Zijn outfit en flair geven hem het voorkomen van een diplomaat uit een vooraanstaand Europees land. Maar dat is schijn. Daarvoor zijn de pen en de tong van Jonathan Holslag namelijk veel te scherp. 'Erg diplomatisch ben ik inderdaad niet', zegt de professor Internationale Betrekkingen als hij zich neervlijt in een van de fauteuils in de lobby van het Brusselse viersterrenhotel Le Dixseptième. Holslag komt hier wel vaker. Tussendoor soms, voor een rustige koffie. Of om Aziatische gasten op te halen die zijn Brussels Institute of Contemporary China Studies (BICCS) hier geregeld onderbrengt.
...

Zijn outfit en flair geven hem het voorkomen van een diplomaat uit een vooraanstaand Europees land. Maar dat is schijn. Daarvoor zijn de pen en de tong van Jonathan Holslag namelijk veel te scherp. 'Erg diplomatisch ben ik inderdaad niet', zegt de professor Internationale Betrekkingen als hij zich neervlijt in een van de fauteuils in de lobby van het Brusselse viersterrenhotel Le Dixseptième. Holslag komt hier wel vaker. Tussendoor soms, voor een rustige koffie. Of om Aziatische gasten op te halen die zijn Brussels Institute of Contemporary China Studies (BICCS) hier geregeld onderbrengt. Op zijn 32e staat Holslag in internationale academische kringen te boek als een illuster Aziëkenner, is hij een door de Europese instellingen gegeerd adviseur en heeft hij zowat de halve wereld afgereisd. Allemaal ervaringen die hem goed van pas kwamen bij het schrijven van De kracht van het paradijs, zijn nieuwe boek dat volgende maand verschijnt en waarin hij beschrijft hoe Europa kan overleven in de 'Aziatische eeuw'. Volgens Holslag is dit voor de Europeanen geen bij voorbaat verloren strijd, maar dan moet Europa wel dringend zijn zelfvertrouwen herwinnen en meer ambitie aan de dag gaan leggen. 'Europa gaat ten onder aan zijn eigen onzekerheid', zegt Holslag. 'Daartegenover staat het krachtige nationalisme van Aziatische groeilanden. Onze jongeren zitten als konijnen voor een lichtbak naar dat Chinese groeimirakel te staren en besluiten dan dat Europa geen toekomst heeft. Maar die ogenschijnlijke economische oorlogsmachine is door en door zwak. Trouwens: de Chinezen die naar Europa komen om uit te zoeken hoe onze samenleving in elkaar zit, hebben vaak een negatieve eerste indruk, maar na een aantal maanden zijn ze ervan overtuigd dat ze veel van ons kunnen leren.' Maar we willen het met Holslag hebben over de positie van vrouwen in China. 'Pas toen de vraag voor dit interview kwam, heb ik me gerealiseerd dat ik het in mijn boek meer over de verhouding tussen man en vrouw had kunnen hebben. Maar dat kan ik nu natuurlijk ruimschoots goedmaken', lacht hij. Jonathan Holslag: In vergelijking met de rest van Azië is er in China een behoorlijk genderevenwicht. Chinese vrouwen zijn vaak hoogopgeleid, werken buitenshuis en zijn ook goed vertegenwoordigd in de politiek. Dat is natuurlijk een heel andere situatie dan bijvoorbeeld in India, dat zich graag met China meet, maar waar de situatie van vrouwen echt erbarmelijk is. Ongeveer de helft van hen is ongeletterd, er is enorm veel geweld tegen vrouwen en ook op sociaal-economisch vlak zijn ze heel kwetsbaar. Net zoals in Pakistan en Bangladesh sturen Indiase boerenfamilies hun dochters vaak naar de stad om er voor een hongerloon T-shirts te stikken. Vliegt er weer eens een textielfabriekje in de lucht, dan zijn het die meisjes die het slachtoffer zijn. Holslag: Vooral doordat de communistische partij echt werk heeft gemaakt van