'Waarvan wolven dromen', Yasmina Khadra, uit het Frans vertaald door Floor Borsboom, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 301 pag., euro 18,50
...

'Waarvan wolven dromen', Yasmina Khadra, uit het Frans vertaald door Floor Borsboom, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 301 pag., euro 18,50Niemand die achter de vriendelijke, zelfbewuste maar bescheiden, ook fysiek niet overdonderende verschijning van Mohammed Moulessehoul (°1955) - hij is, schat ik, een meter achtenzestig groot en aan de tengere kant - zo gauw een door de wol geverfde, geharde militair zou vermoeden. Ex-militair, om precies te zijn: zijn contract als commandant wenste hij in september 2000 niet meer te verlengen. Na 36 jaar trouwe dienst - vanaf zijn negende, in 1964, werd hij naar de militaire school gestuurd - kwam zo een einde aan een loopbaan in een land waar de afgelopen halve eeuw ruim anderhalf miljoen mensen met bloedig geweld zijn afgeslacht. Niet 15.000. Niet 150.000. Anderhalf miljoen. Vanwege dat buitensporige moorden, dat de doem van het moderne Algerije schijnt te zijn, schrijft Moulessehoul de boeken die hij schrijft: grimmig, beenhard, doortrokken van een boschiaanse verbeelding en af en toe bijna niet te lezen zo verschrikkelijk - speciaal als men toevallig zelf ook kinderen heeft. ('Voor mijn kinderen, en alle kinderen ter wereld', is niet geheel zonder reden de opdracht voorin zijn laatste in het Nederlands vertaalde roman, Waarvan wolven dromen.) Vanwege de specifiek ideologische context van islam tegenover 'de ongelovigen' waarin dat moorden de laatste tien jaar in Algerije zijn beslag heeft gekregen, schrijft en publiceert Moulessehoul zijn boeken onder de naam van zijn vrouw: Yasmina Khadra (spreek uit: chadra). Een schuilnaam kwam hem toen hij, in 1990, begon te schrijven sowieso van pas: hij was toen nog officier. Een vrouwelijk pseudoniem is dan des te efficiënter: geen hond in een door en door machistische maatschappij als de Algerijnse die daar zo snel een man achter zal vermoeden, en het heeft vanzelf nog een politieke dimensie ook: als steunbetuiging aan de grootste helft van de bevolking, die de barbus van het fundamentalistische islamisme, of het integrisme, zoals Khadra zelf het noemt, het liefst tot volstrekt slavinnendom zou veroordelen. Overigens woont de schrij- ver met zijn gezin ondertussen wel al twee jaar in Frankrijk; dat is beter voor zijn veiligheid. Bekend werd Khadra met zijn trilogie rondom commissaris Llob: Morituri (1997), Double Blanc (1997) en L'Automne des chimères (1998), drie policiers als evenzovele schoppen in het kruis van de baarden. Maar nog meer faam verwierf hij met zijn rauwe romans uit het door subversieve, religieus geïnspireerde terreur en staatscontraterreur verscheurde Algerije. Twee daarvan werden tot nu toe in het Nederlands vertaald: De lammeren gods (1999), en onlangs het niet minder ontzettende Waarvan wolven dromen. Werd in eerstgenoemde roman de ondergang van een gehucht in fundamentalistisch geweld geëvoceerd, Waarvan wolven dromen schildert de Werdegang van Nafa Walid, een jongen uit de kasba van Algiers die ervan droomt een beroemd acteur te worden - bij voorkeur niet in Algerije zelf, maar in Frankrijk - en inderdaad ook één rol in een tamelijk succesrijke film heeft gehad. Nieuwe kansen voor de camera blijven echter uit. Ondertussen moet hij wel aan de kost zien te komen, en dus wordt hij, geluksvogel, chauffeur bij een van de rijkste en machtigste families van de hoofdstad. Tot hij daar te maken krijgt met een 'ongeval' - een van de jonge meisje waarmee de rijke heren zich ook weleens plegen te amuseren overlijdt aan een overdosis - en hij betrokken wordt bij de nogal weerzinwekkende 'oplossing' die voor het geval gevonden wordt. Geschokt zegt hij zijn dienst op, hangt weken en maanden werkeloos rond, en na een mislukte poging het land uit te raken, waarbij hij domweg opgelicht wordt, sluit hij zich ten slotte ook bij de integristen aan - daar krijgt hij tenminste een gevoel van waardigheid terug: 'Eindelijk bestond hij. Hij telde mee.' Geleidelijk begint hij ook, als chauffeur, illegale klussen voor de goede zaak op te knappen. Steeds dieper raakt hij zo bij de fundamentalistische opstand betrokken - tot het bittere, bloedige, moordende einde, door Khadra niet bepaald op omzwachtelde wijze opgeschreven. 'Godverdomme, we zitten als ratten in de val.' Bij militairen stelt men zich doorgaans niet spontaan een grote liefde voor de dingen van de geest voor. Maar Yasmina Khadra getuigt van een bijna ouderwets geloof in deugden en mogelijkheden van de intellectueel: 'De intellectuelen zouden zich bewust moeten zijn van hun verantwoordelijkheid en van hun werkelijke roeping: de geest te verlichten', zegt hij vurig. 