De Vlaamse Auteursvereniging (VAV) is een jonge organisatie die in korte tijd haar strepen in de literaire wereld heeft verdiend. Overleg met minister van Cultuur Bert An- ciaux en met het Vlaams Fonds voor de Letteren heeft al een paar succesjes opgeleverd, zoals oeuvrebeurzen en een pensioenregeling voor auteurs.
...

De Vlaamse Auteursvereniging (VAV) is een jonge organisatie die in korte tijd haar strepen in de literaire wereld heeft verdiend. Overleg met minister van Cultuur Bert An- ciaux en met het Vlaams Fonds voor de Letteren heeft al een paar succesjes opgeleverd, zoals oeuvrebeurzen en een pensioenregeling voor auteurs. Vorige week kwam de VAV in het nieuws door een opmerkelijke oproep. Die was niet gericht aan de overheid maar aan de eigen achterban. De vereniging herinnerde eraan dat subsidies bestemd zijn voor auteurs die minder verdienen dan een wettelijk vastgelegd belastbaar jaarinkomen van 35.800 euro. Ze ontving klachten dat sommige auteurs een vennootschap hebben opgericht. De inkomsten van die vennootschap verschijnen niet of slechts zeer gedeeltelijk op de belastingbrief die het Vlaams Fonds voor de Letteren gebruikt om dat inkomensplafond te controleren. 'De Vlaamse Auteursvereniging betreurt dat hier op oneigenlijke wijze gebruik gemaakt wordt van een systeem dat voor veel auteurs broodnodig is. Het getuigt van de kant van de betrokken auteurs van een weinig solidaire houding tegenover andere auteurs én tegenover de belastingbetaler, en het kan het beurzensysteem in de publieke opinie in diskrediet brengen', zo schreef de VAV. Ze riep alle auteurs op ' om loyaal en solidair alleen subsidies aan te vragen als ze effectief minder verdienen dan het inkomstenplafond'. Het probleem dat hier wordt aangekaart, is reëel maar erg complex. Een voorbeeld van een bestaande auteur. Hij heeft een bvba die zijn naam draagt en die in 2006 een omzet maakte van 78.823 euro (in 2005 zelfs 88.0053 euro). Dat is uiteraard een bruto bedrag voor aftrek van kosten. Na aftrek van alle kosten en belastingen blijft daar een winst van amper 3965 euro van over. Als de auteur geen bvba had gehad, maar een deeltijds leraar of een zelfstandige was geweest, dan had hij veel minder kosten kunnen inbrengen. Wellicht was er van die 78.823 bruto méér overgebleven dan het toegelaten belastbaar jaarinkomen van 35.800 euro. In 2007 vroeg deze auteur subsidie aan. Hij kreeg een positief advies voor acht maandeenheden van 2250 euro, in totaal 18.000 euro. Of hij dat volledige bedrag kreeg uitgekeerd, hangt af van het bedrag op zijn belastingbrief. De inkomsten uit zijn bvba zijn daar niet op terug te vinden, en het VFL controleert niet of een auteur een bvba of een andere vennootschapsvorm heeft. De vraag is dus of onze auteur onterecht subsidie kreeg. In 2008 vroeg hij er alvast geen meer aan. De reacties van VFL-directeur Carlo Van Baelen en van Jan Denolf, adjunct-kabinetschef van minister Anciaux, op dit verschijnsel zijn verwonderlijk. Van Baelen ziet geen ander bruikbaar systeem en Denolf merkt op dat er onder schrijvers 'veel afgunst heerst'. Vreemd. Ofwel schrapt de overheid de inkomensgrens in het decreet (maar dan is er geen sprake meer van een subsidie maar van een cadeau), ofwel zoekt de overheid manieren om ervoor te zorgen dat de legitimiteit van het systeem niet wordt aangetast. Er zijn veel schrijvers die een vennootschap hebben en toch geen subsidie aanvragen. Ook zij zijn het slachtoffer van de trucs van sommigen van hun collega's. Er is nog veel werk aan de winkel voor de dappere Vlaamse Auteursvereniging. door Karl van den Broeck