gendergelijkheid. Vergeet niet dat vrouwen in de revolutionaire periode een even belangrijke rol als mannen speelden in de strijd tegen de armoede en de buitenlandse bezetters. Daarnaast heeft de welvaart van de laatste jaren ervoor gezorgd dat vrouwen meer ruimte krijgen om zich te ontplooien. Vandaag zijn er heel succesvolle Chinese zakenvrouwen en vrouwelijke miljardairs, en het politbureau bestaat voor een kwart uit vrouwen. Dat zijn belangrijke rolmodellen in een tijd dat zoveel Chinese meisjes en vrouwen, in weerwil van hun verworven rechten, met een identiteitscrisis kampen. Holslag: Inderdaad. In de zakelijke, gerationaliseerde en erg mannelijke Chinese samenleving zoeken veel vrouwen krampachtig naar een manier om hun vrouwelijkheid te uiten en de meesten doen dat op een heel materialistische manier. Vandaar de boom in de markt van cosmetica en luxeproducten. Sommige Chinese vrouwen lopen er tegenwoordig als echte Pradapoppen bij. (lacht)Holslag: Absoluut. Dat verklaart ook het succes van de plastische chirurgie in China: al die vrouwen willen grote ogen, een elegante neus en jukbeenderen zoals Kate Moss. Miljoenen worden er geïnvesteerd om dat schoonheidsideaal te benaderen. Wel doet de overheid de laatste tijd pogingen om dat westerse ideaalbeeld te doorbreken. Zo heeft de Chinese jongerenliga campagnes gelanceerd waarin vrouwen worden opgeroepen om hun Aziatische uiterlijk te koesteren. Holslag: Dat denk ik wel. Veel Chinese mannen van mijn generatie houden zich evenveel met hun kinderen bezig als de vrouwen en vaak helpen ze ook in het huishouden. Bovendien tonen ze hun genegenheid voor hun gezin gemakkelijk in het openbaar. Dat zie ik Vietnamezen of Indiërs nog niet zo snel doen. Wat natuurlijk ook meespeelt, is dat Chinezen erg competitief zijn ingesteld als het over hun kinderen gaat. Moeders én vaders doen al het mogelijke om toch maar het slimste kind groot te brengen. Vooral huisvrouwen zijn daar enorm mee bezig - denk maar aan de zogenaamde tijgermama's -, maar ook vaders trekken zich de toekomst van hun kind heel erg aan. Zeker eens het op de middelbare school zit. Ik heb Chinese vrienden die een hele dag hard werken, daarna twee uur in de file staan en als ze thuiskomen huiswerk maken met hun kinderen. Holslag: Eigenlijk niet. In de steden is de nieuwe middenklasse het ondertussen gewend om maar één kind te hebben. Bovendien kost een kind in China handenvol geld. Niet alleen omdat de lonen er drie keer lager liggen dan bij ons, maar ook omdat scholing er zo duur is. Ouders willen allemaal het allerbeste voor hun zoon of dochter en dus sturen ze die liever naar een peperdure privéschool dan naar een staatsschool. Net zoals ze soms fortuinen uitgeven om hun kinderen in Armanibroekjes te kunnen stoppen. Holslag: Op dit moment wordt de samenleving daar niet echt door ontwricht. Zeker niet in de steden, waar de mensen hun partnerkeuze steeds langer uitstellen. Wel trekken jonge mannen uit de dorpen soms met hun hele familiefortuin onder de arm naar een grote stad om daar in de armere buurten een vrouw te zoeken. Holslag: Je moet in elk geval heel goed opletten om de nodige afstand te bewaren en vooral geen verkeerde signalen te geven. Chinese bedrijfsleiders, academici en diplomaten pakken heel graag uit met hun mooie, jonge assistentes en onderzoeksters en soms proberen ze die ook echt aan je op te dringen. Zelf heb ik een paar keer meegemaakt dat ze 's avonds na een banket aan mijn hotelkamer kwamen aankloppen om me zo'n vrouw aan te bieden. Heel