En moet de journalistieke kwaliteit van de zender worden geëvalueerd? Sinds het mediagevecht over het Iraakse wapenarsenaal rijzen deze vragen meer dan ooit. De BBC heeft nooit uitgeblonken in zelfkritiek. De steun aan journalist Gilligan kwam gedurende de hele Kelly-affaire nooit ter discussie. Toch geeft de zender wel schoorvoetend toe dat er beter eerst een gesprek was geweest met Downing Street over Gilligans beschuldigingen. Voorafgaand aan de uitzending die Blairs regering in de gordijnen joeg. Huidig directeur-generaal Greg Dyke van de BBC wil absoluut vermijden dat de onafhankelijkheid en de publieke financiering van de zender in gevaar komen. En premier Blair is niet ongevoelig voor de verlangens van de omroep. De relatie tussen Blair en de BBC is trouwens niet zó slecht. Zowel de BBC-voorzitter als de directeur-generaal zijn fervente Labour-aanhangers. Bovendien is de voormalige directeur-generaal van de BBC, John Birt, op dit ogenblik adviseur van premier Blair. De banden tussen de BBC en Labour zijn waarschijnlijk hechter dan het dagelijkse geruzie doet vermoeden. Sinds Labour aan de macht kwam, kon de zender een beroep doen op een genereuze subsidie die zelfs 1,7 procent boven het inflatiepeil uitsteeg. Met de steun van Labour trotseerde de BBC dalende kijkcijfers. Maar een permanente woordenstrijd tussen journalisten en politici kan die gunstige regeling wel eens in gevaar brengen. De grote vraag is of de zaak Kelly koppen zal doen rollen. En wie zal er opstappen in een ultieme poging het vertrouwen van de Britse bevolking in haar leiders te redden? Blair lijkt geenszins van plan af te treden. Hoewel de publieke opinie steeds sceptischer staat tegenover de oorlog tegen Irak. De BBC is zeker niet de enige bron van ergernis in de ogen van veel Britten. De regering heeft zich onbezonnen in een oorlog tegen Irak gestort en een eerlijke man tot zelfmoord gedreven. Premier Blair verliest het vertrouwen van veel burgers. De Britse dagbladpers keert hem bijna unaniem de rug toe. Het vertrouwen in de regering heeft een dieptepunt bereikt sinds haar aantreden in 1997, afgezien van de dip in 2000, tijdens aanhoudend protest over de brandstofheffingen. Labour ligt in opiniepeilingen nog maar 2 punten voor op de Conservatieve oppositie. Anderhalf jaar geleden was die voorsprong op de Tories nog 17 punten. Premier Blair kan zich maar beter bezinnen over de felle achteruitgang van zijn partij in de peilingen. Als Labour nog iets meer steun verliest ten voordele van de Conservatieven of de Liberal Democrats is er echt reden tot paniek.