Telefoneren of skypen was technisch onmogelijk, en hem opzoeken in zijn Syrische klooster helemaal ondenkbaar. De Vlaamse norbertijn Daniël Maes (75) woont al drie jaar in Qâra, halfweg tussen Damascus en Aleppo. Zelf waagt hij zich al maandenlang niet meer buiten de kloostermuren. Een interview kon alleen per e-mail, een communicatievorm die slechts bij vlagen door het oorlogsgeweld wordt verlamd.
...

Telefoneren of skypen was technisch onmogelijk, en hem opzoeken in zijn Syrische klooster helemaal ondenkbaar. De Vlaamse norbertijn Daniël Maes (75) woont al drie jaar in Qâra, halfweg tussen Damascus en Aleppo. Zelf waagt hij zich al maandenlang niet meer buiten de kloostermuren. Een interview kon alleen per e-mail, een communicatievorm die slechts bij vlagen door het oorlogsgeweld wordt verlamd. Zijn gemeenschap behoort tot de melkitische ofte Grieks-Katholieke kerk, onderworpen aan Rome, maar trouw aan de Byzantijnse ritus en de Gregoriaanse kalender. Het klooster, gewijd aan Sint-Jacob de Verminkte, werd in 1993 door de Frans-Libanese karmelietes Mère Agnès-Mariam gesticht. Deir Mar Yakub verrees op de ruïnes van wat in de zesde eeuw het belangrijkste klooster van het Midden-Oosten was. Daniël Maes: Ik had Mère Agnès-Mariam op een oecumenische bijeenkomst leren kennen. Ze is een fascinerende vrouw, ik heb haar voor enkele lezingen naar België uitgenodigd. In 2010 ben ik dan voor twee maanden naar Deir Mar Yakub getrokken, voor mij een moment van monastieke herbronning. Het hele project sprak me geweldig aan: Mère Agnès-Mariam was met een handvol medezusters bezig op de ruïnes van een historisch klooster een oecumenische ontmoetingsplaats te bouwen, een soort Taizé van het Midden-Oosten. Toen ze me in 2011 vroeg of ik in Mar Yakub een priesterseminarie wilde beginnen, heb ik niet getwijfeld. Maes: Nee. Toen ik vertrok, had ik zoals alle westerlingen een hoop vooroordelen. Syrië was een typisch Arabisch land, waar een autoritair regime alle touwtjes in handen hield en waar geen respect bestond voor de rechten en vrijheden van burgers. Maar van dat democratisch tekort heb ik weinig gemerkt, in mijn persoonlijk leven noch in mijn omgeving. Zolang je niet aan politiek deed en geen openlijke kritiek op de president gaf, waren er geen problemen. Wat ik daarentegen wel ontdekte, was een warme, veilige en vrij welvarende maatschappij, een land waar onder de vleugels van de eenheidspartij verschillende gemeenschappen en religies harmonieus samenleefden. Ik heb die verdraagzaamheid zelf ondervonden, als katholiek priester was ik overal even welkom. Of het nu christelijke, soennitische of alevitische families waren, overal werden koffie en Arabische zoetigheden geserveerd. Deze burgeroorlog is dan ook geen volksopstand, het gaat om een conflict dat door een aantal westerse en Arabische landen en groeperingen werd geïmporteerd. Maes: De Verenigde Staten hebben hun antipathie voor de Syrische regering nooit verborgen, wellicht vanwege de banden met de Hezbollah en met het sjiitische regime in Iran. Ik heb het conflict zien ontstaan. In navolging van de zogenaamde Arabische lentes heeft men van buitenaf het vuur aan de lont gestoken door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te hitsen. Ik wil de opstandelingen niet allemaal over dezelfde kam scheren. Er is een grote groep weldenkende burgers die het beste met dit land voorheeft. Helaas zijn ze hopeloos verdeeld en totaal niet opgewassen tegen de 'versterking' die ze hebben gekregen, in de vorm van de goed getrainde Al-Qaedastrijders en fanatieke salafisten die alle andersdenkenden willen elimineren. Het is totaal onbegrijpelijk hoe het Westen en de westerse media deze gruwelen in Syrië onderschatten, terwijl diezelfde salafisten overal ter wereld als een gesel worden bestreden en hun aanhangers in Guantánamo worden opgesloten. Maes: Het wemelt in de streek van de fanatieke strijders. De bevolking van Qâra is zowat verviervoudigd, vooral door de instroom van rebellen die uit Damascus en Aleppo werden verjaagd. In de centrale moskee worden af en toe tirades tegen ons afgestoken. Op