vervelend. Zulke dingen gebeuren trouwens niet alleen in China, maar bijvoorbeeld ook in Taiwan, Vietnam en India. Sommige rijke Aziaten denken dat echt alles te koop is. Ook vrouwen. Holslag: Best wel. Veel vrouwen zien het als een buitenkans om een westerse man aan de haak te slaan. Niet alleen uit economisch oogpunt, maar ook vanwege de status die hen dat oplevert. Nu is dat in China ondertussen al wat minder, maar in de meeste andere ontwikkelingslanden in de regio blijft het idee bestaan dat je het met een westerse man verder kunt schoppen dan met een landgenoot. In de grote Aziatische steden profiteren westerse expats daar lustig van. Ga maar eens een kijkje nemen in de clubs van Peking, Singapore of Hongkong. Sommigen zien dat als een spelletje, maar eigenlijk mag je daar niet aan meedoen. Toch niet als je jezelf als man een beetje ernstig neemt. Want uiteindelijk maak je dan wel gebruik van de zwakke positie van zo'n vrouw. Bovendien is het duidelijk dat vrouwen soms op pad worden gestuurd om zich te binden aan westerse mannen op interessante posten en zo de besluitvorming kunnen beïnvloeden. Holslag: Veel groeilanden schakelen vrouwen gewoon graag in als een soort van Trojaanse paarden. Het is geen toeval dat zo veel beleidsmakers die zich hier in Brussel bij de Europese instellingen met Azië bezighouden met een Aziatische vrouw samen zijn. Vaak zijn dat vrouwen van goede komaf die banden hebben met machtige mensen in hun thuisland. In mijn branche ben ik met mijn westerse vrouw een van de uitzonderingen. Holslag: Dat is absoluut zo. De miljonairs van Hongkong lopen meestal met een westerse vrouw rond. Holslag: Zeker. Al onderscheiden de Chinezen zich ook op dat vlak in positieve zin. De indrukwekkendste en meest inspirerende dames uit de diplomatie die ik al heb mogen ontmoeten, komen dan ook uit China. Zoals viceminister Fu Ying, die vroeger ambassadrice was in Londen. Zij overklast veel van haar mannelijke collega's, zowel wat intelligentie en charisma als kennis betreft. Stapt ze een zaal vol mannen binnen, dan draaien alle hoofden in haar richting. (lacht)Holslag: Dat verschil is heel groot. De meeste vrouwelijke diplomaten zijn fijngevoeliger. Ze hebben meer empathie dan mannen én weten het masculiene haantjesgedrag vaak handig te bespelen. Dat is bij onderhandelingen een essentiële eigenschap om de tegenspeler goed in te schatten en mogelijke obstakels te detecteren. Vrouwelijke diplomaten zijn vaak ook veel bedrevener in de culturele en publieke aspecten van diplomatie. Want vergis u niet: kunst en cultuur kunnen helpen om een boodschap gemakkelijker over te brengen en om de tegenpartij tot concessies over te halen. Vooral vrouwen hebben de gewoonte om soirees te organiseren met interessante gasten uit hun thuisland of lunches waarbij ze via culturele onderwerpen toch bij gevoelige kwesties uitkomen en het gesprek gaande houden. Die aanpak werkt. Hier in Brussel ken ik dan ook jonge vrouwen die hun ambassade echt overeind houden. Holslag: Verschrikkelijk. Vrouw zijn is dus geen garantie op succes. Catherine Ashton is in geen enkel onderdeel van de diplomatie goed. Ze is een slechte onderhandelaar, een slechte strateeg en een slechte vaandeldrager van de Europese waarden. Ze is ook bijzonder slecht in het creëren van een goede onderhandelingssfeer. Gesprekken met Ashton vinden altijd plaats in die akelige kamertjes in het Berlaymontgebouw of in haar eigen kantoren. Dat is niet de manier waarop je als topdiplomaat het verschil maakt. Na