Europa weegt op de thema's van de natio- nale verkiezingen. Veel meer dan op de vernieuwing van het Unieverdrag, mikken de lidstaten daarbij op de monetaire unie.
...

Europa weegt op de thema's van de natio- nale verkiezingen. Veel meer dan op de vernieuwing van het Unieverdrag, mikken de lidstaten daarbij op de monetaire unie.Voor Europa is de conservatieve marteling voorbij. New Labour van Tony Blair krijgt na de overtuigende verkiezingsoverwinning de kans om de verstoorde relatie tussen Groot-Brittannië en de Europese Unie te herstellen. Volgende maand al heeft Blair een belangrijk rendez-vous met zijn collega's uit de veertien andere lidstaten. In Amsterdam wordt dan het nieuwe Unieverdrag afgerond, waarover al meer dan een jaar onderhandeld is. Dan legt Blair zijn eerste Europees examen af. In Amsterdam zal blijken of hij een wezenlijk andere koers vaart dan zijn voorgangers John Major en Margaret Thatcher, de merchants of doom de uitspraak is van commissievoorzitter Jacques Santer van het Europees project. Niets is minder zeker, want de hele kiescampagne van Labour kenmerkte zich allerminst door grote Europese gedrevenheid. Rond alle belangwekkende dossiers het sociaal protocol uitgezonderd namen Blair & Co. standpunten in die nauwelijks verschilden van de gematigde conservatieven. Ook voor New Labour blijft de Britse souvereiniteit een taboe, waaraan niet mag geraakt worden. The Sun, de Britse tabloid die zich de jongste weken als een spreekbuis van Labour opwierp, resumeerde voor het goed begrip van zijn lezers het Europees programma van de socialisten als volgt : we zijn bij de Europese Unie om onze spullen te verkopen, niet ons land. Ondanks de verkiezing van Blair blijft het dus hoogst onwaarschijnlijk dat het nieuwe Unieverdrag, de opvolger van Maastricht, spectaculaire innovaties zal opleveren. Een echte doorbraak tekent zich niet af, noch op het vlak van het buitenlands beleid, noch op het niveau van de besluitvorming. Zonder gevaar is dat niet, want zo dreigt de uitbreiding grondig gehypothekeerd te worden en de Unie in het immobilisme weg te zinken. En toch maakt dit momenteel niet de hoofdzorg uit van de architecten van Europa. Niet het nieuwe verdrag is hun topprioriteit, wel de muntunie. Terwijl regeringsleiders als kanselier Helmut Kohl en president Jacques Chirac rond het verdrag tot veel toegevingen bereid blijken, gaat het er over de muntunie heel anders toe. Dat is voor hen een halszaak. De muntunie moet er komen en daarom besliste Chirac om vervroegde parlementsverkiezingen uit te roepen, waardoor de hele timing van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) in het gedrang raakt. Van zijn kant kondigde Kohl begin april al aan dat hij ook na de verkiezingen van 1998 wil aanblijven als kanselier. In Groot-Brittannië was Europa ongetwijfeld het grote twistpunt in de kiesstrijd, in Frankrijk is het niet anders en ook in Duitsland doemt een geladen debat over de Europese marsrichting af. De tijd dat nationale verkiezingen zich ver van Europese thema's hielden, behoort tot het verleden. Almaar meer bepaalt de Europese agenda de kiesstrijd in de lidstaten. Op een moment dat de burger zich steeds kritischer tegenover de Europese prioriteiten opstelt, houdt deze evolutie zekere risico's in. DRIE PROCENT IS DRIE PROCENTIn maart volgend jaar wordt beslist welke landen van 1 januari 1999 af aan de muntunie mogen deelnemen en nog altijd pleit een aantal gezaghebbende stemmen en instituten voor uitstel. Zoals gebruikelijk onderscheidt de Bundesbank en haar president Hans Tietmeyer zich hier met