Over alle piramides, sfinxen, mummies, tempels en tombes die Egypte tot de bakermat van de beschaving maken, waakt het alziend oog van Zahi Hawass. 'Buitenlanders vinden het niet leuk dat er voor het eerst een Egyptenaar opstaat die zegt dat ze de regels moeten volgen', zegt de gerenommeerde egyptoloog in zijn kantoor in Caïro. 'Vroeger deden de buitenlanders alles wat ze maar leuk vonden. Egypte was zoals in The Raiders of the Lost Ark. Maar nu gaat het anders. U tekent bij mij een contract en daarin staat dat u eerst de Raad voor Oudheden moet informeren als u iets hebt gevonden. Waarom? Omdat we niet willen dat buitenlandse archeologen de publiciteit opzoeken voordat wij op de hoogte zijn gesteld. Wij willen eerst nakijken of het klopt wat er is gevonden. En wij doen de aankondiging van de vondst, want wij zijn hier de baas', zegt Hawass strijdlustig.
...

Over alle piramides, sfinxen, mummies, tempels en tombes die Egypte tot de bakermat van de beschaving maken, waakt het alziend oog van Zahi Hawass. 'Buitenlanders vinden het niet leuk dat er voor het eerst een Egyptenaar opstaat die zegt dat ze de regels moeten volgen', zegt de gerenommeerde egyptoloog in zijn kantoor in Caïro. 'Vroeger deden de buitenlanders alles wat ze maar leuk vonden. Egypte was zoals in The Raiders of the Lost Ark. Maar nu gaat het anders. U tekent bij mij een contract en daarin staat dat u eerst de Raad voor Oudheden moet informeren als u iets hebt gevonden. Waarom? Omdat we niet willen dat buitenlandse archeologen de publiciteit opzoeken voordat wij op de hoogte zijn gesteld. Wij willen eerst nakijken of het klopt wat er is gevonden. En wij doen de aankondiging van de vondst, want wij zijn hier de baas', zegt Hawass strijdlustig. 'Ik heb 55 buitenlandse expedities het land uitgezet, omdat het amateurs waren. We eisen dat de archeologen bij wetenschappelijke instellingen zijn aangesloten. Iedereen moet zijn werk in het Arabisch en in de eigen taal publiceren. En sommigen moeten hun werkterrein verleggen naar gebieden die wij belangrijker vinden. Daar is toch niets op aan te merken?' aldus Hawass. Sinds zijn aanstelling drie jaar geleden voert Hawass een felle campagne om gestolen kunstvoorwerpen uit de tijd van de farao's terug te krijgen. 'Toen ik secretaris-generaal van de Egyptische Raad voor Oudheden werd, heb ik een brief geschreven naar de directeuren van musea over de hele wereld met de boodschap: Als u gestolen kunstvoorwerpen koopt, zullen wij geen wetenschappelijke relatie met u kunnen hebben', vertelt hij. Dit jaar is België het doelwit van zijn campagne. 'Ik maak geen grappen. Mijn dreigement werkt bij iedereen, meest recent nog in België', zegt Hawass zelfvoldaan. 'Op mijn verzoek om de teruggave van een artefact, kreeg ik het antwoord dat het wel even kon duren omdat de minister eerst toestemming moest geven. Toen heb ik gezegd dat ik de opgravingen door de Belgische archeologen zou stopzetten totdat de minister de tijd had gevonden om tot een besluit te komen. De volgende dag ontving ik bericht dat het voorwerp opgehaald kon worden.'Het betrof een kalkstenen reliëf van omstreeks 2500 (v. Chr.) dat in 1965 was gevonden in een mastaba, een Oud-Egyptisch graf, in Gizeh bij Caïro. Het stuk werd uit een depot gestolen en het land uitgesmokkeld. In 1973 kocht het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis in Brussel het reliëf van een Belgische privéverzamelaar. Het werd in de jaren tachtig door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium gerestaureerd en sindsdien maakte het deel uit van de permanente expositie van het museum. In mei werd het object aan Egypte overhandigd. Maar Belgie is nog niet van Hawass af. In Louvain-la-Neuve, in het Musée d'Archéologie et d'Histoire de l'Art van de Université Catholique de Louvain (UCL), bevindt zich een gestolen stèle uit dezelfde graftombe bij Gizeh. Dit object werd in 1979 door een privéverzamelaar aan het museum gegeven. Opnieuw dreigt de Egyptische Raad voor Oudheden een vergunning voor de Belgische archeologen te ontzeggen, als het stuk niet wordt teruggegeven. Hawass kent de specificaties van de stèle niet uit zijn hoofd. Hij heeft zoveel zaken lopen, zegt hij. Maar in Louvain-la-Neuve heeft de kwestie tot nervositeit geleid. 'We zijn niet in een positie om hierover inlichtingen te verschaffen', laat de conservator Etienne Duyckaerts in een reactie weten. De ad-interimdirecteur van het museum, Guy Keutgen, zegt nog geen contact te hebben gehad met de Egyptische Raad voor Oudheden. 'Maar wij zijn bereid om hierover te spreken', aldus Keutgen. Hij benadrukt dat het museum de stèle destijds in goede trouw had aangenomen en hij hoopt hem te kunnen ruilen tegen een ander artefact. Hawass ontkent dat hij afpersing bedrijft. 'Misschien dat sommige mensen dat zo zien, maar dit is het culturele erfgoed van Egypte dat gestolen is. Dieven penetreren een graf, hakken de reliëfs uit, beschadigen het monument en vervolgens is het te bezichtigen in uw museum. Is dat eerlijk?' vraag Hawass driftig. 