Honderden treden, tientallen meterslange gangen. En een lift die al drie dagen stuk is. Mustafa Cevik, een van de vele chauffeurs die in opdracht werkt van de kranten- en tijdschriftendistributeur AMP, heeft de sasdeur van de drie krantenwinkels in het Brusselse Noordstation al honderden, duizenden keren opengemaakt. De sleutel is al meermaals afgebroken omdat hij helemaal versleten was. Maar de krant, die ligt er altijd.
...

Honderden treden, tientallen meterslange gangen. En een lift die al drie dagen stuk is. Mustafa Cevik, een van de vele chauffeurs die in opdracht werkt van de kranten- en tijdschriftendistributeur AMP, heeft de sasdeur van de drie krantenwinkels in het Brusselse Noordstation al honderden, duizenden keren opengemaakt. De sleutel is al meermaals afgebroken omdat hij helemaal versleten was. Maar de krant, die ligt er altijd. 'Met ons gaan ze geen last hebben', zegt hij, als je hem naar de stakingen van twee weken geleden vraagt. 'We zijn zelfstandige chauffeurs. Als we geld willen verdienen, moeten we werken.' Tijdens de stakingen had de grootste krantendistributeur van het land zijn chauffeurs gevraagd om de goederen toch te gaan ophalen, 'zonder persoonlijke risico's te nemen'. Zo konden de leveringen op tal van plaatsen toch doorgaan. Dag na dag moet de krant, ván de uitgeverij, in sneltreinvaart in de kiosken en krantenwinkels, of bij de abonnees gedropt worden. Om tijd te besparen drukken uitgevers daarom eerst de regionale edities voor de regio's die het verst van de drukkerij af liggen. Ze sluiten de nacht af met de regio's dicht bij de drukkerij. De drukpersen rollen vanaf elf uur tot hoogstens drie uur. Tegen die tijd moet alle drukwerk de deur uit zijn. 'Een laatavondmatch of de uitreiking van de Gouden Schoen kan wel eens voor vertraging zorgen', zegt de circulation manager van de VUM Koen Maes. 'Maar dan raakt het drukproces achterop en dat kan gevaarlijk zijn.' Krantenbestelling werkt immers als een estafettesysteem: hoe later een pallet met kranten aan het eerste tussenstation wordt afgeleverd, hoe later de kranten de eindstreep bereiken. Dat kan betekenen dat ze de eerste ronde missen, van hetzij een krantenman, hetzij van een chauffeur die de kranten aflevert bij de krantenwinkels. Alles hangt ervan af of de kranten bestemd zijn voor een abonnee thuis, of voor de krantenwinkel. De abonnees worden vaak al het vroegst bediend. Privébedelers die grote volumes te verwerken hebben, willen de kranten al om halftwee 's ochtends geleverd zien om ze vanaf kwart voor twee te kunnen bussen. De Post is doorgaans trager met zijn levering. En de grote distributeurs die aan de krantenwinkels leveren - voor kranten is dat er eigenlijk slechts één, AMP - kunnen niet anders dan de nodige tijd te nemen. AMP werkt als een koepelverdeler: het bedrijf krijgt de meeste kranten en een deel van de tijdschriften binnen van bijna alle uitgevers. Die moet het snel sorteren per krantenwinkel, en ordenen naargelang de rondes van de chauffeurs. Erg gesofistikeerd verloopt de voorsortering bij AMP nog niet. Er is een eerste ruime opdeling: de meeste Vlaamse en Waalse kranten gaan respectievelijk naar de Vlaamse en de Waalse regionale distributiecentra. De enkele Vlaamse en Waalse kranten en tijdschriften die voor het andere landgedeelte bestemd zijn, gaan samen met buitenlandse titels naar het nationale verdeelcentrum in Mollem. Het grote werk gebeurt in de regionale depots. Daar passeert het gros van de Belgische kranten: AMP heeft voor de krantenmarkt immers nagenoeg een monopoliepositie. 'Daarom hinkt het bedrijf achterop in technologische ontwikkelingen', zegt een verantwoordelijke van een belangrijke uitgeverij. Uitgevers zetten AMP onder druk om te vernieuwen. En het vernieuwingsprogramma ligt trouwens al klaar bij AMP: Vista. Maar het sociale klimaat laat sinds het recente vertrek van Sanoma, de uitgever van onder meer Humo en Flair - met een omzetverlies van 15 procent tot gevolg - niet toe om die vernieuwing onverbiddelijk door te drukken. Op sommige locaties van AMP, op het Klein Eiland in Anderlecht bijvoorbeeld, verloopt het sorteren dan ook nog vrij archaïsch. Een roltapijt is er niét. Medewerkers krijgen de titels op een brede repartitietafel aangeleverd en moeten ze manueel sorteren. Vandaaruit worden ze, verdeeld in ijzeren wagentjes, naar de verschillende gangen gerold. Eén gang stemt overeen met één ronde van een chauffeur. Het is de dagelijkse route van de krant. Van de drukker naar het depot, en vandaaruit naar de krantenwinkel. In een sas droppen de chauffeurs er hun krantenvoorraad. Maar eerst moeten ze er de onverkochte nummers van de dag voordien weghalen. Die moeten terug mee naar het depot. Niet iedereen kan zomaar binnen in de opslagplaats van een krantenwinkel. De uitbaters zijn ontzettend bang voor een te groot verloop onder de chauffeurs. Want er komt niet één, maar meerdere leveranciers, vooral voor tijdschriften. En wat als er iets verdwenen is? Het sleuteltje van het rolluik bemachtigen is dan ook een voorrecht dat niet iedereen is gegund. De uitgeverij Sanoma, die op 1 januari van dit jaar met een bladbezorging via Hessenatie Logistics is gestart, mocht dat aan den lijve ondervinden. In de eerste week kende ze opstartproblemen door een fout in het softwaresysteem van de sorteermachine. Daarbovenop kostte het haar ontzettend veel moeite om het vertrouwen van sommige winkeliers te winnen. 