In Neufchâteau worden momenteel opspo- ringstechnieken ingezet die model kunnen staan voor modern politiewerk. Een analyse.
...

In Neufchâteau worden momenteel opspo- ringstechnieken ingezet die model kunnen staan voor modern politiewerk. Een analyse.DE DRIE ROLLEN papier van veertig meter elk, die midden vorige week samen met een plotter in de rijkswachtkazerne van Neufchâteau werden afgeladen, waren twee dagen later al opgebruikt. Het Centraal Bureau der Opsporingen (CBO) van de rijkswacht in Brussel heeft vorige week vrijdag dan maar meteen 23 bijkomende rollen laten leveren. In de zaak van de seriemisdadiger Marc Dutroux gaat de rijkswacht namelijk met grondigheid tewerk. Zo heeft ze acht misdrijfanalisten (en hun computers) ingezet. Ze komen zowel van het CBO als van de betrokken rijkswachtdistricten, die het hele jaar door enkele van de 49 misdrijfanalisten ter beschikking hebben. De mensen die in Neufchâteau instaan voor de zaakanalyse, zorgen ervoor dat alle vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen, externe gebeurtenissen en zelfs bepaalde persberichten voor zover die iemands verklaringen kunnen beïnvloeden , in een meestal chronologisch maar altijd logisch schema gevisualiseerd worden. Vandaar al die rollen papier. Op die manier kunnen de speurders, zowel op het terrein als tijdens de verhoren en confrontaties, beter de hiaten en de tegenstrijdigheden in het onderzoek traceren. Hoewel de samenwerking tussen de rijkswacht en de gerechtelijke politie niet altijd even vlot verloopt, worden momenteel in Neufchâteau ook een zaakvergelijkende en een dadergroepanalyse opgemaakt. Enerzijds worden de belangrijkste gegevens over alle verdwijningen van de voorbije jaren ingebracht. En zoals stilaan bekend, waren Julie en Melissa niet de enige meisjes die verdwenen. Van anderen is nog altijd geen spoor, al voorspelt de modus operandi, zeg maar de werkwijze van de dader(s), niet veel goeds. Mogelijke gelijkenissen kunnen hoe dan ook nieuwe sporen en bewijzen aanbrengen. Daar kan behalve de zaakvergelijkende, ook de dadergroepanalyse voor zorgen. Deze laatste brengt niet alleen de medeverdachten maar ook mogelijke vrienden en kennissen van de hoofdverdachte in beeld. En zo zijn er al een handvol. De speurders besteden veel aandacht aan de toedracht van eenieders rol en aan de onderlinge verhoudingen tussen de betrokkenen. Want, zoals een wet over wetenschappelijke en technische politie wil, is er ?altijd een kruisoverdracht van sporenmateriaal, wanneer twee mensen of zaken met elkaar interactie hebben? (zie kader). Zoals rijkswachtkapitein Patrick George, die de leiding heeft over het Bureau voor Misdrijfanalyse van het CBO, in januari in het politievakblad Politeia uiteenzette, probeert de dadergroepanalist ook ?aan te geven welke personen prioritair moeten worden aangepakt omwille van hun sleutelfunctie in de groepering en welke techniek hierbij het meest is aangewezen.? Daarbij worden ook de geld- en goederenstromen in kaart gebracht met het oog op een eventueel financieel onderzoek. Dit is trouwens vorige week al begonnen. Het moeilijkst blijft evenwel de profielanalyse. Zelfs al kan de analist in Neufchâteau alvast bij een paar bekende daders beginnen. TIENERVERKRACHTERS.De specifieke profielanalyse wordt immers doorgaans opgestart als de dader/s nog niet geïdentificeerd is/zijn, maar het onderzoek zich toch probeert toe te spitsen op een welbepaald type verdachte. Ook de specifieke profielanalyse is gegroeid op de campus van de FBI-Academy in Quantico (Virginia, USA). Het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation noemt dit nu wel een criminal investigative analysis, kort dit zelfs af als CIA met een knipoogje naar de inlichtingendienst , maar is daar al meer dan tien jaar mee bezig. Toen de rijkswacht vorig jaar nog geen eigen profiler had, stond de (enige) Nederlandse expert op dat vlak klaar om het Waalse onderzoek naar Julie en Melissa bij te springen. Wat toen echter, deels omwille van de scepsis van de gerechtelijke politie niet kon, behoort nu wel tot de mogelijkheden. De rijkswacht heeft er nu zelfs twee experts van het FBI mogen bijhalen. Al was het maar om te zien met welk soort verkrachters de onderzoekers in Neufchâteau geconfronteerd worden. Worden deze tienerverkrachters gedreven door viriele machtswellust ( power-assertive), onzekerheid over hun eigen (seksueel) functioneren ( power-reassurance), wraaklust op vrouwen in het algemeen of één vrouw in het bijzonder ( anger-retaliatory), gaat het om seksuele sadisten die genieten van de reacties van hun slachtoffers op de folteringen waaraan zij worden onderworpen ( anger-excitation) of om necrofielen. Dit alles is van groot belang voor het verder verloop van het onderzoek en de ondervraging van de verdachten. Temeer omdat de profilers die vorige week uit de Verenigde Staten overgevlogen zijn, meer dan vertrouwd zijn met de Child Abduction and Serial Killers Unit (CASKU) van het FBI. Zo geraakt de operationele misdrijfanalyse ook bij het grote publiek bekend ; net nu de regering in haar ?Actieplan tegen de georganiseerde criminaliteit? van 28 juni vooral op aandringen van de rijkswacht (eindelijk) de nodige aandacht en middelen wil vrijmaken voor het opzetten van operationele en strategische misdrijfanalyses. Rijkswachtkapitein George is trouwens de eerste Belgische speurder die al in 1989 aan de Nederlandse Rechercheschool in Zutphen tot misdrijfanalist werd gevormd. De Gerechtelijke Politie volgde in 1993 en heeft al was het maar om de rijkswacht bij te benen sinds kort ook 35 misdrijfanalisten in dienst. Sommigen hebben al hun nut bewezen in het onderzoek naar de moordenaars op veearts-keurder Karel Van Noppen, bij het opsporen van de Maâche-bende-overvallen en dies meer. Rijkswachtkapitein Pascal Wautelet die nu ten andere door het CBO naar Neufchâteau werd gestuurd om er de analisten te leiden zorgde vorig jaar samen met Jos Rossel, de verantwoordelijke voor de misdrijfanalyse bij de Gerechtelijke Politie, voor de eerste Europese (Franstalige) cursus in misdaadanalyse. Na de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië en Nederland, zorgen (alweer) de politiemensen zelf dat hun collega's in Zuid-Europa, zowel in het kader van Europol als Interpol, van de gerechtelijke autoriteiten de kans krijgen de criminaliteit met betere middelen te bestrijden. Want, zoals Patrick George zegt, zijn ?de beste misdaadanalisten mensen met een brede kijk op de dingen, die zichzelf geregeld betwijfelen en bereid zijn hun referentiekader aan te passen. Een speurder à la Maigret komt er bij mij niet in. Die draait op ervaring en dat werkt, zoals bekend, afstompend.? Frank De Moor