een middag onderhandelen met de diensten van Ashton worden buitenlandse vertegenwoordigers meestal in een lelijk hotel rondom Schuman gedropt en voor de rest van hun verblijf aan hun lot overgelaten. Wij gaan die mensen daar dan opvissen en laten ze bijvoorbeeld de mooie steden in Vlaanderen zien of een stukje van het platteland als het mooi weer is. Dat schept een klimaat waarin gesprekken mogelijk zijn die tevoren in Brussel niet mogelijk waren. We zijn in Europa de kunst van het verleiden een beetje verleerd. Holslag: O ja. De Chinezen hebben ontzettend veel aandacht voor detail. De ontvangst op de luchthaven, het hotel waar je logeert, de assistent die je ter beschikking krijgt, de restaurants waar je naartoe gaat - niets wordt aan het toeval overgelaten. Afrikanen en andere Aziatische buitenlandse vertegenwoordigers worden doorgaans in grote blinkende hotels ondergebracht. De Europeanen, weten de Chinezen, kun je beter overtuigen door ze mee te nemen naar een mooie plaats in de bergen rondom Peking. Dat is een kwestie van strategie en onderhandelingstactiek, maar een en ander heeft ook te maken met fierheid over je eigen land. Holslag: Wij zijn die fierheid kwijtgeraakt omdat we niet meer weten waar we met Europa en België voor staan. De vertrouwdheid met onze geschiedenis en cultuur gaat bij onze beleidsmakers pijlsnel bergaf. Aziatische diplomaten bekritiseren ons daarvoor soms. Wat is de Europese identiteit? Welke waarden verdedigen jullie nog? Holslag: Het aantal opiniemakers over internationale relaties is in België sowieso op één hand te tellen. En anders dan in een land als bijvoorbeeld de Verenigde Staten zitten daar inderdaad weinig vrouwen bij. Ook bij onze studenten internationale politiek is er een mannelijk overwicht. Ik weet niet hoe dat komt. Misschien zijn mannen nog altijd meer geïntrigeerd door kanonnen en kernraketten dan vrouwen. Vrouwen die zich met internationale kwesties bezighouden, hebben vaak meer interesse voor mensenrechten, internationale organisaties en milieukwesties dan voor de harde politiek. Maar ook onder opiniemakers tout court in Vlaanderen sta ik versteld van het enorme overwicht van mannen. In de opiniëring over binnenlandse politiek is het mannelijke monopolie haast storend. Mannen hebben allicht meer geldingsdrang, waardoor ze gemakkelijker in de pen kruipen en minder schroom hebben om een interview te geven. Ik merk dat ook op de universiteit. Vrouwelijke proffen zetten minder gemakkelijk de stap naar de media, twijfelen meer aan zichzelf en blijven zich misschien wel wat lang afvragen of zij het wel bij het rechte eind hebben. Holslag: Voor de Vrijdaggroep hebben we gestreefd naar gendergelijkheid en we hebben ook fantastische vrouwen, maar het blijkt moeilijk om ze bij de groep te houden. Holslag: Misschien onvoldoende aantrekkelijke mannen (lacht)... Een andere verklaring is dat het met de Vrijdaggroep de bedoeling is dat iedereen vanuit de eigen invalshoek zijn licht over heel uiteenlopende thema's laat schijnen. Dan word je soms gedwongen om afstand te nemen van je eigen specialisme. Mannen zijn daar soepeler en vlotter in dan vrouwen, die al snel gas terugnemen zodra het onderwerp buiten hun vakgebied valt. Daardoor voelden sommige vrouwen zich denk ik minder goed in de groep, en hebben sommigen jammer genoeg afgehaakt. DOOR ANN PEUTEMAN EN HAN RENARD, FOTO'S LIES WILLAERT'Ik heb een paar keer meegemaakt dat ze 's avonds na een banket aan mijn hotelkamer kwamen aankloppen om me een vrouw aan te bieden.'