'Dat probleem hadden wij niet', zegt Jean Wouters, distributiedirecteur bij uitgeverij Rossel, die in Brussel en Waals-Brabant de kranten La Capitale en Le Soir sinds een jaar opnieuw zélf verdeelt. 'Als het andere niet gelukt is en ons wél, is dat misschien omdat we op onze oude contacten konden terugvallen. Twee jaar terug had Le Soir in Brussel nog een middageditie. Omdat we uit die periode de rondegegevens en de contacten met de chauffeurs behouden hadden, was het kinderspel om het vertrouwen terug te winnen.' Rossel is niet de enige krantenuitgever die instaat voor een deel van zijn eigen krantenbestelling. In Antwerpen zorgt Concentra zélf voor de verdeling van de Gazet van Antwerpen bij grote klanten. En de VUM probeerde in West-Vlaanderen een eigen distributie voor zijn drie titels - De Standaard, Het Nieuwsblad en Het Volk - te beginnen, maar dat lukte niet. 'Alles liep op wieltjes', zegt Koen Maes. 'Maar het bedrijf waarmee we samenwerkten, Atempo, had financieel geen voldoende groot draagvlak en ging over de kop. Bovendien klampte AMP ons nog eens aan om nieuwe voorwaarden overeen te komen. Toen zijn we teruggegaan.' Sinds AMP in 2004 een tariefwijziging doorvoerde, is het de natte droom van elke uitgever om een eigen distributienet op te starten. Terwijl de prijs vroeger berekend werd op het aantal verkochte exemplaren, gebeurt dat nu op basis van alles wat AMP vervoert. Per krant betaalt de uitgever 0,04 euro, vermeerderd met 0,08 euro per verkooppunt waar ze leveren. Voor tijdschriften geldt een heel andere tariefregeling. 'Ze is duur en weinig transparant', vinden verschillende uitgevers. Bij alle mediabedrijven zitten bollebozen dan ook elk jaar opnieuw nieuwe scenario's voor een eigen logistiek te becijferen. Met de bouw van haar nieuwe drukkerij in Lokeren zou ook De Persgroep de piste van een eigen distributie niet langer uitsluiten, wat ze zelf zéker niet wenst te bevestigen. 'Ze willen het allemaal proberen. Maar de meeste moeten na verloop van tijd inbinden', zegt Jean-Claude Guillemeau, woordvoerder van AMP. 'Onze job vereist een grote expertise. Ook al beschikken we momenteel niet over de modernste apparatuur, omdat we met mensen werken, kunnen we op zijn minst flexibel zijn. Voor kranten is het trouwens moeilijk om te automatiseren. Niet alle kranten komen op hetzelfde moment aan. En de verwerkingstijd is veel korter dan die voor tijdschriften.'De tijdschriftendistributeurs automatiseerden wel. Imapress bijvoorbeeld, een van AMP's meest gevreesde concurrenten op de tijdschriftenmarkt, heeft begin 2005 een zware automatisering doorgevoerd. Volautomatisch en met weegschalen die het exacte aantal exemplaren kunnen wegen, worden de kratten ingepakt. Een methode die vergelijkbaar is met wat Hessenatie toepast voor Sanoma. 'Dankzij barcodes op de kratten en een scansysteem bij de chauffeurs kunnen we de goederenstroom op elk moment controleren. Bovendien beschikken we over 100 procent betrouwbare cijfers voor het aantal onverkochte exemplaren. Bij AMP worden die aantallen slechts steekproefsgewijs gecontroleerd', zegt Erik Van Espen, salesmanager van Sanoma. Guillemeau: 'Met de ophaling en het beheer van de onverkochte exemplaren zijn we nochtans de uitvinders van de losseverkoopcijfers. Voor 1985 haalden we de onverkochte nummers maar één keer per maand op. Omdat we dat sinds die tijd dagelijks doen, kunnen we voor alle nummers van kranten en tijdschriften heel precies de verkoopcijfers geven. Interessante informatie voor de uitgevers, die zo weten wat een lezer aanspreekt in hun blad. Gemiddeld raakt 32 procent van de tijdschriften niet verkocht. Voor Amerikaanse titels is dat 90 procent, maar sommige uitgevers willen ze absoluut aan de lezers kunnen aanbieden.'De onverkochte nummers verdwijnen niet in de prullenmand. Guillemeau: 'Een deel ervan gaat retour naar de uitgever: tijdloze nummers, zoals puzzels en kruiswoordraadsels. Het overige deel wordt gerecycleerd. Dat wil zeggen: voor rekening van de uitgevers wordt het verkocht tegen de prijs van oud papier.'Zo gaat het althans bij AMP. En vooralsnog blijft dat de sterkste speler. Zélfs na het vertrek van Sanoma heeft AMP een marktaandeel van 75 procent. Misschien zal dat gaandeweg veranderen. Hoe het landschap van de mediadistributie evolueert, is immers niet te voorzien. AMP kampt met problemen van dalende volumes. En het bedrijf is duidelijk ook klanten kwijtgeraakt. Zal elke uitgever binnenkort dan zijn eigen distributie verzorgen? Financieel is dat niet haalbaar. Dan zullen er clusters gevormd worden. Tenzij AMP opstaat en een nieuwe weg inslaat. Maar dat valt af te wachten. Als de krant maar tijdig in de winkel ligt, of in de bus zit, vóór het ontbijt. INGRID VAN DAELE