een vrijdagavond hoorden we een salafistische predikant oproepen dat er in Syrië geen plaats was voor ongelovigen. Even later stond een bende heethoofden klaar om het klooster aan te vallen. Het waren bange uren, maar gelukkig werden ze tegengehouden door de lokale bevolking die aan onze kant staat. We nemen zeer strikte veiligheidsmaatregelen in acht, in feite leven we in een soort familiale gevangenis. Niemand komt nog buiten de kloostermuren, niet op onze eigen akkers, noch in de binnentuin en zelfs niet op het dak. De ramen in de refter zijn met zandzakken bedekt, het lijkt hier wel de Eerste Wereldoorlog. We liggen in de vuurlinie. Het klooster werd al drie keer door raketten getroffen, telkens bij een aanval van het leger op de rebellen. Gelukkig is er tot dusver alleen materiële schade. Maes: Ik vind het onbegrijpelijk dat er al een oordeel werd geveld, terwijl de VN-inspecteurs nog aan hun rapport moesten beginnen. Iedereen heeft recht op een eerlijk proces, dat is een basisregel in iedere democratische rechtsstaat. Ik heb met heel wat mensen over deze zaak gepraat. Iedereen stelt zich hier dezelfde vraag: welk belang kon Assad bij die gifgasaanval hebben? Zo'n aanval uitvoeren, onder de neus van de VN-onderzoekscommissie die net in Damascus was neergestreken? Zo dom is Assad heus niet, temeer omdat hij aan de winnende hand is. Want iedereen weet dat de rebellen de voorbije maanden zwaar in het defensief werden gedwongen. Ze hebben dringend nood aan buitenlandse steun, en precies daarom komt die gifgasaanval hen zo gelegen. Het argument dat de rebellen niet over de nodige expertise voor zo'n chemische aanval beschikken, is onzin. De salafistische milities zijn goed getraind en bewapend. Bovendien hebben ze al bewezen wat ze in hun mars hebben. Carla del Ponte, lid van de VN-onderzoekscommissie voor de mensenrechten in Syrië, heeft enkele maanden geleden verklaard dat er aanwijzingen zijn dat de rebellen in Kahn el Assal gifgas hebben gebruikt. En hoe reageerde het Westen? Door de goede naam van mevrouw Del Ponte te besmeuren. Maes: Ze hebben veel te verliezen, zoals alle Syriërs trouwens. Bij het begin van de oorlog ben ik even naar België teruggekeerd. In de pers verschenen dagelijks karikaturen van Assad, een dictator wiens handen letterlijk dropen van het bloed. Dat is geen informatie maar manipulatie. Ver van mij om Syrië een ideale staat te noemen. De president en zijn Baathpartij monopoliseerden ongeveer alle macht, de grootste bedrijven waren in handen van zijn familie. Corruptie is hier een structureel kwaad, dat heeft Assad zelf gezegd. Over het democratisch tekort had ik het eerder al. Openlijk kritiek leveren kon al een reden zijn om opgepakt te worden. Anderzijds stond het regime garant voor veiligheid, godsdienstvrijheid en gelijke rechten van mannen en vrouwen. Door de strakke prijscontrole was het leven goedkoop, onderwijs en gezondheidszorg waren zelfs gratis. Assad had bovendien zijn schouders gezet onder grondige hervormingen, met een nieuwe grondwet en een parlementair meerpartijenstelsel als eindpunt. Dat proces werd door de bevolking gedragen, ook door de moslims. Maar het Westen wil dat allemaal niet zien. Erger nog, het probeert de hervormingen te boycotten. Syrië moet en zal worden ontwricht en 'gelibaniseerd', opgedeeld in stukken die door verschillende gemeenschappen worden gecontroleerd. Voor de christenen, die hier altijd de rol van bindmiddel in de samenleving hebben gespeeld, zal daarbij geen plaats meer zijn. Nu al zijn 430.000 christenen op de vlucht voor het geweld, velen bevinden zich in buitenlandse kampen. Maes: Dat willen we in het Westen graag geloven. Maar hebben de val van Mubarak en Khaddafi iets opgelost? Is Libië nu een paradijs voor de westerse democratie? De Syriërs willen helemaal geen burgeroorlog, ze willen vooral met rust gelaten worden. Sluit de grenzen voor terroristen, zet alle vreemde strijders het land uit, stop met het van buitenaf ondersteunen van groeperingen die op de vernietiging van Syrië uit zijn, en dan zal er vanzelf weer vrede en welvaart heersen. DOOR ERIK RASPOET