Een probleem is maar een probleem als het een chemisch probleem is. Dat is de eigenaardige overtuiging die heeft postgevat in een samenleving die nog alleen gelooft in moleculen als verklaring voor alles wat leeft en zich verroert. Problemen zijn er van elke aard en omvang, maar ernstig worden ze pas genomen wanneer ze zich voordoen onder de vorm van een verkeerd hormoon, een defect chromosoom, een vervuilende stof, of welke chemische storing ook. Dan slaan de experts alarm.
...

Een probleem is maar een probleem als het een chemisch probleem is. Dat is de eigenaardige overtuiging die heeft postgevat in een samenleving die nog alleen gelooft in moleculen als verklaring voor alles wat leeft en zich verroert. Problemen zijn er van elke aard en omvang, maar ernstig worden ze pas genomen wanneer ze zich voordoen onder de vorm van een verkeerd hormoon, een defect chromosoom, een vervuilende stof, of welke chemische storing ook. Dan slaan de experts alarm. De sportwereld levert altijd treffende illustraties. Atleten die hun lichaam afbeulen, worden niet tegen zichzelf in bescherming genomen omdat niemand daar een probleem in ziet. Het past de renner in de Ronde van Frankrijk zich uit te putten, zoals het de wagenmenner in het Romeinse circus past zijn paarden de zweep te geven. Maar wanneer de opgejaagde sportman tenslotte wat anabolica of epo slikt om uit het afgepeigerde lichaam nog wat extra spierprestaties te persen, stort hij zich in de problemen. Plots is er een moeilijkheid. Niet de afmattende conditietrainingen of competitiewedstrijden vormen een probleem voor de bekommerde maatschappij, wel de chemische aanslag op het lichaam. Chemie schrikt af. Maar chemie doet ook wonderen. Met chemische middelen kan men triomfen oogsten of ook zich in een roes laten wegglijden. Om het veelgeplaagde lichaam het genot te schenken waar het naar snakt, neemt de moderne mens de nodige extracten en preparaten tot zich. Op grote schaal wordt geslikt, gesnoven, gerookt en ingespoten. Een vertwijfelde overheid vraagt zich af of zij de consumptie van al dat gif aan banden moet leggen en hoe dat zou kunnen. Dat er zich een probleem stelt voor de gezondheid, staat vast. Dat mensen bereid zijn een stuk gezondheid voor een portie plezier te ruilen, ook. Uit de pogingen een massavergiftiging te voorkomen en toch populair te blijven bij de kiezer, ontstond een beleid dat zo inconsequent is dat het nog alleen maar belachelijk is: een overheid die gedoogt wat ze verbiedt, reclame die waarschuwt voor wat ze aanprijst, bestraffing van wat sinds mensenheugenis tot de volkscultuur behoort en straffeloos geëxperimenteer met nieuwe verdachte brouwsels.IEDEREEN VINDT DAT MUZIEK DE GEZONDHEID NIET SCHAADTEr zijn vele manieren om zich te bedwelmen, het hoeft niet chemisch te gebeuren. Het gedreun van technogeweld is ook een adequate methode. De hagel van heavy metal die afgevuurd wordt door de stalinorgels van de discotheken brengt de onderworpenen urenlang in een soort trance, waarna de overprikkelde zintuigen nog slechts tot de meest primaire gewaarwordingen in staat zijn. Niemand rekent deze hallucinogene muziek echter tot de drugs. Dat de suf geslagen jongeren zich na een nacht vermorzelende disco apathisch of suïcidaal gedragen, wordt door niemand met deze "muzikale" ervaring in verband gebracht. Hoogstens overweegt hier en daar een ambtenaar een decibellimiet op te leggen om de trommelvliezen te sparen. De roesmiddelen die de maatschappij drugs noemt, zijn chemische producten, geen akoestische verschijnselen. Een sigaar, oase van rust en mild aroma, wordt daarentegen wel als een drug beschouwd en lijkt, samen met de wat nerveuzere sigaret, snel op weg naar een plaats op de lijst van de verboden producten. De strijd tegen de tabaksrook wordt niet zonder succes gevoerd, zoals elke roker weet. Al slaagt geen overheid erin het publiek zijn genotsmiddelen af te nemen, toch is het behoorlijk gelukt om de rook uit het openbare leven te weren. De walmen zijn ongezond, zo luidt de redenering achter de reglementering. Anderzijds is het haast onmogelijk een café of ontspanningsgelegenheid te betreden zonder het agressieve discolawaai te moeten incasseren. De strijd tegen deze aanslag op de mentale en fysieke gezondheid wordt niet gevoerd, en niet eens overwogen, want het behoort tot de algemene overtuiging dat "muziek" de gezondheid niet schaadt. Dat de ervaring anders is - mijn ervaring althans - kan die overtuiging niet doen wankelen. De ondervinding leert dat de blootstelling aan het driftige geluid, zij het van dicht, zij het van ver, knaagt aan het gestel als chloordampen in de lucht. De atmosfeer irriteert, de zenuwen spannen zich, de gedachten verbrokkelen en vallen stil. Een ziekmakend gevoel blijft hangen. Aangezien het mij overkomt, moet het ook anderen treffen. Waarom ondergaan al deze getergden die alomaanwezige kwelling zo lijdzaam? De reden moet zijn dat iedereen, de gekwelden inbegrepen, van mening is dat het ongemak wel hinderlijk kan zijn, maar onschadelijk is. Muziek laat het lichaam intact. Er wordt, op het trommelvlies na, geen orgaan aangeraakt, geen molecule uit zijn verband gerukt.MEN WORDT ALLEEN MAAR ZIEK VAN CHEMISCHE STOFFENSteunend op dat geloof, breidt de kwaal zich uit. De pest heerst overal maar doet geen kwaad, verkondigt iedereen. Proefondervindelijk heb ik vastgesteld dat in de hele Kempen tussen Antwerpen en Hasselt (en ongetwijfeld tot ver daarbuiten in de vier windrichtingen) geen plek te vinden is waar men op een zomeravond niet van ver of van dicht het gedreun van een disco hoort, als kanongebulder in de oorlog. Wanneer dezelfde dag het ozongehalte van de lucht de gestelde norm overschrijdt, waarschuwen alle media tegen het gevaar voor de gezondheid. Welk gevaar? Ik moet hoesten van het lawaai, méér dan van een vleugje ozon dat overwaait. Nergens in de Kempen, nergens in België, kan men bij nacht de sterren nog zien, op enkele heldere exemplaren na. Een heel heelal met zijn schitteringen werd weggespoeld door de rossige gloed van autowegen en neonreclames. Maar dat is een optisch probleem, geen chemisch, en dus ook niet gevaarlijk. Al is het mijn overtuiging dat mensen evenmin zonder de sterren kunnen leven, als zonder lucht of proper water. Ziek zijn is een chemisch probleem, vindt de wetenschappelijk ingestelde maatschappij, en de arts zal de kwaal met het gepaste chemisch preparaat bestrijden. Men wordt ziek van chemische stoffen en moet genezen door chemische stoffen. De rest is sentiment of nervositeit. Wie daaraan lijdt, kan nog altijd een kalmeerpil nemen.DOOR GERARD BODIFEE