'Hoe kan ik met u aan tafel zitten, als u de geschiedenis van mijn land verwoest, wanneer u de geest van de farao verstoort? Dit is geen afpersing, dit is gerechtigheid. 'Ik werk enkel in het belang van de archeologie. Niet alleen voor Egypte, maar voor de hele wereld, want deze monumenten zijn van iedereen', benadrukt Hawass. 'De egyptologen en archeologen zullen hun instellingen moeten dwingen het roofgoed terug te brengen als ze hier willen blijven werken.' Hij zegt over een half jaar alle teruggekeerde objecten in het Egyptisch Museum in Caïro tentoon te zullen stellen. 'We hebben nu meer dan 3000 stukken teruggekregen. 'Ik heb spionnen over de hele wereld die voor mij alle musea langsgaan en we onderzoeken elke catalogus van elke expositie om na te kijken of er gestolen objecten in voorkomen', gaat Hawass verder. Hij vertelt over een groot standbeeld van farao Amenhotep III (ca. 1390 - 1352 v. Chr.) dat in 1970 in Luxor was gevonden. 'Dit beeld had prachtig grote ogen. Dieven hebben toen in 1980 een van de ogen uitgezaagd en op een veiling verkocht. Vandaag hebben we uitgevonden dat het Kunstmuseum in het Zwitserse Basel het object had gekocht. Daarom stuur ik ze nu een brief met de eis dat het wordt teruggegeven. Anders sleep ik ze desnoods voor de rechter en maak er een groot schandaal van', zegt Hawass boos. Op de vijfde verdieping van het kantoor van de Raad voor Oudheden zit Ibrahim Abdel Megid Ramadan in een benauwd kamertje met drie oude computers. Hier bevindt zich, in Hawass' woorden, het 'geavanceerde systeem' waarmee de verloren schatten worden opgespoord. De hele dag speurt Ibrahim met drie medewerkers op het internet naar objecten die in musea zijn tentoongesteld of door veilinghuizen worden aangeboden. 'Als we een stuk tegenkomen dat na 1972 uit Egypte is gesmokkeld, slaan we alarm', vertelt Ibrahim. De Raad voor Oudheden concentreert zich op objecten die na 1972 zijn gestolen, omdat in dat jaar de lidstaten van de UNESCO, de culturele organisatie van de Verenigde Naties, een Conventie tekenden waarin werd afgesproken dat alle kunstvoorwerpen die sindsdien uit een land zijn gesmokkeld naar dat land van herkomst moeten terugkeren. Juridisch kan Egypte daarom alleen aanspraak maken op stukken die na die tijd zijn verdwenen. Maar tot 1983 was de handel in Egyptische oudheden nog volstrekt legaal. Buitenlandse archeologen hadden recht op een deel van de door hun gevonden buit. Antiquiteiten werden zelfs maandelijks geveild in een van de zalen van het Egyptische Museum. En de Egyptische regering gaf relaties belangrijke objecten cadeau. Pas in 1983 werd in een wet vastgelegd dat alle oudheden in Egypte eigendom zijn van de staat. Ondanks de juridische beperkingen heeft Hawass ook zijn zinnen gezet op vijf voorwerpen die voor 1972 uit Egypte zijn weggehaald. Het betreft de Steen van Rosetta, in handen van het British Museum in Londen, de buste van Nefertiti, eigendom van het Egyptische Museum in Berlijn, de Zodiac in het Louvre in Parijs, het beeld van Hemiunu in het Roemer- und Pelizaeus-Museum in het Duitse Hildesheim en de buste van Anchhaf van het Museum of Fine Arts in Boston. 'Die vijf unieke artefacten horen thuis in Egypte. En ik nodig de internationale gemeenschap via de UNESCO uit om mij hierin te steunen. Ik ben er zeker van dat ik erin zal slagen de stukken terug te krijgen', zegt Hawass. Maar vooralsnog geven de vijf musea niet thuis. En anders dan de Belgische musea, krijgt het British Museum of het Louvre geen dreigbrief van Hawass. 'Ik wil niet dat de Britse premier of de Franse president met iemand in Egypte gaat bellen. Dat zou kunnen gebeuren als ik de activiteiten van het British Museum of het Louvre in Egypte stopzet.'Lange tijd was egyptologie een specialisme dat alleen buiten Egypte populariteit genoot. Onder Egyptenaren was er nauwelijks belangstelling voor het culturele erfgoed dat vierduizend jaar terugging. Monumenten werden vooral gezien als toeristische trekpleisters en de gevonden kunstobjecten werden verwaarloosd. Hawass beaamt de trieste stand van zaken. 'Het Egyptisch Museum is een goed voorbeeld. Dagelijks hebben de sarcofagen, beelden en reliëfs te lijden onder de luchtverontreiniging en de aanraking van duizenden toeristen. En de stukken die in de kelder lagen opgeslagen, waren nooit geregistreerd. Niemand weet wat er daaruit is verdwenen', zegt Hawass. Onlangs heeft hij een database opgesteld van de 'herontdekte' objecten in de kelder van het beroemde museum. Maar de bewering dat Egypte zichzelf heeft gediskwalificeerd omdat het land niet goed voor haar eigen erfgoed zorgt, drijft Hawass tot woede. 'Dat is onzin!' zegt hij kwaad. 'Dat was tien jaar geleden misschien nog het geval. Maar kom nu maar eens kijken naar onze musea in Luxor en Alexandrië. Die zijn beter dan uw musea. We zijn dertien nieuwe musea aan het bouwen om alles onder te brengen. Er is hier een ware revolutie aan de gang. Wij zorgen beter voor ons erfgoed dan wie dan ook.'ALEXANDER WEISSINK