opgemerkte stellingnames. Op een reünie van bankiers in Gütersloh verdedigde Tietmeyer het standpunt dat uitstel te overwegen valt, wanneer blijkt dat de grote Europese landen niet aan de toetredingseisen voldoen. De Bundesbank acht het immers onbespreekbaar dat met de criteria wordt gesjoemeld. Tietmeyer noemde het bijzonder riskant om op 1 januari 1999 toch van start te gaan en daarom de normen soepel te interpreteren. De monetaire unie is er niet voor vijf of tien jaar, maar voor de aardse eeuwigheid, sprak de Duitse centrale bankier, die ontkende dat hij op die manier tegen de euro pleitte. Veeleer, zo verzekerde hij, argumenteerde hij voor een solide opbouw. Tietmeyer kreeg van Kohl onmiddellijk lik op stuk. Voor de Amerikaanse Kamer van Koophandel van Düsseldorf hamerde de kanselier erop dat de overeengekomen Termine hoe dan ook gerespecteerd moeten worden. Idem dito voor de criteria. En Kohl decreteerde dat het allemaal haalbaar is, ook voor Duitsland. Daarover rijst nochtans grote twijfel. Zopas formuleerden de belangrijkste zes economische instituten hun twijfel of Duitsland de begrotingsnorm van 3 procent zal halen. Volgens hun prognose zal het tekort dit jaar op 3,2 procent stranden. Uit een pas verschenen studie blijkt ook de Europese Commissie er zo over te denken, terwijl het Internationaal Muntfonds (IMF) met een deficit van 3,3 procent rekening houdt. Hoewel Kohl in tegenstelling tot zijn minister van Financiën, de hardlinerTheo Waigel, nooit beweerde dat 3 procent slechts 3 procent is en niet 3,1 procent, lijkt het vrijwel zeker dat de Duitse regering naar nieuwe inkomsten moet zoeken. Omwille van Maastricht zal ze dit jaar allicht de benzineprijzen verhogen en misschien komt er nog een supplementair spaarplan. Frankrijk worstelt met een identiek probleem. Dankzij veel creatief boekhouden slaagde de regering van premier Alain Juppé erin een begrotingsontwerp voor te leggen met een tekort van 3 procent. Hardnekkige geruchten willen dat Frankrijk dit jaar nog een minibudget zal moeten indienen om het Maastricht-objectief te halen. Dat verklaart de vervroegde verkiezingen, waardoor de regering tijdens het tweede semester meer armslag krijgt om de pijnlijke ingrepen te verrichten. Hoewel alleen de toetreding tot de EMU de Fransen een jaar vlugger dan verwacht naar de stembus ontbiedt, verwees Chirac in zijn tv-toespraak slechts terloops naar de muntunie. Hij heeft er geen enkel belang bij dat de verkiezingen verlopen als een verdoken referendum over de eenheidsmunt. Een gelijkaardig, roekeloos experiment van wijlen François Mitterrand in 1992 liep bijna faliekant af. En ondertussen is Maastricht en het soberheidsbeleid er bij de Franse publieke opinie niet populairder op geworden. Er waren de herfststakingen van 1995, de blokkades van de vrachtwagenchauffeurs vorig jaar en onlangs de acties tegen verdere besparingen in de gezondheidszorg. De Franse socialisten, die onder Mitterrand en met voormalig commissievoorzitter Jacques Delors mee aan de wieg van Maastricht en de muntunie stonden en ze met overtuiging verdedigden, kunnen zich nu geen harde oppositiekoers veroorloven. Ze blijven de muntunie trouw, maar eisen wel een soepele interpretatie van de criteria. De hardnekkigheid waarmee de Franse regering met een goed rapport in de muntunie wil binnenkomen, kan nauwelijks nog verbazen. De jongste maanden gingen de Fransen herhaaldelijk met Duitsland in de clinch over het stabiliteitspact en het voorzitterschap van de nieuwe Europese centrale bank. Parijs wil Michel Camdessus in die zetel en niet de Nederlander Wim