'De machthebbers, de mensen met het geld, hebben heel goed begrepen dat je de massa het best tam houdt door ze af te snijden van het denken, van de intellectuele transcendentie. Vandaar de ontelbare mogelijkheden tot amusement die je hier in het Westen hebt, en die allemaal boerenbedrog zijn. Dat is een tersluikse, maar zeer efficiënte manier om het denken zelf in het verdomhoekje te dringen. "Intellectueel" betekent tegenwoordig zoveel als moralist, en "moralist" is een scheldwoord geworden. Maar de mensen zouden zich er rekenschap van moeten geven dat als je je al te lang vermaakt, er een ogenblik komt waarop je de rekening daarvoor gepresenteerd krijgt.'Niet geheel toevallig zegt in Waarvan wolven dromen een van de fundamentalistische guerrillero's op zeker ogenblik: 'Ik haat kunstenaars.' 'Natuurlijk. Want zij zijn het geweten. Ik denk dat de kunstenaars het dichtst staan bij wat er aan edels en nobels in een samenleving over is. De kunst zal alles overleven. En het denken. Maar als er geen intellectuele bakens meer over zijn in een samenleving, is elke sociale en ideologische aardschok mogelijk. Ik denk dat als eminences grises als Nagieb Mahfoez geregeld op de televisie zouden komen en het publiek voorhouden waarom het zich niet in de armen van het integrisme moet storten, er vele mensen gered zouden worden. Maar helaas zijn de Arabische media afgesloten voor dit soort discours.' Het probleem met het integrisme is overigens niet de islam zelf, vindt Kha- dra. 'In wezen is de islam een prachtige godsdienst. Ik ben moslim, praktiserend. En ik weet wat de islam mij aan moed gegeven heeft, aan onverschrokkenheid, aan eerlijkheid, aan naastenliefde. Maar ik denk dat zelfs de islam de lat iets te hoog gelegd heeft voor de eenvoudige sterveling. Om de islam werkelijk goed in je op te kunnen nemen moet je een beetje een dichter zijn. Anders kun je de islam niet werkelijk begrijpen.''Maar ik geloof niet dat godsdienst per se onverenigbaar moet zijn met de menselijke vooruitgang. Alleen moet je kiezen tussen een religieuze of een lekenstaat. Ik ben voor de laatste. Godsdienst is iets tussen de gelovige en zijn heer. Maar de godsdienst raakt buiten de macht van de goede God zodra er sprake is van twee gelovigen. Zolang het een aangelegenheid is van één mens en zijn god, is er geen probleem. Zodra het er twee zijn, komt de duivel zich ermee bemoeien.''Het probleem is dat het imamaat niet met zijn tijd is meegegaan', gaat hij verder. 'Het heeft de islam in het stadium gehouden waarin hij zich eeuwen geleden al bevond. Het is hoog tijd dat de moskee haar houding tegenover de gelovige eens herziet, en dat ze eens gaat beantwoorden aan de eisen van de moderne wereld. Ongelukkig genoeg hoor je, als je een moskee betreedt, daar veelal louter, hoe zou ik zeggen, utopisch, of sterk manicheïstisch gepraat. Maar we hebben woorden van deze tijd nodig, woorden van technologie, van moderniteit, van tolerantie. Per slot van rekening wordt de wereld steeds kosmopolitischer en raciaal gemengder, toch?''De goeroes van het integrisme hebben ook geen echt programma. Ze praten over een andere samenleving die zij willen opbouwen, maar ze liegen. Het enige wat deze mensen kunnen, en het enige wat ze in feite ook echt willen, is vernietigen. Alles opblazen. Tabula rasa, en na hen de zondvloed.'Als officier heeft hij er acht jaar middenin gezeten, in die storm van vernietiging. Dat er tot op de huidige dag nog altijd geen echt einde aan het conflict is gekomen, vindt hij overigens maar verdacht. 'Meer nog, ik kan u zeggen dat wij tot tweemaal toe op een zucht van de totale overwinning op de integristen en het herstel van de vrede in het land hebben gestaan. In 1995, en in 1999, net voor het accord civil. Ik heb het integrisme zien verschrompelen tot de clochardisation. En als officier heb ik toen ongeveer heel mijn terrein kunnen doorkruisen met als enig escorte mijn chauffeur en met alleen handwapens om ons te verdedigen!' 'Ik kan niet precies zeggen wat er toen is misgegaan, want er zijn uiteraard dingen waar ik niets van afweet, maar ik zou geneigd zijn te zeggen dat er op politiek niveau niets is gedaan om de oorlog te beëindigen. Niets. Dat wilde men niet, dat wil men niet. Dat staat vast. Ik als soldaat kan zeggen dat het mogelijk is een einde te maken aan die oorlog. De belangen en de invloeden van buiten Algerije zowel als de medeplichtigheid binnen het land hebben als resultaat dat men de dingen op hun beloop laat. Want wat gebeurt er in feite in Algerije? Dat de armen elkaar afslachten. Wat is een soldaat? Een arme, een zoon van het volk. En een terrorist? Hetzelfde.'Herman JacobsOp politiek niveau is er niets gedaan om de oorlog te beëindigen.