In Tunesië, een onopvallend land waar menigeen zonder gewetensproblemen op vakantie denkt te kunnen gaan, begon advocate Radhia Nasraoui vorige week aan haar vierde week hongerstaking. Nasraoui, die altijd al voor de mensenrechten opkwam, zit hiermee dicht bij huis. Haar echtgenoot Hamma Hammami (50) is woordvoerder van de verboden 'Communistische Arbeiderspartij van Tunesië' (PCOT), een partij met een woeste naam en een zacht programma. Na jaren clandestiniteit besloten hij en drie partijgenoten, op een moment van zogenaamde luwte in de Tunesi...

In Tunesië, een onopvallend land waar menigeen zonder gewetensproblemen op vakantie denkt te kunnen gaan, begon advocate Radhia Nasraoui vorige week aan haar vierde week hongerstaking. Nasraoui, die altijd al voor de mensenrechten opkwam, zit hiermee dicht bij huis. Haar echtgenoot Hamma Hammami (50) is woordvoerder van de verboden 'Communistische Arbeiderspartij van Tunesië' (PCOT), een partij met een woeste naam en een zacht programma. Na jaren clandestiniteit besloten hij en drie partijgenoten, op een moment van zogenaamde luwte in de Tunesische politieke repressie, naar het vaderland terug te gaan en zich te presenteren op hun proces, in beroep tegen een eerdere veroordeling. Dat was in maart, en prompt kreeg hij drie jaar en twee maanden gevangenisstraf. Omdat dit een straatje zonder eind is, en omdat andere middelen uitgeput waren te midden van de georganiseerde pesterijen, ging Radhia Nasraoui op 26 juni in hongerstaking. Zij eist de vrijlating van Hamma Hammami en de stopzetting van de pesterijen tegen haar dochters en haarzelf - en wil doorgaan tot het einde. Sinds het begin van haar actie is ze tien kilo afgevallen en haar gezondheid gaat nu snel achteruit zonder dat de Tunesische regering of het pestende gerechtelijk apparaat daar notie van lijkt te willen nemen.Tunesië is een land dat voor honderd procent afhankelijk is van de Europese Unie, zowel politiek als economisch, en wellicht daarom slaat het graag een progressieve en zalvende toon aan in geopolitieke dossiers zoals het Arabisch-Israëlische conflict. Maar intern heeft het al jaren te lijden - in de woorden van een Belgische diplomaat - van een toenemende 'fascisering'. Met name onder zelfbenoemd president Ben Ali die zich met stalinistische percentages van 99 procent van de stemmen en méér keer op keer laat herverkiezen. Media zijn monddood gemaakt, vakbonden lopen in de pas, oppositiepartijen behoren tot het verre verleden. Alleen Ben Ali is daar nog en zijn RCD, die het monopolie van de macht heeft geusurpeerd. In de woorden van journalist Tawfik Ben Brik, zijn bekendste opposant : 'Ben Ali is als een moskee, hij neemt alle plaats in. Hij is een grote dictator voor een klein land als Tunesië. Australië zou hij moeten hebben.' En het einde daarvan is niet in zicht: op 26 mei werd bij referendum de Tunesische grondwet aangepast met meer dan 99 procent ja-stemmen, waardoor Ben Ali in 2004 kandidaat kan zijn voor een vijfde mandaat van vijf jaar, en in jaren niet vervolgd kan worden voor welke actie dan ook tijdens zijn presidentschap. Voor meester Nasraoui en haar dochters ziet dat er dus niet goed uit. Tenzij de Europese diplomatie in Tunesië iets voorstelt, en ze op dit merkwaardige dossier een blik zou willen werpen.Sus Van Elzen