Duisenberg, die de voorkeur van Frankfurt geniet. Frankrijk beschouwt de muntunie als onvermijdelijk, en wil er dus van bij de start over waken om mee de lijnen uit te tekenen en de posten te bezetten. DE CHANTAGE VAN DE ?PIGS?In het recente verleden is er veel gespeculeerd over het aantal deelnemers aan de muntunie. Meestal werd aangenomen dat het om zeven, maximaal acht landen ging. In haar rapport schuift de commissie een veel groter aantal naar voren : dertien. Alleen Griekenland en Italië zouden uit de boot vallen. Bij de ondertekening van Maastricht, in december 1991, zou iedereen die zo'n massale deelname had durven voorspellen, als een onverantwoord optimist zijn weggelachen. De zuigkracht van een gemeenschappelijke Europese munt bleek echter zo groot dat alle regeringen, de Griekse uitgezonderd, zich dubbel plooiden om de normen te halen. Deze Europese bezuinigingswoede kostte het continent ongetwijfeld economische groei en jobs, maar de financiële cijfers werden er wel beter van. In vergelijking met twintig en tien jaar terug toen de inflatiecijfers en de begrotingstekorten telkens nieuwe records braken , lijken de dingen nu onder controle. Zelfs het Griekse buitenbeentje valt met een inflatie van circa zes procent en een tekort van minder dan vijf procent nauwelijks nog uit de toon. Italië, dat altijd synoniem stond voor een chaotisch monetair beleid, heeft zich al geruime tijd tot de orthodoxe politiek bekeerd. De inflatie daalde in april tot beneden de 2 procent, het laagste peil sinds 28 jaar. Toch oogt het onwaarschijnlijk dat Italië in 1999 mee aan de start staat. In 1997 zou het tekort iets boven de 3 procent liggen, maar het jaar nadien opnieuw rond de 4 procent schommelen. Kortom, Italië nam te weinig structurele en te veel eenmalige maatregelen. Rome reageerde verbolgen en premier Romano Prodi noemde het ?vonnis? van de commissie totaal onbegrijpelijk. Vooral in Duitsland heerst grote terughoudendheid om de Club Med van de Unie Portugal, Italië, Griekenland en Spanje (de ?Pigs? volgens de Britse financiële pers) al in 1999 in de muntunie te hijsen. Ze heeft de kwalijke reputatie lichtzinnig op te treden in geldzaken, wat de ernst van het project zou schaden. Griekenland krijgt sowieso een tweede zit aangesmeerd, maar met zo'n herexamen zullen de andere drie geen genoegen nemen. Als de regeringsleiders, in navolging van het commissierapport, Italië toch uit de eerste lichting wippen, blijft een forse rel niet uit. Als één van de stichtende leden van de Unie zou Italië het een onaanvaardbare belediging vinden om niet met de eersten in de muntunie te mogen. In dit dispuut kan Italië op de bijna onvoorwaardelijke Franse steun rekenen. Een berekende zet : Parijs heeft bondgenoten van doen om binnen de EMU Duitsland van antwoord te dienen. In een opgemerkt artikel op de frontpagina van de Corriere della Sera waarschuwde minister van Buitenlandse Zaken Lamberto Dini dat de rush naar de monetaire unie de hele instutionele hervorming kan ondermijnen. ?Het zou onrechtvaardig zijn om in monetaire zaken de naleving van de strikste criteria te eisen en bij de onderhandeling van het verdrag om het even wat te aanvaarden.? Dat dreigement ruikt naar chantage. Italië en anderen die vrezen uit de muntunie te vallen, kunnen in Amsterdam de zaken heel erg bemoeilijken en zelfs compleet blokkeren. Elke lidstaat beschikt namelijk over een vetorecht waar het naar believen gebruik en desgevallend misbruik kan van maken. Paul Goossens Jacques Chirac en zijn vrouw krijgen meiklokjes : Parijs wil maximaal armslag in de muntunie.